YouGrow

Organisatie adviseur vanuit DAADKRACHT

Spreuk van de Week


Spreuk van de week (week 27, 2018)


Ik neem vandaag een slipperdag… 


De vakanties komen eraan. De plannen zijn gemaakt. Het vakantielijstje is geprint en we checken nogmaals of we niets vergeten zijn. De kinderen spreken af met vriendinnen en het huidige zonnige weer maakt dat het zwembad veelvuldig bezocht wordt. De strakke dag- en weekplanning wordt losgelaten. Er zijn geen sportactiviteiten meer bij verenigingen dus ook in de avonden en weekenden vallen gaten die opgevuld worden. Het ‘ritme’ valt weg. Waar wij vanuit werkverplichting nog enigszins vasthouden aan ‘op tijd opstaan en slapen’ kijken de kinderen ons met grote ogen aan als wij ’s avonds aankondigen dat we gaan slapen. En een gezamenlijk ontbijt zit er al helemaal niet meer in. “Hallo…we hebben vakantie zeg….”. Als dit soort opmerkingen komen dan wordt het ook echt tijd om op vakantie te gaan…

 

Ik wist dat ik maandag en dinsdag vol zat met afspraken en op woensdagmiddag zou ik een kennismaking hebben met een nieuwe klant. Ik was via een oud collega geïntroduceerd en hij wist mij te vertellen dat zijn manager behoorlijk traditioneel was. Oftewel een pak met stropdas was wel gewenst. Met de weersvoorspelling voor woensdag, een mooie en bovenal warme tropische dag, mocht ik me op het heetst van de dag naar de Randstad begeven. En de warmte zou zich opbouwen vanaf het weekend. Dus thuis, in het weekend, alle voorbereidingen getroffen om het zo aangenaam mogelijk te maken. Drankenkoelkastje aan, ijsblokjes in de vriezer gereed voor gebruik, zwembad opgezet in de tuin en parasols uitgeklapt voor schaduw. We waren er klaar voor.

 

Op maandag reed ik tegen 16.00 uur huiswaarts. De spits was zich aan het ontwikkelen maar er was nog slechts sprake van een paar minuten vertraging. De airco deed haar werk. De warmte van de stoelen en dashboard was nog voelbaar maar de verkoelende (airco)lucht was aangenaam. Na een goed verlopen terugreis reed ik tegen zessen de straat in. De benauwende warmte nam gelijk de overhand in de auto nadat ik mijn portier had geopend. En mijn lichaam was even van slag van de plotselinge temperatuurwisseling. Op het moment dat ik mijn spullen van de achterbank pakte brandde de zon intens op mijn rug. Snel naar binnen dus. Mijn gezin stond me breed lachend op te wachten met mijn zwembroek in hun hand. Tijd voor een verkoelende plons. Spullen aan de kant, snel omkleden en de kinderen lagen al heerlijk te spetteren in het (brrr koude) zwembad. Na wat gewenning was het een aangename verkoeling. Ondertussen had mijn vrouw een lekkere zomerse salade gemaakt en op tafel gezet. Ik stapte uit het zwembad en voelde, ik dacht een takje, tegen mijn voet prikken. 

Na een heerlijke maaltijd was het tijd om af te ruimen. Toen ik ging staan voelde ik een nare steek in mijn voet. En een blik op mijn enkel werpend zag ik wat bloed op mijn enkel zitten, dat takje…

Wat later begon mijn enkel te jeuken. Even krabben. Maar de jeuk hield aan. Wederom een blik naar mijn enkel en ik zag een behoorlijk wit plakkaat op mijn voet en onderbeen verschijnen. Het was ook wat gezwollen. Toch maar even met de enkel de hoogte in en een icepack erop. 

 

’s Nachts werd ik (half)wakker van een kloppende en jeukende voet maar de slaap overheerste. Nadat ik me had aangekleed en naar beneden was gelopen begon mijn voet ‘te kloppen’. Ik had deze dag vier afspraken staan en negeerde ‘mijn voet’. Snel mijn schoenen aangetrokken en merkte wel dat mijn linkervoet pijnlijk was en zich minder makkelijk liet strikken. Gaandeweg de ochtend werd het kloppen steeds intenser en de pijnscheuten heviger. Elke beweging die ik maakte veroorzaakte een pijnscheut en tussen de afspraken door belde ik even met de huisarts (dokter assistente) om te overleggen. Paracetamol nemen (die ik niet bij me had) en de volgende dag kon ik langskomen. Toen ik thuiskwam na een pittige dag ging ik gelijk mijn voet koelen en rust nemen. Demonstratief ging ik in een stoel zitten en gaf aan dat ik er niet meer uit zou komen behalve als het noodzakelijk was. 

 

De volgende dag werd ik wakker met een ongekende opgezwollen enkel. Gelukkig kon ik  om half negen terecht bij de huisarts en met krukken (die we in huis hadden) hoefde ik mijn pijnlijke voet niet te belasten. De assistente zag het gelijk. Een insektenbeet met een heftige (allergische?) reactie. Ze schreef me een korte antibioticakuur voor een zalf tegen de zwelling en tegen de jeuk. En de voorgeschreven middelen hadden eigenlijk gelijk effect. De pijnscheuten namen zienderogen af. 

 

Later die ochtend nam ik opgelucht contact op met de secretaresse van mijn klant. Ik had al per mail aangegeven dat ik mogelijk de afspraak moest verplaatsen maar nu bevestigde ik telefonisch dat ik zou komen. Gelukkig maar want ik wist dat het plannen van een nieuwe afspraak ‘uitdagend’ zou zijn geweest. Toen mijn vrouw opmerkte dat ik geen rekening had gehouden met de zwelling keek ik enigszins beteuterd naar mijn voet. De pijn was wel afgenomen maar de zwelling nog niet. Hoe kon ik in pak met stropdas met één schoen aan en de andere voet in een sok? Paniek. Zouden we toch niet met wat persen en wringen en niet strikken…zou het…. Resultaat dat mijn tenen er net in paste en de rest blokte de ingang van mijn schoen. “Badslipper?? Past bij het weer… iets minder bij het pak…dat wel” zei mijn vrouw met een brede lach. Ik kon er niet zo om lachen maar zag het als mijn enig ‘passende’ alternatief. Mijn badslippers die via klittenband te verstellen waren. Zo gezegd, zo gedaan. Ik liep als een eend met een schoen aan mijn ene voet en een badslipper aan de ander. Maar iets was beter dan niets. 

 

Tijdens de rit naar mijn klant sloeg mijn vertwijfeling toe. Deed ik er wel goed aan door op deze wijze te gaan. Ik zag er belachelijk uit met een badslipper aan. En dan heb ik een eerste kennismaking waarvan ik weet dat hij uiterlijk meeneemt in een afweging voor een mogelijke samenwerking. Maar om nu af te zeggen zou helemaal de deur dichtgooien. Maar ik sprak mezelf moed in. Het ging om mijn verhaal, mijn visie met YouGrow en die badslipper tekent mij ook weer als persoon. Dus borst vooruit en ik hoopte maar dat het goed zou uitpakken.

 

Aangekomen bij de klant keek de receptioniste wel even gek toen ik in het zithoekje plaats nam. Even later kwam zijn secretaresse me ophalen, “We zullen de lift nemen gezien je voet”. Toch knap hoe ze dat had opgemerkt zonder dat ik had gezien dat ze er naar had gekeken. Bij zijn kantoor aangekomen vroeg ze me om even te wachten. Ze klopte op zijn deur en kondigde mij aan. Mijn hart bonste in mijn keel. Ik haalde nog een keer diep adem toen ze de deur voor mij openhield en ik naar binnen liep. Hij kwam naar me toegelopen en schudde mijn hand. “Ongelukje gehad?” Vroeg hij gelijk. “Nou…euhm…eigenlijk een insektenbeet met een allergische reactie. Afgelopen maandag”. Met een handgebaar nodigde hij me uit om te gaan zitten. Hij trok de stoel naast me ook onder de tafel vandaan, “kom leg je voet hier maar op. Ik weet hoe pijnlijk het is. Ik ben een paar jaar geleden op vakantie gestoken door een insect. De dag voordat we naar huis zouden gaan. We zaten toen in Italie maar ik kon de dag erop niet autorijden. Mijn voet was zo opgezwollen en zo pijnlijk. De kleinste beweging voelde ik al. Mijn vrouw is toen naar Zwitserland gereden en linea recta door gereden naar de dichtstbijzijnde kliniek/arts. Als ik er nog aan denk. Heb je ook antibiotica?” Ik knikte van ja. “Dat verlicht gelijk. Ik kreeg een geweldige kruidenzalf en die bood me ook veel verlichting. Is puur natuur. Zal ik anders mijn vrouw even bellen dat ze die komt brengen. Die zalf is nog jaren goed en nemen we tegenwoordig altijd mee als we weg gaan”. Enigszins overdonderd door zijn reactie spraken we over onze ‘insektenbeet’ ervaringen. En daarna ook nog over de reden van mijn bezoek. 

 

Vandaag de dag hebben we nog steeds contact en toen ik hem pas geleden een appje stuurde omdat ik een bedrijfsbezoek had op een steenworp van hun kantoor en vroeg of hij tijd had voor een kopje koffie reageerde hij: Gezellig Michiel maar ik heb dan een slipperdag😂

 

De zomervakantie begint en dit betekent dat de spreuk van de week (oftewel ik) ook lekker met vakantie ga. Even de batterij opladen en medio augustus is de spreuk weer terug! Ik wens iedereen een hele fijne en ontspannen vakantie toe! 


Spreuk van de week (week 26, 2018)


Wie denkt dat emotionele weerstand weg te nemen is met argumenten is nog nooit getrouwd geweest… 

 

Wat een week. Een week van stilte in huis wegens proefwerkweek. Opgesloten op hun kamers met spotify speellijsten op de achtergrond en met wat extra TLC probeerde we ze zo optimaal mogelijk te laten presteren. Het resultaat van hun inspanningen moeten we nog afwachten. Een paar weken daarvoor hadden we uitnodigingen verstuurd om het einde schooljaar te vieren. De feesttent werd in de tent opgezet om op vrijdag af te sluiten met een barbecue en aansluitend konden ze loungen in de tent met chips, cola en andere versnaperingen. De barbecue gerechten werden uitgekozen en de laatste boodschappen werden opgeschreven. En alsof het niets voorstelde werd tijdens het vrijdagochtend ontbijt ‘even medegedeeld’ dat een vriendin niet zou blijven slapen… Eigenlijk zou ze helemaal niet komen want ze ging met haar ouders naar de stad. En toen de volgende app binnenkwam met nog een afmelding om te blijven slapen rees de irritatiegraad bij zowel mijn dochter als mijn vrouw. “Nou als het zo moet dan blaas het maar helemaal af”. En bij het volgende berichtje van nummer drie die slapen in de tent ‘te koud’ vond was het hek van de dam. Een kakofonie van emotionele uitingen die alle kanten opgingen. Wijselijk hield ik mijn mond en liet het ‘gebeuren’ tot het moment dat mijn vrouw zich tot mij richtte. “Wat vind jij daar nou van? Dit kan toch niet. Ze wisten weken van tevoren dat we vandaag, zoals elk jaar, hier het schooljaar afsluiten. Nou, wat vind jij”. De blikken die me toegeworpen werden waren voldoende om voorzichtig te op te merken ‘dat ze misschien wel goede argumenten hebben die we eerst moeten weten voordat we een oordeel vellen’. Maar zoals verwacht was dit niet het antwoord wat ze wilden horen. Gered door een telefoontje kon ik me buiten de verdere discussie houden…

 

We waren al een tijd op zoek naar een kandidaat met een specifieke ervaring in de techniek. Vele recruitment buro’s hadden we al aangehaakt en de meeste potentiele kandidaten waren al diverse keren benaderd voor deze rol. Op een bijeenkomst sprak ik toevallig een van deze benaderde kandidaten die na een introductie me gelijk wist te vertellen dat ik wel heel wanhopig was door diverse buro’s in te schakelen. Hij was in één week tijd door zeven partijen benaderd. Ik had me niet gerealiseerd dat ik zoveel ‘partijen’ op pad had gestuurd met dezelfde boodschap. Maar daarom had ik ook meerdere partijen aangehaakt om niet enkel in onze regio te zoeken. Deze opdracht had ik zelfs heel specifiek aan een aantal partijen meegegeven maar in plaats gebruik te maken van de landelijke vijver wilde iedereen op dat specifieke stekje vissen. Ik had me alleen niet gerealiseerd dat dit ook een negatief effect kon hebben. 

 

Daarom waren we heel blij met de kandidaat die zich rechtstreeks bij ons had gemeld. Zij was zich aan het orienteren op een baan in Nederland. Zij was met haar man en gezin voor drie jaar in Azie (expat) geweest. En haar man had een andere functie gekregen in Belgie waarna ze zich wilden gaan vestigen in Brabant. Mijn collega’s die haar al hadden gesproken waren dolenthousiast en het was nu zaak om ‘de vaart erin te houden’. In de agenda’s van de algemeen directeur als van mij werd een afspraak verzet om de volgende dag de meeting met haar in te plannen.

Op de dag van de afspraak ging ik haar ophalen bij de receptie. Bij het handen schudden wist ik al genoeg. Dit zou een aangenaam gesprek zijn. Samen liepen we naar het kantoor van de algemeen directeur. Hij zat al achter zijn vergadertafel en bestudeerde haar CV. 

 

Het gesprek verliep goed. Ze wist ons met de juiste argumenten te overtuigen van haar kwaliteiten. En tegen het einde van het gesprek vroegen we haar of zij nog vragen voor ons had. Ze beaamde dat ze die nog had en we nodigde haar uit om die te stellen. Ze gaf aan dat ze haar gevoel wilde volgen in het maken van een keuze en ze ‘voelde’ iets waardoor ze niet volmondig voor onze organisatie kon kiezen. Ze kon het nog niet specifiek duiden dus of ze ‘vrijuit’ in de organisatie mocht rondlopen en praten met diverse functionarissen. Mijn algemeen directeur, zo ‘rood’ als het maar kan en dus niet empathisch kon niets met deze opmerking. Het warme gesprek sloeg om ‘hoezo vrijuit in de operatie lopen…want? Welk doel dient het dan? Met wie ga je praten?’ Snel probeerde ik het over te nemen en te wijzen op de tijd en zijn volgende meeting. “Wij praten nog even verder op mijn kantoor” zei ik en stond op om weg te gaan. Onze sollicitante stond ook op en gaf onze algemeen directeur een hand en gezamenlijk liepen we naar mijn kantoor. Ik liet haar aan mijn vergadertafel zitten en ging wat te drinken halen. Snel liep ik naar de directiesecretaresse om mijn agenda om te gooien. De algemeen directeur hoorde mijn stem en voegde zich op het kantoor van de directiesecretaresse. “Als ze maar niet denkt dat ze zonder begeleiding de vloer op mag. Ik neem aan dat jij de produktieleider instrueert. Wat is dat voor een gekke opmerking, wat voel je in hemelsnaam bij een bedrijf…??!! Dit is werk geen gevoelige werkplaats”. En druk hand gebarend liep hij het kantoor uit. Snel liep ik naar de koffiecorner om het drinken te pakken. De kandidate zat rustig op haar telefoon aan mijn tafel. Zonder op te kijken vroeg ze “Waar is hij bang voor? Ik dacht even na voor ik antwoord gaf. “Ik denk dat bang een te groot woord is. Hij is alleen niet gewend dat iemand een keuze maakt voor een organisatie op basis van gevoel. Dus dat voelt hij als bedreigend want het gaat niet om nulletjes en eentjes maar om zaken die niet tastbaar zijn”. Ze keek me aan “Maar jij begrijpt me wel…toch?” Ik knikte “Ik denk het wel maar eerlijkheidshalve denk ik niet dat het nodig is dat je de operatie gaat bekijken. Je weet het antwoord al”. Ze glimlachte “Ze hadden al gezegd dat ik een klik met je zou hebben, je bent zoals je bent…direct en oprecht”. Ik dankte haar voor het compliment maar de conclusie was getrokken, dit zou niet leiden tot een arbeidsovereenkomst. Ze zag me twijfelen of ik niet toch nog argumenten kon aandragen. Ze begon te lachen. “Ik zou bijna medelijden met je krijgen…” We besloten om het hierbij te laten.

 

In de daarop volgende uren en dagen heb ik (teleurgestelde) collega’s moeten uitleggen hoe het toch mogelijk was dat wij zo’n kans hebben verkl…. En op dat moment realiseerde ik me weer dat argumenteren vaker de situatie verslechterd in plaats verbeterd. Zeker als er emoties bij gepaard gaan….

 


Spreuk van de week (week 25, 2018)


Al is de planning nog zo goed…

Het is de praktijk die ertoe doet!!! 

Ik had het goed gepland. De radio uitzending om kwart voor elf en mijn afspraak om elf uur. Dan kon ik mooi op de parkeerplaats rustig bellen. De planning liep op rolletjes. Ik reed het industriegebied op en mijn state-of-the-art navigatie met laatste updates was ineens de weg kwijt. De ge-asfalteerde weg werd door mijn navigatie gezien als open gebied. Er zou geen weg mogen liggen. Dan maar google-maps inzetten. Gelukkig deze herkende de weg wel en zo kon ik mijn weg vervolgen. Waar ik niet op gerekend had was de portiersloge en de rij wachtenden. En jahoor Ruud van L1 belde al “ben je er klaar voor?” was zijn vraag. “Ik hoor wat ruis dus als je stil kunt gaan staan”. Ik bevestigde dat ik mijn auto zou parkeren. En dat deed ik ook. In de aanrijroute naar mijn klant zette ik mijn auto aan de kant. En Ruud kondigde me aan. Het gesprek begon prima tot ik de portiers druk naar mij zag wijzen terwijl hun collega’s de rij wachtenden afhandelde. Nadat de laatste auto naar binnen was geloodst kwam een auto achter me staan. Twee collega’s van de beveiliging stapte uit en ook twee portiers kwamen naar mijn auto gelopen. Ruud en Kirsten stelde me vragen en met drukke handgebaren probeerde ik de beveiliging en portiers duidelijk te maken dat ik even ongestoord moest bellen. Dat ik als man zijnde echt maar in staat ben om 1 ding tegelijk te doen werd mij wel duidelijk. De beveiliging stond rondom mijn auto en ‘bewonderde’ mijn (telefonisch) gesprek en tegelijkertijd probeerde ik te luisteren naar de vragen en opmerkingen van Ruud en Kirsten. De temperatuur nam zowel toe omdat ik de auto had uitgezet en de zon liet zich van haar beste zijde zien als door de beveiliging die non-verbaal toch wel ongeduldig(er) werden. Na de laatste opmerking van Ruud en we de uitzending afsloten gooide ik de portier open. Ik gaf aan met wie ik een gesprek had en dat ik zojuist in de radio uitzending zat waardoor ik niet in de gelegenheid was om hun te woord te staan. De beveiliging wierp een blik in mijn auto en wezen me naar de bezoekersparkeerplaatsen. Bij binnenkomst stond een andere beveiliger me op te wachten en toen ik me had ingeschreven bij de receptie en werd gebeld naar mijn contactpersoon liep hij langzaam weg. Wachtend realiseerde ik me dat het er eigenlijk ook wel gek uitzag. Een auto komt het terrein opgereden. Stopt aan de zijkant en begint te bellen terwijl in het pand waardevolle spullen opgeslagen liggen. Achteraf had ik mogelijk toch beter aan de openbare weg kunnen stoppen. Maarja dat is achteraf….

 

Ik werkte bij een internationaal bedrijf en ik voelde me als een vis in het water. We maakte voortgang in de HR thema’s en mijn voorstel om de organisatie te versterken was door de directie goedgekeurd. Op donderdag belde de directiesecretaresse me op of ik me wilde melden bij de algemeen directeur. Toch wel verbaasd hing ik op. Snel liep ik naar mijn manager wiens kantoor naast dat van mij lag. Hij zag aan mijn gezichtsuitdrukking dat er iets aan de hand was en dat was ook zijn vraag naar mij toe. “Ik moet me melden bij de algemeen directeur. Is er iets wat ik gedaan heb” vroeg ik geschrokken. Mijn manager glimlachte kort: “soms zijn er ook leuke dingen die je te horen krijgt, ga nou maar snel”. Met deze opmerking liep ik naar het kantoor van de directeur. Zachtjes klopte ik op de deur en deed de deur open. De directeur zat aan zijn grote werktafel en keek even op van zijn paparassen die voor zijn neus lagen. “Ah Michiel, ga zitten” en hij wees naar een stoel tegenover hem. Ik ging er zitten en keek hoe hij vliegensvlug door de documenten voor zijn neus scrolde en af en toe ‘zinnen markeerde’ en andere weer parafeerde. Ik bleef stokstijf zitten en keek naar hem. Nadat hij zijn pen op tafel had gelegd leunde hij achterover. “Zo Michiel. Het wordt eens tijd voor een serieus gesprek. Jij hebt altijd aangegeven te willen groeien. Je hebt je ambitie nooit onder stoelen of banken gestoken en ons, de directie, regelmatig bestookt met HR plannen en projecten. Dat is niet onopgemerkt gebleven maar ik houd niet van collega’s die gefocust zijn op hun carrière. Ik denk dat je daarin nog wel kunt en moet groeien. Dus ik heb goed nieuws. Je bent unaniem voorgedragen voor het internationaal Management Development programma en ook geselecteerd. En ze hebben mij gevraagd om je te coachen. Wat vind je daarvan?” Ik was met stomheid geslagen want dit was een echte eer. En onze directeur als mijn coach vond ik ook super want ik had veel bewondering voor hem. Dus nadat de boodschap goed bij mij was geland straalde ik van oor tot oor.

 

De eerste week was geweldig. We werden van ’s ochtends tot ’s avonds (en af en toe ’s nachts) met allerlei vraagstukken, overwegingen en keuzes geconfronteerd. Teambuilding was erg belangrijk en niet zozeer het individu. Nou ben ik van nature een verbinder dus ik wist al snel verschillende karakters bij elkaar te brengen tot een hecht team. Het was een onvergetelijke ervaring en op vrijdagochtend werden vrijwilligers gevraagd om de 2 esessie te organiseren. Samen met een andere Nederlander wierpen wij ons op om het te organiseren. De andere aanwezigen vonden het prima om de volgende sessie naar Nederland te komen.

 

In de daarop volgende weken werden vluchten bekeken, hotels geboekt, PC’s en toebehoren gehuurd, vergaderruimtes gereserveerd en ook voor de speciale gastsprekers werden agenda’s afgestemd. Op de laatste dag van deze 2 esessie zou onze CEO komen voor een interactieve middag en om de 2 esessie af te sluiten. Zo stond het vermeld in de agenda die met ons gedeeld was. De PDCA cyclus werd gehanteerd inclusief een dubbel check door mijn collega die mijn to-do list naliep en ik de zijne. In de week voorafgaand aan de sessie had ik final check met de Learning & Development director. Mijn collega organisator vond het niet nodig om bij deze check aanwezig te zijn dus ik mocht het in m’n eentje opknappen. Ik liet onze checklist zien en alle punten die we hadden doorlopen. Bewonderend keek ze naar onze planning. “Ziet er goed uit. Alle gasten zijn gecheckt”. Ik knikte van ja. “Ook onze CEO heb je uitgenodigd voor de laatste dag”. Mijn reactie sprak boekdelen. “Wil je nou zeggen dat je onze CEO niet op de hoogte hebt gebracht van deze sessie. Volgens mij is hij vandaag op kantoor. Ga maar snel naar zijn secretaresse en vraag of hij even tijd voor je heeft. Tjonge tjonge”. En met een handgebaar stuurde ze me weg. In de gang belde ik met mijn collega en ook hij was verbaasd dat we dat hadden moeten checken. “Hij stond toch al ingepland op de laatste dag en de data waren ook al vast gelegd”. Maarja leuk gezegd ik stond daar en was degene die nu schoorvoetend naar zijn secretaresse liep. Bij haar kantoor aangekomen vertelde ik de reden van mijn bezoek. En wanneer is die sessie vroeg ze me. Volgende week donderdag. Haar blik naar het scherm was veelzeggend. “Tja dit zul je toch met hem zelf moeten overleggen. Hij heeft een meeting staan voor een investering en of hij deze gaat verschuiven, dat weet ik niet. Hij gaat over een halfuur lunchen dan heb je vijf minuten”. In mijn hoofd draaide ik allerlei scenario’s. Zouden we nog kunnen schuiven met andere gastsprekers. Maar in de agenda welke reeds was uitgestuurd hadden we het overleg met de CEO al benoemd. Het huilen stond me nader dan het lachen. En ijsberend liep ik voor het kantoor van de secretaresse. Nadat zijn bezoek naar buiten liep ging zij snel naar binnen om hem te ‘briefen’. En een paar tellen later nodigde ze me uit. Hij verwelkomde me vriendelijk en verzocht me te gaan zitten. “Zo jongeman. Jij hebt een probleem en nu wil je dat ik jouw probleem ga oplossen, toch?” Ik kon alleen maar iets zachts stamelen en knikte. “Leg me nou eens uit hoe dit kan. Je hebt het programma gehad. Daar stond groot concept boven en waarom heb je alles nagelopen behalve even een telefoontje naar mijn secretaresse. Dit was het makkelijkste en meest voor de hand liggend.” Ik wist niet waar ik het had en had ook geen antwoord. Ik heb wel gehoord dat jullie de rest prima op orde hebben maar het gaat om de 100% en niet om 95, 98 of 99%. Begrijp je dat?” Ik knikte. “Nou dan ga ik mijn secretaresse vragen om de planning aan te passen dat ik er bij ben’. Opgelucht met dit antwoord viel er een last van mijn schouder. “Ok dan ga ik nu en zie ik je volgende week Michiel”. Hij stak zijn hand uit die ik schudde en dankte hem hartelijk voor de oplossing die hij had aangeraakt. Toen ik in de deuropening stond zei hij “Michiel, laat dit een belangrijke les voor je zijn. Weet je jij verwacht ook dat ik je salaris 100% betaal en niet 95%, toch? Als aankomend manager moet je pas tevreden zijn bij 100% en niet minder! En realiseer je altijd dat plannen maken geduldig is maar het gaat erom hoe je de plannen vertaald naar de praktijk. Laat volgende week maar zien dat je klaar bent om manager te worden. Als er dingen niet lopen zoals gepland los jij die op, zonder dat de rest er maar iets van merkt. En dat is het verschil tussen managen en een goede manager zijn.” En met die woorden moest ik het doen maar voor mij een hele belangrijke les… 



Spreuk van de week (week 24, 2018)


Als je mensen gelijk wilt behandelen moet je dat op verschillende manieren doen… (deens spreekwoord)


Onze dochters zitten op dezelfde school, hebben voor sommige vakken zelfs dezelfde docenten en dat leidt regelmatig tot felle discussies. Waar de ene wegloopt met een bepaalde docent reageert de ander dat dit de slechtste docent ooit is. Wij proberen neutraal de discussies in huis te volgen en de behaalde cijfers ‘voor zich te laten spreken’. Omdat de laatste proefwerkweek eraan komt is de een ijverig gestart met haar planning en de ander laat het rustig op haar afkomen. Toen wij bij het avondeten het, in onze ogen, goede en ijverige gedrag van haar zus onder de aandacht wilde brengen werden wij netjes door haar ‘geparkeerd’. Haar werkwijze en haar aanpak werkte voor haar en wij wisten toch ook wel na al die jaren dat ze op het op haar manier zou doen… En dat we ons soms zorgen maken en haar willen behoeden voor de fouten die ooit zelf hebben gemaakt?? Blijkbaar zitten wij nu in een andere fase van leren…leren loslaten. En iedereen doet het op z’n eigen wijze.

 

Een nieuwe klant. Erg leuk. Hij had een keer naar L1 radio geluisterd en de column op de radio gehoord. Toeval want hij ‘zapte’ tussen de zenders op zoek naar lekkere muziek en op dat moment hoorde hij een van zijn favoriete nummers op L1radio. Hij bleef hangen en hoorde aansluitend het interview met mij. Hij was naar kantoor gereden en daar bleef het, voor dat moment, bij. 

Zijn bedrijf groeide en zijn HR officer had al diverse buro’s ingeschakeld in de zoektocht naar een goede warehousemanager. Diverse (lokale) pogingen waren ondernomen behalve het inschakelen van een externe recruitment partij. Want dat hadden ze nog nooit gedaan. Hun vaste uitzendpartner had ook hun recruitment support aangeboden, zonder het gewenste resultaat. De druk op het bestaande team nam toe waarbij hun leidinggevende eigenlijk wilde afbouwen naar zijn aankomend pensioen. Echter door de groei maakte hij meer uren in plaats van minder. En daar kreeg hij weer klachten van. Zijn beoogde opvolger die al langere tijd werkzaam was als zijn assistent had zijn baan opgezegd en was al gestopt. De algemeen directeur zag het met lede ogen aan en ‘sprong’ steeds vaker bij. Echter dit had weer een negatief effect op de operatie. Want tja de medewerkers werden gestuurd door hun leidinggevende en dan ineens kregen ze andere instructies van de algemeen directeur. En die laatste reageerde alleen maar op de dingen die hij op dat moment zag en niet naar de algehele operationele dagplanning. 

De directeur zat ’s avonds op kantoor zijn mail bij te werken toen hij, doordat hij het raam had opengezet, een discussie opving van een aantal medewerkers die buiten op de parkeerplaats aan het klagen waren. Als er geen verbetering zou komen dan zouden ze ook op zoek gaan naar iets anders. Hun voormalige assistent collega had al diverse oud-collega’s benaderd. “Weet je” hoorde hij “die wisten tenminste waar we het beste ingezet konden worden. Lieten ons ook gewoon ons werk doen”. Een ander vervolgde “En dan komt hij binnen en gooit alles om. Hij zei me dat ik de controlelijsten moest nalopen terwijl ik dat nooit doe. En Bert had hij naar de laaddok gestuurd. Maar die kan helemaal niet laden”. Toen hoorde hij de stem van zijn warehousemanager. “Mannen hij bedoelt het goed maar hij werkt niet elke dag met jullie op de vloer. Dus hij doet zijn uiterste best om het goede banen te leiden. Het vertrek van Michel helpt niet en ik kan niet op alle plaatsen tegelijkertijd zijn. Maar vergeet niet dat hij ons ook allemaal aan het werk heeft gehouden in de crisisjaren. Ik ga morgen met hem praten. Wat hij nodig heeft is iemand met echte logistieke ervaring die ons kan helpen. Ik weet ook niet waar we zo iemand kunnen vinden maar nu moeten we hem steunen en helpen”. Het gesprek kabbelde nog wat voort en daarna vertrokken ze. Dit opgevangen gesprek had een impact op hem en op dat moment herinnerde hij zich mijn column op de radio. Via de website van L1 kwam hij op mijn website en mijn profiel. En vijf minuten later had ik hem aan de telefoon en hij me vertelde over het gesprek dat hij zojuist had meegekregen. De afspraak werd voor de volgende dag gemaakt.

 

Nadat ik mijn auto had geparkeerd en het kantoor inliep om me te melden kwam de directeur naar me toe. “Ik haal even mijn warehousemanager erbij. Ik wil het gesprek met z’n drieën voeren”. En voordat ik iets kon zeggen liep hij naar buiten. Ik bleef in de centrale hal staan en keek naar de kantoortuin waar het een drukte van jewelste was. Her en der waren schotten geplaatst om geluidsoverlast te reduceren. Maar dat er sprake was van ruimtegebrek was wel duidelijk. Daar kwam de directeur alweer aangelopen met zijn collega. In het keukentje een kopje koffie gepakt en zo liepen we naar zijn kantoor. De directeur nam het woord en vertelde over de radio uitzending die hij had gehoord. En hij vertelde over het gesprek wat hij de vorige avond had opgevangen. Tijd voor aktie en daarom zaten we nu samen. Toen ik de gelegenheid kreeg om iets te vertellen over YouGrow temperde ik gelijk de verwachting. Ik had geen hoge hoed waar ik zomaar kandidaten uit kon halen. Het werd een leuk en inspirerend gesprek waarbij duidelijk werd dat de warehousemanager er een andere stijl op nahield dan de directeur. Het pamperen, zoals de directeur het noemde, van medewerkers vond hij belachelijk. Op mijn vraag wiens aanpak nu het meest efficient was kwam geen eenduidig antwoord. “Medewerkers willen niet gezien en behandeld worden als een eenheidsworst” zei ik. “Dit zijn allemaal medewerkers die hard willen werken. Geef ze gelegenheid om slimmigheden van elkaar te leren. Ondanks dat ze op papier hetzelfde moeten kunnen en hetzelfde salaris betaald krijgen werken ze allemaal verschillend. En de kunst is om van deze individuen een team te maken. En dat doe je vooral door ze in hun kracht te zetten en te wijzen op hun rol in het team”. 

 

We spraken verder over de invulling van de functie en ik stelde voor om na te denken over de instroom van HBO starter(s). De directeur wilde graag wat profielen zien zodat hij een beter beeld kon vormen. En hij sloot af met: “Gebeurt me wel vaker dat ik vastloop omdat ik een tunnelvisie zit en dan komt iemand van buiten en legt in een paar tellen de vinger op de zere plek. Dat is knap en ik ben blij dat ik je heb gebeld”. Toen we naar de hal liepen en het geluid vanuit de kantoortuin ons tegemoet kwam schudde ik hun handen ter afscheid en zei “Denk eens na over de inzet van een portocabin hier buiten op het terrein. Volgens mij is dat de investering dubbel en dwars waard en zullen je klanten veel beter geholpen worden…”. De directeur begon te lachen, “komt binnen voor werving & selectie en geeft dan advies over facilitaire zaken, gekker moet het niet worden. Maar misschien moet ik de medewerkers niet over één kam scheren”. En met de toezegging dat hij het serieus zou gaan bespreken namen we afscheid.  



Spreuk van de week (week 23, 2018)

Laten we in plaats van ‘communiceren’ weer eens met elkaar gaan praten…

Kent u het gevoel dat u overtuigd bent dat u iets heeft gezegd maar dat de ontvanger u met grote ogen staat aan te kijken niet wetende waar u het over heeft. Dat is mij recentelijk ook weer overkomen. Niet eens in een zakelijke omgeving maar thuis. Ik had, voor mijn gevoel, al weken verteld over een afspraak waarvoor ik de hele dag van huis zou zijn inclusief vooravond. Bij het afstemmen van de agenda’s bleek deze afstemming toch niet helemaal gesynchroniseerd te zijn en bleek ik een (belangrijk) schoolevent te moeten missen. Dit tot ongenoegen van mijn thuisfront. In de daarop volgende discussie liep het vast op de vraag waar het was misgegaan. Is het de zender of de ontvanger? Een ding wisten we allebei zeker. De ‘fout’ lag bij de ander…

 

Als team hadden we ondervonden dat onze communicatiestijlen totaal verschillend waren. Waarbij de een vond dat een half woord genoeg moest zijn wilde de ander overtuigen door zijn standpunten maar te blijven herhalen. Dit weer tot ergernis van de andere teamleden die ‘wel andere dingen te doen hadden’ en dit non-verbaal wel lieten merken. Kortom het werd tijd voor externe support die ons zou gaan helpen. Een van mijn collega’s had van een goed buro gehoord die ons hierbij konden helpen. Hij zou me de website doorsturen.

Aan het einde van de werkdag kwam mijn collega nog even mijn kantoor opgelopen, ondanks dat ik in gesprek zat, met de vraag of ik al had gebeld. Ik gaf aan dat ik die voor de volgende dag ging plannen omdat ik wel andere dingen te doen had. 

Nadat ik mijn gesprek had afgerond liep ik naar mijn auto en zag dat ik een oproep en voicemail had van mijn collega. In de uitvoerige voicemail wist hij me te vertellen dat ik de oproep voor communicatie goed moest oppakken en dat hij niet begreep dat ik nog niet geacteerd had. Natuurlijk eindigde hij de voicemail dat hij anders zelf wel even contact zou opnemen met het desbetreffende buro. Het was ondertussen bijna 7 uur ’s avonds dus zittend in de auto belde ik mijn collega. Ook voicemail en ik gaf aan dat ik deze partij graag wilde spreken op een moment dat ik daar ook tijd voor had. Dit moest ik niet half tussendoor doen want ik wist dat ik vragen zou krijgen en ik wilde het concreet maken.

Een paar minuten later kreeg ik een sms’je dat hij de voicemail had ontvangen en hij begreep mijn boodschap.

 

De dag erop nam ik rond het middaguur contact op met de desbetreffende organisatie. Een enthousiaste stem nam op en die wist me te vertellen dat hij mijn telefoontje verwachtte. We plande een kennismakingsgesprek in voor de week erop. De volgende dag kreeg ik een mail of ik mijn gedachtes op papier kon zetten over mijn verwachting van deze kennismaking. Ik reageerde kort en bondig. Algemene kennismaking en hun aanpak begrijpen. De dag daarop kreeg ik een mail met een bijlage over diverse communicatiestijlen en of ik de deelnemers kon classificeren in de diverse stijlen. Mijn ergernis nam toe en ik antwoordde met de opmerking dat dit niet mijn werkwijze was of zou worden. Ik wist niet eens of ik wel met hem in zee wilde gaan. Volledig begrip en hij had al wat inzichten gekregen van mijn collega. Ik begon aardig te twijfelen over de aanpak van dit buro.

Op de dag van onze kennismaking stond een gedistingeerde man bij de receptie te wachten. Hij leek zo weggelopen uit een Fred Astaire film. Met een zeer open uitstraling en flamboyante gebaren begroette hij mij. Ik vroeg hem mij te volgen naar de vergaderzaal maar durfde niet achterom te kijken want ik had echt het gevoel dat hij half dansend achter me liep. Ik had een HR collega gevraagd om bij het gesprek aanwezig te zijn en ook haar ogen rolde bij de binnenkomst van onze gast. 

Dit was wel een hele gekke communicatietrainer maar besloot hem het voordeel van de twijfel te geven. Hij stond in de vergaderzaal te springen en te huppelen. Al zingend benadrukte hij bepaalde onderdelen. Inhoudelijk klopte het allemaal maar zijn wijze van presenteren was op z’n zachtst gezegd ‘absurdistisch en ongeloofwaardig’. Ik zag hem echt niet ons team trainen. Dus na een klein halfuur stopte ik het gesprek en gaf hem aan dat ik echt geen aansluiting zag tussen zijn aanpak en ons bedrijf. Hij keek me strak aan. Greep naar zijn binnenzak en keek op zijn telefoon. “Goed Michiel, wij zijn nu 34 minuten verder en het heeft dus 34 minuten geduurd voordat jij deze act durfde te stoppen. Maar weet je wat ik denk. Dat je na het handen schudden bij de receptie al grootse twijfels had. Uit beleefdheid heb je mijn ‘act’ aangekeken. Sterker nog je hebt me allerlei inhoudelijke vragen gesteld terwijl je na plusminus vijf minuten wist dat dit het niet zou worden. Dit wil zeggen dat ongeveer 30 minuten nutteloos bezig bent geweest. Nou echt iets om trots op te zijn hoor. Een HR manager die zijn mening niet durft uit te spreken. En weet je dat ik ga ik jou en jullie team leren. Elkaar aanspreken. Ik ga jullie niet een communicatietraining geven. Ik ga jullie leren dat er weer gepraat wordt. Gewoon zeggen waar het op staat zonder beledigend te zijn. Zoals je zojuist hebt gedaan. We zijn bang geworden om met elkaar te praten want een meningsverschil met een collega…dat kan toch niet. We gaan elkaar dan ineens negeren, afleidingsmanoeuvres worden opgeworpen en plots worden zaken vast gelegd via de mail. En dat terwijl het de normaalste zaak van de wereld is dat het niet altijd met elkaar eens bent in een team. Wel moet er op een ‘nomale’ wijze over de verschillen gesproken kunnen worden zodat er afstemming blijft. En dat is wat ik voor jullie kan betekenen. En gezien de blik op je gezicht denk ik dat ik de opdracht heb gekregen en zal ik met jullie directiesecretaresse een datum inplannen om deze training in te plannen. De rest pak ik gewoon op. Het enige wat ik nu van je vraag is om niets te zeggen over mijn aanpak naar je collega’s.

 

De training begon hilarisch. Wij moesten allen om 8 uur stipt aanwezig zijn want het was een overvol programma. Na 10 minuten kwam onze trainer binnen. In de tussentijd was er volop geklaagd. Hij kwam als een halve hippie binnen, ongeschoren en alsof het normaalste zaak van de wereld was pakte hij zijn spullen uit. En zonder iets aan te geven of zich te excuseren voor zijn late binnenkomst begon hij uit te weiden over de aanleiding van deze dag. Ik had verwacht dat het team zou ontploffen en hem binnen luttele seconde de deur zou wijzen maar verbazingwekkend waren de vernietigende blikken vooral op mij gericht en niet zozeer op de trainer. In de ‘persoonlijke introductieronde’ liet hij zijn telefoon afgaan (zo bleek achteraf) toen onze algemeen directeur zich aan het voorstellen was. Zonder blikken of blozen nam hij op en begon te praten. Hij nodigde de beller voor die middag uit voor een kopje koffie, hij zou ons wel aan een praktijkopdracht zetten. Ik speelde het spel mee en stak ook mijn handen in de lucht maar het duurde echt nog een paar minuten voordat iemand van het team opstond en aangaf wel andere dingen te kunnen doen. Een gelijksoortige onthulling volgde als mijn kennismaking met hem. En de rest van de dag was oprecht geweldig. Ik heb nog nooit zo’n training meegemaakt waarin we als team leerde om met elkaar te praten, niet over elkaar maar met elkaar. Met de belangrijkste boodschap. In normale situaties blijf vooral met elkaar communiceren. En als het stroef verloopt ga dan in hemelsnaam met elkaar praten! 



Spreuk van de week (week 22, 2018)

Weinigzaken zijn voor een succesvolle toekomst van een onderneming zo gevaarlijk als een  succesvol verleden… (Peter F. Drucker)

Ik denk dat we de slogan inzake financiële beleggingen ondertussen wel kunnen dromen, ‘resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst’. En toch grijpen we steeds vaker terug naar reviews. Kijk op webshops en altijd staan er reviews bij. Boek een vakantie en de reviews zijn te lezen. En zonder de persoon te kennen die de review heeft opgesteld nemen we deze wel mee in onze overweging. Eigenlijk heel gek hoe we ons laten beïnvloeden, toch?

 

We hadden afgesproken in het restaurant. Een paar dagen daarvoor had hij me gebeld. Hij was via via getipt over mijn werkwijze en hij was op zoek naar een nieuwe uitdaging. Bij de telefonische kennismaking had ik al verteld over mijn werkwijze. Dit sprak hem wel aan en we besloten om een afspraak voor nadere kennismaking in te plannen.

 

Beide kwamen we gelijktijdig de parkeerplaats opgereden en vanwege het mooie weer besloten we om onder een beschermende parasol het gesprek voort te zetten. Hij vertelde honderduit over zijn ervaring en behaalde resultaten. Daarna gingen we dieper in waar zijn nieuwe loopbaanstap aan moest voldoen. Wat zocht hij en wat waren zijn ideeën over een passende werkgever. ‘Eigenlijk wil ik echt ondernemen maar ik weet niet of ik ondernemer ben’. We spraken daarna nog om door te gaan als zelfstandig ondernemer maar al snel sloten we deze optie al uit. 

 

In de daarop volgende periode kwamen allerlei functies voorbij maar geen enkele paste, vond ik, bij hem. Ook gesprekken die hij voerde vanuit zijn eigen netwerk hadden nog niet tot enig resultaat geleid. 

 

Op een netwerkevent sprak ik een financieel interimmer. Hij vertelde me dat hij een bedrijf wilde gaan oprichten want hij had het zo druk dat hij wel 1 tot 2 collega interimmers aan het werk kon houden. We spraken over de diversiteit van zijn opdrachten en wat hem dreef in het interim werk. De diversiteit van zijn werk sprak hem aan. Soms kom je om puinhopen weg te werken, dan weer pappen en nathouden maar de leukste opdracht is bij een familiebedrijf. ‘De eigenaar is 72 jaar maar dat geef je hem echt niet. Hij heeft geen opvolger in het bedrijf of in zijn netwerk. Hij heeft al met zoveel potentiele kandidaten gesproken maar niemand voldoet in zijn ogen.’ Mijn grijze massa maakte gelijk de link naar mijn kandidaat. “Zou je mij eens kunnen introduceren, mogelijk kan ik iets beteken?” zei ik. We spraken nog wat verder, over mijn werkwijze en de kandidaat die ik gedachte had. Hij wilde erover nadenken en zou contact met me opnemen.

Radiostilte volgde. Op berichtjes of voicemail kwam maar geen reactie. Op zaterdagmorgen werd ik gebeld door een onbekend nummer. Ik nam op en zonder enige introductie kreeg ik vragen op me afgevuurd over mijn tarief, werkwijze, garanties en na het eerste vragenvuur had afgehandeld vroeg ik om een nadere kennismaking. ‘Doordeweeks heb ik het veel te druk dus ik kan nu op kantoor of zondagmiddag maar dan kom je maar naar mijn huis’. Ik gaf aan zijn bedrijf en kantoor graag te willen zien dus of het volgende week zaterdag kon. Dat was prima en de afspraak werd gemaakt.

 

De week erop reed ik de parkeerplaats op waar het een drukte van jewelste was. Bij een groep mannen zag ik een ‘iemand’ druk wijzen en iedereen een bepaalde richting in dirigeren. Gelukkig had ik mijn gevoel gevolgd en geen pak aangetrokken want dat paste niet in deze omgeving. Ik liep op het groepje af en op een paar meter afstand riep hij naar me ‘ben je nieuw dan meld je bij de balie binnen en zij vertellen je wat je moet doen’. “Nou” zei ik “Volgens mij hebben wij een afspraak, ik zal me even voorstellen…Michiel Maassen van YouGrow”. Ik zag hem denken en toen zei hij “Geef me vijf minuten en dan kom ik eraan. Als je het kantoor naar binnen gaat dan pak je bij de receptie alvast een kop koffie en het kantoor tegenover de koffie machine is mijn kantoor. Ga daar maar zitten”. Zo gezegd zo gedaan en met een kop koffie liep ik naar zijn kantoor en ging zitten aan een grote vergadertafel. Zijn telefoon lag op zijn buro (trilstand) en het leek wel of hij continu gebeld werd. Ik nam een eerste slok van de koffie en ik zag hem naar de ingang lopen. Toen hij zijn kantoor inliep gaf hij me een hand maar ging niet aan de tafel zitten maar aan zijn buro. “Goed vertel eens over YouGrow”. Ik pakte mijn kop koffie stond op en liep naar zijn kantoor. “Laat ik beginnen dat YouGrow draait om verbinding te leggen en daarvoor is het belangrijk om elkaar te begrijpen. Dat lukt me niet op zo’n afstand” ik wees op de afstand tussen de vergadertafel en zijn buro. “Dus dan doe ik het maar zo…” en ik pakte een stoel die voor zijn buro stond en ging erop zitten”. De glimlach op zijn gezicht keurde deze actie goed. We kwamen gelijk tot de kern van zijn vraagstuk en een klein halfuur later stond ik alweer buiten. Ik mocht de kandidaat introduceren….’volgende week zaterdag om 11.00 uur.’

 

Ik had mijn kandidaat gesproken en verteld over mijn ervaring. Hard lachend vertelde hij dat hem dit enorm aanspraak. Geen opsmuk en gewoon ‘regelen’. Hij keek uit naar de kennismaking met de algemeen directeur. En hij zou me na afloop van het gesprek bellen. 

 

Op de dag van zijn gesprek keek ik vanaf 12.00 uur al een paar keer op mijn telefoon. Om 13.00 uur nog steeds niets. Om 14.00 uur besloot ik maar een appje te sturen. Om half drie zag ik dat hij het had gelezen. Om half vier belde hij. “Je raad het nooit….ik rij nu pas weg”. Mijn stilte was veelzeggend “Ik heb de baan. Hij zat op me te wachten toen ik het terrein opreed. Hij vroeg me gelijk wat ik van zijn bedrijf vond. Ik zei dat ik mijn werkschoenen aanhad en dat ik het eerst wilde zien voordat ik daar een antwoord op zou geven. 1-0 voor mij. Hij vroeg me waarom ik geschikt zou zijn. Ik heb aangegeven dat ik wel ervaring heb in het aansturen van een organisatie maar dat dit geen garantie is. ‘Elke organisatie is anders. Waar ik wel het verschil kan maken is de persoon zoals ik ben. Ik ben enorm gedreven, wil succesvol zijn maar heb nooit dezelfde inzichten als jij. Ik wil graag leren maar ook ervaren en doen en volgens mij noemen ze dat ondernemen’. En daarin hebben we elkaar gevonden. Hij heeft me zelfs al aan iedereen voorgesteld en we hebben over een issue met een klant gesproken en hoe ik dat zou aanpakken. Mijn oplossing sprak hem aan. Op het einde van het gesprek heb ik maar aangegeven dat we het ook nog over arbeidsvoorwaarden moeten hebben voordat we allerlei verwachtingen bij elkaar creëren die we niet kunnen waarmaken. Ik heb mijn wensenpakket aangegeven en deze heeft hij opgeschreven en gemaild naar zijn finance man, dat is degenen die jij kent, en die mailt me maandag de arbeidsovereenkomst. Ondanks dat dit nooit mijn normale handelswijze is heb ik wel ‘ja’ gezegd om bij hem te komen. We gaan elkaar zeker in de haren zitten maar daar hebben we de komende twee en half jaar voor of ik in zijn ogen geschikt ben om ‘zijn bedrijf’ voort te zetten. Want als hij 75 wordt dan wil hij het bedrijf overdragen aan zijn opvolger”. Ik heb hem, enigszins verbaasd, gefeliciteerd met zijn nieuwe (loop)baan waar hij 1 juni gaat starten. “Maar Michiel als je eerlijk moet zijn heb je volgens mij zo’n procedure ook nog nooit meegemaakt”. En lachend gaf ik inderdaad aan dat deze procedure een volledig nieuwe ervaring voor me was. En zo blijkt maar weer dat ieder bedrijf, iedere introductie, iedere kandidaat, iedere procedure uniek is en dat dit ‘succes’ echt geen garantie is voor een succesvol YouGrow…maar dat geldt voor ons allemaal…toch?! Geluk hoort ook een beetje bij ondernemen. 



Spreuk van de week (week 20, 2018)


Lachen is de kortste afstand tussen mensen (John F. Kennedy)


Lachen. Hoe belangrijk is het niet? En lachen werkt aanstekelijk. Pas geleden zat ik met mijn gezin op het terras op de markt. Het weer zat mee (wat hebben we een paar heerlijke dagen gehad). Een paar tafeltjes verder zat twee mannen ook te genieten van de zon. De een was een animerend verhaal aan het vertellen en met brede gebaren versterkte hij zijn verhaal. Een mooi gezicht en toen hij bij de clue was bulderde ze samen van het lachen. Ze hielden hun buiken vast en tranen liepen over hun wangen. De mensen zittend aan de tafeltjes om hun heen lachten ook wat schaapachtig mee. Tot een ouderlijk stel ook harder begon te lachen en als een soort domino effect rolde de lach over het hele terras. En omdat we samen hadden gelachen gebeurde nog wat bijzonders. Op het moment dat iemand opstond om weg te gaan namen die met een hartelijke ‘tot ziens’ afscheid van de aanwezigen op het terras. Voor mij de bevestiging dat met lachen verbindingen worden gelegd!

 

Een volledige impasse. Zo werd het geschetst. De vakbonden waren het hartgrondig oneens met de voorgestelde arbeidsvoorwaardelijke wijzigingen. Er was geen sprake meer van vertrouwen maar enkel wantrouwen. Op het moment dat een voorstel werd ingediend en toegelicht werden eerst allerlei complot scenario’s uitgedacht en ‘schaak’ strategieën bedacht om de tegenstander voor te zijn. 

 

Op het moment dat ik betrokken werd bij de onderhandeling was mijn rol gericht om te fungeren als denktank en creatieve oplossingen aan te reiken. Een prachtig politiek spel speelde zich af voor mijn ogen. De ‘tegenstander’ benoemde zijn punten en de ‘ontvanger’ schreef deze punten op. Meestal gevolgd door een korte discussie om de aangereikte punten te verduidelijken. Het viel me op dat er nauwelijks werd gelachen. Wel onderling. Humor past blijkbaar niet in het rijtje bij onderhandeling. 

 

Na deze uitwisseling van standpunten werd een pauze ingelast om de aangereikte punten te beoordelen op haalbaarheid. Wij, als denktank, mochten dan ons werk doen. Maar dit werd gedaan van, in mijn ogen, verkeerde grondhouding. De partijen zaten niet bij elkaar om een resultaat te behalen maar om grondgebied te veroveren op elkaar. Dit was het spel dat ik als klein kind speelde, we noemde het ‘landjepik’. Ik als ‘onwetende’ in deze onderhandeling verbaasde me keer op keer. Op het moment dat het dreigde om echt de diepgang in te gaan werd een pauze ingelast. Allerlei punten werden keer op keer herhaald. Alsof herhaling zou leiden tot andere inzichten. Dus er werd geluisterd zonder te horen wat de ander daadwerkelijk zei.

 

Onze hoofdonderhandelaar kwam na de zoveelste ronde naast me zitten. “En ben je onder de indruk”? vroeg hij. “Nou” antwoorde ik “Ik weet niet of onder de indruk nu de juiste woordkeuze is. Volgens mij weet je allang wat je beoogde doel is. Sterker nog als ik nu aan jullie vraag om uit te tekenen wat het resultaat zal zijn dan kunnen jullie dat tot op het laatste detail op papier schrijven. En ik verwacht zelfs dat het bijna identiek zal zijn. Ik snap deze show eromheen niet. Waarom gaan jullie niet met z’n tweeën dat doen en geven ons dan het resultaat om door te rekenen?” Hij keek me aan. “Michiel….Michiel. Ik merk al dat je erg resultaatgericht bent maar je moet nog veel leren hoe je dat moet bereiken. Kijk, verwonder en bewonder”. En met een klop op mijn schouder stond hij op. Ik snapte er echt niks van. 

In de sessies die erop volgde had ik steeds meer moeite om mijn hoofd erbij te houden. Ik vond het zo’n onzin. Wederom dezelfde discussies in een bedompte (formele) sfeer. Dit was in ieder geval niet de omgeving waarin ik floreerde. De hoofdonderhandelaar van de vakbond had dit in de gaten. Op het moment dat het overleg weer werd geschorst en ik naar de koffiecorner liep kwam hij achter me aan. “Je bent nieuw in dit soort onderhandeling nietwaar?” Omdat er nauwelijks ‘onderling’ met elkaar gesproken werd voelde ik me ongemakkelijk. “Euhm ja, dit is mijn eerste officiële onderhandeling met vakorganisaties”. Hij knikte begrijpend. “Tja en dan krijg je zo’n slaapverwekkende opvoering te zien. Ik weet nog goed toen ik voor de eerste keer mocht aansluiten. We hadden een staking aangekondigd vanuit de bond en ik mocht toekijken en toehoren. Daar gebeurde wat. De werkgeversafvaardiging was furieus en wilde de staking voorkomen. Onze onderhandelaar leunde achterover en wees keer op keer op ons ‘wensenlijstje’. Maar weet je wat het was… In de vergaderzaal was het hard tegen hard. Maar zodra we naar buiten liepen werden we één delegatie. We gingen samen wat drinken of eten. In gemoedelijke sfeer. Work hard, play hard. Ik ben wel eens met iemand tot ’s ochtends vroeg doorgezakt en dan een paar uur later zaten we weer tegenover elkaar. Maar we wisten allebei dat we slaaptekort hadden en daar maakte we dan weer grapjes over in de onderhandeling. Tja toen was onderhandelen nog leuk” mijmerde hij. Hij pakte zijn kopje koffie. “Zorg ervoor dat je geen grijze muis wordt…dat past niet bij je. En daar lopen er al genoeg van rond.” en hij liep weg.

 

Jaren later zat ik in de onderhandeling met de vakbond inzake een reorganisatie. Mijn reguliere bestuurder was ziek geworden en ik kreeg te horen dat een ervaren onderhandelaar deze taak tijdelijk zou overnemen. Vanuit diverse hoeken werd ik gewaarschuwd. Dit was er eentje van de oude stempel en dit zou zeker geen snel traject worden. Toen ik zijn naam vernam moest ik even diep nadenken en toen wist ik het weer. Hij had me destijds aangesproken. 

 

Ik besloot het anders te doen. Nadat ik iedereen verwelkomd had (en ja hij had mij ook herkend) vertelde ik dat ik een document (via powerpoint) had opgesteld. Hierin had ik in chronologische volgorde aangegeven wat de aanleiding was van deze reorganisatie. Netjes werd alles genoteerd. Daarna liet ik de beoogde tijdsplanning zien. “En dit alles moet leiden tot een goed sociaal plan waarin alle belangen correct zijn afgewogen. Ik neem aan dat iedereen weet hoe een sociaal plan eruitziet maar ik zou graag het volgende willen terugzien” Op dat moment klikte ik op mijn en een grote afbeelding van een grijze muis verscheen op het scherm. “Een wijs man heeft mij ooit verteld dat we in deze ruimte echt goed onze belangen moeten behartigen. Dat betekent dat we elkaar moeten gaan begrijpen. Wie we zijn en waar we voor staan. Wij zijn geen grijze muis en dat zijn jullie ook niet. Wij willen allemaal een goed plan opstellen waar we ook echt achter staan. Geen flauw sociaal plan dat netjes binnen de lijntjes kleurt maar een vernieuwend plan. Mag ik partijen uitnodigen om gewoon eens met elkaar te sparren. Daarvoor gaan we nu eerst naar de koffieruimte om nog even in informele setting met elkaar kennis te maken”. Ik nodigde iedereen uit om met me mee te gaan. “Ho wacht even meneer Maassen. U kunt dit wel willen maar wij zijn nog niet in de gelegenheid geweest om te reageren. Dat u dit wilt is leuk voor u maar u doet dit zonder overleg. En dat kan echt niet…” Na deze woorden viel een ijzingwekkende stilte. Hij keek me koel aan. “Maar…euhm…ik bedoel…” Toen bulderde zijn lach door de zaal. “Oh jouw blik in je ogen, heeeeerlijk! Kom op man…tijd voor een bakkie. Ben jij even een partij geschrokken…hahaha”. Ik lachte met hem mee…als een boer met kiespijn. 

Het proces was pittig maar uiteindelijk hebben we een plan opgesteld waar we met z’n allen achter stonden. Gedurende de onderhandeling ging het er af en toe echt hard aan toe maar daarbuiten hadden we ook tijd voor een lolletje met elkaar. En na de ondertekening van het document gaven we aan dat we ook wel jammer vonden dat we klaar waren. Sindsdien heb ik altijd contact met hem gehouden. Gewoon om eens te sparren en ervaringen uit te wisselen. 

 

Ik was zeer verrast toen hij aangaf (vervroegd) te stoppen met zijn werk. Hij wilde meer tijd spenderen aan zijn vrouw die met een kwakkelende gezondheid kampte. Op zijn afscheidsreceptie dankte ik hem voor de samenwerking. Ik had een persoonlijke brief opgesteld met allerlei verwijzingen naar het zijn van een grijze muis.

Enige tijd hierna kreeg ik een mail van hem. ‘Het heeft even geduurd om een passende vergelijking te sturen maar dit is wel sprekend hoe ik je heb leren kennen. En ik ben blij dat je hebt geluisterd naar de woorden van een zeer, zeer wijs man’. En de link die hij meestuurde was: https://www.youtube.com/watch?v=WNtGXQVjicg

Ik heb alleen maar heel hard gelachen… 



Spreuk van de week (week 19, 2018)


Heb vertrouwen in jezelf en geef vertrouwen aan anderen…

 

Wie grijpt er niet terug naar ervaringen uit het (verre) verleden. Nog niet zo lang geleden stond ik langs de zijlijn naar een hockey wedstrijd te kijken. Het was een jeugdteam en het spel liep niet heel soepel. Een van de ouders stond als 2 ecoach aan de zijlijn en maakte allerlei opmerkingen naar hun coach. ‘kom op, ga wisselen’ en de ergernis bij andere omstanders nam toe. Toen het rust signaal klonk liep de aanvoerder van het team naar deze zogenaamde 2e coach. Hij plaatste een opmerking die hard genoeg was voor anderen die in de nabijheid stonden maar zacht genoeg dat niet iedereen deze meekreeg. Ik kon het niet horen maar zag wel het effect. Hij keek wat om zich heen draalde wat en zei ietwat luidruchtig “Zij rust…nou dan ben ik ook wel toe aan een versnapering’ maar je hoorde en zag dat hij met wat eergevoel het strijdtoneel wilde verlaten. Die zou niet terugkomen. De aanvoerder nam niet alleen zijn verantwoordelijkheid binnen de lijnen maar zelfs bij de zijlijnen. Een echte leider want hij stond bij zijn team gelijk aanwijzingen te geven aan zijn mede teamleden. Ik moest denken aan mijn (hockey)jeugdjaren. 

 

Ik kon niet wachten tot mijn 9e verjaardag want dan kon ik me aanmelden bij de hockeyvereniging. En hoe ouder hoe fanatieker ik werd. We kregen een nieuwe trainer/coach en vier nieuwe teamleden stroomde in. En een daarvan was een toptalent (spits). Met zijn finesse en techniek wist hij regelmatig het doel te treffen. We stonden zowel in de reguliere competitie als de zaalcompetitie bovenaan. En naast reguliere trainingen gingen we steeds vaker op eigen initiatief naar het sportpark om (onze techniek) te trainen. Onze coach had hem aangewezen als aanvoerder. Het enige wat hij niet goed onder de knie kreeg was het inslaan bij een strafcorner. Ik was in het team de vaste speler die de strafcorners moest inslaan en dat ging me goed af. Op een dag sprak hij me na de training aan. Of we een halfuurtje konden oefenen op strafcorners. Zo gezegd zo gedaan. We zochten een beschikbaar veld op en oefenden corner op corner. En we maakte er elke keer een spel van om een bepaalde plek in de goal te raken. Onze teamgenoten bleven ook steeds vaker na om samen met ons te trainen. De keeper en de (uit)lopers deden allemaal mee zodat we de praktijksituatie goed konden oefenen.

 

De kampioenswedstrijd. Met nog een paar wedstrijden in het vooruitzicht konden we in onze thuiswedstrijd kampioen worden. Onze tegenstander stond op plek 3 in de ranglijst. Ons thuispubliek was in groten getale gekomen. En in de warming-up werd de druk al aardig opgevoerd. Allerlei spullen werden klaargezet om het feestje te gaan vieren. Onze coach probeerde ons te laten focussen op de wedstrijd en alle festiviteiten te vergeten. We moesten gewoon winnen. De nummer 2 op de ranglijst had een ‘makkie’ en de tussenstand was voor aanvang van onze wedstrijd al 2:0. Kortom wij moesten winnen en dan zouden we het uitgebreid gaan vieren!

 

Onze aanvoerder zag dat ik me toch wel had laten intimideren door alle aandacht en hij vertelde me dat hij me snel de bal zou toespelen zodat ik lekker in m’n spel kon komen. Wij wonnen de toss en onze aanvoerder bepaalde dat wij zouden beginnen. Vanaf de afslag kreeg ik al snel de bal toegespeeld en de bal hobbelde lekker in het gras over mijn stick heen tegen mijn voet (kunstgras was destijds meer uitzondering dan regel). Dit was een voorteken hoe mijn wedstrijd zou gaan verlopen…dramatisch. Dit was voor mij een wedstrijd om snel te vergeten. En doordat ik mijn tegenstander niet goed had gedekt stonden we binnen enkele minuten al met 0:1 achter. Bij de rust stond het 1:3 en onze coach had overleg met onze aanvoerder. Ik had aangegeven, vanwege mijn dramatische spel, dat ik liever in de kleedkamer zou blijven. Onze trainer kwam naast me zitten en zei “Michiel we hebben je in het veld nodig. Maak je hoofd leeg en geniet van de wedstrijd en herpak jezelf. We hebben allemaal wel eens een mindere wedstrijd maar dan nog steeds heb je genoeg kwaliteit in huis om het ‘moment’ te pakken”. Hij klopte op mijn schouder en stond op. Gezamenlijk liepen we het veld op. “Kom eens mee” zei de trainer. We liepen naar de goal van de tegenstander. Hij trok een stukje gras met wat aarde eraan uit de grond en smeerde met de aarde een kleine cirkel op de houten plank in de goal. “Hoe de wedstrijd ook verloopt maar ik wil dat je de daarop mikt als je op goal schiet. Als je ‘m raakt krijg je van mij een tosti. Als je ‘m mist dan krijg ik een tosti van jou”. Met een high-five beklonken we deze deal.

 

We hadden onszelf in de wedstrijd geknokt. Op het scorebord stond op dat moment 4:4 met nog een paar minuten te spelen. Wij kregen een strafcorner. We staken de koppen bij elkaar en ik stelde voor dat de bal op onze aanvoerder werd gespeeld maar hij schudde van niet. “De bal op Michiel…”. Ik ging goed aan de rand van de cirkel staan en zag de markering op de achterplank. Na een paar keer goed in- en uitademen keek ik naar mijn medespeler die de bal zou aanspelen. De scheidsrechter floot…ik knikte naar mijn medespeler…ik bleef me richten op de bal en zag in mijn ooghoeken de verdedigers op mijn afkomen. De bal werd perfect aangespeeld, ik stopte de bal maar zag dat de verdedigers te dichtbij waren om uit te kunnen halen. Dus ik pushte de bal naar onze aanvoerder die links van mij stond. Hij haalde in een reflex uit en via een stick en voet van een tegenstander kregen we een nieuwe strafcorner. Opnieuw overleg. “Nu op jou” zei ik. Hij schudde weer van nee. “Daar rekenen ze op”. Ik keek het kringetje rond “Ok, de bal op mij maar de bal moet harder aangespeeld worden. Die verdedigers zijn razendsnel”. Iedereen nam z’n plek weer in. Onze aanvoerder kwam nog even naast me staan en fluisterde “Niet afspelen. Ram die bal gewoon tegen die plank!” Nog een laatste schouderklop en ik keek even naar al mijn teamgenoten. Ik wierp nog een blik op de met gras gemarkeerde plek op de plank in de goal. Achter de goal stonden mijn ouders gespannen te kijken. De scheidsrechter vroeg of ik klaar was. Ik knikte. Hij floot en ik keek geconcentreerd naar mijn teamgenoot. Die keek ook geconcentreerd naar de bal want ook hij wist dat deze bal goed moest zijn. Daar kwam de bal. Hard aangespeeld zoals afgesproken. Ik stopte de bal en zonder op te kijken sloeg ik. Ik raakte de bal geweldig goed en met m’n stick wees ik de bal na. Ik zag ik de keeper zijn been uitsteken maar hij was te laat. Toen het verlossende geluid van de bal die snoeihard…de paal raakte. Gedesillusioneerd bleef ik aan de rand van de cirkel staan terwijl het spel alweer verplaatst was naar het middenveld. En ik wilde net naar het middenveld lopen toen de scheidsrechter voor einde van de wedstrijd blies. Onze trainer riep iedereen bij elkaar: “Jongens…jongens…wat een gave wedstrijd. Jullie hebben gespeeld als echte kampioenen. Daarom worden we de volgende keer gehuldigd als kampioen maar vandaag hebben jullie gespeeld als kampioenen. Ik ben zo verschrikkelijk trots op jullie”. Langzamerhand drong het tot me door dat we een forse achterstand hadden omgebogen naar een gelijkspel. Samen…zij aan zij hadden we ervoor geknokt. En het kampioenschap was weer een stapje dichterbij gekomen.

 

Inderdaad werden we volgende wedstrijd kampioen en aan het einde van het seizoen kwam de trainer naar me toe. Hij wilde me spreken. “Michiel. Je hebt me dit seizoen verrast. In positieve zin. Jij hebt zoveel jongens op sleeptouw genomen en ik wil je daarvoor belonen. Zou jij volgend seizoen de aanvoerdersband willen dragen”. Apetrots op de vraag maar gelijk de reflex “Maar onze huidige aanvoerder dan? Nee dat wil ik niet”. De trainer lachte “Weet hij heeft overleg gehad met het hele team buiten jou om. Jullie voelen elkaar in het veld perfect aan en hij heeft heel veel kwaliteiten in het spel maar als je praat over het team aanvoeren….dat is iets dat veel beter bij jou past. Met trots heb ik daarna vele jaren de band om mijn arm gedragen. 


 

Spreuk van de week (week 18, 2018)


Sommige mensen denken dat ze net iets meer zijn… Enige oplossing:

Draai je om en loop weg! 


Wij hebben nog steeds een vast telefoonnummer. En elk jaar denk ik na of ik het nog wel wil behouden maar het is ook wel fijn om zakelijk (mobiel) en prive (vast) te hebben. De laatste tijd worden we steeds vaker op onze vaste lijn gebeld. Bleek dat de printer van de apotheek een kleine hapering had. In plaats van de laatste vier cijfers 0606 te printen werd dit wat wazig geprint en zou de patiënt het kunnen lezen als 0506 (ons nummer). En nog leuker werd het als de patienten ook nog beweerde dat ze wel het juiste nummer hadden gebeld. Zelfs één patient gaf aan dat ik hem dan maar moest doorverbinden met de apotheek. En toen ik aangaf dat niet te kunnen werd hij nog kwaad ook en verbrak de verbinding. Tja soms denkt men dat echt alles kan.

 

Ik had me net ingeschreven bij de receptie en zat in de wachtruimte te wachten op mijn gastheer. Ik keek nog snel naar de mail toen ik een onbekend nummer in mijn scherm zag verschijnen. Er was niemand anders in de wachtruimte en ik was een paar minuten te vroeg dus nam op. 

“Met Michiel Maassen”

“Goedemiddag meneer Maassen. Ik begrijp dat u altijd op zoek bent naar toptalent, klopt dat?”

“Euhm….jawel….maar ik ga zo een afspraak in. Zou ik u anders wat later vanmiddag kunnen terugbellen?”

“Dus u zoekt toptalent?” 

“Ik zou het zo niet willen noemen want het geeft gelijk zo’n lading maar ik zie dat mijn afspraak eraan komt. Ik bel u vanmiddag terug dan kan ik rustig met u spreken”.

“Dus zo gaat u om met toptalent, u wimpelt het gewoon af”.

“Nee hoor maar ik moet nu echt ophangen. Ik bel u vanmiddag terug”. En zonder verder te luisteren beeindigde ik het gesprek en gaf mijn gastheer, die ondertussen voor me stond, een hand. En daar rinkelde mijn telefoon alweer. Met een snelle handbeweging drukte ik op het knopje zodat het geluid stopte. “Zo lekker druk zeker” zei mijn gastheer en hij nodigde mij uit om met hem mee te lopen. Snel keek ik naar het nummer en dat was hetzelfde nummer dat mij zojuist ook had gebeld. Tijd om de telefoon op stil te zetten.

 

Na afloop van het gesprek stapte ik in de auto en nadat mijn navigatie me weer netjes op de snelweg had afgeleverd belde ik het (onbekende) nummer.

“Dag Michiel. Heb je nu wel tijd voor me? En duren die gesprekken van jou altijd zo lang?” Ik besloot om niet te reageren op deze opmerking “Wat kan ik voor je doen” vroeg ik. “Jij zoekt toch toptalent? Nou je hebt nu een zeer getalenteerde en toekomstig CEO aan de telefoon. Ik heb je website bekeken en je aanpak spreekt me wel aan dus ik wil dat je me helpt in mijn loopbaan”. 

“Nou dan ga ik je nu vertellen dat ik niet voor iedereen werk. Ik moet overtuigd zijn van een kandidaat en mijn werkwijze moet ook de kandidaat aanspreken”. 

“Dat zeg ik toch. Ik heb je website gezien en dat spreekt me aan”. 

“Maar als ik eerlijk ben dan spreekt de wijze waarop je mij benadert me niet aan”.

“Het gaat er niet om dat we vrienden worden hoor. Je moet me gewoon introduceren bij een topbedrijf en daar krijg je voor betaald. Zo moeilijk is het toch niet?” Ik moet eerlijk zeggen dat ik echt dacht dat iemand een verlate 1 april grap aan het uithalen was. Aangezien ik toch in de auto zat vroeg ik hem waar hij woonde en toen hij zijn woonplaats vertelde was het voor mij een kleine route wijziging om elkaar face-to-face te ontmoeten. Leek me toch verstandiger dan het telefoongesprek op die wijze te vervolgen.

 

Een klein halfuur later liep ik bij een brasserie naar binnen. In de hoek zat een jongeman in driedelig pak. Ik liep op hem af en stak mijn hand uit. “Volgens mij zit je op mij te wachten”. Hij stond op en ik moet zeggen dat hij echt boomlang was met enorme kolenschoppen van handen. Daar stond echt iemand waar je niet omheen kon. Na wat algemene ditjes en datjes nam ik het initiatief en vertelde over de filosofie van YouGrow en mijn werkwijze. Hij luisterde aandachtig en typte af en toe wat op zijn Ipad die hij voor zich had liggen. Toen ik klaar was nam hij het woord.

 

“Dank voor je toelichting. Je aanpak zou kunnen passen maar ik weet niet of jij mij kunt introduceren bij mijn top 5 bedrijven”. Hij vertelde dat hij na zijn afstudeerstage een baan had geaccepteerd bij een grote energieleverancier. Hij zat in het development program maar dat duurde hem te lang. En het was ongelofelijk dat het zo lang duurde 

voordat hij gepromoveerd werd naar een management positie. Dat zijn organisatie niet zag dat hij er met kop en schouders bovenuit stak…ongekend. Ik verschoof mijn stoel een beetje zodat ik hem recht kon aankijken. 

“Jij noemt jezelf een toptalent maar weet je waarom je geen toptalent bent?” Hij knikte van niet “Nou een toptalent zorgt ervoor dat het team waarmee hij of zij werkt beter wordt. Dat betekent niet zozeer naar jezelf kijken maar naar het team waarmee je moet werken. Die kotsen je nu waarschijnlijk uit en vinden je een arrogante eikel. En waarom? Omdat jij jezelf buiten de groep zet. Je doet niets met ze en bent geen onderdeel. Je zegt alleen dat zij niet presteren en alleen jij de topprestatie levert. Als we een leiderschapsstijl hieraan moeten koppelen dan ben je erg dominant (rood). Dat zijn de juiste types als voorman in de oorlog aan het front maar niet zozeer in 2018. Dus als jij in dat MD programma niet de spiegel goed bekijkt en gaat nadenken over jouw rol en dat van je team dan glij je, ongeacht je inhoudelijk kennis, heel ver af van je ambitie. Ik wens je in ieder geval succes in je zoektocht maar neem je zeker niet op in mijn kandidatenbestand.” En met die woorden stond ik op en liep naar de bar om af te rekenen. “Ik heb de koffie voor je betaald en nogmaals succes. Ik hoop dat je er iets aan hebt gehad.” Toen ik de deurklink vastpakte snauwde hij nog “Alsof ik jou nodig heb voor mijn carriere, die kennen jou niet eens!” Ik wilde niet reageren maar kon het desondanks niet laten. Dus toen ik met een been buiten stond draaide ik me voor de laatste keer om “Maar jij belde mij, toch?” en tevreden met de opmerking wandelde ik naar mijn auto. Sommige kandidaten zijn zo zelfingenomen, die moeten echt een harde smakkerd maken om weer met beide beentjes op de grond te komen. 



Spreuk van de week (week 17, 2018)

Talent is aangeboren maar het is ook een talent om het te gebruiken… 

 

Ik kijk altijd met veel bewondering naar de programma’s waar wonderbaarlijke metamorfoses worden gerealiseerd. De ene klus na de andere wordt in een handomdraai gerealiseerd. Helaas blijft het voor mij altijd bij kijken want handigheid in klussen is mij niet gegeven. Als mijn vrouw dan weer een nieuw idee opdoet dan kan ik altijd wijzen op mijn onhandigheid in huis. Wel heb ik het talent om meubels in elkaar te zetten. Dus steeds vaker stopt er een bezorgdienst bij ons huis en wordt het volgende bouwpakket afgeleverd. Bij ons geen grote verbouwing maar daarentegen verandert het interieur ongeveer met de seizoenen mee.

 

Daar zaten we verwachtingsvol op de presentatie van de nieuwe wervingstool te wachten. Deze nieuwe partij ons echt zou gaan ontzien. Een echte start-up in recruitment met een trackrecord in marketing. 

 

Wat een presentatie. De ene wauw werd gevolgd door wow. Het was een ‘smooth’ presentatie zoals ik die nog nooit had gezien. Volledig geregisseerd want video’s werden automatisch ingestart in de presentatie om hun verhaal te ondersteunen. Heel knap gedaan. Het was het ene succes na het andere waarmee we werden overspoeld. De collega die naast me zat tekende een euro teken met een vraagteken erachter. Nadat het generieke gedeelte was afgerond kwam de oplossing die ze voor ons hadden bedacht. Zij zouden het volledige recruitment en employer branding over nemen. Zij hadden alle ingangen bij de wervingssites. Social media was voor hun een open boek. Zij hadden alle kanalen bij scholen maar wisten ook de juiste kanalen te bewandelen om de professional te vinden met X-jaar werkervaring. Eigenlijk was niets onmogelijk. Zij hadden zich goed ingevreten in recruitment dus wisten precies hoe ze voor moeilijk invulbare vacatures de juiste profielen moesten vinden. En data verzamelen en ‘verstrekken’ stond toen nog in de kinderschoenen qua beschermende wetgeving (Facebook??!!)

 

Hun werkwijze? Alles draaide om hun ‘search engine’. Op basis van kenmerken (tags) zouden wij zoekprofielen opstellen. Deze tags werden gematched aan bestaande werknemers die bij ons werkzaam waren om zoveel mogelijk kenmerken te identificeren. Zo kon het systeem ‘leren’ en de juiste kanalen inzetten. Een vacature werd dan opgesteld met een profiel generator zodat de functie specifieke ‘tag kenmerken’ hierin opgenomen werden. 

Met de ervaring die ze hadden opgedaan in hun arbeidsmarktcommunicatie moesten we aansprekend zijn, snel en duidelijk in het managen van verwachtingen. Dus de eerste stap was om een mailtekst op te stellen om de sollicitant te bedanken en binnen welke termijn ze een reactie konden verwachten. De tekst moest op maat gemaakt worden want een sollicitant voor een technische functie wil graag feiten zien. HRM’ers daarentegen vinden het juist prettiger als ze een ‘persoonlijk’ bericht krijgen. 

 

De sollicitanten werden door diverse modules op de website geleid om hun sollicitatie af te ronden. Praktisch want op die wijze kon de matching tool haar werk doen en de juiste profielen selecteren. En natuurlijk kregen alle sollicitanten een ‘persoonlijke’ bericht en werden ze geïnformeerd over het verdere verloop van de procedure. 

Op basis van de score die wij vooraf hadden bepaald (bijvoorbeeld matching 60% met profiel) worden de kandidaten gefilterd. De overige afgevallen kandidaten kregen het bericht dat we zeer verheugd waren met hun interesse voor onze organisatie maar dat ze helaas afgevallen waren. ‘Uit de vele reacties hebben we een aantal kandidaten kunnen selecteren die beter aansluiten bij het profiel’ was het opgestelde bericht. Afhankelijk van het aantal reacties konden we bepalen hoeveel CV’s we zelf wilden beoordelen. En middels het verhogen of verlagen van de matching tool konden we hiermee spelen. Ook konden we nog tags toevoegen of verwijderen. Het systeem ‘las’ dan opnieuw alle CV’ en presenteerde de selectie op basis van de nieuwe criteria. De CV’s van de geselecteerde kandidaten (longlist) werden dan doorgestuurd ter beoordeling door ons. Die kandidatenlijst werden dan gecategoriseerd in interview, on-hold of no match. Zo kwam een shortlist tot stand. Maar het voornaamste was dat wij werden ontlast in het voortraject en enkel de beste kandidaten (obv tags) zouden we spreken.

 

Het presentatie team keek zeer voldaan de vergaderruimte in na afloop van de presentatie. Ondanks dat ik onder de indruk was van hun presentatie was ik sceptisch. Recruitment is en blijft mensenwerk. Zeker bij kandidaten met een bepaald track record. Dat is niet te screenen door een search engine of tag. Er is kennis nodig van een branche. En er is gevoel nodig bij een organisatie, dat kan niet ‘ge-tagt’ worden. Ondanks mijn twijfel besloot ik om het toch een kans te geven want de bulk brieven en CV’s die we moesten screenen/beoordelen nam maandelijks toe. 

 

Eerlijkheidshalve was ik van bepaalde processen echt onder de indruk maar vanaf de fase van beoordeling van kandidaten (longlist) liepen we tegen beperkingen aan. Deels te wijten door het ontberen van kennis van recruitment. Containerfuncties zijn er voldoende en soms werden 97% matches gepresenteerd terwijl een kandidaat al beduidend verder was in zijn of haar loopbaan waardoor de vacante positie niet interessant was. Ook een teamleader zorg of finance zijn echt totaal verschillende profielen. Maar waar ik me steeds bewuster van werd is dat ervaringen uit het verleden geen garantie zijn voor de toekomst. Een functionaris kies je niet op ‘tag’ maar op de persoon. Dus een CV is niet leidend voor een passende functionaris. Een cv is niet meer dan een agenda. Hierop zijn punten benoemd die besproken worden.

 

De eindconclusie was dan ook dat ze een hele mooie ‘marketingtool’ hadden ontwikkeld maar dat werving en selectie van hoger opgeleiden toch echt andere business is. Inschatting door een recruiter of tussenpersoon is dan echt nodig om te bepalen of een ‘match’ gemaakt kan worden. En die interpretatie is en blijft echt mensenwerk!

 

En mijn ervaring/visie: Benut je talent en doe vooral datgene waar je goed in bent en weet (en erken) de vakgebieden waar anderen beter in zijn. Hoe verleidelijk het soms ook kan zijn om het allemaal zelf te (willen) doen… 


Spreuk van de week (week 16, 2018)


Wanneer we niet langer de situatie kunnen veranderen, worden we uitgedaagd onszelf te veranderen…

De vakantie is geboekt en we gaan dit jaar naar Spanje. Nee niet naar de familiecampings…we hebben een camping gevonden met vijf staanplaatsen. En we kijken er enorm naar uit. Ondanks onze vakantieliefde voor Engeland hebben we ‘geluisterd’ naar onze kinderen want die wilden nu ook wel eens selfie liggend aan het zwembad in plaats van regenjas… (het afgelopen jaar zaten we in Wales en helaas hebben we de zon nauwelijks gezien). Mijn vrouw en ik hebben al een verlanglijstje opgesteld van de plaatsen die we willen gaan bezichtigen en toen we deze aan de kinderen lieten zien was hun blik duidelijk. We zullen een aantal bezienswaardigheden moeten uitstellen tot een andere keer. Tja het moet vakantie voor ons allemaal zijn.

 

Hij belde me op. Of hij eens langs mocht komen om zijn werk te bespreken. We spraken voor die middag af. Hij, een goede vriend van me, had al een paar keer aangegeven dat er op zijn werk sinds de directiewisseling veel in negatieve zin was veranderd. Ze waren nu weer met iets nieuws gekomen dat hij met me wilde bespreken.

 

Toen hij kwam was het lekker weer en besloten om buiten te gaan zitten. Daar konden we ook ongestoord praten. Hij stak van wal. ”Je weet, ik ben al ruim 6 jaar allround operator. Als er wat is dan los ik het op en de machine kan ik in m’n eentje bedienen. Natuurlijk heb ik wel hulp nodig als er een grote storing is maar dat geldt voor alle operators, dat is normaal. Sterker nog ik kan op alle plekken ingezet worden. Maar weet je wat ik niet wil?” Hij liet even een stilte vallen. “Ik heb geen zin om plaatsvervangend ploegbaas te zijn. Ik wil geen werkgroep voorzitten of een ‘verbeter’ project leiden. Ik wil gewoon mijn werk doen en dan naar huis. Al die neventaken, dat hoef ik allemaal niet hoor. En nou hebben die P&O’ers weer wat bedacht. Ze zijn gestart om alle functionarissen ‘in kaart te brengen’. Om moedeloos van te worden. Wat je ambities zijn zodat zij een potentieel bepaling kunnen maken. En weet je hoe? Zitten ze in te vullen in excel. Ze praten met je en ondertussen typen ze allerlei letters en cijfers in. Dan zullen ze wel een draaitabel maken en dan komt er magisch genoeg een profiel uit. De grootste onzin want ik heb dit nooit onder stoelen of banken gestoken. Mijn werkgever weet wat ze aan me hebben en nog belangrijker ze weten waarvoor ze me kunnen vragen en waarvoor niet. En in elk gesprek met de ploegbaas laat ik mijn tevredenheid merken en vastleggen maar ook de taken die ik niet wil invullen. De ploeg waarin ik zit weet dit en hebben er ook geen moeite mee. Ze weten dat ik nooit te beroerd ben om te helpen en te ondersteunen maar vraag me niet om de leiding te nemen”. Een stilte. “Ik weet niet wat ik moet verwachten van P&O. Ze zeiken elke keer dat ik de functie van allround operator niet invul. Nou dat doe ik wel behalve die irritante neventaken”.

“Dus” begon ik “Je vervult niet alle taken die bij je functie behoren”. Hij keek me doordringend aan. “Maar dat heb ik nog nooit gedaan. En het is dezelfde afdeling P&O die me jaren geleden deze functie heeft gegeven. Daar heb ik nooit om gevraagd. En vanaf het begin was het bekend dat mijn kracht niet in het aansturen of leiden van projecten ligt. Ben ik dan fout?? Ik heb het gevoel dat er nu niet naar mij als persoon wordt gekeken maar enkel vanuit een (rekenkundig)model. Ze creëren op papier een profiel maar dat ben ik niet in de praktijk. Dat weten ze!” 

 

“Denk je dat P&O jou deze functie heeft gegeven van allrounder of dat het je ploegbaas is geweest?” vroeg ik. “Ja dat is mijn baas geweest” antwoorde hij enigszins geprikkeld. “Is het dan vreemd dat P&O met je in gesprek wil om over jouw functie te praten. Ondanks dat je al jaren roept dat je die taken niet doet. Sterker nog er stromen nu jongeren in die een ambitie hebben. Die kijken op tegen de functionarissen die hun sporen al hebben verdiend. En zeker om die eindverantwoordelijkheid te hebben van een machine. En wat zien ze in jouw ploeg. Een allrounder die geen allrounder is. Want je doet je werk goed maar niet volledig. Deze jongeren gaan een ontwikkeltraject door en over een x-periode ambiëren ze jouw functie. In de andere ploegen krijgen ze te horen dat ze voor die functie allerlei neventaken moeten verrichten behalve in jouw ploeg. Want jij bent de ‘uitzondering’. Het is niet dat je de uitzondering bent omdat je weet dat je deze taken niet beheerst maar omdat je niet wilt. Dat is iets totaal anders. Stel je voor dat zo’n ontwikkelingstraject tot allrounder 10 jaar duurt. Dan heb jij 10 vervelende jaren voor de boeg. Denk je dat de organisatie gaat buigen of dat jij mogelijk moet meebuigen…??” Bij deze laatste vraag liet ik een stilte vallen. “Maar ik ben echt geen leider Michiel. Dat kan ik niet”. 

“Maar heb je er dan over nagedacht hoe je kunt meedenken met de organisatie? Je geeft aan dat je geen goed gevoel hebt bij leiding geven. Maar ik kan me niet voorstellen dat je geen verbeteringen ziet. Dus dat is een taak die je wel kunt doen, toch?”

“Maar daar wordt toch niets mee gedaan”.

“Ho wacht even! Door alleen maar aan te geven dat dingen niet gaan of niet kunnen zonder er enige bijdrage te leveren is laf. Maar dan heeft dit gesprek ook geen zin. Je komt hier voor advies. Als je wilt dat ik je naar je mond ga praten dan trek ik nu een fles wijn open en kletsen we hier over allerlei. Als je wilt dat ik je adviseer dan wil ik dat je nadenkt over datgene dat we bespreken. Wat je ermee doet is aan jou.” Deze reactie had hij niet van me verwacht. Na een korte pauze vroeg hij me om door te gaan. “Ik denk dat het moment is aangebroken om mee te buigen en bij P&O aan te geven dat je bereid bent om met hun na te denken over de invulling van je functie. Wat heb jij nodig om je in deze vaardigheden te ontwikkelen. Is het een training, een coach, tijd? Geef je onzekerheden maar aan en geef aan dat je eraan wilt werken. En denk eraan dat je geen ploegbaas hoeft te zijn want dat hoor ik je steeds zeggen maar dat je iemand kunt waarnemen en dat is iets anders. En als je twijfelt dan moet je ook dit aangeven en een vangnet inbouwen. Mag je dan een andere ploegbaas bellen om te overleggen?? Denk in oplossingen, snap je?” Hij knikte. “Jij weet het altijd zo goed en makkelijk te verwoorden. Wil je niet met me meegaan want ik blokkeer altijd in dit soort gesprekken”. Blijkbaar was mijn gezichtsuitdrukking al voldoende. “Ok helder, denken in mogelijkheden en oplossingen. Zouden we dan wel zo’n gesprek kunnen oefenen?” Ik knikte bevestigend. “Wil je dat nu doen of op een ander moment?” vroeg ik. “Als het past zou ik het nu willen doen. En om mijn tong goed te oefenen sla ik dan dat glaasje wijn niet af. Jahaa ik leer snel…denk in mogelijkheden…”. En hard lachend ben ik dat flesje wijn binnen gaan halen. 


Spreuk van de week (week 15, 2018)

The best teachers are those who show you where to look, but don’t tell you what to see 

(Alexandra K. Tranfor)


Lente! Heerlijk zo’n zonnig buitenweekend. Een moment om weer eens samen buiten te eten en te genieten van ‘buiten zijn’. Bij de eerste tekenen van goed weer wordt ook de barbecue weer uit de stalling gehaald en gereed gemaakt voor de eerste echte buitenmaaltijd. Maar niet alleen de barbecue wordt dan aangepakt want het hele plaatje moet natuurlijk in gereedheid gebracht worden. Het terras, de achtertuin, de aankleding. Het plaatje moet kloppen zodat we ook echt kunnen genieten zonder dat we nog allerlei (opruim en poets)klussen zien. We waren er grotendeels in geslaagd en het weer op zaterdag maakte er een prachtige middag en avond van! Zo mogen er wat mij betreft nog vele volgen.

 

Vergadering op vergadering hadden we eraan besteed. We zouden de afdelingen anders gaan indelen. De opdracht die we hadden gekregen was om met minimale personele (management) uitbreiding deze nieuwe opzet uit te rollen. Hadden we de mogelijkheden goed nagelopen en nog belangrijker wat zou de impact hiervan zijn op onze klanten en op onze eigen teams. Elke verandering begint met vertwijfeling dus we vonden het belangrijk om ook de afbreukrisico’s goed in kaart te hebben.

Om niet te blijven navelstaren namen we het besluit om één externe manager te werven. Het risico om een eigen medewerker op deze positie door te laten groeien met de ervaring die hij had vonden we te groot. 

We stelden het IST en SOLL plaatje op en presenteerden dit aan het voltallige directieteam. Na wat discussie werd het sein op groen gezet en konden we aan de slag.

 

We nodigde drie partijen (executive search) uit om ons te adviseren in het wervingstraject. Na wat wikken en wegen besloten we om de functie exclusief bij één van deze buro’s onder te brengen. De afspraken werden gemaakt en het contract ondertekend. Het zag er goed uit en de desbetreffende consultant hield me op de hoogte van zijn ondernomen akties en hoeveel potentiele kandidaten ze al geïdentificeerd hadden. En zoals het wel eens gaat in wervingsprocedures werd er ook rechtstreeks bij ons gesolliciteerd. Conform afspraak stuurden we die door naar het recruitment buro. Een van deze sollicitanten stuurde me een mail dat hij niet via buro’s bemiddeld wilde worden maar wel een gesprek met mij zou willen voeren. Ik gaf aan eerst prioriteit te willen geven aan het afhandelen van de procedure en dan mogelijk open te staan voor een kennismaking. Al was het maar ter kennismaking. Dit was akkoord voor deze kandidaat.

 

De weken die volgden kregen we steeds vaker te horen dat het moeilijk was. Ook werden kandidaten voorgesteld die niet in ons arbeidsvoorwaardelijke plaatje pasten. ‘Maar ze zijn wel senior’ kreeg ik dan te horen. Mijn organisatie begon wat ongeduldig te worden. De beoogde verandering was aangekondigd, klanten en teams geïnformeerd maar er was geen naam die we op de vacante positie konden invullen. Sterker nog er was nog geen kandidaat geïdentificeerd… 

Tijd voor overleg. Andere buro’s inschakelen? Toch gesprekken inplannen met kandidaten waar we eigenlijk geen vertrouwen in hadden? De organisatie keek naar mij en ik moest in beweging komen. 

 

Ik stapte van het functieprofiel af en wilde het buro de ruimte geven om breder naar kandidaten te kijken (eigenlijk de eerste denkrichting van zoals YouGrow nu staat!!). Iedereen had al een bewezen track record en ik wilde kandidaten spreken die ons als organisatie verder zouden brengen. Als persoon moesten ze 100% bij onze cultuur passen en natuurlijk moesten ze zeker affiniteit hebben met onze business. Maar het allerbelangrijkste was persoonlijkheid. De consultant van het buro had het er maar moeilijk mee want hoe moest hij nu zoeken op persoonlijkheid. “Weet je wel hoeveel kandidaten in ons bestand zitten”? vroeg hij. “Weet je wel hoeveel ik je betaal om je werk te doen” was mijn reactie. 

 

Gedurende het proces begon ik me steeds meer te ergeren. Want kandidaat op kandidaat werd gestuurd (op CV) en als ik dan vroeg wat de motivatie was om deze kandidaat voor te stellen kreeg ik wazige antwoorden. Ik nodigde de consultant uit voor een gesprek want de samenwerking stond op spanning, zeker vanuit mijn zijde. Op vrijdagavond kreeg ik een mail van de kandidaat die me eerder rechtstreeks had benaderd. Of de functie al was ingevuld en of ik openstond voor een kennismaking. Ik zocht hem op LinkedIn op. Zijn profiel zag er zeker interessant uit en ik besloot om een kennismaking met hem in te plannen. Toeval of niet maar een gesprek kwam het beste uit op de dag dat ook het gesprek met de consultant was gepland. Het tijdstip dat ons beide het beste uitkwam was voor het gesprek met de consultant. We maakte nog het grapje dat hij aansluitend kon blijven zitten voor een intake met de consultant. 

Op de bewuste dag werd ik door het secretariaat gebeld. De kandidaat was er maar hij was wat vroeg dus of het goed was om hem alvast naar de vergaderzaal te brengen en een kop koffie aanbieden. Ik bedankte ze en gaf aan dat ik hem zelf zou ophalen. Ik liep naar de ingang en een imposante man met dito uitstraling stond op. We hadden gelijk een klik. In de vergaderzaal vertelde hij enthousiast over zijn achtergrond maar vooral wat hij belangrijk vond in een functie. “Ik weet dat ik geen universitaire of HBO opleiding heb. Weet je wat ik wel heb. Doorzettingsvermogen, inzet en inzicht. En als je naar mijn loopbaan kijkt heb ik echt wel verantwoordelijke banen gehad. En dat is ook de reden dat ik niet naar bemiddelingsburo’s ga. Ze zien me niet eens staan want ik voldoe niet aan het standaard profiel voor senior managementposities”. Het werd een energiek gesprek en niet veel later werd ook de consultant door het secretariaat naar de vergaderzaal gebracht. Voor mij tijd om deze consultant eens zijn licht te laten schijnen op deze kandidaat (met toestemming van de kandidaat). 

 

De uitkomst kunt u zelf invullen. Die week hebben wij doorgepakt en hem op assessment gestuurd (met hele positieve uitkomst). En ondanks dat ik er al jaren weg ben werkt hij er nog steeds en als het goed is maakt hij binnenkort promotie naar een directie positie. 

We hebben nog steeds contact en vanuit YouGrow leg ik nu regelmatig verbinding tussen hem en kandidaten van YouGrow. En zonder dat er concreet een vacature zijn (maar mogelijk wel ontstaan) worden deze gesprekken altijd als een verrijking ervaren! En als we contact hebben voor een terugkoppeling dan weet hij me altijd te prikkelen met een observatie die hij dan weer aan mij voorlegt. Zo blijf ik elke keer ook weer leren van zijn kijk op ‘mijn kandidaten’!  



Spreuk van de week (week 14, 2018)


Hoe komt het dat er nooit tijd genoeg is om een taak correct uit te voeren maar wel om die nog eens over te doen… 

 

Volgens mijn gezin heb ik een luizenbaan. Beetje achter mijn laptop zitten, koffie drinken en wat bellen. Niet echt een baan waar je iets tastbaars van kunt maken. Ondanks dat ik elke week een spreuk mag schrijven en publiceren, om de week op de radio mag vertellen over mijn werk en regelmatig onderweg ben is hun mening reeds gevormd. Omdat mijn dochters af en toe toch wel nieuwsgierig zijn naar wat ik doe en flarden van een gesprek hadden opgevangen kreeg ik onder het avondeten de volgende vraag. “Als jij een procedure hebt afgerond maar het bevalt de geplaatste kandidaat niet …wat doe je dan?” Natuurlijk een goede en terechte vraag en ik zei: “Elke situatie is anders. De eerste reactie is natuurlijk om te achterhalen waarom het de kandidaat niet bevalt. Is het de sfeer/cultuur, worden de gemaakte beloftes niet nagekomen, komt de functie niet overeen met de realiteit etc etc.  Op basis van dit antwoord zal een passende aktie ondernomen moeten worden.” Even een stilte. “Als de kandidaat aangeeft dat de voorwaarden niet kloppen, wat doe je dan?” Met een blik van ‘geef hier maar eens antwoord op’: “Dan moet er eerst helder zijn wat de afspraken en voorwaarden zijn en waar het verschil (in verwachting) zit”. Mijn jongste dochter keek me aan “En die kandidaat die je vanmiddag hebt gesproken dan”. Ik wist waar ze op doelde “Tja dat was een verhaal apart. Deze kandidaat had een mooie stap gemaakt maar zijn netto betaling was hem tegen gevallen (voorloop auto met hogere bijtelling, pensioenpremie was hoger). Hij zat voor het eerst in een MT functie en ook daar moest hij aan wennen. “Weet je” zei ik “Ongeacht alle prachtige middelen die we ter beschikking hebben gaat het altijd om mensenwerk. En dat is wat ik doe en waar ik voor sta. Ik werk voor mijn kandidaten en ook voor de kandidaat die ik vanmiddag heb gesproken. Mijn werk stopt niet bij het plaatsen van een kandidaat. Mijn werk stopt pas als de kandidaat het gevoel heeft dat hij een droombaan heeft en begrijpt waarom ik hem juist bij deze werkgever heb voorgesteld. En toen hij mij belde was hij gefrustreerd en toen we het gesprek hadden beëindigd was hij weer blij met de overstap die hij had gemaakt. En gelukkig heb ik zoveel werkervaring dat ik snel kan schakelen”. Mijn dochter keek me aan “Dus hij blijft”. Ik knikte “Natuurlijk blijft hij want het is een hele gave functie waar hij echt aan toe was maar ook hij moet ervoor werken en soms heb je iets meer tijd nodig om dit soort zaken te ‘laten landen’. Mijn dochter stak haar duim op ter goedkeuring!

 

We hadden afgesproken in een brasserie voor een intake. Hij had me een bericht gestuurd dat hij op korte termijn een andere baan zocht maar wilde er niet al teveel tijd aan spenderen. Hij had van iemand gehoord dat ik hem mogelijk wel zou kunnen helpen. Ik stuurde hem een berichtje dat ik er was. Een paar minuten later een berichtje van hem dat hij kwartiertje later zou arriveren.

Onder het genot van een cappuccino keek ik naar buiten naar het verkeer en mensen die voorbij kwamen. En niet veel later zag ik hem aan komen lopen. Druk bellend met wat papieren onder zijn arm. Met zijn elleboog opende hij de deur van de brasserie met nog steeds zijn telefoon tussen zijn schouder en oor geklemd. Ik zwaaide en hij kwan naar me toe gelopen “Sorry maar je weet hoe het is hè. Druk druk druk. Maar goed ik ben er. Ik moest je nog de groeten doen van onze gezamenlijke kennis”. En voordat ik iets kon zeggen rinkelde de telefoon alweer. Ik zag hem kijken maar mijn blik was blijkbaar sprekend.

 

Nauwelijks had ik iets gezegd of hij ratelde alweer over vanalles en nog wat. Vooral over zijn loopbaan en wat hij zocht. En wat ik nodig had om snel iets anders voor hem te vinden. Na een paar minuten stak ik mijn hand op. “Ho stop. Hoe lang hebben we de tijd. Anderhalf uur toch?” Vroeg ik hem. Hij knikte bevestigend. “Ik wil goed begrijpen waarom je wilt stoppen bij je huidige werkgever en wat je zoekt bij een nieuwe werkgever. Maar eerst wil dat je tot rust komt. Je komt hier binnen, ratelt en bazelt wat en verwacht dan dat ik mogelijk iets voor je ga betekenen maar zo werk ik niet. Dus nu ga je even rustig zitten en luisteren naar mij en naar mijn aanpak. Als dat je aanspreekt dan gaan we het over jou hebben en bepalen we samen of wij iets voor elkaar kunnen betekenen. Hij keek me aan en toen verscheen een grote lach op zijn gezicht “Onze kennis zei al dat je anders bent. Zowel als persoon als je aanpak. Maar je hebt gelijk. Ik zal luisteren.

 

Nadat ik mijn YouGrow aanpak had toegelicht en hij aangaf dat dit ook voor hem zou kunnen werken nodigde ik hem uit om zijn verhaal te vertellen. Hij was werkzaam als Operations Manager en werkte al elf jaar bij hetzelfde bedrijf. De Algemeen Directeur had hem ooit betiteld als ‘zijn opvolger’. Gedurende de crisis hadden ze helaas moeten snijden in personele bezetting en vooral sales support had dit gevoeld. Hij had in de crisisjaren een van zijn medewerkers binnendienst onder zijn hoede genomen en ‘opgeleid’ tot project manager. Twee handen op een buik die gezamenlijk diverse projecten hadden opgepakt. Nadat de crisis bijna op z’n einde was hadden ze een mega project aanvraag gekregen. Maarja eerst moest er geïnvesteerd worden en daarna zou het project pas renderen. En er was nauwelijks financiële ruimte om extra medewerkers aan te trekken. Alles moesten ze zelf doen. Ze maakte hele, hele lange dagen om het project uit te werken. Als laatste stap moesten ze hun hele projectplanning aan de Raad van Bestuur van de klant presenteren. Die waren onder de indruk van de professionaliteit. Ze hadden één maar. Een hele belangrijke om te komen tot een overeenkomst. Ze wilden de hele tijdsplanning met drie maanden vervroegen. En eigenlijk was het geen vraag maar een nieuwe deadline. De algemeen directeur gaf aan dat dit wel heel krap zou worden en veel haar team zou vragen maar hij had voldoende vertrouwen in zijn organisatie. Dit zou wel goed komen.

 

“Weet je Michiel. Op dat moment knakte er iets bij mijn project manager. Zijn vrouw was zwanger van hun 2 e kindje. Hij had thuis de grootste ruzie omdat hij altijd bezig was met werken en nu zouden we nog meer van hem vragen. Mijn eigen relatie was ook al op de klippen gelopen omdat ik dag en nacht aan het werk was voor het bedrijf. En in plaats van support moesten we dubbele uren draaien om drie maanden eerder op te kunnen leveren. Op de weg terug heb ik uren met de algemeen directeur gesproken. Hij wimpelde mijn bezwaren weg. En ik moest het team ‘up and running’ krijgen. En ik zou rijkelijk beloond worden bij succes…

 

Hij sloeg zijn ogen neer. “Het werd een ramp. De tijdsplanning luisterde zo nou dat ‘cruciale’ stappen die niet of nauwelijks getest waren onder de tijdsdruk handmatig op groen werden gezet. Op papier klopte het allemaal maar in de praktijk kwamen er alleen maar issues bij. Tot overmaat van ramp nam mijn project manager ontslag en hij was een hele belangrijke kennisdrager. Maar door tijdsdruk zaten de bedrijfsprocessen voornamelijk in zijn hoofd en waren deze niet vast gelegd. Mijn algemeen directeur gaf aan dat hij een financiële bodem zag. Met hangen en wurgen gingen we van start. Wonderwel draaide we de eerste dag zonder problemen. Ook de tweede dag. Daarna klapte het ineen. Wat we ook deden we liepen vast. En laat ik heel helder zijn. Het team had puik gewerkt geleverd maar door die maanden dat we sneller moesten opleveren liep voornamelijk de hele testplanning in de soep. Ik heb gejankt als een klein kind toen ik ’s avonds thuis kwam en ik me realiseerde wat er allemaal gebeurd was. We hadden zo in de tunnel gezeten om toe te werken naar de opleverdatum dat niemand echt naar het proces had gekeken. En ik was de grootste opjager geweest. Ik luisterde niet en wilde alleen maar horen dat het opgelost was”.

 

“De week erop zaten we bij de klant. We speelden open kaart met de klant en gaven aan dat we onze hand hadden overspeeld. Furieus waren ze. We hadden eerder aan de bel moeten trekken. Mega claims zouden ze indienen en als kleine kinderen werden we in de hoek gezet. Tot mijn directeur uit zijn slof schoot. Deze projectplanning was geen vraag geweest maar een eis. En doordat hij deze had geaccepteerd ging zijn bedrijf in rap tempo richting faillissement. ‘Een prachtig bedrijf naar de klote en dat alleen zodat jullie sneller meer geld zouden kunnen verdienen, een schande is het, een schande!’ We besloten om de meeting op een ander moment voort te zetten. Zij en wij zouden ons beraden over een mogelijk vervolg. En dat was eergisteren en nu zit ik hier. Dit gaat zo niet langer.”

 

“Wat verwacht je van mij?” Vroeg ik. “Eigenlijk dat je me zo snel mogelijk een andere baan biedt waar ik weer met plezier naar toe ga en me voor de honderd procent kan inzetten.” Ik keek hem aan “Dus je gaat vluchten en lost het probleem niet op”. Als blikken konden doden.... “Wat ik bedoel is dat je niet morgen een andere baan hebt. Sterker nog als je volgende week zou stoppen dan gaat dit je nog heel lang achtervolgen. Ik denk dat je nu schouder aan schouder met je directeur moet staan naar je klant toe. Hoe denk je dat hij zich voelt. Hij is aan het vechten voor zijn bedrijf en jij haakt af”. Die dodelijke blik werd nog intenser. “Jij hebt geen idee hoe ik heb geknokt voor hem en dit bedrijf. Hoe ik mezelf elke dag opnieuw kapot werk. Weet je hoe frustrerend het is om elke dag opnieuw terug geworpen te worden. Nee dat begrijp je niet want jij staat aan die veilige zijlijn en hebt alleen maar een mening”. Toen pakte hij zijn telefoon uit zijn binnenzak, “tijd om te gaan. Bedankt voor je mening maar die had je wat mij betreft ook voor je kunnen houden. Succes met je business.” En zonder verder iets te zeggen stond hij op en liep weg. Enigszins opgelaten bleef ik zitten. Was ik te ver gegaan?

 

Het voorval bleef de dagen erna aan me knagen en het werd tijd om het weg te nemen. Ik besloot om hem te bellen. Na paar keer te zijn overgegaan werd ik doorgeschakeld naar de voicemail. Ik sprak zijn voicemail in met het verzoek om contact op te nemen. Een minuutje later kreeg ik een Whatsapp dat hij me later die middag zou bellen. Hij was in ieder geval bereid om te praten. Dat was een goed teken!

Toen hij me inderdaad aan het einde van de middag belde verliep het gesprek anders dan ik had vermoed. Hij vervloekte me voor het gesprek dat we hadden gehad aan de andere kant was het in z’n hoofd blijven spoken. Hij had besloten om niet weg te rennen maar een steun te zijn voor de directeur. Ze pakte nu een voor een de issues op. Als er geen faillissement uitgesproken zou worden dan zou hij minimaal 6 maanden blijven. Dat was zijn commitment naar de organisatie toe. We spraken af dat we elkaar over vijf maanden opnieuw zouden spreken of eerder als de situatie erom vraagt. Zo gezegd, zo gedaan.

 

Vijf maanden later zat een andere operationeel directeur(!) tegenover me. Ze hadden het heel moeilijk gehad maar ook hun klant had hand in eigen boezem gestoken. Ze hadden gezamenlijk een gefaseerde realisatie van het project opgesteld in plaats van een ‘big bang’. Stapsgewijs werden modules toegevoegd die vooraf getest waren. “Op een gegeven moment liepen we zelfs ruim voor op de projectplanning omdat bepaalde modules echt in één keer goed waren opgeleverd bij de eerste oplevering. Zelfs onze klant was (achteraf) toch wel onder de indruk van de eerste realisatie maar ook blij met onze noodkreet. En wij hebben geleerd dat ambitie goed is maar het moet wel realiseerbare ambitie zijn. En weet je wat het allermooiste is…?” “Euhm dat je gepromoveerd bent tot directeur??” antwoordde ik. “Nee joh, dat is toch niet belangrijk. Nee mijn project manager is terug gekomen. Ik had hem gebeld en verteld dat ik echt anders wilde doen maar dat ik hem nodig had om dit te realiseren. Dat was zo kicken toen hij me hand schudde en ja zei tegen mijn aanbod en hij doet het zo ontzettend goed. Echt te gek”. Ik wist genoeg. Hij zat op z’n plek en het ging hem (gelukkig) goed, ook dat is YouGrow, toch?!  



Spreuk van de week (week 13, 2018)

Soms moet je de toekomst gewoon op je laten afkomen… (Loesje)

Mijn jongste dochter wordt binnenkort 14 jaar. De verjaardagsfeestjes van weleer zijn niet meer met spelletjes en andere activiteiten. Het gaat nu om het chillen met elkaar. No parents allowed behalve om de stroom snacks en andere versnaperingen op peil te houden.

Mijn dochter en ik zaten samen in de auto. We hadden het over haar verjaardag en zonder blikken of blozen kreeg ik de vraag of ik even ‘de alcohol’ kon regelen want anders was het niet ‘chill’. Mijn blik (verwoestend) was toereikend om de vraag niet te herhalen. Ze gooide het maar over een andere boeg en vroeg wanneer ik voor het eerste alcohol had gedronken. “Andere tijd en andere generatie maar ik denk 16”. Ze keek wat sip voor zich uit “Maar dan moet ik nog 2 jaar wachten”. Een korte stilte: “Nee hoor, niet 2 jaar” Hoopvol keek ze me aan “onder de 18 niets” en daarmee werd de vraag (voor nu) even geparkeerd. Maar ik realiseerde me dat ‘alcohol drinken’ steeds vaker op haar pad zal komen. En niet iedereen zal zich strikt houden aan de regel… 

Bij mijn toenmalige werkgever hadden we besloten om het bedrijfsreglement te moderniseren. Met de OR hadden we diverse richtlijnen en regelingen afgestemd. We wilden graag een ‘gezond’ bedrijf met zorg voor onze medewerkers. We waren erg tevreden over de diverse regelingen die we konden bieden. We hadden bijvoorbeeld ook een regeling opgesteld voor het toepassen van een alcoholblaastest. Een protocol was opgesteld hoe en wanneer we deze zouden toepassen en alle direct leidinggevenden waren geïnstrueerd. Maar de alcoholtester was eigenlijk bedoeld als afschrikmiddel. Met de OR hadden we afgestemd dat we een lijst zouden bijhouden van de frequentie van gebruik. Omdat er in ploegen werd gewerkt kwam het wel eens voor dat een medewerker ‘voor zijn eigen gezondheid’ werd getest en met verlof werd gestuurd. Het beleid was zero-tolerance. Oftewel elk promillage boven nul was aanleiding om ‘naar huis te sturen’. De inzet werkte. Gelukkig waren er nooit waardes gemeten bij collega’s boven 0,4 promille. En de ‘betrapte’ medewerkers kregen bij aanvang van de nieuwe dienst/werkdag altijd een gesprek. En bij herhaling zouden mogelijk ook andere professionele kanalen ingezet gaan worden. Maar dat was (gelukkig) niet nodig.

In oktober werd een bedrijfsfeest georganiseerd. Na het ophangen van de jas liepen we een grote zaal in waar diverse standjes waren neergezet met elk een eigen thema. Kortom er was continu van alles te zien. Bij elke stand was ook de gelegenheid om wat te drinken en te kletsen met collega’s. Het was een hele gezellige avond. We hadden tegen onze oppas gezegd dat we rond half een thuis zouden zijn. Met nog een kwartiertje rijden voor de boeg liepen mijn vrouw en ik naar de garderobe. Toen ik de jassen wilde pakken en ik me iets moest uitrekken om ze te pakken schopte ik tegen iets aan. Ik dacht een rugzak of tas. Ik strekte me zover mogelijk uit om de kraag te pakken te krijgen toen iets tegen mijn been duwde. Met een laatste inspanning had ik onze jassen te pakken en keek naar beneden. Daar lag een man op de grond, het was Harry. Een van de onderhoudsmonteurs. Ik schrok me rot en liet de jassen vallen. Snel maakte ik de plek rondom hem vrij en vroeg mijn vrouw om hulp te halen. Ze was naar mijn manager gerend en die had een BHV’er in zijn kraag gevat. Toen ik plaats maakte voor de BHV’er veranderende zijn houding in een seconde toen hij het slachtoffer zag liggen. “Och het is Harry maar, die is al straalbezopen. Kom Harry, je gaat ergens anders je roes uitslapen”. En behendig tilde hij Harry overeind en nam hem mee richting de ingang. Mijn manager keek me aan, “Maandag een gesprekje met Harry lijkt me wel gewenst”. Ik bevestigde dat ik dat zou plannen, dankte ze voor hun hulp en wenste ze nogmaals een prettige avond toe.

Op maandag op kantoor werd het bedrijfsfeest uitgebreid besproken inclusief onze kennismaking met ‘Harry’. Diverse collega’s wisten me te vertellen dat Harry al vaker straalbezopen was gevonden op voorgaande personeelsfeestjes. Tja wat je in je vrije tijd doet…. Ik zat net op mijn kantoor te werken toen 'nuchtere Harry' in mijn deuropening stond. Gelijk bood hij zijn excuus aan. Hij schaamde zich voor zijn gedrag. Hij vertelde dat hij geen grenzen kende als het om drank ging. Drank maakte het slechte in hem los. Helaas kon hij zich nog maar weinig herinneren van de avond. Of wij erg geschrokken waren vroeg hij.  Ik vertelde hem dat ik dacht dat iemand een beroerte had gehad.  En Harry voelde zich nog schuldiger.  Maar er klopte iets niet en wat het was kon ik op dat moment nog niet duiden. 

In de weken daarna ging ik me meer focussen op het onderhoudsteam. Dit was een hechte groep en ik als P&O ‘er kreeg moeilijk aansluiting. Regelmatig zat ik bij overleggen en had ik 1 op 1 gesprekken. De manager vond dat ik een hetze aan het voeren was tegen Harry. "Gezondheidsmanagement prima maar ga geen dingen zoeken die er niet zijn". En daarmee moest ik het doen. Ook Harry kreeg genoeg van mijn aanwezigheid en ontweek me zoveel als mogelijk. In het MT-overleg kreeg mijn manager te horen dat ik me meer moest richten op de grote groep medewerkers in plaats van Harry. En dat moest ik hem nageven. Harry had als werknemer een goede reputatie. Overwerk... geen probleem. Uithelpen...geen probleem. Collega's privé helpen...geen probleem. En Harry kon je altijd betalen met een lekkere fles (sterke) drank als dank voor zijn hulp. Vele collega’s namen het op voor Harry en ik kreeg steeds vaker allerlei verwijten naar mijn hoofd gesmeten als ik weer ‘dingen’ aan het zoeken was. En dat ging me niet in mijn koude kleren zitten. Had ik het dan zo verkeerd? Ik besloot, om de goede vrede te bewaren, om de aandacht te vestigen op andere P&O vraagstukken en het onderhoudsteam (incluis Harry) verder met rust te laten. Iedereen tevreden, nou ja ik hield er een zeer onbevredigend gevoel aan over.

Een klein jaar later was er een evaluatie gepland met de OR over het nieuwe bedrijfsbeleid en bijbehorende regelingen. De alcoholtester was ook een van de agendapunten. Omdat drugs een steeds belangrijker thema werd hadden we consulent van het CAD benaderd of hij ons kon informeren over soorten drugs, effecten en vooral de kenmerken bij gebruikers. In ons voorbereidend gesprek kregen we het ook over Harry. Hij wilde zijn professionele blik wel eens op de zaak werpen. Omdat het bijna lunchtijd was nodigde ik hem uit voor de lunch in de bedrijfskantine. Het onderhoudsteam had een ‘vaste’ tafel en we namen een strategische positie in. Niet veel later stroomde de kantine vol en ook het onderhoudsteam nam haar stekje in. Bij het openen van de lunchtrommels en vooral die van Harry verscheen er een grote glimlach op het gezicht van mijn gast. “Wil je Harry eens uitnodigen om bij ons zijn lunch te eten” vroeg hij me. “En laat mij even het woord doen”. Ik knikte en liep naar Harry en vroeg hem om even mee te lopen en bij ons aan tafel te lunchen. Argwanend pakte hij zijn lunch en liep mee. Mijn gast schudde uitgebreid de hand van Harry en nodigde hem uit om te gaan zitten. Hij vertelde honderduit over het gezondheidsbeleid en hoe blij hij was om te zien hoe gezond Harry was. Hij had drie sinaasappels en 1 boterham. Harry was de enige die gedurende de lunch gezonde vitamines at. Een groot compliment! “Dat is echt super Harry, zo gezond! En ze zien er heerlijk uit. Mag ik een stukje?” De reactie van Harry was vreemd. In plaats van een antwoord te geven pakte hij zijn tas schoof alles er in één armbeweging in en liep weg. “Alcohol” zei hij “Harry heeft de sinaasappels met wodka geïnjecteerd. Een bekend trucje van alcoholisten.” Mijn mond viel open van verbazing. Daarna ging het heel snel. Een gesprek werd die middag gepland tussen de CAD consulent en Harry. Zijn manager werd geïnformeerd en ik vertelde het voorval aan mijn manager. “En wat ga je nu doen Michiel?” vroeg hij. “Hulp voor Harry zoeken. Ik ben er niet op uit om Harry te beschadigen. Hij is echt een goede monteur maar niet als hij onder invloed is van alcohol ook al vindt hij (en zijn omgeving) dat hij gewoon goed functioneert.

De dagen erop ging alles in een stroomversnelling. Harry moest beter worden en daarvoor ging hij naar een afkickkliniek. Na zijn terugkomst kregen we een Harry 2.0. Een genot om mee te praten en te werken. En Harry sprak openlijk over zijn oude verslaving (ook onderdeel van zijn therapie). En toen ik bekend maakte een overstap te maken kwam Harry naar me toe. Hij schudde me hartelijk de hand, “Michiel proficiat met deze mooie stap. Wens je een succesvolle toekomst toe bij je nieuwe werkgever…. En dank je wel voor het teruggeven van mijn toekomst!” Hij gaf me een wijnfles met daarin een opgerold stukje papier. “Als je het even niet ziet zitten dan mag je deze fles openmaken en hoop ik dat ik je kan inspireren met ‘mijn verhaal’ waarin ook jij bent benoemd. Ik heb geleerd dat de toekomst niet achter me ligt maar voor me”. En met deze woorden namen we afscheid van elkaar. En die fles staat nog altijd ongeopend in de kast, of ik hem ooit ga openen…de toekomst zal het uitwijzen! 

 



Spreuk van de week (week 12, 2018)

Is de communicatie slecht binnen dit bedrijf?

Waarom weet ik daar niets van!

In deze spreuk het vervolg van vorige week. Mocht u deze niet hebben gelezen dan verwijs ik met alle plezier naar mijn website http://www.yougrow.nl/Spreuk-van-de-Week/ om de spreuk van week 11 te lezen.

 

Op dinsdag stond de afspraak met de algemeen directeur. We hadden om 09.00 uur afgesproken en ik was een kwartiertje te vroeg dus ik liep op mijn gemak naar de ingang. Voordat ik goed en wel binnen was en naar de receptie wilde lopen om me aan te melden stond hij al naast me. “Kom maar mee” en hij richtte zich naar de receptioniste “Carla (zijn secretaresse) schrijft hem zo wel in”. En met zachte hand duwde hij mij richting zijn kantoor, ik denk dat hij heel graag mijn bevindingen wilde vernemen…

 

Zonder iets te vragen gaf hij me een kop koffie. “Zo, ik zit er klaar voor, vertel maar”. Ik schoof mijn stoel een stukje naar achteren, keek hem strak in de ogen aan “Wat denk je dat ik heb gezien?” Ik liet een stilte vallen en bleef hem aankijken “Wat denk je dat mijn advies gaat worden?” Hij keek me een beetje verwonderd aan “Hoe bedoel je. Je bent toch hier om een terugkoppeling te geven”. En toen met een ergernis in zijn stem. “Wat is dit nou voor onzin”. Ik stond op. “Kom maar mee” zei ik.

 

Even later liepen we over het buitenterrein. De medewerker die daar aan het werken was keek wel een beetje vreemd toen ik als eerste het woord nam en mezelf voorstelde “Wij kennen elkaar nog niet maar mag ik je een vraag stellen?” De man knikte. “Je bent vanochtend begonnen, toch?” En zonder zijn antwoord af te wachten vervolgde ik “Hoe loopt de dienst tot dusver? Zijn er problemen?” De man keek een beetje zenuwachtig naar de directeur die schuin achter me stond. “Ja dat snap ik…dat je naar hem kijkt. Zal ik je eens wat vertellen. Als iedereen maar tegen hem blijft zeggen dat het allemaal goed gaat maar als je eigenlijk keihard tegen hem liegt…. weet je dan wat er gebeurt? Dan gaat het elke dag een stukje slechter. Tot het moment dat het zo slecht gaat dat medewerkers ontslagen worden omdat de kosten veel te hoog zijn. Er is geen geld om de noodzakelijke onderhoud te doen en dat gaat zo maar door. Want jullie blijven maar liegen en vertellen niet wat er echt aan de hand is en wat je er mogelijk aan kunt doen. Weet je wat hij in de tussentijd gaat doen?” Ik wees naar de directeur. “Die gaat allemaal rapporten opvragen en sturen op cijfers. Van alle bedrijfsprocessen wil hij van minuut tot minuut zien wat er gebeurt en waarom het nog niet optimaal verloopt”. De medewerker keek me aan. “Ik snap het” zei hij zachtjes. “Ik ga je het niet lastig maken hoor. Ik wilde alleen dat jouw directeur dit eens zou horen”. Ik dankte hem voor zijn tijd en draaide me om. “Zullen we teruggaan naar jouw kantoor”. De directeur draaide zich abrupt om en met ferme tred liep hij terug.

 

“Ben je helemaal besodemieterd geworden!” foeterde hij toen we terug waren in zijn kantoor. “Je wilde toch antwoorden? Dat het niet is wat je wilt horen tja dan doe ik hetzelfde als je medewerkers. Laat ik helder zijn. Er bestaat geen organisatie waar mensen samenwerken waar altijd eerlijk met elkaar gesproken wordt. Dat bestaat niet dus dat is ook niet wat ik hiermee wil nastreven. Wat ik wel wil is je bewust maken van de signalen die je alert moeten maken. Op het moment dat er allerlei performance rapporten (achteraf) worden gemaakt dan moet je gelijk op je hoede zijn. Realtime data daar gaat het om, je moet kunnen anticiperen op datgene dat er nu gebeurt. Maar bovenal moet je sturen op de middellange termijn. Ja het is belangrijk dat je historie hebt en hiervan leert maar die kun je niet meer beïnvloeden.

Niet jij en jouw managers weten hoe de produktie echt draait. Dat zijn jouw medewerkers. Die zul je een spreekbuis moeten geven. Die medewerker van zojuist die ziet dingen. Hiermee gaat hij naar zijn voorman en vertelt hem wat hij heeft gezien en wat hij denkt dat je eraan kunt doen. Zijn voorman luistert en maakt een afweging. Is dit iets om met de shiftleader te bespreken of zijn er andere zaken die hij prioritair vindt. Stel je voor dat hij het bespreekbaar maakt. Dan maakt de shiftleader dezelfde afweging. Maar die moet ook nog de dingen bespreken van de machinevoerder en mogelijk van andere medewerkers. En wellicht wil hij zelf ook nog wat optimaliseren. Dus in het gesprek met de produktieleider zijn er verschillende afwegingen gemaakt door de shiftleader, de machinevoerder, de voorman en wat is dan de kans dat het issue van jouw man op het buitenterrein wordt besproken is….??? Wat denk je??? Juist heel klein”.

 

In het vervolg van de meeting bespraken we wat ik had gezien en gehoord. We zouden ons vooral focussen op het verbeteren van communicatie. In ons overleg/brainstorm kwamen diverse (aansprekende) ideeën op tafel. Samen maakte we er een mooi programma van.

 

Op de dag van de bijeenkomst waren we al vroeg op de locatie om de juiste voorbereidingen te treffen en laatste puntjes op de i te zetten. Bij binnenkomst stonden vier tafels vol met stapels met doeken erover. We keken elkaar tevreden aan en druppelsgewijs kwam iedereen binnen. Nadat iedereen was verwelkomd door de algemeen directeur opende hij de bijeenkomst. De aftrap was vooral gericht om iedereen een update te geven over de ontwikkeling in de markt en de zorgen die hij had betreffende hun positie in die markt. Er was een enorme prijsconcurrentie dus ze moesten knokken voor nieuwe klanten en niet te vergeten hun huidige klantenbestand behouden. Per tafel vroeg hij om even na te denken en dan dat iemand per tafel hun visie zou geven. De geëigende antwoorden (die we ook verwacht hadden) volgde. Focus op kwaliteit, focus op de markt, publiciteit zoeken etc etc. De volgende opdracht was om de gedane suggesties bij de verantwoordelijke persoon neer te leggen (letterlijk). Zoals verwacht werden een paar functionarissen overstelpt met ‘taken’.

De korte koffiebreak was een aangenaam moment om even ‘te ontluchten’. Op het moment dat iedereen weer terug was vertelde ik dat we straks pizza zouden eten. Op hun tafel lag een ‘topping’ lijst en iedereen mocht per persoon wat hij/zij wilde hebben op de pizza. Als een volwaardig ober nam ik van elke tafel de bestelling op. Het thema communicatie was het volgende punt op de agenda. De directeur deelde op elke tafel een overzicht uit. Tafel 1 was de medewerker. De 2 e tafel was de machinevoerder. De 3 e tafel was de opzichter en de 4 e tafel was de produktiemanager. Elke tafel kreeg een verhaal met een heleboel hoofd- en bijzaken. Na een kwartiertje kreeg iedere tafel de gelegenheid om in een paar minuten hun issues bespreekbaar te maken bij hun leidinggevende. De andere tafels moesten hun prioriteiten bepalen. De produktiemanager werd door de directeur uitgenodigd om de voortgang te bespreken. Het stellen van prioriteiten en maken van afwegingen kwam perfect in beeld. De anderen werden in de gelegenheid gesteld om hun ‘prio’s’ rechtstreeks kenbaar te maken bij de produktiemanager die daarna opnieuw het gesprek met de directeur zou hebben. En ja hoor een aantal thema’s werden meegenomen in het gesprek.

Op de gang waren ondertussen de pizza’s gezet en in de evaluatie liep ik naar buiten om de pizza per tafel te presenteren. Iedere tafel kreeg één pizza waar alle gekozen toppings van alle tafelgenoten op lagen. Het was een brij van champignon, tonijn, paprika, kazen, ananas, ansjovis, gehakt, sla etc etc. De reacties waren verdeeld en ik gaf aan dat ik bij iedere tafel had gevraagd wat ze als topping wilden. Er was geen onderling overleg geweest en er was een aanname gedaan dat iedereen een eigen pizza zou krijgen. Ze vonden het een belachelijk! Het werd een mooie brug naar de vier tafels met stapels erop. Als volleerd goochelaars trokken we de doeken van de tafels en daaronder stapels rapporten. Elke tafel bevatte prints van alle rapportages die in één week werden gevraagd. Toen we vroegen hoeveel dubbellingen er zouden zijn kwamen diverse (heftige) reacties los. We pakte een stapeltje van een andere tafel en vertelde dat we deze dubbellingen eruit gefilterd hadden en dat er nog ongeveer 20% overbleef. Wat een enorme werklastvermindering en tijdsbesparing gerealiseerd kon worden. Gejoel van de aanwezigen.

Tijd om toe te werken aan de afronding en gezamenlijk de pizza te gaan eten maar dan wel een pizza per persoon.

Het was al met al een enerverende middag en de algemeen directeur vroeg me om even in de zaal te blijven. “Denk je dat we ons doel hebben behaald?” vroeg hij. “Als je dadelijk en morgen voorstellen krijgt hoe het anders kan dan heb je zeker een doel behaald. Laat iedereen in z’n waarde en voor jou is het belangrijk dat niet jij de beslissingen neem maar blijft delegeren. Jouw mensen moeten met elkaar communiceren en jij moet af en toe eens polsen en je oor te luisteren leggen in de operatie. En als ik je een tip mag geven. Doe dat vooral in het weekend!” Hij knikte. “Kom” zei hij “Ik ben benieuwd naar hun blikken als ze hun bord zien”. Gezamenlijk liepen we het restaurant in. De meeste waren al aan het eten en sommige hadden al iets in de gaten. Nadat iedereen klaar was nam de directeur het laatste woord. “Dank allen voor jullie coöperatieve en inspirerende bijdrage om deze dag tot een succes te maken. En dat begint bij communicatie. Het bord waar we zojuist van hebben gegeten is uniek. Bij de uitgang staat voor iedereen een pizzadoos klaar met twee pizza borden en op elk bord staat een tegeltjeswijsheid:

1.   Is de communicatie slecht binnen dit bedrijf? Waarom weet ik daar niets van!

2.   Als je eerlijk en open wilt communiceren moet je ook luisteren naar de dingen die je niet wilt horen!

Morgen is een nieuwe start en alle medewerkers krijgen van mij hetzelfde aangeboden met een korte toelichting van onze stap die we vandaag met elkaar gezet hebben”. En welgemeend applaus klonk van alle aanwezigen. Volgens mij was de missie geslaagd! 



Spreuk van de week (week 11, 2018)


Oordeel niet, verbaas je slechts…

Ja ik zal het erkennen. Ik ben een molloot. Wat heb ik genoten van de diverse aanwijzingen en ja wat heb ik tot aan het einde aan toe er helemaal naast gezeten. Voor degene die niet weten waar ik het over heb…dit gaat over de finale van ‘Wie is de Mol’. Een tunnelvisie heb ik gehad en elke aanwijzing die ‘mijn mol’ bevestigde greep ik met beide handen aan. Alle overige informatie filterde ik weg want dat zou alleen maar afleiden van ‘mijn mol’. Tja de finale was prachtig en wat heb ik me laten misleiden. Chapeau voor de mol van 2018, goed gespeeld!

 

Deze spreuk van de week bestaat uit twee delen. Vandaag het eerste deel.

Vraag aan iemand die in ploegendienst werkt welke dienst het fijnste is. Weekend en de nachtdienst. Waarom? ‘Dan is er geen management dat allerlei onzinnige vragen stelt’. Eigenlijk is dit wel heel gek want het management is erop gericht om het team zo optimaal mogelijk te laten presteren, toch?

 

Of ik niet even met een quick adviesje kon geven. De marges zijn klein dus het mag niet teveel kosten. Een produktiebedrijf met ongeveer 130 medewerkers. Volcontinu. Ondanks dat het produktieproces continu doorliep gold dit niet voor medewerkers. Het haperde. HR werd ingevuld door de algemeen directeur (tevens eigenaar) met ondersteuning van zijn secretaresse. Er was niet veel verloop maar het ‘samen schouders eronder was weg’ volgens de directeur. De passie was weg en volgens hem lag dat aan zijn middle management. Hij wilde deze groep gaan beschrijven maar ik gaf aan dat ik graag ‘blanco’ de organisatie wilde ‘ervaren’. Ik stelde voor om in het weekend midden in de dienst aan te schuiven om het proces te zien en met diverse functionarissen te praten zonder gestoord te worden door leiding. Daarom zouden we er geen ruchtbaarheid aan geven. Op zaterdagmiddag zou ik om 12.00 uur starten, de ploegwisseling om 14.00 uur volgen en dan tussen 16.00 en 17.00 mijn veldwerk stoppen. De datum werd geprikt en we hadden afgesproken om de shiftleaders op vrijdag te informeren over mijn komst. De datum werd, onder voorbehoud, vast gelegd (moest thuis nog afstemmen). En tevreden reed ik naar huis. Ik was nog niet binnen of de produktiemanager belde me op. Wat mijn bedoeling was…zucht…in ieder geval werkte de onderstroom communicatie als de beste. Dat dan weer wel.

 

Op zaterdag reed op naar de fabriek. Bij de poort belde ik de shiftleader die me even later kwam ophalen. Hij was heel sceptisch en beantwoordde al mijn vragen zo kort mogelijk. Geen medewerking en duidelijk geïnstrueerd. “Weet je wat me zo frustrerend lijkt van jouw werk??” vroeg ik hem. En zonder op zijn reactie te wachten “Dat er zoveel geklaagd wordt maar dat je er niets aan doet. Want hoe dan ook je bent de ‘pispaal’. Je moet je houden aan allerlei regeltjes en met de produktiemanager heb je een haat-liefde verhouding. Hij toont soms begrip voor de situatie maar duwt nog meer zaken door je strot”. Zijn pas vertraagde. “En jij…je kunt hier wel komen als ‘dure consultant’ en met allerlei adviezen komen. Ik moet je in vertrouwen nemen….en wat krijg ik ervoor terug? Je schrijft het op en dan ben je weg, foetsie met je mooie praatjes. Niemand doet iets met die adviezen…behalve die bazen die me dan aanwijzen als verrader. Weet je loop maar lekker rond maar ik denk niet dat er iemand erg behulpzaam zal zijn. Je vindt je weg wel. Je hebt een vrijkaart om overal te komen. Ik bel de machinevoerder wel dat hij een rondje met je loopt. Ik heb andere zaken aan m’n hoofd”. En zonder blikken of blozen draaide hij zich om. Ik liep achter hem aan. Dit gesprek was klaar. Op zijn kantoor belde hij met de machinevoerder en even later sjokte een bijna gepensioneerde man naar het kantoor. Met een bitse ‘leid jij hem eens rond’ werd ik uit het kantoortje gegooid.

 

Ik stak mijn hand uit om me voor te stellen. “Ik weet wie je bent. Je bent zo’n dure consultant en daar geef ik liever geen hand aan want jullie soort snijden zonder pardon mensen eruit”. Nou ook dit wordt een gezellig gesprekje. Ik besloot om gewoon mijn nieuwsgierigheid het werk te laten doen. “Waar wil je beginnen?” vroeg hij. “Laten we vooraan beginnen bij het produktieproces. Maar echt letterlijk. Waar en hoe komen de grondstoffen binnen”. Hij keek me even aan. “Wil je de opslag zien. Daar heb je niks aan”. Ik knikte bevestigend. “Je hebt het me gevraagd waar ik wilde beginnen en dat is waar ik wil beginnen”. Enigszins verrast door mijn opmerking liepen we naar het buitenterrein. Ik vroeg hem het hemd van zijn lijf. Over kwaliteitsmetingen grondstoffen, welke (toe)leveranciers en stelde allerlei vragen over de dingen die ik zag. Hij werd steeds enthousiaster door mijn enthousiasme. Zonder te wachten op mijn vragen liet hij me de diverse processen zien. Ook spraken we daar met zijn collega die verantwoordelijk was voor de toevoer van de grondstoffen. Plots piepte zijn horloge. “Is het al zo laat?? Over een halfuur is mijn dienst afgelopen en ik heb nog niets aan de rapportage gedaan en we zijn niet eens in de hal. Kom mee”. In plaats naar zijn machine te lopen liep hij naar het kantoor van de shiftleader. “Wacht hier” instrueerde hij mij. Binnen zag ik hem met heftige armbewegingen praten met de shiftleader en een 2 e man liep ook het kantoortje in. Die bemoeide zich al snel met de discussie. Met een wegwerpgebaar draaide de machinevoerder zich om. Smeet de deur hard dicht “stelletje eikels” keek amper op toen hij langs me liep. “Kom je nog” zei hij zonder om te kijken. En dat deed ik. “Mag ik vragen waar dat over ging” terwijl ik weer naast hem ging lopen. “Ik wilde de rondleiding nog verder verzorgen dus ik heb gevraagd of ik mocht overwerken. Maar dat mag natuurlijk niet van de bazen. Ze kunnen nooit verantwoorden dat ik voor een externe consultant moet overwerken. Dus nu moet ik eigen tijd de rapporteren nog verwerken ‘in m’n eigen tijd’ want dan had ik je maar eerder moeten afschepen. Op het kantoortje van de machinevoerder zat een aantal ploegmedewerkers bij elkaar. De stilte was weer sprekend toen we samen binnen liepen. “Hij is anders” zei hij. “Dit is geen normale consultant. Hoe heet dat wat jij doet?”

“Ik ben organisatie adviseur” zei ik. “Dat bedoel ik. Hij is er niet om te snijden maar wil echt begrijpen wat we doen. En volgens mij is hij oprecht”. Hij keek even rond, “Ga eens aan de kant” zei hij tegen een collega die achter een PC zat. “Ja maar ik ben net de mailtjes aan het doorlezen en ik dan heb ik niet eens de gezamenlijke mailbox gelezen.”  Die opmerking was voer voor allerlei ‘collegiale opmerkingen’. Mijn gids nam weer het woord “Doordat ik hem heb rondgeleid heb ik nog niets aan de rapportages kunnen doen. Van onze chief moet ik deze nu in eigen tijd invullen en ik heb geen zin om nog uren met jullie rond te moeten hangen”. Wederom vulde het kantoortje zich met allerlei opmerkingen. Het was me wel duidelijk in die paar minuten dat de onderlinge sfeer goed was. Zijn collega draaide zich om, “Zeg maar wat je nog moet doen dan vul ik de gegevens wel voor je in”. Mijn gids van de middag klopte op de schouder van zijn collega; “Goed bezig. Ik heb alleen de rapportage van 10.00 uur gedaan. Alle anderen moet ik nog doen”. Toen draaide hij zich om naar mij “Wil je mij nog spreken of denk je dat mijn collega’s het net zo goed kunnen?” De aanwezigen op kantoor lieten duidelijk hun mening horen. “Dat komt vast en zeker goed”. Een paar minuten later was de overdracht gedaan en nam de nieuwe ploeg het werk over. De nieuwe machinevoerder zat nog door de mailtjes te scrollen. Ik ging naast hem zitten. “Gaat dit elke dag zo?” Zonder op te kijken humde hij bevestigend. “Maar je hebt gisteren toch ook gewerkt?”. Weer hummend, “Gisteren had ik ochtenddienst en dan bedenken de hoge heren op vrijdagmiddag wat ze allemaal voor extra info willen. Dat zij daar uren de tijd voor hebben…pfff. Daarom moet ik het goed lezen. En dan heb ik ook nog mijn eigen mailbox. Dit is de mailbox van de machinevoerder. Daar ben ik nog wel een halfuurtje zoet mee”. Langzamerhand kreeg ik een gevoel bij aantal issues. Ik vroeg de machinevoerder om me een aantal van die rapportages te laten zien die ze moesten invullen. Toen we deze aan het doornemen waren kwam de nieuwe shiftleader het kantoortje ingelopen. “Zal ik hem overnemen” vroeg hij. “Graag” was het antwoord “hij vraagt zoveel dat ik er nu al koppijn van heb”. Er werd wat gelachen en ik vervolgde mijn rondgang samen met de shiftleader. Deze had een andere instelling dan zijn collega en vroeg ook mij het hemd van m’n lijf. Omdat ik me vooral liet leiden door mijn nieuwsgierigheid en veel vragen stelde was het besef van tijd weg. Om zes uur werd hij gebeld dat de koerier van het eten aan de poort stond. “Ojee is het al zo laat. De jongens hebben eten besteld, dat doen we altijd op zaterdag en zondag. Wil jij ook wat?” Ik dankte hem en gaf aan dat mijn thuisfront ook zat te wachten dus het was tijd om te gaan.

 

De zondag had ik nagedacht over datgene dat ik had gezien en gehoord. De indrukken en toelichtingen gonsde door mijn hoofd. Het was te makkelijk om te wijzen naar leiding. Iedereen wilde oprecht hun werk doen. Wat hier vooral speelde was de administratieve rompslomp die veel vertroebelde. Er was een tunnelvisie gecreëerd en die moest doorbroken worden. En om in de ‘WIDM’ te blijven, het was tijd voor de test en het rode scherm zou verschijnen. Daarover in de spreuk van volgende week meer.  


Spreuk van de week (week 10, 2018)


De grootste fout van de mens is dat hij wil oogsten op plekken waar hij niet gezaaid heeft… (Indira Gandhi) 


In onze tuin hebben wij diverse fruitbomen, struiken en kruiden staan. Heerlijk om deze in de komende maanden tot bloei te zien komen. Frambozen, kiwibessen, appels, peren, kersen en nog andere kruiden en (heerlijk) fruit. En dan ons moestuin hoekje waar over een paar weken weer diverse groente geplant worden. En elk jaar is weer anders. Er zijn jaren dat we niet weten wat we met de oogst moeten doen (overdaad) en het volgende jaar hebben we nauwelijks vruchten. Kortom de natuur kan grillig zijn en je weet van tevoren nooit wat het uiteindelijk resultaat zal zijn…

 

Stress op het werk. Iedereen in het beroepsleven kent het. De ene keer door een leidinggevende. De andere keer omdat je niet de juiste middelen krijgt om je werk te kunnen uitoefenen. En soms omdat je geen klik hebt met je (nieuwe) collega’s. Dit leidt over het algemeen tot ongewenst verloop. En als collega’s hun baan opzeggen dan is er altijd een (tijdelijke) situatie van onduidelijkheid, extra belasting van het team oftewel de stress neemt toe. Als HR verantwoordelijke heb ik ooit de situatie meegemaakt dat er een grote onvrede was in een specifieke business unit en dat gaf mij (heel) veel stress…

 

In mijn bilateraal met de algemeen directeur wist hij me te vertellen dat hij zich zorgen maakte over een aantal managers. “Wat denk jij? Ik heb via via vernomen dat ze aan het solliciteren zijn. Pas geleden heb ik ze nog hartig toegesproken want hun maandcijfers vielen zwaar tegen. Denk je dat mijn handelen de oorzaak is dat ze nu om zich heen kijken?” Ik haalde mijn schouders op “Ik ben er niet bij geweest maar je kunt heel direct overkomen. Soms is het beter om de bal via de band te spelen… Als onze algemeen directeur een heel team toespreekt over de tegenvallende cijfers dan komt dat anders over dan dat je dit via hun eigen manager doet”. Hij keek me aan. “Daar heb ik al mee gesproken en hij heeft zijn laatste kans gekregen. Ik ben er klaar mee.”

“Dan moet je niet gek opkijken als dit personele consequenties heeft. Zal ik eens gaan polsen? En zal ik voor de zekerheid ook al een voorzichtige search in de markt uitzetten?” De directeur keek me aan. “Ik geloof niet dat we dat punt al hebben bereikt. Als deze functionarissen er niet tegen kunnen dat ze worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid dan zijn ze niet geschikt voor hun functie”. Ik zag de bui al hangen er was geen ruimte voor discussie en hiermee werd het onderwerp afgedaan.

 

Een paar maanden later hadden we de discussie opnieuw maar nu met een uitroepteken. Er waren verschillende opzeggingen binnen gekomen. Allen in dezelfde unit. En ons eigen potentieel beoordelend moesten we of behoorlijk inboeten op kwaliteit (en competenties) of onze klanten zouden inboeten op onze dienstverlening. Beide onacceptabel. Tussenoplossing was het inzetten externe (interim) support. De druk werd aardig opgevoerd op het HR en recruitment team en elke dag moest ik een update geven van de stand van zaken. Naast het managen van de externe support was ik ook verantwoordelijk om de 2e ronde gesprekken te voeren. Hele dagen was ik ermee bezig. Echt blij werd ik er niet van want de kwaliteit van kandidaten was niet op het gewenste nivo en ik wist dat mijn directeur nooit hiermee genoegen zou nemen. Via diverse externe buro’s kreeg ik dag in dag uit nieuwe cv’s toegestuurd en ook via social media enkele reacties binnen. In een ultieme poging probeerde ik met een aantal vertrekkende managers in gesprek te komen om hun ontslag in te trekken. Ik kreeg nul op mijn rekest. Wel kreeg ik aantal tips van potentiele kandidaten die zij kende. Het succession plan dat we ooit hadden opgesteld werd weer uit de kast gehaald want ook daarin hadden we diverse potentiele kandidaten geïdentificeerd. Het plan was nooit tot uitrol gekomen. “Grootste onzin’ was het volgens mijn directeur, ‘werkverschaffing’ en het leverde niets op.

Met hangen en wurgen wisten we de operatie in de lucht te houden. Uiteindelijk hadden we alsnog een aantal kandidaten gevonden die op basis van de gesprekken de inmiddels vacante posities zouden kunnen invullen. Met het opstellen van de arbeidsvoorwaardelijke brieven kon ik de laatste vinkjes zetten bij vacatures. Ik mailde mijn directeur dat we weer bijna op sterkte waren.

 

In plaats van ‘thumbs up’ kreeg ik een mail waarin de ontstane situatie volledig op mij gereflecteerd werd. Ik had de situatie verkeerd ingeschat en bovenal had ik niet tijdig aktie ondernomen. Daardoor waren we veel geld kwijt aan dure interim oplossingen. De mail lezende kwam het stoom uit mijn oren. Hij wilde een plan zien op welke wijze ik dit in de toekomst zou voorkomen. Vanuit emotie begon ik aan mijn reply want ik had al vele pogingen ondernomen (en presentaties gegeven in het MT) van een integraal HR plan. Hierin waren alle componenten opgenomen van in-, door- en uitstroom. Dit plan zat goed in elkaar maar we kregen niet de financiele middelen om dit uit te rollen. We moesten het doen met de huidige resources binnen het bepaalde budget. Vanuit een ooghoek zag ik de algemeen directeur naar zijn kantoor lopen. Met mijn laptop onder mijn arm liep ik zijn kantoor op. “Je ziet er verhit uit Michiel. Wat kan ik voor je doen?” Zijn opmerking klopte dus ik haalde diep adem en ging aan de vergadertafel zitten. “Je hebt gelijk. Ik ben verhit! Dat komt voornamelijk door die mail en daarvan krijg ik  stress. Vooral door je toonzetting. Ik heb dit onderwerp diverse malen geagendeerd maar er is nooit ‘gevoeld’ wat de consequentie is als we niet in de organisatie investeren. Die pijn wordt nu wel gevoeld. Ik denk dat we nu samen moeten gaan zitten om een aantal zaken uit te spreken”. De directeur keek me aan. “Ik vind HR heel belangrijk maar heb nu andere prioriteit met onze grootste klant. Dat wil ik nu oppakken en aansluitend kom ik naar je toe. Is dat akkoord?” Ik knikte, pakte mijn laptop en liep naar mijn kantoor. Ik zat nog steeds volop in de emotie en besloot om allerlei documenten te verzamelen.

Een kwartier later kwam de directeur op mijn kantoor. “Michiel laat ik beginnen met mijn excuus aan te bieden. Je hebt gelijk, de mail kan verkeerd gelezen worden en ik heb deze net nogmaals gelezen en ik begrijp je frustratie. We hebben een behoorlijke crisis achter de rug en ben blij dat we de gewenste versterkingen hebben gevonden. Blijft de vraag hoe we dit voor de toekomst kunnen voorkomen”. Door zijn woorden en excuses nam mijn (stress) emotie af. “Het allerbelangrijkste is dat als we willen groeien dan zul je HR in haar volle breedte moeten inzetten en niet op basis van piepsignaal”. De directeur knikte bevestigend. “Als we willen groeien Michiel dan moeten we leren van deze les. Je hebt ons inderdaad meegenomen in je plan maar daar zaten ook een aantal ‘nice to have’ aspecten in. Laten we daar nogmaals doorheen lopen en laten we eens kritisch kijken hoe we dit vorm kunnen geven. Ik sta open om er budget voor vrij te maken”.

Een paar dagen later werd een MT ingelast met als onderwerp ‘HR in de breedte’. Op de dag van MT-overleg startte ik de presentatie door alle MT leden te laten grabbelen in een bak. Hierin had ik diverse zakjes met groente- en bloemzaadjes. De tijd was gekomen om te zaaien zodat we straks ‘de vruchten zouden kunnen plukken’.

 

Een paar maanden later had ik het thema opnieuw geagendeerd om iedereen een update te geven van de inspanningen die we hadden gedaan. Iedereen zat al in de vergaderzaal behalve de algemeen directeur. We besloten dat we alvast zouden beginnen en een paar tellen later kwam hij binnen. “Sorry ik moest ze even wassen” en in zijn hand had hij een bakje met cherry tomaten. “Jahaa” zei hij vol trots “Ik heb al kunnen oogsten…en jullie?”  


Spreuk van de week (week 9, 2018)

Luisteren kan zoveel zeggen…


Met veel genoegen heb ik het programma gezien waarin een BN-gezin terugging in de jaren dat ze zelf opgroeide. De jaren 70 en 80. Alle digitale apparatuur uit deze tijd werd in een koffer gestopt en ‘men’ was weer aangewezen op elkaar. En ja ik heb zoveel herkenbare produkten en activiteiten gezien. Vooral de verbazing van het totale gezin ‘hoe langzaam’ het er destijds aan toe ging. Maar ook een auto zonder gordel (achterin), bolle televisie en telefoons met een draaischijf. Voor ons een programma’s met veel oja, weet je nog… en van onze kinderen vooral verbazing hoe wij in hemelsnaam onze tijd doorkwamen. Toen ik vertelde dat ik vroeger toestemming moest vragen om een vriendje te bellen werden de ogen nog groter. Face timen, snappen en appen was er in die tijd niet bij dus in de ogen van mijn kinderen was onze jeugd…saai en prehistorisch. Dat beaamde we met de opmerking dat we vroeger meer met elkaar deden en ook echt naar elkaar luisterden vooral omdat we geen digitale afleiding hadden maar het volgende snapbericht had alweer hun volledige aandacht…zucht…

 

Als we het hebben over communiceren dan hebben we het vaak zender – ontvanger, nietwaar? En de ruis die ontstaat komt omdat we vaak de informatie samenvatten naar elkaar toe. De niet ingevulde ruimte vullen we dan met eigen interpretatie. We nemen dus informatie aan. De Engelsen hebben hier een prachtig woord voor assume. En met een kleine kwinkslag. If you assume, it will make a ‘ASS of yoU and ME’. Kortom aannames doen is het gevaarlijkste dat je kunt doen bij communiceren. Communicatie…het lijkt zo makkelijk.

 

Pas geleden werd ik me weer bewust dat communiceren soms ook betekent luisteren naar de dingen die niet gezegd worden. Voor een klant was ik op zoek naar een hele specifieke functionaris. Met ondersteuning van mijn netwerk had ik een potentiele kandidaat geïdentificeerd. Snel hadden we contact en ik vroeg hem om zijn CV naar mij te mailen. Een telefonische intake werd gepland en op de dag van de afspraak zat ik er helemaal klaar voor. Ik vertelde over mijn achtergrond en de filosofie van YouGrow. Hierna liet ik de kandidaat aan het woord. Hij vertelde honderduit over zijn loopbaan tot dusver. Mijn glimlach werd tijdens het luisteren alsmaar groter. Dit was de ideale kandidaat. Dit was een 100% match voor de organisatie. Met deze kandidaat zouden ze al die stappen kunnen zetten die zij nodig achtte. Ook arbeidsvoorwaardelijk paste het plaatje perfect en de reisbereidheid maakte het ideaal plaatje compleet. Dus na alle vragen te hebben gesteld vroeg ik hem waar zijn ambitie lag en wat een logische vervolgstap zou zijn. “Nou Michiel, daar hebben we het inderdaad nog niet over gehad. Zoals ik je heb verteld ben ik vorig jaar gescheiden. Mijn jongste zoon gaat dit jaar naar de universiteit en gaat op kamers. Woonruimte is hier moeilijk te krijgen dus hij zei vorig jaar: ‘Pa als jij nou jouw droom najaagt. Dan verhuur je dit appartement aan mij dan heb ik geen woonstress en blijf ik op je appartement passen tot je hier terug wilt komen. Dan heb je in ieder geval een instapklare woning ter beschikking’. Daar heb ik eens goed over nagedacht en ik denk dat dit goed aansluit. Nou had ik van onze wederzijdse kennis begrepen dat jij me mogelijk kunt helpen”. Van mijn glimlach was nog maar weinig over want zijn verhaal was duidelijk. Hij zou gaan verhuizen in ieder geval voor de duur van de studie van zijn zoon. Althans dat nam ik aan.

“Tja dat ligt eraan, wat denk je dat ik voor je kan betekenen”. Vroeg ik. “Nou in hoeverre heb jij contact met restauranthouders in Zuid-Limburg die hun restaurant willen overdragen aan een nieuwe uitbater”.

“Euhm niet” was mijn antwoord.

 “Nou dan kunnen we niets voor elkaar betekenen”.

“Maar wat ga je dan doen?” vroeg ik.

“Dat lijkt me duidelijk. Mijn ouders hadden vroeger een restaurant. Heerlijk vond ik het. Toen ik mijn vrouw leerde kennen stimuleerde zij me om vooral verder te gaan studeren en niet mijn talenten te verkwanselen in de horeca. Je weet hoe het gaat, ze was de liefde van mijn leven en ik volgde haar blindelings. We studeerden samen aan UVA en gingen voor onze carrière. En succesvol. We kregen een gezin en mijn ouders zochten een passende opvolger voor hun restaurant. Mijn zus wilde wel graag maar ze had niet het ‘horeca’ gevoel. Mijn ouders hebben toen maar het restaurant behouden in de hoop dat ik toch zou switchen. Mijn moeder is tien jaar geleden overleden en ze heeft op haar sterfbed gezegd hoeveel verdriet ze hebben gehad van mijn besluit om niet in te stappen. Mijn carrière verliep niet zoals dat van mijn vrouw. Zij was succesvol en ze kon haar geluk niet op als ze gepromoveerd werd. Ik steeds ongelukkiger bij het doorgroeien naar afdelingsmanager. Ik nam de juiste besluiten en vervulde mijn functie naar behoren maar ik kwam steeds verder van de materie af te staan. Ik kende de mensen niet meer die met en voor me werkte. Tot ergernis van mijn vrouw sloeg ik een internationale functie af en bleef in mijn huidige rol. Op een dag belde mijn vader me op een normale werkdag. Het restaurant was failliet gegaan. Hij huilde aan de telefoon. Ik wist niet hoe ik moest reageren. Dit was zijn droom, zijn passie en die was in duigen gevallen. En ik had in al die jaren niets gedaan. Ik belde mijn vrouw en na drie keer voicemail stuurde ze een appje. Of er iets was. Ik stuurde terug dat het restaurant van mijn vader failliet was gegaan. Ze reageerde met ‘dus?’. Ik heb met verbazing naar dat appje gekeken. Ik zal je de details besparen maar op die dag heb ik alle façade afgeworpen en besloot om mijn leven te gaan leiden. Ik heb ontslag genomen. Heb een taxi naar huis genomen en ben toen naar mijn vader gegaan. Samen hebben we gehuild. Toen kwam mijn zus binnen. Wij hadden elkaar al een paar maanden niet meer gezien maar het eerste wat ze tegen me zei was: ‘Wat zie jij er goed uit’. De last die ik had afgeworpen was gelijk zichtbaar. Ik pakte mijn vaders hand en vertelde hem dat ik zou doen wat ik allang had moeten doen. Ik zou een restaurant kopen en leiden. Samen met mijn vader. Mijn ouders gingen vroeger altijd op wandelvakantie in Zuid-Limburg. Daar genoten ze altijd zo van. Mijn vader zijn droom was om een restaurant te openen in het Limburgse Heuvelland en dat hij af en toe een wandeling kon maken. Dat is wat ik mijn vader wil bieden. Voor het eerst in hele lange tijd luister ik naar mijn familie maar ook naar mezelf. Mijn vader hoeft niks te doen in het restaurant, dat wil ik ook niet, er komt wel een tafeltje te staan in het restaurant en dat is van hem. Nu de scheiding eindelijk is geregeld kan ik mijn aandacht richten op deze stap.

 

Wat een verhaal was dit, ik was er stil van. Omdat we beide toch wel verbaasd waarom onze gezamenlijke kennis ons had gekoppeld besloten we hem de vraag voor te leggen. Toen ik hem sprak was het antwoord functioneel met een boodschap. “Michiel jij hebt je passie gevolgd met YouGrow en je niet laten weerhouden door allerlei ‘voorbehouden’. Aan de andere kant heb je de neiging om op het doel af te gaan waardoor je andere signalen niet oppikt die wel heel wezenlijk kunnen zijn. Ik durf te wedden dat je hem in je hoofd al geplaatst had terwijl hij deze functie helemaal niet ambieerde… Kortom luisteren in plaats van horen wat je wil horen. Ik wilde jullie koppelen om van elkaar te leren. Want hij heeft de neiging om te wachten. Eerst de scheiding afwikkelen, dan een restaurant zoeken, dan woonruimte vinden maar soms moet je, zeker met de leeftijd van zijn vader, gewoon doen. Want laten we eerlijk zijn…er is altijd wat. Daarnaast ken jij, als Bourgondiër, vele leuke eetlokaties in het Heuvelland. En volgens mij vinden jullie elkaar daar ook!” Tja dat laatste kon ik niet ontkennen. En dat ik moet blijven luisteren…die heb ik in m’n oren geknoopt. 


Spreuk van de week (week 8, 2018)

De enige bron van kennis is ervaring!! (Albert Einstein)

 

Het herkenbare aan pubers is dat ze de waarschuwingen van ouders vaak in de wind slaan. Ondanks dat in ons gezin regelmatig de zin ‘dat heb ik je toch gezegd’ te horen is blijft het zelf ervaren de beste ervaring voor onze puberende kinderen. Dit tot wanhoop van ons die moeite hebben om ze los te laten en ze de ‘pijnlijke’ ervaring op te laten doen. De ene keer loopt het goed af en de andere keer staan ze beteuterd voor je en doen ze een beroep op onze kennis en ervaring om het maar weer in goede banen te leiden. Achja we zijn allemaal pubers geweest en we weten dat het erbij hoort. Maar dat wil niet zeggen dat het altijd even makkelijk is…

 

Na een bezoek bij een nieuwe klant reed ik tevreden terug. De algemeen directeur zag wel wat in de aanpak van YouGrow. Hij had een issue in zijn logistieke operatie maar wist nog niet hoe hij het zou moeten aanpakken. Mijn voorstel om eens met een logistiek expert in gesprek te gaan en hierover te sparren sprak hem wel aan. Op weg naar huis pleegde ik een telefoontje naar een van mijn beschikbare kandidaten en die was gelijk enthousiast. Hij kende de organisatie niet zo goed en zou er eens een uurtje op internet aan spenderen.

 

De afspraak was daarna snel gemaakt en een paar dagen later zaten ze al bij elkaar. Een samenvatting van het gesprek had ik ’s avonds al in mijn mailbox. De conclusie was nog steeds hetzelfde. Er moest geïnvesteerd worden in de logistieke operatie. Iemand met kennis van zaken die het bestaande team naar een hoger plan kon tillen. Mijn kandidaat had aangegeven zeker open te staan voor een dergelijke rol. Voor zijn gevoel ‘zat het wel snor’.

Er volgde een stilte. Diverse pogingen, zowel per mail als telefonisch, zonder resultaat. Dagen werden weken en ik voelde me bijna een stalker. ’s Avonds toen we net aan tafel wilde gaan werd ik gebeld. De rest van het gezin slaakte een zucht toen ik aangaf het telefoontje ‘even te pakken’. Het was de directeur en hij bood zijn excuus aan. Hij had alle berichten gezien en gehoord. Het had hem stof tot nadenken gegeven en hij had met de Board besproken. Ze waren het eens dat er ingegrepen moest worden maar ze wisten nog niet hoe. Of ik tijd had om met hun beide te overleggen. En natuurlijk moest dat wel op hele korte termijn gepland worden. Tja zo gaat dat.

 

En op vrijdagmiddag zat ik weer op hun kantoor. De heren luisterde aandachtig maar er zat een enorme terughoudendheid. Vooral toen ik de kandidaat aanhaalde waar ze al eerder mee hadden gesproken. “Michiel die kandidaat is zeker heel goed en ik denk zelfs ‘te’ voor ons. Wij zijn te klein voor zijn kennis en ervaring en wij kunnen zijn nivo van professionaliteit niet aan. Op dat punt zijn wij als organisatie nog niet”. Er viel een stilte. ”Aan je blik te zien ben je het niet met ons eens…”.

“Nee absoluut niet. Jullie hebben een prachtig verhaal en strategie hoe jullie willen groeien. Aan de andere kant zien jullie, en dat is ook bevestigd, dat het huidige team niet in staat is om deze stap te zetten. Het bestaande team is goed maar ze kunnen niet die stap zetten die jullie noodzakelijk achten. Dit betekent dat je het team moet versterken, toch?” Ze knikte instemmend en de algemeen directeur benadrukte nogmaals dat zijn voorkeur niet lag bij de kandidaat waarmee al gesproken was. Die was in zijn ogen te zwaar voor de functie. “Wat ik zoek is iemand die van een grotere organisatie komt en daar het vak logistiek heeft geleerd en die toe is om een grotere verantwoordelijkheid te krijgen”. Wederom een stilte. “Je kijkt niet blij Michiel, waar zit je aan te denken?” vroeg hij me.

“Houden jullie van voetbal?” Deze onverwachte wending van onderwerp riep enige verbazing op. “Euhm ja”.

“Zoals jullie weten is Feyenoord vorig jaar Nederlands kampioen geworden”. Ze knikte. “Dan weten jullie ook dat Dirk Kuyt drie jaar daarvoor naar Feyenoord was gekomen voor een missie. Hij wilde het landskampioenschap winnen. Weet je wat hij bracht? Ervaring. Hij bracht ervaring met zich mee en hij wist andere spelers te inspireren. Had hij een toverstafje dat de spelers uit de selectie ineens als kampioenen gingen spelen. Nee dit heeft tijd gekost maar hij gaf het team wel het gezamenlijke doel. Het winnen van het kampioenschap. En dat is ze gelukt. Wat zie je nu steeds vaker bij Nederlandse clubs. Ze halen ervaren spelers terug. Want de clubs weten dat ze iets extra’s kunnen brengen. Zie Klaas-Jan Huntelaar en nu recentelijk met Robin van Persie. Wat je dus ziet in de team(top)sport zie ik niet terug in het beroepsleven en dat snap ik echt niet. Jullie hebben met een ervaren kracht gesproken die razend enthousiast is over de opdracht zoals die hier ligt. Het maakt hem niet uit of jullie hem een arbeidsovereenkomst aanbieden of inhuren als ZZp’er. En de vergoeding…weet je…hier gaat het helemaal niet om. Deze persoon ziet een gave missie waar hij graag invulling aan wil geven. Hij weet dat hij iets extra’s brengt en kan brengen. Hij wil onderdeel zijn van een organisatie en als de missie geslaagd is dan draagt hij het stokje over. En deze kennis en ervaring en bovenal inspirator krijg je niet met iemand die bezig is met de ontwikkeling van zijn eigen loopbaan en nog groeistappen wil maken.

En ten aanzien van mijn kandidaat. Hij is niet te zwaar hij heeft gewoon kennis en ervaring die hij graag wil delen. Jullie hebben een onzichtbare drempel en werpen allemaal bezwaren op die nog niet getoetst zijn. Als Feyenoord zo gedacht zou hebben denk je dan dat ze Dirk Kuyt dan ooit benaderd zouden hebben. Want hij is ‘te zwaar’? Of ‘te duur’? Nee! Ze zijn gewoon het gesprek aangegaan en hebben ‘elkaar gevonden’. Zo makkelijk kan het soms zijn, niet werken met aannames maar gewoon de vraag stellen. Niet vooringenomen zijn maar duidelijk zijn in je verwachtingen, ook ten aanzien van de financieel plaatje. Maar daarvoor moet je eerst met hem praten. Dat is mijn mening”. Een stilte volgde en we keken elkaar aan. “Michiel. De passie waarmee je dit vertelt en de overtuiging die jij hebt van deze kandidaat brengt me aan het twijfelen. Wij gaan er toch nog eens over nadenken. Mochten wij toch een ander profiel willen spreken heb jij dan potentiele kandidaten?” Nu was ik degene die even moest nadenken en dat was ook wat ik aangaf. En hiermee werd het gesprek beëindigd. Op de parkeerplaats zag ik dat mijn kandidaat al had gebeld en op de terugreis gaf ik hem mijn terugkoppeling van het gesprek. “mmm dat klinkt niet echt hoopgevend maar goed we wachten maar even af wat hun besluit is. Vind het wel leuk dat je mij vergelijkt met Dirk Kuyt. Over de clubkeuze laat ik me maar niet uit…’ We moesten beide lachen. “Ik vind het wel knap hoe je toch een draai hebt gegeven aan het gesprek, dat is jouw kennis en ervaring. En met welke sporter ik jou moet vergelijken…. Daar ga ik eens rustig over nadenken”.

Deze week volgt de terugkoppeling van de organisatie. En als ik de kandidaat dan weer spreek ben ik ook benieuwd met welke sporter hij me vergelijkt… 



Spreuk van de week (week 6, 2018)


Piekeren leidt vaak af van de kansen die voor je liggen…

Wie rijdt er tegenwoordig niet met een navigatie? Al is het maar voor het laatste stukje om bij het exacte adres te komen. Hoe slim een navigatie ook is en de kortst mogelijke route berekent… dat wil niet zeggen dat dit altijd de meest snelle is. Ik heb dit mogen ervaren op vakantie. Na een lange reis waren we bijna op de plaats van de bestemming aangekomen. Nog maar een paar kilometer riepen we enthousiast naar de achterbank. Via een smal weggetje kwamen we steeds dichterbij. Nog een bochtje en dan waren we op de plaats van bestemming. Helaas bleek na het bochtje een bruggetje te zijn. U raadt het al…veel te smal voor de caravan. In theorie had mijn navigatie gelijk maar in de praktijk was dit onmogelijk. Zeer frustrerend om de receptie te zien liggen en dan met een auto en caravan te moeten draaien op een smal weggetje. En de navigatie bleef minutenlang maar herhalen dat ik moest omdraaien…grrr!

 

De nieuwe strategie. Dat stond vermeld in de uitnodiging voor het voltallige managementteam. We zouden de dag beginnen met een gezamenlijk ontbijt. In informele sfeer zaten we bij elkaar en kletste wat. Even later liepen we naar de vergaderzaal voor de kick-off. Onze algemeen directeur nam het woord. We hadden een uitdaging voor ons liggen. In de afgelopen jaren was het rendement aan een behoorlijke erosie onderhevig en met het aangekondigde vertrek van een grote klant moesten we een behoorlijke inhaalslag maken. Daarom hadden we deze dagen ook gepland. We wilde een goed plan presenteren.

 

Na de lunch werden alle afdelingsplannen samengevoegd en financieel door gerekend. We hadden aan de start een beoogd resultaat benoemd dat onze target zou worden. Het eerste financiele resultaat was teleurstellend. Ver onder doel. Tijd om de plannen nogmaals kritisch te beoordelen en wensen/investeringen te temperen. Als team hielpen we elkaar in het maken van de keuzes; strepen of behouden. Het waren af en toe hele pittige discussies maar ook dat maakte dat we er met elkaar voor zouden staan. Bij het diner was iedereen zo moe van de dag dat deze bijna in alle stilte werd genuttigd. Een drankje aan de bar werd afgeslagen en het bed werd opgezocht.

 

Fris en monter zaten we klaar voor de 2 e dag. Opnieuw rekenen en we hadden het beoogde resultaat bijna behaald. Zouden we nog dieper ingrijpen of het hierbij laten. We besloten om wel de exercitie te doen maar deze niet aan onze Board voor te leggen, we zouden deze ‘kale’ versie achter de hand houden. Zo hadden we nog een paar ‘potjes’. Voor aanvang van de lunch keken naar ons eindresultaat. Een gevoel van onbehagen bleef. Zou dit toereikend zijn voor onze Board? Maar op dit antwoord moesten we nog een paar weken wachten. 

De presentatie was klaar, de Board Members hadden hun plekken ingenomen en wij zaten klaar om (eventuele) vragen te beantwoorden. Met enige schroom werd teruggekeken op het resultaat tot dusver en de plannen voor het komende jaar. De besparingen werden toegelicht. Her en der werden kritische vragen gesteld maar het gevoel dat we een reeel plan presenteerde kreeg langzamerhand de overhand. Met als eindresultaat dat we een akkoord kregen op dit plan.

 

In de reguliere MT vergadering bespraken we de planning van uitrol/reductie van de formatie. Dit zat vooral in back-office en we moesten zorgdragen dat onze klanten niets zouden merken van de vermindering van mankracht. De volgende dag kwam de sales manager naar de financieel manager en mij toe. Hij was gebeld door twee klanten en ze wilde dezelfde dag een gesprek met hem en onze algemeen directeur. Hij had zijn agenda vrij kunnen maken maar onze algemeen directeur had een andere verplichting die hij niet kon wijzigen. Of wij, namens de organisatie, met hem mee konden gaan. De sales manager zat helemaal in de stress. Hij zag de bui hangen…opzeggingen. Hij wist het zeker en het waren grote klanten met een goed rendement. Al een langere periode hadden ze gediscussieerd over de tarieven. En hij had voet bij stuk gehouden. Hij wist het zeker dat hij vandaag de rekening gepresenteerd zou krijgen. Ter voorbereiding organiseerde we snel een conference call om onze aanpak door te spreken. Contracten werden punctueel doorgelezen (opzegtermijnen, voorwaarden etc) om niet voor voldongen feiten te worden gezet. En we bespraken het noodscenario. De sales afdeling was nog een kostenplaatje aan het doorrekenen indien we de service level zouden verlagen.

 

Met de laatste papieren in een dossier stapte we enigszins met buikpijn in de auto. Aangekomen bij de eerste klant werden we in een vergaderzaal ontvangen. Onze contactpersonen zaten al klaar en ook zij zagen er erg ‘verhit’ uit. Zonder introductie staken ze van wal. Er werden in Europa fabrieken gesloten en zij moesten de produktie verhogen. Dit was gisteren door hun Board besloten. Over twee maanden moest hun produktie met 50% omhoog en dat had ook consequenties voor onze dienstverlening dus of we dit konden faciliteren. We moesten wel een en ander aanpassen en zouden de volgende dag definitief onze officiele terugkoppeling geven. In de auto stuurde we onze algemeen directeur een positief sms’je en dat we op weg waren naar de 2 e klant. Opluchting van eerste klant werd alweer snel ingenomen door zorg en stress voor deze nieuwe meeting. Deze klant was onze grootste klant en volgens onze sales manager was de toon gisteren aan de telefoon ‘veelzeggend’. De zenuwen gierden door ons lijf. Ik was de consequentie van het vertrek grofmazig in kaart aan het brengen en voordat we het wisten stonden we op de parkeerplaats. Snel een schietgebedje voordat we ons zouden melden bij de portier. Wederom werden we naar een vergaderzaal gebracht. Even later kwam onze contactpersoon binnen gelopen. Het ging over koetjes en kalfjes en wij werden steeds stiller. “Goed” zei onze contactpersoon “Laten we ter zake komen. Ik heb jullie gevraagd om eens kritisch naar de dienstverlening en prijsstelling te kijken. Die vraag stel ik nu nogmaals maar met een kleine achtergrond erbij. Wij willen als industriegebied gezamenlijk bepaalde diensten inkopen. Ik ben hierin het algemene aanspreekpunt en onderhandel namens alle organisaties. Het merendeel van de deelnemende organisaties heeft een voorkeur voor jullie uitgesproken maar ‘we’ willen in deze meeting een bevestiging van aard dienstverlening en prijs. Deze kan met dit volume ons inziens toch nog wel iets scherper. Onze sales manager reageerde eerst niet en toen met een verheven stem “En hiervoor heb ik de hele nacht wakker gelegen!” Onze contactpersoon keek even verschrikt en barstte daarna in lachen uit. De tranen liepen over zijn wangen en toen hij zich even later weer hervonden had zei hij: ”Ik heb de halve nacht liggen piekeren hoe ik je kon laten inzien om een beweging mijn kant op te maken aangezien ik op alle voorgaande verzoeken nul op mijn rekest kreeg. Daarom heb ik je gisteren gebeld dat het nu serieus is en ik behoefte heb aan een scherpe tariefstelling”. Met de toezegging dat we hierop zouden terugkomen namen we afscheid. In de auto belde we met onze algemeen directeur die uit de vergadering stapte om met ons te overleggen. We vertelde hem de ontwikkeling en vraagstelling. Opluchting overheerste. In plaats van reorganisatie moesten we op zoek naar versterking. “Eigenlijk” zei onze directeur “moeten we meer geloof in onszelf hebben. Het budget voor volgend jaar werd goed bevonden terwijl wij dachten dat dit afgekeurd zou worden. Vandaag krijgen we gouden kansen aangeboden terwijl wij overtuigd waren dat we opzeggingen zouden krijgen. Laten we eens van onze kracht uitgaan en dat we eigenlijk heel goed bezig zijn”. Die woorden hebben we in onze oren geknoopt. Laat je niet afleiden van de kansen die je aangeboden krijgt… 


Spreuk van de week (week 5, 2018)


Gaat het niet zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat…

Afgelopen week sprak ik iemand die zat te azen op een ontslaggesprek. Jazeker u leest het goed! Hij wilde dat zijn dienstverband zou worden beëindigd. Het duurde hem te lang dus zodoende nam hij contact met me op om te vragen of ik hem tips kon geven. Hij wilde ontslagen worden met een financiële regeling. Hij wilde geen ontslag op staande voet maar gewoon ‘een regeling’. Hij wilde als zelfstandige zijn loopbaan vervolgen maar voor zijn jarenlange trouwe dienst wilde hij een compensatie. Eerlijkheidshalve heb ik met verbazing zijn verhaal aangehoord en dacht nog dat iemand een grap met me uithaalde. Hij wilde mijn expertise inhuren…nou dacht het niet. Ongelofelijk dat er op deze wijze wordt gedacht maar het gaf me wel inspiratie om diverse ‘slechte’ ontslag ervaringen de revue te laten passeren in deze spreuk van de week.

 

Ontslag/slecht nieuws gesprekken worden, in de regel, door de leidinggevende samen met HR gevoerd. Ik ben (door schade en schande) erachter gekomen dat niet veel lijnmanagers ‘geleerd hebben’ om een dergelijk gesprek te leiden…maar ook word je soms verrast door een onverwachte wending...

 

Ik instrueerde de leidinggevende dat hij er niet omheen moest draaien en de boodschap gelijk op tafel moest leggen. Ja hij had het begrepen. Toen de desbetreffende medewerker op de deur klopte deed hij de deur open en voordat de medewerker een stap kon zetten zei zijn leidinggevende: “Je hoeft niet binnen te komen. Wij gaan je ontslaan en we nemen nog contact op”. Euhm…iets te direct…???

 

In onze voorbespreking hoe we dit ontslaggesprek zouden aanpakken kreeg ik de instructie van de leidinggevende om vooral van ‘zijn aanpak’ te leren. Ik, als broekie, zou nu eens meemaken hoe een echte goede ervaren manager dit aanpakte.

Gezamenlijk liepen de desbetreffende medewerker en ik naar zijn kantoor. Zijn leidinggevende zat al aan tafel en nodigde ons uit om te gaan zitten. Een uur hebben we alleen gesproken over zijn gezin, het zware werk dat hij moest doen en allerlei koetjes en kalfjes. Telkens als ik probeerde om het gesprek over te nemen om ‘ontslag’ ter sprake te brengen werd ik, inderdaad vakkundig, gemaand om vooral te luisteren en te leren. Toen hij na een uur aangaf om het eigenlijke doel van de bespreking op tafel te leggen  ging ik snel rechtop zitten…eindelijk...: “Michiel heeft ons gesprek genotuleerd en  zal hiervan een gespreksverslag opstellen”. En met een hartelijke groet werd afscheid genomen. Euhm…nietszeggend ofzo…

 

Briesend kwam zijn leidinggevende mijn kantoor opgelopen. Er was weer een voorval geweest met deze medewerker. Hij had hem opgeroepen om per direct naar mijn kantoor te komen. Hoor en wederhoor gaf ik nog aan. De medewerker kwam mijn kantoor opgelopen. Met een bitse ‘ga zitten’ werd de medewerker aan tafel gezet. Ik stond op van mijn buro om ook aan tafel te gaan zitten toen de medewerker aangaf niet fijn op de stoel te zitten. “Wacht even” zei hij en trok een mes en legde dit voor zich op tafel “dat zit vervelend, goed wat kan ik voor jullie doen”. Euhm…iets te scherp aangezet…

 

Het dossier was gevuld. We hadden ons goed voorbereid en ik had zijn leidinggevende aangegeven hoe we het gesprek zouden aanpakken. Welkom heten, de mededeling van ontslag, korte achtergrond en dan pak ik over en geef uitleg over procedure en vervolg. Nadat de medewerker was gaan zitten nam de leidinggevende het woord: “Dank je wel dat je er bent. Michiel jij wilt hem wat vertellen”. Euhm…gevalletje afschuiven…

 

Na het zoveelste incident hadden we besloten om, ondanks een dun dossier, het risico te nemen en beide werknemers op het matje te roepen. Ze hadden een collega bedreigd en hun voorman geduwd. We zouden ze apart binnenroepen en zijn collega zat op de gang te wachten. De eerste medewerker gaf vrij snel aan te begrijpen dat dit ontoelaatbaar was en hij zou zijn rechtsbijstand inschakelen en wachten op ons ontbindingsvoorstel. Op de weg naar buiten zei hij één woord tegen zijn collega die nog zat te wachten ‘ontslagen’. Helemaal opgefokt kwam hij binnen “f**k man, sh**zooi, kl**e” en meer van dit soort woorden vulde de ruimte. “Ben zo ongelofelijk opgefokt man, echt hoe zeg ik dit thuis…”. Wij hadden nog helemaal niets gezegd of aan hem gevraagd en keken hem alleen maar aan. “K**, ach ben mijn baan toch al kwijt”. Hij graaide in zijn zak en haalde er een klein pakketje uit. “Ik houd het niet meer, moet effe afkoelen” en met een paar behendige bewegingen legde hij een lijntje cocaine op mijn tafel en snoof deze op. Met grote ogen van verbazing keken wij toe hoe dit zich voor onze neuzen (leuke beeldspraak) afspeelde. Wij waren zo met stomheid geslagen dus dit is een…gevalletje absurdistisch…

 

Getergd waren we. Deze medewerker verstond de kunst om continu tegen het lijntje van  disfunctioneren te lopen. Voldoende om je mateloos te irriteren en onvoldoende om er iets tegen te doen. We hadden al zoveel gesprekken met hem gevoerd. Of hij het werk wel leuk vond en wij zouden hem kunnen helpen met professionele begeleiding voor een arbeidsmarkt orientatie. Want de negativiteit die hij uitsprak kon toch ook geen voldoening geven…en hij moest nog zoveel jaren. En om telkens dit soort gesprekken met ons te moeten voeren was toch ook geen pretje etc. etc. etc. Als een blok beton hoorde hij keer op keer ons relaas aan. Maar beweging was er niet in te krijgen. Alle gesprekken werden netjes vast gelegd en wij bleven voorvalletje op voorvalletje stapelen maar kwamen eerlijkheidshalve geen stap verder. We besloten om de fluwelen handschoenen eens af te doen en vol op ons doel af te gaan. Wij zagen geen heil in continuering van de arbeidsrelatie, dat zou de boodschap zijn. Toch wel zenuwachtig zaten we op hem te wachten. Bij binnenkomst legde hij een brief op tafel. “Sorry jongens ik weet dat jullie heel veel moeite voor mij aan het doen zijn en ik wil zeker niet ondankbaar zijn maar ik dien mijn ontslag in”. Hij schoof de brief naar mij toe. Volgens mij heb ik 1 minuut niets gezegd en alleen maar naar zijn ontslagbrief gekeken. Euhm…gevalletje hele aparte wending…

 

Wat ik vooral in al die jaren heb geleerd is dat elke situatie anders is. Er is geen standaard aanpak want we zijn als mensen/medewerkers allemaal uniek. Het allerbelangrijkste vind ik altijd om het respectvol af te handelen. Blijf professioneel en als het niet gaat zoals het moet dan moet het maar zoals het gaat…! 



Spreuk van de week (week 4, 2018)

De meeste managers die denken aan VERANDEREN denken vooral aan ANDEREN 

Steeds vaker hoor ik dat er voor het nieuwe jaar geen voornemens worden gemaakt. Op zich toch wel jammer want zo’n ijkpunt (oud en nieuw) is toch een prachtig moment om eens tegen jezelf en je omgeving te vertellen dat je het nu echt anders gaat doen. En de directe omgeving kan je daarbij prima ondersteunen. Een algemene opmerking  zoals bijvoorbeeld ‘afvallen’ is geen voornemen maar een idee. Een voornemen is mijn inziens pas een voornemen als je als doel stelt om in januari bijvoorbeeld 3 kilo af te vallen. De methode bepaal je zelf (welk afvalprogramma past het beste bij jou!) en dan is het lange termijn voornemen dat die kilo’s er ook af blijven (voorkomen van het jojo effect). Maar als we het zo concreet maken dan heb je grote kans dat je omgeving vraagt naar het (tussen)resultaat. En vooral dat laatste vinden we, volgens mij, lastig.

 

Bert was zo blij met zijn nieuwe baan. Hij wist het zeker, met deze nieuwe baan vielen een heleboel ergernissen weg. De gespreksrondes hadden hem zo’n goed gevoel gegeven dat hij zelfs genoegen nam met een versoberd arbeidsvoorwaardenpakket want het werkplezier maakte echt deze baan. En dat zat, volgens hem, wel snor. Ook het bedrijf zag in hem de droomkandidaat. Hij stuurde me een appje om me te informeren over zijn carrierestap. Hij moest starten met een overname en dit in goede banen leiden. Met de sociale partners was afgesproken dat de personele consequenties tot een minimum beperkt zouden worden. We spraken af om na een paar maanden na zijn start samen een kop koffie te drinken.

 

Een paar maanden later zaten we samen aan tafel. Ja het was een mooie uitdaging maar de organisatie zat hartstikke vast. Niemand wilde bewegen en de algemeen directeur werd steeds kritischer op zijn output. Er kwamen nagenoeg geen resultaten van zijn inspanningen. Zijn team zag zijn worsteling maar bleven aan de zijlijn toekijken. Tussen de organisaties bleken er meer verschillen te zijn dan overeenkomsten. Om enigszins een uniform beleid uit te kunnen rollen moesten er echt maatregelen getroffen worden en dat kon niet zonder consequenties. Als hij hierover het gesprek wilde aangaan dan werd dit weg gewuifd waardoor hij het gevoel dat hij rondjes aan het draaien was.

 

De dag dat ik bij hem aan tafel zat had zijn oud-werkgever ’s ochtends contact met hem opgenomen. Ze hadden hun zoektocht naar een vervanger gestaakt want ze kwamen er niet uit. Of hij misschien open stond voor een gesprek. “Wat moet ik ermee” vroeg hij me. ‘Praten kan altijd’ was mijn beste advies dat ik hem op dat moment kon geven. Hij wilde niet nu al opgeven maar aan de andere kant merkte hij hoe hij hunkerde naar zijn ex-werkgever waar hij wel een onderhandelingspositie had. Een collega van zijn oude team nam zijn functie ad-interim waar. “Waarom bel je haar niet en vraag je hoe zij erover denkt als je terug zou komen”. Dat vond hij een beter idee dan mijn vorige advies. Ik wenste hem veel wijsheid toe en gaf aan dat ik graag op de hoogte zou blijven van zijn stappen.

 

Twee weken later belde hij me op. Aangezien ik ervaring had met integraties wilde hij dat ik samen met hem een presentatie zou maken voor zijn algemeen directeur. Mogelijk dat mijn inbreng er wel toe zou leiden dat bepaalde arbeidsvoorwaardelijke akties  doorgevoerd zouden worden. Samen werkte we aan de punten die we wilde presenteren. Hij had eigenlijk alles heel goed in kaart gebracht met bijbehorende consequenties maar er was niemand die een stap kon/wilde zetten. Nadat we het eens waren over de draft vroeg ik hem of hij nog gesproken had met zijn oud-werkgever. Wel met zijn voormalige collega maar (nog) niet met zijn voormalige directeur. Zijn ex-collega zou dolblij als hij terugkeerde. Zij was geen manager en dat ambieerde ze ook niet. En ze kwam nauwelijks aan haar eigenlijke werk toe waardoor veel kwesties bleven liggen. Het voelde goed en hij zou de week erop met zijn oude baas een biertje gaan drinken.

 

De volgende ochtend zaten we klaar in de vergaderruimte. Bij binnenkomst van de algemeen directeur volgde de hele delegatie van het directieteam. Hij had besloten om iedereen er maar bij te betrekken. Dat was de zakelijke mededeling die we te horen kregen. Na het voorstelrondje nam ik het woord om iedereen mee te nemen in de inventarisatie die tot dusver was gedaan en het uiteindelijke doel: ‘Een uniform arbeidsvoorwaardenpakket en beleid voor alle medewerkers’. Met het presenteren van deze dia kwamen al de eerste reacties los. Dit was onmogelijk dus een belachelijk doel. Ik had weerstand verwacht maar niet al bij de introductie. Er was nog niets inhoudelijks gepresenteerd of de hakken gingen in het zand. Maar in plaats van gelijk in de discussie te gaan draaide ik deze om. “Goed ik begrijp hieruit dat dit een onmogelijke opdracht is. Dan verneem ik graag van dit directieteam wat een haalbare opdracht is waarmee dit team aan de slag kan. Aangezien deze tijd is gereserveerd in jullie agenda stappen wij nu uit de vergadering en laten wij jullie hierover vergaderen”. Ik pakte mijn spullen en keek Bert aan: “Zullen we op jouw kantoor gaan zitten?” Ik zag hem weifelen. “Nee ik blijf hier” zei hij. “Het is mijn taak om dit op te lossen en af te stemmen. Je kunt op mijn kantoor gaan zitten”.

Een uurtje later kwam Bert redelijk uitgelaten zijn kantoor opgelopen. “Het was geweldig Michiel. Ze vielen eerst over jou heen maar toen heb ik ze aangegeven dat je gelijk had. Ik heb ze gezegd dat ze allemaal hun mond vol hebben van de beoogde verandering maar ze wijzen allemaal naar anderen. En zoals je me hebt verteld is het zo simpel want als je met je vinger naar iemand wijst dan wijzen er altijd meer vingers naar jezelf. En zij als directie moeten het voorbeeld zijn en beginnen met de veranderingen te accepteren in plaats van zogenaamd behouden wat ze hadden. Toen heb ik de presentatie gegeven. En ze waren onder de indruk. Ook met de oplossingen en bijbehorend stappenplan. Ze begrepen dat ze door de zure appel moesten bijten. En weet je wat het leuke is. Ze zijn gewoon bang dat ‘goede medewerkers’ gaan lopen als we hun huidige voorwaarden gaan aanpassen maar dat is flauwekul. Ze gaan lopen door de onduidelijkheid die er nu is. We moeten gewoon zorgvuldig zijn in onze communicatie. En dat plan heb ik ze ook laten zien. Ze waren echt ‘impressed’. Gaaf he!!” Bert stond bijna als een klein kind te springen op zijn kantoor. “Proficiat, je hebt een belangrijke drempel genomen en ik ben blij dat ik een steentje heb mogen bijdragen”. En met een gulle glimlach namen we afscheid. De week erop belde ik hem en vroeg hem hoe het was gegaan met zijn oud-werkgever. Hij vertelde me dat ze samen een biertje hadden gedronken. “Ik had hem geadviseerd om iemand anders in het team aan te wijzen als leidinggevende want ik had besloten om niet terug te gaan. Dit was een behoorlijke teleurstelling voor ze maar ik moet mijn eigen klus afmaken. En ik begin het steeds leuker te vinden. Straks word ik nog een echte ‘verander manager’. Bert had zijn plekje gelukkig gevonden en zijn verandering voelde heel goed! 



Spreuk van de week (week 3, 2018)

Niets menselijks is ons vreemd…


Over deze spreuk van de week heb ik getwijfeld. De spreuk van de week is een (luchtige) observatie, ervaring die ik graag onder de aandacht breng. Gewoon even bij een bepaald moment stilstaan en dit op papier zetten. De spreuk van de week is ook zoals ik ben. Mijn emotie, lach, ergernis of verbazing is (als het goed is) erin te lezen. Het zijn mijn ervaringen die gevat worden in een spreuk en gezien de (persoonlijke) reacties worden deze wekelijkse spreuken gewaardeerd.

 

Ik neem u mee in het proces van het opstellen. Dit begint altijd met het nalezen van ervaringen, voorvallen en gebeurtenissen die ik in mijn spreukenboekje heb opgeschreven. Dan begint het schrijven, het herschrijven en nogmaals herschrijven en tot slot met laatste aanpassingen, meestal in het weekend of echt last-minute, en dan klaar maken voor publicatie. De spreuk is een personificatie van mijzelf. Zoals een liedjesschrijver of zanger een lied zich eigen maakt zo geldt dat voor mij ook met de spreuk van de week. Dit ben ik. Waarom deze inleiding vraagt u zich mogelijk af??!! Omdat dit geen normale spreuk van de week is. Niet zozeer omdat ik geen inspiratie heb maar omdat er iets anders speelt…

 

Tijd is iets dat we niet kunnen managen. We kunnen ‘tijd’ niet sneller laten verlopen of vertragen. Tijd kunnen we enkel ondergaan. Soms lijkt de tijd heel langzaam voorbij te gaan of zelfs stil te staan. Dit laatste heb ik helaas ‘ervaren’. Mijn broer is afgelopen zaterdag overleden en mijn tijd stond even stil. Ondanks dat we wisten dat dit moment zou komen is de daadwerkelijke bevestiging een schok. Emoties gaan op en af als weeën.

Omdat ik het belangrijk vind om dicht bij mezelf te blijven heb ik besloten om geen generieke spreuk te plaatsen maar deze. Geen luchtige spreuk alsof er niets aan de hand is want de spreuk is een beeld van ‘mijn wereld’. En deze dagen ervaar ik met een filter. Natuurlijk is er ruimte voor een lach en alles draait gewoon door (zoals het ook hoort) maar mijn wereld staat even de ‘slow motion’ stand. En dan een ‘normale’ spreuk publiceren is dan iets dat niet bij me past, niet menselijks is mij vreemd… 



Spreuk van de week (week 2, 2018)


Wie een fout maakt en deze niet herstelt, maakt nog een fout (confusius)


Voordat ik een fout maak… ik wens al mijn lezers een heel succesvol, gezond en inspirerend 2018 toe. Heeft u genoten van de decembermaand? Culinaire hoogstandjes gepresenteerd aan uw gasten? Ik heb een culinaire (bourgondische) familie die het heerlijk vinden om met deze dagen uit te pakken. Vaak met gerechten die het amateur kooknivo overstijgen. Maar ook risicovol. En jazeker ook wij hebben, op papier, smaakvolle gerechten geserveerd die in de praktijk toch heel anders uitpakte. En daarvoor heb je uren in de keuken gezwoegd. Al doende leert men is dan de uitspraak. Ik heb vooral geleerd dat goed (keuken)materiaal echt het verschil kan maken en soms moet je gewoon de keuze maken, omdat je het materiaal niet hebt, om er niet aan te beginnen. Zo is het ook in het beroepsleven.

 

Ik werd door een DGA uitgenodigd voor een telefonische vergadering. Het onderwerp van de uitnodiging was het bespreken van het versterken van de organisatie. Op de dag van het telefonisch overleg zat ik klaar achter mijn buro. Na de algemene update zoomde we in op het vraagstuk. Een aantal van zijn managers hadden hun ontslag ingediend en een overstap gemaakt naar een andere werkgever. Het was hem zelf niet gelukt om het juiste potentieel aan te trekken dus hij zocht externe support waar snelheid van handelen van het grootste belang was. Na wat doorvragen kwam de konijn uit de hoge hoed want hij was voornemens om een andere organisatie over te nemen. Omdat zijn management enorm onder druk stond om de operatie ‘draaiende’ te houden kon hij niet op deze groep terug vallen en zou het op de nieuwe instroom en hemzelf neerkomen. Wellicht kende ik gekwalificeerde kandidaten die een rol in zijn operatie zouden kunnen vervullen en daarnaast een acquisitie/integratie begeleiden. Met dit vraagstuk op tafel stelde ik toch maar voor om een aparte afspraak in te plannen om de vraagstelling helder te krijgen en de mogelijkheden te bespreken. Een afspraak werd enkele dagen later ingepland.

 

Het werd een lange zit. In de discussies die we voerde probeerde ik hem te overtuigen dat het twee verschillende trajecten waren die moeilijk met elkaar te combineren zijn. Oftewel je trok iemand aan die de rol niet aan zou kunnen of je trok iemand aan die na de integratie wegens onvoldoende uitdaging weer zou vertrekken. Dus hoe dan ook geen duurzame oplossing. Ondanks mijn tegenwerpingen wilde hij vasthouden aan het (vast) aantrekken van een senior manager om de organisatie te versterken en de acquisitie te begeleiden. De kandidaten die ik kende en qua profiel aan hem voorlegde waren in zijn ogen allen te duur en te zwaar. Hij zocht eigenlijk iemand die nog één keer het kunstje wilde doen en dan afbouwen en kennis overdragen. “Die zijn er” zei ik “Dat zijn interim managers”. Hij verwierp de suggestie om een goede operationele manager aan te trekken die nog kon groeien in zijn/haar rol en een interimmer om de acquisitie/integratie te leiden. “Kost veel te veel en levert niets op” was zijn antwoord. Omdat de discussie zich herhaalde gaf ik aan geen heil te zien in deze opdracht en wenste hem veel succes in zijn zoektocht. Een paar weken later belde hij me op dat hij iemand had gevonden via zijn netwerk. Of ik hem toevallig ook kende en hij wilde graag mijn visie. Die kreeg hij. Operatie passend, acquisitie begeleiden niet, daarom had ik hem ook niet meegenomen en zijn profiel ook niet met hem besproken. Een paar weken later zag ik een LinkedIn update van de desbetreffende kandidaat. Hij was de nieuwe operationeel directeur. Ik stuurde hem een felicitatie en wenste hem veel succes.

 

Zeven weken later benaderde de operationeel directeur me dat hij een verkeerde keuze had gemaakt en wilde graag, zo snel mogelijk, een overstap maken naar een andere werkgever. De acquisitie was afgerond en hij moest alles in goede banen leiden vanaf zijn 1 e werkdag. Dat terwijl er geen expertise in huis was noch ingehuurd mocht worden. Het gevoel van wittebroodsweken na aanvang bij een nieuwe werkgever werd het OMG gevoel. Een drama. Bovenal omdat er operationeel fout op fout werd gestapeld doordat er geen focus was. En hij kreeg van alles de schuld en alle vragen werden bij hem geponeerd. De organisatie was vleugellam en ze wisten niet hoe ze dit moesten doorbreken. Toen vlak voor maandeinde ook nog eens twee operationeel managers hun ontslag indiende zakte de moed hem nog verder in de schoenen. De operationeel directeur vroeg me om hem zsm (preventief) voor te stellen bij andere werkgevers en hij stond zelfs open voor interim opdrachten.

 

Een paar dagen later belde de DGA me op. Of ik nog eens tijd had om op hele korte termijn, bij voorkeur die middag, met hem te praten over zijn organisatie. Ik hoorde de onrust in zijn stem en besloot mijn agenda om te gooien en zijn verzoek te accepteren. Ik schrok enorm toen ik hem zag. De overtuigende DGA die ik had leren kennen zat ineengedoken aan tafel en zijn ogen schoten van links naar rechts. (dreigende) Claims van klanten wegens wanprestatie en ondermaats draaiende organisatie maakte hem onzeker. En de overname bleek heel veel tijd (en onrust) te vergen. Ik heb er een kwartiertje gezeten en 2 telefoonnummers achter gelaten van ervaren managers die hem zouden kunnen ondersteunen. Ik zat nog maar amper in mijn auto toen ik het eerste berichtje al kreeg  van een van interim managers. Ze hadden een kennismaking voor de volgende dag gepland. Ik slaakte een zucht van verlichting. De DGA had aktie ondernomen en hopelijk zou met de juiste expertise in huis de weg naar boven weer gevonden worden. Ik belde de operationeel manager en vroeg hem of nog even geduld te hebben en niet in paniek nu de organisatie te verlaten. Ik vertelde hem wat ik had gedaan en de terugkoppeling die ik al had gekregen. Hij nam het ter kennisgeving aan want hij wilde het eerst zien en dan geloven.

 

Dit alles speelde na de zomervakanties en ik had sindsdien nauwelijks contact gehad behalve af en toe een kort berichtje. Natuurlijk wist ik dat de interimmer was gestart maar de precieze opdracht en status wist ik niet. Ik had me voorgenomen om in januari het net eens op te halen. De operationeel manager werkte er nog steeds dus dat was in ieder geval een goed teken.

Op 24 december werd er aangebeld. Ik was druk doende met de voorbereiding voor de 1 e kerstdag. Ik pakte alvast mijn portemonnee, ik dacht collectant of bezorger, en liep morrend naar de voordeur. Daar stond de DGA voor mijn deur. In zijn ene hand een enorm boeket bloemen en in zijn andere hand een houten (wijn)kist. Hij moest hard lachen om mijn blik “Het wordt nogal zwaar dus als je het wilt aanpakken zou dat erg prettig zijn”  zei hij half lachend en duwde de kist in mijn handen. Ik nodigde hem uit om binnen te komen maar dat wilde hij niet. Ik zette de kist op de grond en nam het boeket aan. “Je hebt nooit een compensatie gevraagd maar hebt me enorm uit de brand geholpen en daar ben ik je zeer dankbaar voor. Ik weet dat ik eigenzinnig ben en weet, achteraf, dat je me geen interimmer probeerde aan te smeren om er zelf beter van te worden maar omdat je wilde dat het proces zou slagen. Dat waardeer ik. Ik ben weer  on-track en de integratie loopt. Daarvoor wilde ik je persoonlijk bedanken want jij hebt tijd en kilometers geïnvesteerd zonder compensatie dus dit is het minste wat ik voor je kan doen. Ik wens je hele fijne feestdagen”. Ik wist van verbazing eigenlijk niet meer uit te brengen dan “dank je”. Toen stak hij zijn hand op “Nog even wachten alsjeblieft” en hij liep naar zijn auto en pakte een magnum fles champagne. “Een kleinigheidje voor je integriteit naar mijn personeel toe…ook namens mijn operationeel manager….”  En met een knipoog en ferme handdruk wenste hij me nogmaals hele fijne feestdagen toe. “En nu als de wiedeweerga terug naar huis want ook ik wil Kerst met mijn gezin vieren”. Al toeterend en zwaaiend reed hij weg.  



*******************************************************************************************************


2017

Spreuk van de week (week 51, 2017)


Hoe jonger we zijn hoe meer we de wereld willen veranderen…

Hoe ouder we worden hoe meer we de jeugd willen veranderen…

Vandaag leest u de laatste spreuk van de week van 2017. Mijn 46e spreuk van 2017.

We zijn in aanloop naar de Kerstdagen en natuurlijk oud&nieuw. Voor de een de dagen waar al lange tijd naar uitgekeken wordt en voor de ander een verschrikking. Ik persoonlijk vind Kerstmis zeker een gezellige tijd om samen te zijn met mijn familie. Maar de steeds vroegere start van kerst (verkopen) daar heb ik wel moeite mee. Kerstsfeer groeit in de maand december en dat is niet ‘ineens’ aanwezig. Geleidelijk kom ik in kerststemming en dat begint met het kiezen van de kerstboom. De 2e stap is het optuigen van de boom en de als de geur van de dennennaalden zich verspreidt door de woonkamer dan wordt mijn/ons kerstgevoel geprikkeld. De receptenboekjes worden tevoorschijn gehaald en de kerstdecoratie wordt beoordeeld en nieuwe ´koopjes´ worden eraan toegevoegd. We werken helemaal toe naar de feestdagen…

 

Volgens onze (gezin)traditie ga ik met onze jongste dochter, Fee, de kerstboom uitzoeken. Zij heeft er een neusje voor om tussen al die bomen op pad te gaan naar een mooi gevormde kerstboom. En als ik met de eigenaar of zijn medewerkers sta te kletsen, want dat hoort er ook een beetje bij, grabbelt zij tussen alle kerstbomen in. Waar eerst de medewerkers haar hielpen in het selecteren van de juiste boom en deze eruit te vissen weten ze ondertussen dat ze haar het beste haar gang kunnen laten gaan. En dus kijken we met z’n allen toe hoe ze bomen verplaatst om bij die ene speciale te komen. Haar zoektocht verloopt meestal 15 tot 20 minuten en hoe ze het doet weet ik niet maar elk jaar weet ze er een mooie volle boom tussenuit te halen.

 

De volgende uitdaging is dan weer voor mij. Hoe krijg ik de gekozen kerstboom zonder al teveel ‘schade’ in en ook weer uit de auto en dat ik geen gevaar op de weg ben. Ook nu weer was stam tussen de voorstoelen gestoken en de piek hadden we iets naar binnen gebogen zodat de achterklep gesloten kon worden. Fee bekeek met veel bewondering naar de boom die ze ook dit jaar had gevonden. We waren net weg gereden toe ze ineens aan me vroeg: “Papa wat wilde jij vroeger worden toen je jong was”. Verrast door haar vraag moest ik even denken. “Weet je wat grappig is. Op het voortgezet onderwijs werd deze vraag ook gesteld en weet je wat ik geantwoord heb…”? Ze knikte van nee. “Ik zei, ik wil miljonair worden. Ik kreeg te horen dat ik daarvoor wel een richting/vak moest kiezen en dat ik dit serieus moest oppakken want dit zou mijn toekomst bepalen. Hele discussies heb ik gevoerd en zelfs opa en oma moesten op school komen. De decaan had verwacht dat opa en oma hem zou ondersteunen om mij van deze ‘wolk’ af te halen. Wat hij niet had verwacht is dat ze bevestigde dat ik dit thuis ook al zo vaak had gezegd. En opa vertelde de decaan dat hij de keuze aan mij liet, hij vond het zelfs wel creatief want al mijn studiegenoten kozen voor een vak en ik koos voor een doel. Fee keek me aan. “Tja die andere hebben wel hun doel behaald door een vak te kiezen en jij bent geen miljonair” Heerlijk die recht voor z’n raap reactie van je eigen kinderen. “Nee dat klopt die heb ik niet behaald, sterker nog ik weet niet of ik het doel wel wil nastreven. Geld hebben is zeker fijn maar wat brengt 1 miljoen euro op de bankrekening. Betekent dat dan dat er dan nooit meer ruzie is tussen jou en je zus. Dat wij (ouders) niet meer bezorgd zijn om jullie. Dat we gezondheid kunnen kopen? Op alles moet je nee beantwoorden dus wat is de toegevoegde waarde van heel veel geld. Is het niet leuker om te sparen voor een bepaald doel in plaats van het te krijgen omdat je het vraagt. Jij wilt graag een nieuwe telefoon. Je bent hiervoor aan het sparen. Stel je eens voor dat ik die telefoon koop. Dan ben je even blij maar gelijk wil je dan weer iets anders krijgen/hebben. Nu spaar je ervoor en heb je een doel. En hoe gaaf is het om straks in de kerstvakantie jouw telefoon te kopen. Helemaal zelf gedaan. Jouw doel is jouw succes. Dat voelt toch gaaf, nietwaar”. De stilte was duidelijk een tweestrijd. Ze begreep heel goed waarover ik sprak maar als wij de telefoon zouden betalen dan kon ze met het geld een heleboel andere spulletjes (hebbedingetjes) kopen.

“Wilde jij het vroeger ook anders doen dan opa en oma, ik bedoel opvoeden?” De plotselinge wending van onderwerp verraste me, “Natuurlijk. Dat heb ik zo vaak tegen ze gezegd. Ik ga het echt helemaal anders doen!”

“En?”

Ik moest even lachen. “Ik hoor mezelf dingen tegen jullie zeggen die opa en oma vroeger ook tegen mij hebben gezegd… en wie weet dat jij ooit dingen zegt tegen jouw kinderen die ik ooit tegen je gezegd heb”.

“Dat nooit. Ik ga het echt anders doen!”

“Tuurlijk”.

“Maar papa wat is er nu dan zoveel anders dan toen je zo jong was als ik?”

“Het was echt een andere tijd. Nu pas begrijp ik sommige beslissingen van mijn ouders. Toen ik zo oud was als jij dacht ik dat ik het allemaal wel wist en kon. Ik was overtuigd van mijn gelijk. Wat ik bedacht had dat moest ook zo gebeuren. En ik zou het echt anders doen. Daar was ik van overtuigd. Hoe ouder ik werd hoe meer ik ervaarde dat zeggen wat andere moeten denken niet werkt. Dus ik leerde om mijn talenten op een andere wijze in te zetten. Ik kwam er achter dat ‘men’ wel vaak openstaat voor andere ideeën maar ook gelijk blokkeert. Iedereen oppert verandering maar het liefste bij een ander. Als iemand zelf mee moet in een verandering dan komen hakken in het zand. Kun je het voorstellen als ik dan aankwam met mijn wilde ideeën ‘hoe het zou moeten’. Nou dat werkt niet. Maar als je wilt dat een verandering slaagt moet je een verandering ombuigen naar een voorspelbare verandering”.

“Snap ik niet, wat is dat?”.

“Stel je voor dat er is aangekondigd dat er een wegomlegging is naar huis. Dat vind ik vervelend, want ik moet anders rijden, maar ik volg gewoon de route. Oftewel voorspelbare verandering. Maar als de politie nu de weg afsluit en ik krijg geen nadere informatie…wat gebeurt er dan. Een verandering met allemaal vraagtekens en weerstand”.

“Doe je het nu anders? Opvoeden? Anders dan opa en oma?”

“Natuurlijk doen wij het anders maar bepaalde dingen verander je niet. Het leren lezen en schrijven, op tijd naar bed zodat je elke dag fit bent op school….” Haar blik was duidelijk “Maar weet je Fee wij proberen jou nu dingen mee te geven als goede basis waar je altijd op terug kunt vallen. Waar ik eerst altijd probeerde om mijn carriere te managen probeer ik nu jou te managen”. Ik verwachtte eigenlijk een scherpe opmerking maar ze bleef even stil. Gelukkig wist ze zich snel te herpakken. “Nou papa, ik kan wel zeggen dat ik nu de basis wel heb en de rest doe ik zelf wel. En ik ga het toch anders doen dan jullie dus dan kun jij je weer richten op je oorspronkelijke doel…miljonair worden”. We schoten allebei in de lach.

 

Thuis gekomen werd de boom bewonderd en Fee vertelde over ‘ons’ gesprekje. Ze keek naar haar zus en zei “Wij gaan het echt anders doen he?!” En de begrijpende blik tussen de zussen en tussen mijn vrouw en mij sprak boekdelen. Die tomeloze drive om het anders te doen en kijk op ‘problemen’ kan af en toe zo verhelderend zijn maar ook ‘heel lastig…!’ En om dat allemaal te managen….

 

Rest mij om alle lezers van deze spreuk  hele fijne feestdagen en een inspirerend, overweldigend, manjefiek en bovenal gezond 2018 toe te wensen! Dat we maar weer een stukje dichterbij de invulling van onze dromen zullen komen! Tot de 1e spreuk in het nieuwe jaar! 


Spreuk van de week (week 50, 2017)


Als de wind van verandering waait dan bouwt de één een schuilkelder en de ander een windmolen… 

Maastricht, een prachtige stad. Nu in de laatste maand van het jaar komen vele toeristen de stad bezoeken en bewonderen. Nu in 2017 zowel de tunnels zijn geopend en wegen zijn verlegd is het toch wel indrukwekkend om onze afhankelijkheid van navigatie te aanschouwen. Waar de ene druk op het navigatiescherm aan het tikken is volgt de ander de telefoon en met schijnbewegingen manoeuvreren ze door het verkeer en voegen (last minute) in of uit. Dit tot ergernis van andere weggebruikers. Al toeterend en zwaaiend maken ze kenbaar dat zij dit weggedrag niet tolereren. Al die stress, verhoogde bloeddruk, agressie….en voor wat. Omdat niet iedereen (tijdig) heeft kunnen anticiperen op een verandering… Soms moet je weer ouderwets vertrouwen op (verkeers)borden en de omleiding volgen.

 

Weken hadden we er aan gewerkt. De nieuwe organisatie structuur waarmee we klaar zouden zijn voor de nabije toekomst. De (strategische) posities waren uitgetekend en daar waar gewenst werden ze versterkt. In de ontwikkeling van het plan moesten we natuurlijk bepaalde aannames doen. En gaandeweg het proces van de (detail)uitwerking transformeerde de aannames in vaststaande feiten. Ja trots waren we zeker op ons eindprodukt en de vergadering werd gepland met onze algemeen directeur. Natuurlijk hadden we hem wel verteld over de richting maar nog niet over de personele invullingen. We wisten dat sommige ‘voor de hand’ zouden liggen en andere voorstellen zouden iets meer overtuiging nodig hebben. Aan de andere kant wisten we allemaal dat de huidige invulling niet toekomst bestendig zou zijn.

 

De vergadering met de algemeen directeur verliep eigenlijk zoals we hadden verwacht. Een aantal voorgestelde wijzigingen had hij zelf ook wel bedacht, het werd ons bijna verweten dat we deze hadden opgenomen. De andere wijzigingen werden minder soepel aangenomen. Hevige discussies over risico met betrekking tot klanten of onrust met personeel of twijfel over de capaciteiten van desbetreffende functionaris. Een paar koffie momenten waren nodig om de ontstane (verhitte) discussies te doorbreken. En na enkele uren besloten we om het maar even te laten bezinken. Maar wel met de boodschap dat als we de weg zouden inslaan we er ook volledig voor moesten gaan. Half werk zou niet werken…’garbage in is garbage out’.

 

De volgende dag zouden we opnieuw het plan gaan bespreken. Op het moment dat het kantoor van de algemeen directeur betraden zagen we aan zijn gezicht dat hij slecht nieuws had vernomen. “Oja wij hebben nu natuurlijk afgesproken” zei hij. “Begin maar met de plannen te bespreken met een aantal sleutel functionarissen. Nu wil ik even met rust gelaten worden”. En met een handgebaar wuifde hij ons uit zijn kantoor. We draaide ons om en liepen naar mijn kantoor. “Dat was makkelijk” zei mijn collega. “Ik had eigenlijk wel met hem willen overleggen. Hij wijst ons soms op zaken…en wellicht gaan we nu te snel en vergeten bepaalde aspecten…”. Voor twijfel geen tijd want we wilden door. We maakte een gesprekkenlijst. Ik zou een aantal gesprekken doen samen met de algemeen directeur en een paar met mijn collega. We zouden in de uitnodiging als onderwerp enkel vermelden ‘toelichting opstellen strategisch plan’. Zo gezegd, zo gedaan. We hadden de agenda’s gecheckt en de uitnodigingen werden verstuurd. Nadat we iedereen hadden uitgenodigd kwam het eerste telefoontje al binnen met de vraag wat de achtergrond was van de uitnodiging. En op dat moment kwam onze algemeen directeur mijn kamer opgelopen. Hij wilde me spreken, onder vier ogen. Mijn collega pakte zijn spullen en liep naar zijn eigen kantoor. Mijn directeur sloot de deur en viel er ook letterlijk mee binnen. “Onze Raad van Bestuur heeft besloten om een aantal regio’s samen te voegen en ik heb zojuist vernomen dat ik buiten de boot val”. Over het algemeen ben ik altijd wel goed op de hoogte van ontwikkelingen maar deze hadden we allebei niet zien aankomen. Ik vroeg om een nadere toelichting maar ook mijn algemeen directeur moest mij het antwoord schuldig blijven. Hij wist dat de RvB op zoek was naar kostenbesparing maar dit scenario had hij niet zien aankomen. Dit zou mogelijk ook andere consequenties kunnen hebben voor de organisatie dus ik zag het hele plan in duigen vallen… Die dag kwam niets zinnigs meer uit mijn handen. Alle ingeplande gesprekken werden, onder voorbehoud, geannuleerd.

 

De volgende dag, en vele telefoongesprekken later, had ik ons eigen (concept) plan gedeeld met mijn functioneel leidinggevende (lid van RvB). Hij was aangenaam verrast dat wij hadden nagedacht over onze organisatie maar begreep dat wij ons gehouden hadden aan de regio structuur. Hij vroeg me om regio overstijgend dezelfde exercitie te doen. Hun plan was gisteren besproken met de medewerkers die geraakt zouden worden door de herstructurering maar het totaalplaatje was nog niet (definitief) ingevuld. Ik gaf aan dat ik die avond nog met een eerste opzet zou komen. Snel liep ik naar het kantoor van mijn algemeen directeur en vertelde hem over dit gesprek en dat we in de gelegenheid werden gesteld om mede de organisatie uit te tekenen. “Ik bewonder je tomeloze enthousiasme en optimisme Michiel maar het plan is al gemaakt. Nu ‘mijn positie’ anders in de organisatie plaatsen heeft geen toegevoegde waarde. Dat is al een gepasseerd station. Ik ga niet meer investeren in deze organisatie”. Zo snel liet ik me niet afpoeieren en ik tekende op zijn white board de nieuwe regio en de belangrijkste kaders. Met een aantal bullets gaf ik ook de issues aan die in onze regio speelde waar ze niet zomaar overheen konden stappen. “Je kunt nu op 2 manieren invulling geven aan je rol. Oftewel je bent slachtoffer van deze herstructurering of je werpt je op als programma leider van de herstructurering. Dit kost tijd om uit te rollen en je kunt mijn inziens beter zelf invulling geven aan je loopbaan dan als slachtoffer hier blijven zitten. ‘Zij’ hebben een duidelijke soll situatie geschetst maar over de transitie heb ik niets gehoord laat staan wie dit gaat oppakken!!! Volgens mij liggen hier nog kansen. En wie weet komt er in de tussentijd een mooie rol voorbij”. Ik zag zijn lichaamshouding veranderen. En niet veel later stonden we samen de organisatie uit te tekenen. We zagen meerdere kansen en bedreigingen, die we ook benoemden, en met het verstrijken van de tijd ontstond er een concept organisatie met diverse rollen. We hadden ook de klant ontwikkelingen hierin opgenomen. Hierna belde we eerst met de nieuwe beoogde regio directeur om het plan ook tegen hem aan te houden. In eerste instantie reageerde hij heel behoudend en was zoekende naar onze beweegreden om een plan op te stellen. Nadat ik had uitgelegd dat dit een vraag was van mijn functioneel leidinggevende werd hij iets toegankelijker maar vond ons plan wel ‘een tamelijk grote aanpassing naast het oorspronkelijke masterplan van de RvB’. “Maar” zo vervolgde hij “Zonder de details te kennen want die zijn nog niet uitgewerkt klinkt het wel plausibel”. Dat was voldoende om het plan in deze concept vorm voor te gaan leggen.

 

De dagen erop waren zeer hectisch. Omdat we (nog) niets mochten zeggen over het masterplan moesten we de reguliere operatie draaiende houden en onze collega’s begrepen niet wat er aan de hand was. Mijn collega met wie ik in eerste instantie het plan voor de regio had opgesteld hadden we wel geïnformeerd over de beoogde wijziging en die liet ons met rust. De RvB zag wel wat in ons concept plan vooral om de kennis in de organisatie (tijdelijk) te behouden. Nadat we ons plan op vrijdagmiddag bij de RvB hadden gepresenteerd reed ik samen met de algemeen directeur terug. “Dank je wel Michiel” zei mijn directeur “Dank je dat je me hebt meegenomen om anders tegen deze herstructurering aan te kijken. We weten de uitkomst nog niet maar het heeft me wel energie gegeven!”

“Tja” zei ik “Soms moet je bij een wegversperring niet vertrouwen op je navigatie maar openstaan nieuwe wegen, bovendien dan komen ook nog eens nieuwe dingen op je pad”.

En zo vervolgde we, met navigatie ;-), onze weg naar huis. En de directeur werd inderdaad de programma manager van de herstructurering en die rol heeft hij met verve heeft ingevuld! 



Spreuk van de week (week 49, 2017)

Elk afscheid betekent de geboorte van een herinnering…

Met enige regelmaat krijg ik van mijn vrouw te horen dat het tijd wordt voor een feestje. Niet in zo’n feestmaand als december maar op andere momenten. Zoals de proefwerkweek die is afgerond…dat moeten we vieren met een etentje. De eerste sneeuw is gevallen…tijd voor een lekkere wandeling en dan bij een cafe een lekkere warme chocomel drinken. Ze neemt ons regelmatig, als gezin, onder haar arm en wijst ons keer op keer op kleine en grote gebeurtenissen waar we dan even bij stil staan. Vooral om gebeurtenissen niet stilzwijgend te vergeten maar als herinnering op te slaan. Af en toe stilstaan in de hectische wereld waarin we zitten. Zo belangrijk!

 

Nu de strijd om talenten is los gebarsten, is het voor werkgevers des te belangrijker om niet alleen een imago te bouwen maar vooral waar te maken. Helaas hoor ik nog te vaak dat werkgevers van mening zijn dat hun medewerkers ‘vervangbaar’ zijn. Dag in dag uit vertel ik werkgevers dat niet de kandidaten in de rij staan maar steeds vaker de werkgevers in de rij moeten staan voor een kandidaat. Zoals de afgelopen economische crisis de wereld heeft veranderd zo geldt dit zeker voor de arbeidsmarkt. Een tekort aan specialisten haalt steeds vaker het landelijk nieuws en noodkreten over schrijnend personeelstekort worden al geuit.

 

Ik ben mijn loopbaan werkzaam geweest in verschillende branches. Breed inzetbaar zijn was mijn doel. Natuurlijk weegt een ervaring van 15 jaar geleden niet zo zwaar als 1 jaar geleden maar ik heb de diversiteit wel op mijn CV staan. Ik kijk zeker met goede gevoelens terug op mijn loopbaan. Al is mijn carriere, net zoals het leven, zeker niet over rozen gelopen. Maar voor één specifieke werkgever koester ik nog steeds warme gevoelens. Waarom…? Voornamelijk omdat er ik heel veel positieve herinneringen aan heb. Niet zozeer door de (groei)stappen maar voornamelijk door het afscheid.

 

Ik werkte er met een Europese HR Manager. Een zeer ervaren en gedreven man. Een echt mensen-mens met een hoog arbeidsethos. Ik sprak hem regelmatig en (achteraf beschouwd) heb ik veel van hem geleerd. Toen ik ontslag nam om mijn geambieerde carrièrestap te zetten kwam hij na de mededeling gelijk naar me toe. Hij wilde dezelfde avond een hapje met me eten. Eigenlijk wilde ik gewoon naar huis maar omdat hij het was nam ik zijn uitnodiging aan.

In een lokaal eetcafeetje zaten we gezellig te keuvelen en hij vroeg me het hemd van mijn lijf waarom ik mijn ambitie niet nog even kon temperen. Toen hij in de gaten kreeg dat mijn besluit was genomen gaf hij aan dat hij enorm baalde van mijn vertrek. Hij wilde ‘de (HR) familie’ graag bij elkaar houden. Hij geloofde nog in life time employment. Als je er eenmaal werkte dan bleef je er werken. Want gezamenlijk hadden we iets opgebouwd en met mijn vertrek zou er een gat vallen. Dat was niet goed. Hij wilde geen onrust in de club. Enigszins verbaasd hoorde ik hem aan en vertelde dat het bedrijf nooit van mij afhankelijk kon zijn. Dat beaamde hij maar vond dat er nog nooit zo’n sterk team had gestaan. Gelukkig kwam er ook weer ‘luchtigheid’ en even later zaten we allerlei ideeën te spuien over mijn afscheidsreceptie en wie we daarbij moesten uitnodigen.

Enkele weken later was mijn afscheid. Het was hartverwarmend zoals mijn collega’s mijn goed kanten maar bovenal mijn ‘mindere’ trekjes op een ludieke wijze wisten te belichten. Het voelde als een hele vertrouwde en warme deken. Aan het einde van de receptie kwam de desbetreffende HR manager naar me toe gelopen met een klein pakje in zijn handen. “Hallo Michiel, alles is al gezegd en die woorden ga ik zeker niet herhalen. Dank je wel voor je bijdrage zoals je die in de afgelopen jaren hebt geleverd. Ik hoop dat je de ervaring die je hier hebt opgedaan op een positieve wijze zult gebruiken in het verdere verloop van je carriere. Maar ik wil toch nog iets aan je vragen. Als je ooit twijfelt over je loopbaan dan moet je me bellen, afgesproken?” Ik knikte “En ik wil dat je met een goed gevoel terugkijkt op onze samenwerking. Daarom krijg je dit van me”. En hij gaf me het doosje. Daarin zat een (zilveren) speld met twee handen in elkaar gevouwen, ‘united’ stond eronder. Hij zei: “Ik weet dat het ouderwets is maar het gaat om het symbool. Onze loopbanen zijn hier samen gekomen. En ondanks de fysieke scheiding door je vertrek denk ik wel dat we elkaars ambassadeur kunnen blijven”.

 

Ondanks dat ik er nu al jaren weg ben blijf ik deze organisatie een warm hart toedragen. Want ik voel me nog steeds positief verbonden met ze. Als iemand ooit om een werkgevers referentie vraagt dan is deze werkervaring zeer positief. Laatst was ik mijn wat planken aan het vrijmaken voor mijn werkmappen en ik zag het doosje liggen, het toverde gelijk een glimlach op m’n gezicht.

 

Die week kreeg ik een appje van een bekende. Hij was ontdaan over het a-sociale afscheid van een collega. Er was niemand van het management noch haar leidinggevende die even de tijd namen voor een kaartje of om een bosje bloemen te overhandigen. Gewoon koud vertrek met niets!!! En dat terwijl ze meerdere jaren een belangrijke steun en toeverlaat voor het management was. Gewoon dat appje en die beeldvorming die daarmee gecreëerd wordt…funest!!!

 

Je kunt beide geschetste voorbeelden overdreven vinden… wat ik wel weet is dat het laatste voorval zeker een negatieve herinnering zal blijven voor de desbetreffende medewerker. En die is niet meer weg te poetsen. Ongeacht de beweegreden om een organisatie te verlaten is het zo belangrijk om van een afscheid een blijvende positieve herinnering te maken. Kleine moeite groot plezier en nog belangrijker:

‘afscheid nemen is een moment maar een herinnering is blijvend!!!!’ 



Spreuk van de week (week 48, 2017)


Als je naar het verleden blijft kijken dan mis je de toekomst…


Mijn dochters vinden het tv programma border security een leuk programma om te kijken. Het gaat over de Australische douane en met de herfstkoude zaten we met z’n allen op de bank in aanloop naar ons favoriete zondagavond programma…studio sport. Alhoewel dat laatste meestal alleen door mij gevolgd wordt. Waarom de verwijzing naar border security? Er was een aflevering over een Amerikaan die in zijn jeugdjaren een gewelddadige overval had gepleegd waarbij diverse gewonden waren gevallen. De reiziger had dit netjes vermeld dat hij een strafblad had en het programma nam ons mee in de opbouwende spanning of deze reiziger toegelaten werd. De douane ambtenaar vroeg de reiziger naar het voorval waarvoor hij veroordeeld was. Hij had zes jaar in de gevangenis gezeten en was nu al tien jaar vrij. Ook van dat crimineel leventje had hij zich los geworsteld want hij had ondertussen een gezin, opgroeiende kinderen en een goede baan (de studie had hij in de gevangenis gevolgd). Zijn huidige werkgever wilde dat hij ‘nieuwe’ markten zou gaan ontplooien en dit was zijn reden van zijn bezoek. Op de vraag van de douanier of hij naar Australië kwam om te werken lachte de Amerikaan. “Nee hoor, het is een ontdekkingsreis of hier mogelijkheden zijn om hier een business op te tuigen”. De douanier bevestigde dus dat hij kwam om te werken en dat hij dat niet had ingevuld op zijn visumaanvraag. Ook zijn gewelddadige verleden maakte dat hij moest overleggen met zijn supervisor of hij het visum zou intrekken. De Amerikaan bleef verbouwereerd in de verhoorkamer achter…. Reclame.

 

Deze episode riep bij mij ook een bepaald gevoel op. Maanden geleden probeerde ik met een intermediair in contact te komen. Hij had een mooie opdracht in behandeling en ik werd getipt door een bekende van me. Snel nam ik contact op met de contactpersoon die ik via mijn bekende had gekregen want snelheid is tegenwoordig cruciaal. Mijn CV gestuurd en de dag erop nabellen. Ik kreeg te horen dat een andere collega de opdracht in behandeling had en mijn gegevens werden naar hem doorgestuurd. Via een mail gaf ik mijn mogelijkheden door voor een kennismakingsgesprek. Radiostilte volgde. Ik maar weer in de telefoon klimmen en ik liet een belnotitie achter bij de telefoniste. Na diverse pogingen en een paar weken later besloot ik mijn aandacht maar te richten op andere projecten.

 

’s Avonds scrollend op internet zag ik recentelijk de opdracht opnieuw passeren. Zeker een oude vermelding maar ik klikte toch eens op de opdracht. Jahoor de opdracht was weer actueel en via een link kon ik mijn CV insturen. Eigenlijk met de gedachte dat ik wederom niets zou horen werd ik kort daarop gebeld. Of we een kennismaking konden inplannen. Zo gezegd zo gedaan.

 

Tien minuten voor het afgesproken tijdstip meldde ik me bij de receptie en de contactpersoon stond al op me te wachten. Oh nee toch niet. Hij was net binnen en had eventjes de tijd nodig om zijn spulletjes te ordenen. Ik werd alvast naar de spreekkamer gebracht en kreeg wat te drinken. Om een warm drankje niet al te koud te laten worden omdat de gastheer wat langer op zich laat wachten vond ik zonde. Dus mijn kopje was al leeg toen hij ongeveer 25 minuten later met een dossier onder zijn armen binnen kwam. “Tja druk en te weinig tijd dus moest nog paar dingetjes afhandelen. Maar goed we zijn er en kunnen beginnen. Begin maar eens te vertellen over je achtergrond zodat ik een goed beeld van je krijg. En begin maar bij het begin.”

 

Ik vertelde over mijn jeugd en de sport die hierin een belangrijke rol speelde. Maar ook over mijn dienstplicht die ik na mijn opleiding had vervuld. Nu 22,5 jaar geleden ik zat in de lichting 95/04. Aangezien ik op dat moment geen arbeidscontract kon overleggen mocht (moest) ik opgekomen; uitstel werd niet verleend. Wij zaten met een paar dienstplichtigen in deze nieuwe lichting tussen  beroepsoldaten. Wij zaten bij opleidingscompagnie voor de mariniers en commandotroepen. Aangezien wij als dienstplichtige zo snel mogelijk in het reguliere arbeidsleven wilde komen vroegen wij na de AMO (Algemene Militaire Opleiding) overplaatsing aan om ‘contractvrij’ te zijn zodra wij een baan zouden hebben gevonden. En wij werden opgeleid tot vrachtwagenchauffeur en daarnaast solliciteerden wij. Achteraf een tijd die ik zeker niet had willen missen maar op dat moment voelde deze dienstplicht niet als een verrijking. En zo vervolgde ik in de toelichting van mijn stappen in mijn levensloop.

 

Op het einde van het gesprek vroeg ik zijn mening. “Tja wat ik niet begrijp is je rode draad met sport in je jeugd en dat je in de periode van dienstplicht niet bij de commando troepen wilde vervullen”. Ik had mijn levensloop verteld met de intentie om een beeld te geven van mijn vorming tot functionaris die ik was geworden. Maar om een keuze die ik in 1995 had gemaakt op te werpen als vraagteken was voor mij onbegrijpelijk. En dat vertelde ik hem ook. ‘Dat was destijds een keuze en achteraf kun je alle keuzes tegen het licht houden maar ‘what you see is what you get’. Dit was ik geworden door mijn keuzes, goed of fout’. Als de vraag was geweest hoe sport mij nu heeft gevormd of wat ik geleerd had gedurende mijn dienstplicht en hoe me dat heeft gevormd…die vragen snap ik en beantwoord ik met alle plezier. Maar leg geen verbanden die niets met elkaar te maken hebben. Natuurlijk zijn het korps commando troepen sportief maar dat is niet hun hoofdtaak. Verbazing alom, althans bij mij.

We sloten af dat hij me een paar dagen later zou bellen als hij alle kandidaten had gesproken. Op de afgesproken dag hoorde ik niets. Een paar dagen later heb ik zelf maar weer een poging ondernomen en….voicemail. Deze maar ingesproken met terugbelverzoek. Helaas geen reactie…. Tja ook dit is een keuze van een intermediair om op deze wijze met mij om te gaan. En het gevoel wat ik kreeg toen ik naar de aflevering van border security keek van onbegrijpelijke verbanden kwam overeen met mijn gevoel na afloop van mijn gesprek.

Natuurlijk zal de intermediair een goede afweging en redenen hebben en is mijn (eenzijdige) weerspiegeling/ervaring. Ik ga er altijd maar van uit dat er een goede reden aan ten grondslag ligt om mij geen terugkoppeling te geven dan wel om niets meer van je te laten horen. En als de radiostilte blijft dan zal ik over 22,5 jaar in het jaar 2040 eens navragen waarom ze ooit deze keuze hebben gemaakt, toch?

 

Om af te sluiten. De Amerikaan werd geweigerd op grond van zijn strafblad en verkeerde aanvraag van visum. De Amerikaan liet het er niet bij zitten en zou juridische stappen ondernemen als hij terug was in de Verenigde Staten. Maar het mooiste moment was toch wel toen hij tegen de douanier zei dat deze zich moest richten op de toekomst. Hijzelf had geleerd van zijn verleden. Hopelijk leerde de douanier nu ook van zijn fouten van het verleden. Hoe recentelijk ze ook waren gemaakt. “Sommige fouten waren van maanden geleden, dagen geleden en andere seconden geleden… Jammer dat me niet ziet wat ik ben geworden. Je kijkt enkel naar mijn jaren waarin beïnvloeding en ‘erbij horen’ belangrijk voor mij waren. Heb ik mijn straf gehad? Ja. Heb ik het roer omgegooid? Ja! Ben ik er trots op? Nee zeker niet maar zonder die keuze had nooit de persoon voor je gezeten zoals ik nu ben.” de blik en intensiteit waarmee hij dat zei….kippenvel… 

 


Spreuk van de week (week 47, 2017)


Kijk ik om me heen…sta ik midden in het leven!! 

Opzij…opzij…opzij, maak plaats…maak plaats…maak plaats, wij hebben ongelofelijke haast. Voor de veertigers en vijftiger onder ons een welbekend nummer dat wij allen uit volle borst hebben mee geblèrd. Dus toen mijn dochters op de achterbank enigszins verbaasd keken toen dit nummer werd afgespeeld schoten wij hard in de lach. Lang leve Spotify en het volgende (oude) nummer van Herman van Veen schalde even later door de speakers: ‘Hilversum 3 bestond nog niet’. Tja toen  moesten we wel iets uitleggen want uit welke prehistorie kwam dit nummer….moderne ouders…tsss. Heerlijk zo’n spiegel van je eigen kinderen.

 

Ik had een goede bespreking gehad en tevreden reed ik de parkeerplaats af richting de snelweg. Mijn navigatie piepte. Wegens files liep de te verwachten aankomsttijd danig op en het slimme systeem gaf diverse alternatieven echter die alternatieven liepen ook al aardig vast. De aankomsttijd lag eerder tegen 20.00 uur dan 18.30 uur. Ik had vroeg geluncht en mijn maag rommelde. Ik bekeek de alternatieve routes. Mijn voorraadje drinken was erg geslonken en mijn maag gaf ook een teken van behoefte naar een maaltijd. Voor de afslag naar de snelweg reed ik naar een kleine parkeerplaats. Ik belde mijn contactpersoon waar ik zojuist op bezoek was geweest en vroeg hem of hij een adresje kende waar ik even iets kon eten aangezien naar huis rijden eigenlijk geen zin had. Hij was even stil en noemde toen diverse restaurantjes. “Heb je wellicht zin om met me mee te gaan?”vroeg ik hem. “Volgens mij hebben we nog genoeg gespreksstof”. Hij humde wat dus ik wist niet zeker of hij daarvoor openstond. Omdat ik twijfelde of mijn vraag in goede aarde viel gaf ik aan dat ik zijn restaurant tips op internet zou opzoeken. “Hoho Michiel, ik heb zojuist mijn vrouw een appje gestuurd dat ik met je ga eten dus ik wel graag een ‘stem’ hebben waar we naar toe gaan”. We kozen een restaurant en niet veel later reed ik erheen.

 

Enkele minuten nadat ik me had gesetteld aan een tafeltje kwam mijn contactpersoon naar binnen gelopen. Hij begroette me hartelijk en deze ‘verlenging’ kwam ook voor hem als een aangename verrassing. Alsof we elkaar al jaren kende kwamen allerlei thema’s op tafel, zowel zakelijk als prive. Ik vind het altijd heel prettig om de drijfveren en motivatie van iemand te leren kennen. We kregen het over onze gezinnen en ik vertelde over de keuze van studie richting van mijn dochter en hoe moeilijk het is voor een 14-15 jarige om al richting te geven aan een beroepskeuze. Dit speelde bij hem nog niet. Zijn oudste zoon zat nu in groep 8 en kreeg dit jaar CITO toets wat ook spannend was. Waarschijnlijk zou hij een HAVO/VWO advies krijgen maar dan moest de keuze voor welke school hij zou kiezen nog gemaakt worden. En via de kinderen kwamen we bij onze eigen studietijd en keuzes die we destijds hadden gemaakt. Toen hij vertelde over zijn studententijd noemde hij dingen die ik herkende uit mijn studententijd. Dus ik vroeg hem naar zijn leeftijd en we bleken beide 48 jaar te zijn. En hij had een zoon van 12 jaar en twee dochters van 8 en 4. Hij zag mijn verbazing “Euhm nee hoor het is geen 2 e nest. Weet je wat het is. Na mijn studie ging ik werken bij een consultancy buro. Ik leerde er veel zat week in week uit in hotels bij mijn opdrachtgevers. Mijn toenmalige vriendin was toen al werkzaam in de goed lopende organisatie van haar vader. ‘work hard, play hard’ was ons credo. We werkten dag en nacht en als we op vakantie gingen dan namen we ook alle luxe die we ons konden permitteren. Ons huis was eigenlijk veel te groot voor 2 personen en sommige kamers werden nauwelijks gebruikt maar de omvang paste wel bij onze status, althans dat vonden wij. Kinderen….dat was een twistpunt. Mogelijk ook omdat we zaten vast geroest in onze relatie. We hadden elkaar leren tijdens een studentenfeest en waren gek op elkaar maar om nou te zeggen dat we voor elkaar bestemd waren…nou nee. Toen kwam de dag dat mijn vader belde om te vertellen dat mijn moeder door een tia was geveld. Verschrikkelijk dat telefoontje. Ik was op dat moment in Milaan voor een opdracht en belde gelijk mijn vriendin. Zij is naar het ziekenhuis gegaan en ik nam de eerst mogelijke vlucht terug. Die middag kwam ik in het ziekenhuis en voor het eerst zag ik mijn vader als een ‘oude en aangeslagen’ man. Gelukkig kon ik er op dat moment voor ze zijn. Ik nam verlof op om voor mijn vader en moeder te zorgen en bleef die periode bij mijn vader slapen. En omdat ik ‘thuis woonde’ kwamen de buren eens voorzichtig informeren hoe het met mijn ouders ging en natuurlijk met mij. Zo trof ik ook mijn oude buurmeisje die ik al heel lang niet meer had gezien. Mijn buurmeisje was 8 jaar jonger maar die dag zag ik haar niet meer als buurmeisje want ik was op slag verliefd. Ik kon geen normaal woord uitbrengen en heb enkel naar haar gestaard. Ze studeerde geneeskunde en haar ouders hadden haar gevraagd om ons (mijn vader en mij) te informeren over de mogelijke behandelmethoden en waar wij rekening mee moesten houden. Die week werd een avond gepland en mijn vader heeft me (achteraf) verteld dat hij niets aan haar voorlichting had gehad. Wij waren blijkbaar allebei getroffen door cupido en vergaten de omgeving en hadden enkel oog voor elkaar. Onze beider relaties weerhield ons van de gevoelens die we hadden maar de intensiteit die we beide hadden ervaren was overduidelijk. De revalidatie van mijn moeder verliep volgens het behandelplan en ik pakte mijn ‘normale leventje’ weer op. Ik zocht wel een baan in Nederland zodat ik dichter bij mijn ouders zou zijn. Daar ben ik in geslaagd en daar werk ik nog” hij lacht even en vervolgt dan “mijn vader belde me om te vertellen dat hun buurmeisje beëdigd zou worden als arts en zij waren genodigd. Of ik mogelijk ook wilde komen. Mijn hele primaire en directe ja riep gelijk weer het gevoel op dat ik een tijd had onderdrukt. Mijn eigen relatie was een paar maanden daarvoor op de klippen gelopen. Toen mijn vader zei dat ze specifiek naar me gevraagd had en ze ook recentelijk weer vrijgezel was maakte mijn hart een sprongetje. Op de dag van haar beëdiging is ook onze relatie beëdigd”.  Zijn bulderende lach vult het restaurant en de andere gasten kijken even onze kant op. “En wij zijn binnen één jaar getrouwd en niet veel later was ze zwanger van onze zoon”.

“Wat een prachtig verhaal” zeg ik “En gezien de tijd die voorbij is gevlogen is het ondertussen ook wel tijd om naar huis te gaan….ook om onze relatie met het thuisfront goed te houden…” Ik vraag de rekening aan de ober en als ik afgerekend heb lopen we samen naar buiten. Op de parkeerplaats blijven we nog even staan, “Weet je Michiel” zegt hij “Met alle keuzes die onze kinderen moeten gaan maken en ook de keuzes die wij hebben gemaakt kun je toch alleen maar concluderen dat we middenin het leven staan, of niet? Laten we er dan maar van genieten!” De warme handdruk ter afscheid sprak boekdelen. Onderweg belde ik naar huis en mijn vrouw vroeg hoe de avond was geweest. “Goed…heel goed…eigenlijk kan ik alleen maar concluderen dat ik een gezegend mens ben en dat ik midden in het leven sta!”.

“Euhm….ik spreek je straks wel als je thuis bent, volgens mij heb je teveel suikers gegeten”. En we proestten het uit van het lachen. En toen ik thuis kwam vertelde ik haar het volledige verhaal. “Inderdaad een mooi verhaal” zei ze “En af en toe moet je terugkijken maar wel met een blik naar voren gericht en ik zorg er wel voor dat je met beide voetjes op aarde blijft staan mocht je gaan zweven van alle goede keuzes die je hebt gemaakt in het leven….mannen….” En met een lach werd de avond afgesloten.  


Spreuk van de week (week 46, 2017)

 

Volg je gevoel. Dat is wanneer de meest wijze beslissingen worden genomen!!! 

Ik ben net onderweg naar een afspraak als mijn telefoon gaat. Verdorie waar heb ik mijn oortjes gelegd. Mijn telefoon ligt op de bijrijderstoel maar mijn oortjes zijn verdwenen. Waarschijnlijk weer een aktie van mijn kinderen die graag hun spulletjes laten slingeren en dan oortjes zien liggen in mijn auto die dan weer door hun worden toegeëigend. Ik zie het bord van een tankstation op 1500 meter dus dan daar maar een pitstop maken (en oortjes kopen). De piep maakt duidelijk dat een voicemail is ingesproken. Ik parkeer mijn auto en loop snel naar binnen en koop nieuwe oortjes en binnen een paar minuten zit ik weer in mijn auto en beluister mijn voicemail. Een niet geheel duidelijke boodschap dus terugbellen is de beste optie. Ik druk op 1 en voicemail belt het nummer dat mij heeft gebeld.

“Dat is wel erg snel dat u terug belt” zegt een vriendelijke stem als de telefoon wordt opgenomen. Aangezien ik nog geen idee heb wie ik aan de lijn heb introduceer ik mezelf en geef aan dat de voicemail ietwat onduidelijk was en vraag wat ik voor hem kan betekenen. “Kunnen wij een afspraak plannen meneer Maassen, dat was mijn boodschap”.

“Als u mij de achtergrond van uw vraag schetst en uw naam dan kom ik weer een stapje verder”. Na een lichte aarzeling vertelt hij zijn naam en dat hij graag een algemene kennismaking zou willen plannen. Omdat hij ietwat onduidelijk blijft zal een kennismaking dit vast en zeker verhelderen dus we plannen een afspraak.

Op de dag van de afspraak meld ik me bij de receptie. Een jongedame komt me ophalen en neemt me mee naar het kantoor van de algemeen directeur. Hij rondt net zijn telefoontje af staat op en met een stevige tred komt hij op me af. “Welkom Michiel, fijn dat we hier kunnen afspreken” en met een ferme handdruk bekrachtigd hij zijn woorden. “Koffie?” en voor ik iets kan zeggen schenkt hij een kopje in. “Drink je melk en suiker?” met een handgebaar geef ik aan dat ik daar geen gebruik van maak. Hij zet het kopje voor me neer en sluit de deur achter me. “Je zult wel denken waar ben ik terecht gekomen, toch?” Ik haal even mijn schouders op en met een lach zeg ik “Ach er zijn gekkere plekken om af te spreken”. Hij glimlacht en vraagt aan me om het verhaal achter YouGrow te vertellen. Dat is me wel toevertrouwd en vol enthousiasme begin ik te vertellen. Over het ontstaan van het idee tot de fase waar ik nu ben. In mijn enthousiasme blijf ik maar aan het woord. “En hoe kwam je dan op het idee van de spreuk van de week?” vraagt hij op een gegeven moment. “Waar haal je al die verhalen vandaan. En die spreuken. Ik vind ze erg leuk om te lezen maar je bent toch geen schrijver of doe je ook iets in marketing ofzo?” Ik lach om zijn opmerking. “Nee ik ben geen marketing man. Ja ik schrijf graag en ja ik wil graag ooit een roman schrijven, staat op mijn bucket list als ik meer tijd heb, maar dit is zeker niet mijn vak. Dit is hobby en ik haal er veel voldoening uit”. Hij knikt “Maar kun je als organisatie adviseur ook voor mij schrijven dan. Ik bedoel ik wil graag zoiets voor mijn organisatie optuigen. Kan ik je daar ook voor inhuren?” Dit was een vraag die ik nog nooit had gehad en ik wist ook eigenlijk niet hoe ik zijn vraag moest plaatsen. “Bedoel je dat ik wekelijks iets voor je organisatie moet schrijven?”

“Ja vanuit jouw rol als organisatie adviseur. Dus ik huur je in om mijn management te versterken maar ik wil ook iets optuigen om medewerkers te binden aan de organisatie. Iets wat ze herkennen want het zijn de dingen die hier gebeuren en daarmee leg je een verbinding naar elkaar. Wij hebben een te hoog verloop. Ik wil dat mijn management zijn medewerkers op de eerste plaats gaat zetten in plaats van zichzelf. Iemand moet dat gaan doorbreken en zoals je nu hier zit zou jij dat kunnen doen. Maar ik wil twee vliegen in een klap en daarom wil ik ook de verbindende olie hebben door herkenbare verhalen die hier gebeuren intern te publiceren. Verhalen van en voor onze eigen medewerkers. En wellicht kun je die ervaring dan ook in je reguliere spreuk gebruiken. Ik maak het je eigenlijk heel makkelijk en geef jou de inspiratie en jij zet het op jouw manier op papier, dat doe je er dan toch gewoon bij, niet?” Ik kijk hem aan. “Nee dat kan ik niet. De spreuk van de week is mijn concept. Mijn vaste spreuk mag je gebruikenmaar ik ga niet voor je schrijven. Ik ga niet specifiek voor een organisatie schrijven. De andere opdracht spreekt me zeer aan en dat is het”. De stilte is sprekend, dan doorbreekt hij deze “Wil je toch eens nadenken. Ik wil graag de combinatie of anders heb ik geen opdracht voor je”. Ik beloof hem om erover na te denken maar geef aan dat de kans heel klein is dat ik me zal bedenken.

Thuis gekomen vertel ik over het gesprek en mijn vrouw reageert spontaan: “Jij bent YouGrow en dat geldt ook voor je spreuken. Ik geloof niet dat jij makkelijk te managen bent als je ‘in opdracht’ gaat schrijven. Dat klopt gewoon niet en volgens mij kun je dat niet eens”.

Tja ook ik vind het eng om beslissingen op gevoel te nemen maar aan de andere kant gevoelsmatig zijn ze altijd juist! 



Spreuk van de week (week 45, 2017)


We kunnen niet zonder jou...maar we gaan het wel proberen….

Onderweg naar mijn afspraak geeft mijn navigatie aan dat ik ruim op tijd ben. Bij de poort meld ik me netjes aan en de bezoekersparkeerplaatsen zijn vlak bij de ingang. Een enorme hoosbui zorgt ervoor dat ik wat langer in de auto blijf zitten tot het iets afzwakt. Natuurlijk ligt mijn paraplu thuis in de garage dus dan maar snel van de auto naar de overkapping bij de receptie rennen en gelukkig valt de ‘regenschade’ mee. Bij de receptie meld ik me en omdat ik (veel) te vroeg ben krijg ik een kopje koffie en neem plaats naast een andere bezoeker die reeds op het ‘wachtbankje’ zit.

“Dat is een leuke vrouw waar je dadelijk mee gaat praten” zegt hij als ik ga zitten. “Ja ik hoorde met wie je een afspraak hebt. Dat is de HR baas hier. Heb ik toevallig vorige week mee gesproken. Ik ben ook sollicitant en hoop vandaag een afrondend gesprek te hebben. En jij? In de 2 e ronde of ook afrondend?” Hij kijkt me aan. “Nou nee” antwoord ik “Ik ben organisatie adviseur en ben dus zakelijk hier”.

“Ojee, breek me de bek niet open” zegt hij op een felle toon. ”Door die stomme organisatie adviseurs zit ik nu hier”. Ik keek hem niet begrijpend aan. “Vierentwintig jaar heb ik bij dezelfde organisatie gewerkt. Mooie jaren meegemaakt maar ook de zware jaren en altijd ben ik de organisatie trouw gebleven. Hard gewerkt, schouder aan schouder. Ik was daar personeelsfunctionaris en kende iedereen. En iedereen kende mij. Er stond echt een goed team en van mijn manager, de financieel directeur, kreeg ik jaar in jaar uit een goede beoordeling. En mijn functietitel interesseerde me niet. Ik wist wat ik kon en mocht. In het jaar dat onze algemeen directeur met pensioen ging hebben ze zo’n headhunter ingehuurd om een nieuwe directeur te vinden. Er kwamen twee consultants en er werd een functieprofiel opgesteld. Ik werd in de laatste ronde gevraagd om met twee kandidaten te spreken. Hoe die headhunter zijn werk heeft gedaan  weet ik niet want er kwamen sollicitanten die in mijn ogen geen match waren. En de kandidaat die een track record had om organisaties snel winstgevend te maken maar met een spoor van uitholling en gedesillusioneerde medewerkers achterlatend werd uiteindelijk aangesteld. Wij snapte er echt helemaal niets van tot we vernamen dat de aandelen die destijds nog  in handen waren van de familie van de oprichter hadden besloten om deze te verkopen. Het ging om cash...!

Na zijn aanstelling kwamen al snel de externe consultants, de organisatie adviseurs, om de strategie van de organisatie te herijken. Het familiaire ging eraf en we werden een ‘echt bedrijf’ volgens onze nieuwe directeur. Met de komst van de externe consultants ging het heel hard, er gebeurde vanalles.  Er kwamen van die broekies binnen met zo’n senior consultant en dan daar weer zo’n baasje van. We moesten efficiënter gaan werken. Voor de eenduidigheid kwam er een nieuw engels functiehuis. Ik was geen personeelsfunctionaris meer maar senior HR Business Partner. Een meiske van 28 jaar werd mijn coach want we moesten agile worden en zij zou mij hierbij helpen”. Dit zei hij met een zodanige stemverheffing dat de receptioniste even opkeek. “Ze was nog nat achter haar oren!! Er werd een volledige managementlaag uit de organisatie gesneden en het takenpakket werd verdeeld. Werkprocessen werden anders ingedeeld. Veel geautomatiseerd en medewerkers en managers moesten hun eigen (HR) administratie bijhouden. Eigen kantoren werden afgeschaft en er kwam een kantoortuin waar we mochten werken. Oja er waren minder werkplekken ingericht dan er functionarissen waren. Zo werden we uitgedaagd of het wel nodig was om al file rijdend  naar kantoor te komen. Ach je kent het wel want jij ‘adviseert’ hetzelfde, toch?”

“Nou nee. Ik hanteer de naam organisatie adviseur omdat ik het belangrijk vindt om de juiste persoon op de juiste plek te hebben. Ik praat met organisaties gericht op organisatorische en personele vraagstukken. En soms is het tijd voor nieuwe instroom al is het maar om een nieuwe verse blik te verkrijgen”. Ik liet een stilte vallen. “En nu zit je dus hier want je hebt het gehad bij je werkgever”?

“Echt niet!” Zijn blik was veelzeggend, ik deinsde even naar achteren “Ze hebben me weg gepest. Alles moest ik opschrijven. Wat ik elke dag deed. Hoe lang gesprekken duurde en met welke inhoud. Dat meiske die zat op mijn huid. Ik moest beduidend efficiënter werken. Ik was de grootverbruiker van de printer. Dat hadden ze vastgesteld. Mijn kopieergedrag was een enorme kostenpost. Weet je wat dat meiske per uur kost? Nou gok eens….!” Ik haalde mijn schouders op, “geen idee” zei ik  voorzichtig. “Het was een foutje dat ik het had gezien. Maar nadat we waren geswitcht naar digitale factuurverwerking kreeg ik per ongeluk haar factuur in mijn inbox. Zij had een uurtarief van € 225. Weet je hoeveel kopietjes en printjes ik daarvoor kan maken!!! Belachelijk!! Wie betaalt nu zoveel voor zo’n meiske!!” Omdat zijn frustratie en ergernis groeide probeerde ik het gesprek niet hierop te richten. “Maar wat ging je nu anders doen?” vroeg ik. “Nou” vervolgde hij “De scanner moest mijn nieuwe grote vriend worden. Alles moest gescand worden en op het einde van de dag mocht er geen papiertje op mijn bureau liggen. En ik kreeg bijvoorbeeld richttijden hoe lang gesprekken mochten duren. Richttijd voor verzuimgesprekken, voor sollicitatiegesprekken en ga zo maar door. En het werd bijgehouden. Mijn baas, de financieel directeur, kon het allemaal niet aanzien en accepteerde elders een andere baan en ik moest voortaan gaan rapporteren aan die …. (algemeen directeur). Nou dat we elkaar niet lagen was wel duidelijk. En bij alle bilaterale zat mijn ‘meiske’ om de afspraken goed vast te leggen, tuurlijk! Omdat er meer en meer taken anders ingericht werden kwamen we op zo’n punt van ‘je bent te duur voor het werk dat je doet’. In mijn laatste bilateraal wilde ze dat ik deze conclusie zelf zou trekken. Alsof ik gek ben…!!! Ik zal nooit vergeten wat die …. toen zei: ‘ik zie dat je in de weerstand zit. Je omarmt deze nieuwe prachtige strategie van dit bedrijf niet. Dat maakt het voor mij moeilijk maar ook heel makkelijk want eigenlijk kunnen we niet zonder jouw kennis en ervaring maar ik ga het wel doen. Met jou samenwerken kost mij maar ook jou teveel energie en negativiteit. Jij gaat niet veranderen en je bent een grote beïnvloeder bij het management maar dan in negatieve zin. Het lijkt mij het beste dat wij afscheid van elkaar gaan nemen. Natuurlijk heb ik gevochten als een leeuw en ik heb uiteindelijk een mooie vergoeding mee gekregen. Maar dat ze het bedrijf kapot maken gaat me echt aan mijn hart. En weet je waar ik het meeste last van heb. Dat ze eigenlijk zonder al teveel hick-ups gewoon doorgaan. Alsof mijn vierentwintig jaar kennis en ervaring er niet toe heeft gedaan”. Bij deze laatste zin kijkt hij dromerig naar buiten. De stilte is sprekend, letterlijk stilte. Er piept of rinkelt even niets, geen geluiden bij de receptie, de regen die tegen de ramen sloeg is gestopt, geen ping van de lift alleen stilte. Ik kijk naar hem en dan schudt hij even met z’n hoofd. “Tja dat is mijn verhaal”. En alsof het zou moest zijn kwamen onze beide gesprekspartners uit de gang naar de receptie gelopen. Wij gingen beide staan en hij begroette ze allebei met een ferme handdruk. Ik legde mijn hand op zijn schouders, hij draaide zich om en ik stak mijn hand uit. “Ik wens je een hele succesvolle voortzetting van je loopbaan toe want dat verdien je, succes man!”. Hij pakte mijn hand en schudde deze hartelijk. “Jij ook man, jij ook. Leuk je gesproken te hebben. Al heb je niet veel gezegd maar soms weet je bij mensen dat het goed is”. Onze gesprekspartners keken elkaar met enige verbazing aan en vroegen of wij elkaar kende. “Tot vandaag niet maar ik denk dat we elkaar nog wel gaan spreken” zei hij lachend. En weet u, dat gaan we zeker doen en ik kijk er nu al naar uit! (en ja hij heeft die baan gekregen!!) 


Spreuk van de week (week 44, 2017)


Veel werknemers zoeken geen andere baan maar een andere baas…

Een jaar verder met YouGrow. Op LinkedIn verscheen afgelopen week de melding en ik dank de vele reacties die ik heb mogen ontvangen op mijn werkjubileum. En dat is hartverwarmend. Ik ben blij met de vele nieuwe contacten die ik heb gekregen en bovenal de mooie gesprekken die ik heb mogen voeren en opties die ik heb kunnen bieden.

 

Als organisatie adviseur mocht ik mijn steentje bijdragen in de opzet en uitrol van de HR jaarplannen (2 jaar). Ik had diverse gesprekken met de HR Manager gevoerd om te inventariseren wat de behoefte van de organisatie was en dat ‘te matchen’ met de mogelijkheden van het HR team. Er was wel wat, volgens de algemeen directeur, maar het was houtje touwtje. Mijn opdracht was tweeledig enerzijds de structuur aanbrengen en anderzijds de HR manager coachen want zijn communicatie naar het team verliep slecht. Al op de eerste dag toverde de HR Manager allerlei documenten en schema’s tevoorschijn en natuurlijk had ik een mening maar ik was wel onder de indruk. De checkvraag of dit dan ook met zijn team en de organisatie was afgestemd werd volmondig met ja beantwoord. De volgende dag zou ik onder andere met een aantal medewerkers van zijn team praten. Deze gesprekken verliepen heel stroef en twee werden zelfs gecancelled maar met een plausibele reden (althans dat dacht ik). Kortom ja er was wel wat verbetering te halen maar dat paste niet in de oorspronkelijke opdracht definitie. Waarom een interimmer inhuren als het eigenlijk goed verloopt. Daarom plande ik voor de volgende dag mijn eerste (en in mijn ogen ook de laatste) meeting met het kern MT (MD, CFO, COO). Ik verzamelde alle documenten en werkte aan een presentatie.

 

De volgende dag liep de HR manager maar rond mijn werkplek dralen. Hij wilde graag bij het overleg zijn en weten wat ik ging vertellen. Ik liet hem de presentatie zien en als hij bij het overleg wilde zijn dan moest hij dat regelen met de algemeen directeur. Of we niet allebei naar de directeur konden gaan, dat leek hem beter. Ik vertelde hem dat ik mijn bevindingen zou geven (positief) en als hij zich onvoldoende zeker voelde dan moest hij daar aktie op ondernemen en niet ik. Hierbij dirigeerde ik hem uit de kamer. Vijf minuten voor aanvang kwam zijn HR officer naar me toe. Of ik straks nog even tijd had… …Natuurlijk en we plande later die middag een overleg maar wel in de produktiehal want ze wilde niet dat de HR Manager ons zou zien?!

 

Het kern MT zat aan de vergadertafel en keek vol verwachting naar het scherm. Een klein halfuur later waren we beland in een pittige discussie want het beeld dat ik liet zien kwam totaal niet overeen met hun ervaring. Er was geen plan, geen afstemming. Er was geen visie en alle document die ik had opgehaald waren nieuw voor hen. Oei!!! Dit was geen goed nieuws. Ik snapte het niet. Ik vertelde ze dat ik vanmiddag nog een gesprek zou hebben met zijn HR officer en dat ik ook nog een hartig woordje zou wisselen met de HR Manager. Enigszins verdwaasd over de discussie droop ik af, ik was belazerd en dat was heel lang geleden dat ik me zo heb laten bedonderen zonder het (in)gezien te hebben. Ik moest even de kwestie laten bezinken en besloot om mijn spullen te pakken en naar een brasserie in het centrum te gaan. Onderweg belde ik de HR officer en nodigde haar ook uit in de brasserie. Ze mocht van mij al haar afspraken cancellen. Na een koel drankje te hebben besteld daalde mijn frustratie maar mijn vraagtekens rezen des te meer. Niet veel later liep de HR officer de brasserie in en ging bij mij aan tafel zitten. “Aan je gezicht te zien heb je geen prettige meeting gehad” zei ze. Ik hoefde dit niet te bevestigen en vroeg haar waarover ze me wilde spreken. “Nou waarschijnlijk over datgene dat jij vandaag ook hebt ervaren. Er is geen team, geen visie, geen plan. Hij liegt en bedriegt alles wat los en vast zit. Sinds hij bij ons werkt is iedereen op de HR afdeling aktief op zoek naar een nieuwe baan. Ik kreeg eergisteren ineens de opdracht om naar ons zusterbedrijf in Belgie te gaan voor een rondleiding. Ik werk hier vier maanden en vraag al sinds mijn start om ook naar onze site in Belgie te mogen gaan voor een kennismaking en rondleiding. En ineens moet ik naar Belgie, zonder overleg want ik ‘zeurde’ er al zo lang om en nu had hij het kunnen regelen. Gisteravond hoorde ik waarom….er stond een afspraak tussen jou en mij. Ik heb al een andere baan gevonden maar wil eerst met jou overleggen want mogelijk kun jij de situatie veranderen. Ik vind de organisatie echt leuk en de mensen met wie ik moet werken maar ik kan niet met hem werken. Ik heb diverse pogingen ondernomen om onze afstemming te verbeteren maar hij draait er elke keer omheen en verdraait hele situaties”.

 

Ik heb lang met haar gesproken en ben aan het einde van de werkdag terug gegaan naar kantoor. Daar heb ik de twee collega’s opgevangen die ik de dag ervoor had gesproken. Ik nam ze mee naar het kantoor van de algemeen directeur die op dat moment buitenshuis was. We hebben nogmaals met elkaar gesproken maar nu met de kaarten open. De HR manager had wel een aantal dingen gesuggereerd, in negatieve zin voor hun, als ze een ander beeld zouden schetsen dan hij had gedaan. Vol ongeloof heb ik ze aangekeken; “Hoe kun je nou denken dat je dit onder de mat kunt schuiven???” Ze wisten me te vertellen dat sinds hij was aangenomen, nu een klein jaar geleden, er een groot verloop was op de afdeling. Er waren al twee nieuwe functionarissen aangenomen en het aantal opzeggingen zou alleen maar toenemen. Ineens zwaaide de kantoordeur open en de HR Manager keek naar binnen. “Oh, zitten jullie hier… Ik wilde nog iets afstemmen met de directeur…. Kan ik jou zo nog even spreken en hij wees naar zijn medewerker payroll of mogelijk jullie allebei…. Of ben je nog lang bezig Michiel?” Zijn blik sprak boekdelen. “Als ik klaar ben dan laat ik het je wel weten, is dat goed? Ik zou graag morgenvroeg een afspraak met je willen hebben om een en ander te bespreken en dan stel ik voor dat jouw medewerkers na mijn gesprek fijn naar huis gaan want morgen is een nieuwe dag, nietwaar?” Zonder een reactie te geven werd de deur dicht getrokken. “Die gaat me straks bellen… let maar op” zei de medewerker payroll. Zijn collega had de telefoon gepakt en was aan het scrollen, daarna liet hij me een sms’je zien. Hij had zijn beklag gedaan bij de COO die op zijn beurt naar de HR manager was gegaan. Het bericht was echt ongepast en bedreigend. “En wat heb je hiermee gedaan?” vroeg ik hem. “Niets....wat moet ik dan….naar mijn baas gaan…” Ik had dit nog nooit meegemaakt en belde de algemeen directeur in bijzijn van mijn gesprekspartners. Ik vertelde kort dat wij nu nog samen zaten en dat zij op ongepaste wijze benaderd waren door de HR manager. Mocht deze nog met hem contact opnemen dan verzocht ik hem om niets te doen en dat ik later nog mijn bevindingen met hem zou delen. We maakte een belafspraak voor later die avond. Hiermee had ik deze HR collega’s in ieder geval gerust gesteld. En ik vroeg ze om hun telefoons uit te zetten of tijdelijke voicemail te activeren en te verwijzen naar mij.

 

Ik zal u het hele relaas besparen over het vervolg dus hier een korte samenvatting. De HR Manager was de volgende dag ziek (psychische klachten) en is dat tot op de dag van vandaag nog steeds. De werkgever kan op dit moment niets. Reintegratie in eigen werk maar ook extern is eigenlijk onwenselijk gezien de voorhistorie!? Pogingen om gesprekken te voeren inzake ontbinding worden steevast verworpen. Helaas is dit de situatie zoals die is

Ik heb voorgesteld om de HR officer aan te stellen als de (jr) HR manager want zij zou in staat zijn om de afdeling weer binden en het vertrouwen terug winnen. En gelukkig heeft niemand van het team z’n baan opgezegd want de conclusie was toch wel dat niemand op zoek was naar een nieuwe baan maar wel naar een nieuwe baas! En dat is gelukt! 


Spreuk van de week (week 43, 2017)


Juist nu alles wat rimpelt hangt en en lubbert zit ik het allerbest in mijn vel… 

Hoe gaat het met je? Een vraag die we allemaal met enige regelmaat voorbij horen komen. En voordat we echt over de vraag nadenken is de standaard reactie ‘goed’. Want we hebben geleerd om niet onze daadwerkelijke gevoelens te uiten maar een politiek correct antwoord te geven. Op het moment dat er een gesprek op gang komt dan komt het oprechte antwoord alsnog op tafel, toch???

 

In het begin van mijn loopbaan heb ik kennis gemaakt met Bob. Een succesvol manager met een tomeloze (internationale) ambitie. Nadat we allebei onze loopbanen een andere richting op gingen verloren we elkaar uit het oog. Na mijn start met YouGrow nam Bob wederom contact op. Om eens bij te praten want we hadden elkaar voor het laatst gezien in 2004. En wie is Bob dan? Bob is een energieke man van nu 61 jaar. Hij heeft ruime ervaring opgedaan zowel nationaal als internationaal maar helaas is hij net voor de crisis, in 2007, gevallen voor het grote geld. Althans dat werd hem voor gehouden. In het gesprek dat ik met hem had vertelde hij dat hij de prospects (wereldwijd) voor het uitkiezen had en hij hoefde ze alleen maar binnen te hengelen. Met een basissalaris waar zijn hypotheek niet van betaald kon worden maar met een provisie en bonusregeling die zijn inkomen naar een ongekende hoogte kon pompen. Met aankomende studerende kinderen, het uithangbord “ik heb Abraham gezien; tijd voor verandering” ging hij voor deze droombaan. Dat hij veel van huis zou zijn was een weloverwogen keuze van het gezin. En iedereen zou ervan profiteren. Met een goede financieel adviseur in de arm werden de scenario’s uitgewerkt over de targets die hij zou moeten halen en de mogelijkheden die hij zou krijgen. De dromen van Bob en zijn gezin zouden gaan uitkomen. Binnen een paar jaar zou hij ook gaan behoren tot de miljonairs van Nederland en dat was toch wel een mooi vooruitzicht.

 

Pats…. Daar ging die droom

De crisis veranderde de wereld. En in 2009 kreeg Bob een brief in handen geduwd dat de arbeidsrelatie werd beëindigd. De wereld stond op z’n kop maar Bob hield de moed erin. Hij snapte het wel want de projecten bleven achter en ach hij had zoveel contacten dat het vinden van een nieuwe uitdaging geen enkel probleem zou zijn.

Pats…. Daar kwam de realiteit

Ondanks verwoedde pogingen van Bob om ergens aan de slag te komen kreeg hij ze allemaal voorgeschoteld. Teveel ervaring, te weinig ervaring in de specifieke branche, te duur, andere kandidaat echt betere achtergrond die aansluit, te ervaren manager, niet hands-on, past niet in cultuur, geen klik in het gesprek (wat al wonder was dat hij werd uitgenodigd) en ach zo kan ik nog wel even doorgaan.

Pats…. Van potentieel miljonair naar bijstand

Ja zover is het gekomen. Het dieptepunt in Bob zijn leven. Zijn kinderen gingen op kamers en werkte alle dagen van de week om hun studie te kunnen bekostigen. Het huis was met een restschuld verkocht. De auto werd openbaar vervoer en fiets. Met een aantal (nieuwe) buurtgenoten werkte hij in een moestuintje om zoveel mogelijk self supporting te zijn. Ze hadden zelfs een boodschappendienst zodat niet iedereen apart de winkel voor de aanbiedingen ging bezoeken maar deze werden geselecteerd en dan werd er voor de groep ingekocht. Alles om maar te besparen. Herkent u de tele2 reclame. Nou ik kan u zeggen dat ik om de reclame kon glimlachen maar voor mij zat iemand die het beleefd had.

Pats…. Economisch herstel….maar niet voor ouderen

Ja Bob is naar de uitzendburo’s gegaan. Heeft werkervaringstrajacten doorlopen. Maar op het moment dat hij het fysiek of psychisch zwaar had werd ‘het risico’ door de werkgever maar niet genomen. Bob was veel kwijt geraakt behalve zijn intelligentie en dat speelde hem ook vaak parten in discussies met leidinggevenden. Bob doorzag snel processen maar werd dan ook weer als een bedreiging gezien.

Pats… Bob en YouGrow

Wat was ik ontdaan toen ik zijn verhaal hoorde. En wat heb ik de longen uit mijn lijf voor hem gerend. Bob verdiende een nieuwe kans. Maar Bob was ook een schim geworden van de sterke manager zoals ik hem had leren kennen. De crisisjaren hadden een gebroken man van hem gemaakt. Hij greep elke kans aan die hem geboden werd maar ging uit van het negatieve want tegenslagen werden vaker aan hem gepresenteerd. Ik heb Bob bij vele organisaties aangeboden maar ik ving bot (zoals Bob me voorhand had voorspeld). Niet dat me dat weerhield om te blijven zoeken.

Pats…Bob en het telefoontje

Een onbekend buitenlands nummer belde me. Het was bijna het tijdstip voor mijn rubriek op de radio dus duwde het gesprek naar de voicemail. En het piepje van de voicemail hoorde ik tijdens de radio uitzending. Na afloop even 1233 bellen en daar was Bob. Hij klonk opgewekt en hij vroeg me om contact met hem op te nemen. Hij ging nu naar een klant dus graag woensdag bellen. “En oja ik heb een nieuwe baan en ben al door mijn proeftijd, jahoe”. Wat was het heerlijk om zijn stem en bovenal zijn enthousiasme weer te horen.

 

Enigszins in spanning zat ik in het restaurant op Bob te wachten. En niet veel later stapte een energieke vent binnen. Hij genoot en straalde dat was hem zeker aan te zien. Na de standaard begroeting vroeg ik hem hoe het met hem ging en zijn antwoord vond ik prachtig. “Michiel ik heb weer werk en ik haal er voldoening uit. Ik werk en verdien meer dan ik in de bijstand kreeg” zijn bulderende lach vulde de eetzaal “en ik verdien vele malen minder dan ik ooit had maar weet je….boeien! Wij kunnen er goed van leven en ik kan zelfs alweer wat extra’s kopen”. Het was een genot om zo weer samen te zitten. En bij het afscheid zei Bob: “Alles wat ik heb meegemaakt in de afgelopen jaren heeft zijn sporen achter gelaten. Ik was afgeschreven voor het beroepsleven en ondanks die tropenjaren, m’n kale kop met wat grijze plukjes, de diepe groeven in mijn gezicht en m’n hangbuik heb ik nog nooit zo goed in m’n vel gezeten”. En Bob….ik heb het gezien…dat klopt!!!  




Spreuk van de week (week 42, 2017)


Ik denk altijd eerst goed na voordat ik iets stoms zeg… (Loesje)

We zullen allemaal wel eens een keer gedacht hebben OMG wat heb ik nu weer gezegd. Voor mijzelf sprekend….ik heb in ieder geval genoeg anekdotes maar ik wil u hiermee niet vermoeien en mijzelf ook niet voor ‘schut’ zetten. Nou ok….eentje dan…

 

In mijn loopbaan heb ik verschillende sollicitatiegesprekken gehad. En eentje was voor mijzelf wel memorabel. Ik was op dat moment ontevreden over loopbaanpad bij mijn toenmalige werkgever en was een oriëntatie gestart op de arbeidsmarkt. Via een intermediair werd ik geïntroduceerd bij een potentiële werkgever. De intermediair had lovende woorden over mij gesproken bij zijn opdrachtgever en op papier was ik zeker een grote kanshebber. Op de dag van het eerste gesprek reed ik, vol verwachting, naar het opgegeven adres. Bij de receptie netjes aangemeld en ik bestudeerde de omgeving. Exact op tijd werd ik opgehaald door de HR directeur en volgde hem naar de spreekkamer. Na een wat koele start kwam het gesprek steeds beter op gang en voordat we het wisten werd de deur open gegooid door collega’s die de ruimte hadden gereserveerd. We waren langer dan anderhalf uur in gesprek in geweest en we hadden het amper in de gaten gehad. Enthousiast reed ik naar huis. Wat een gaaf bedrijf en wat voelde ik me er thuis. De intermediair belde me op en vroeg mijn feedback en ik vertelde enthousiast over mijn ervaring en gevoel. De dagen erna nagelbijtend wachtend op een terugkoppeling. En toen ik door de intermediair werd gebeld kreeg ik gelijk een zenuwachtig gevoel over me heen. Hij klonk bedompt. Gelukkig had ik me dat ingebeeld want er werd een vervolgafspraak ingepland, pfjuw een opluchting. Ik was door.

 

De tweede ronde was een gesprek met lijnmanagers en aansluitend met een aantal HR collega’s. We waren nog met twee kandidaten over. Ik had die middag verlof gevraagd en mijn pak lag op de achterbank. Ik had bij een kennis afgesproken om daar te lunchen en me om te kleden. Maar ik kreeg geen hap door mijn keel en had geen zin om een praatje te maken dus na het omkleden dankte ik hem en ging op weg naar het gesprek (gelukkig begreep mijn kennis wel dat ik zenuwachtig was en we hebben ‘de schade’ later ingehaald). Na een tijd in de auto te hebben gewacht op een nabij gelegen parkeerplaats en de scenario’s in mijn hoofd draaiende reed ik, nog steeds veel te vroeg, naar het bedrijf. Ik maakte een praatje bij de receptie en kreeg alvast een kopje koffie. Na mijn 2 e kopje werd ik (op tijd) opgehaald door de operations manager en we liepen naar zijn kantoor waar zijn collega manager zat. Mijn zenuwen namen toe en ik haalde diep adem om mezelf tot rust te brengen. Gelukkig verliep ook dit gesprek redelijk soepeltjes. Diverse vragen werden aan me voorgelegd welke ik prima kon beantwoorden. En na ruim een uur werd ik meegenomen naar de volgende spreekruimte waar een aantal HR functionarissen aan tafel zaten te wachten. Na een aantal beleefdheden te hebben uitgewisseld vroeg ik hen of ik mijn jasje uit mocht doen want we waren nu eindelijk ‘als collega’s onder elkaar’. Het ijs was gebroken en het sollicitatiegesprek liep geheel anders en ook de tijd werd weer vergeten. Ik vertelde over mijn vrouw, vakanties en zelfs over een televisie serie die we blijkbaar allemaal aan het volgen waren. Na ruim anderhalf uur kwam de HR directeur binnen om te evalueren met in zijn kielzog de operations managers. Omdat hij gekeuvel en gelach uit de spreekkamer had gehoord had hij er niet bij nagedacht dat ik er nog zou zitten. Dus snel namen we afscheid en in de auto maakte ik mijn belrondje om terugkoppeling te geven van de gesprekken. Nog diezelfde avond werd ik gebeld voor een kennismakingsgesprek met de algemeen directeur. En ja dit was ook een arbeidsvoorwaardelijk gesprek. Om mij tegemoet te komen (niet wederom verlof te nemen) werd het gesprek op vrijdag (voor maand einde) om 07.30 uur gepland.

 

Daar stond ik ’s ochtends voor een gesloten kantoor. De portier kwam rustig aangesjokt en vroeg me met wie ik een afspraak had. “Met de algemeen directeur, de heer Olav Grudaliovosza (fictieve naam in het kader van privacy en mijn eigen blamage natuurlijk)….huh dus is er nooit voor 08.00 uur dus dan kom maar bij ons in de loge wachten”. Naar de loge lopend werd ik door de portier geïnstrueerd over het correct uitspreken van zijn achternaam. Maar voordat we in de loge stapte kon ik alweer omdraaien, daar kwam de directeur aangelopen (dat zagen ze via de camera). Dus weer terug naar het kantoorpand en net voordat de schuifdeuren zich weer achter hem zouden sluiten riep ik zijn naam. “Olav wacht even”. Omdat ik zijn achternaam niet durfde uit te spreken was dit ‘mijn oplossing’. Hij draaide zich om en hield de schuifdeur tegen. In de gang gaf ik hem een hand en stelde mijzelf voor. Hij beantwoordde met Grudaliovosza en mijn voornaam ken je al. Oei oei, dit was geen goede binnenkomer. Samen liepen we naar zijn kantoor. De HR directeur had een mapje en post-it op zijn vergadertafel gelegd met mijn naam erop. “Ga zitten” en hij wees naar een stoel. Ik deed mijn jas uit en hij bekeek me van top tot teen. “Niet echt een sollicitatie outfit, is het wel?” “Euh nee maar ik ga dadelijk naar mijn werk en als ik in pak kom dan voelen ze gelijk nattigheid en dat wil ik niet”. “Maar je gaat toch opzeggen neem ik aan. Daarom moet ik vandaag toch zo vroeg hier zijn of heb ik het verkeerd begrepen”? Jeetje dit is wel een stroeve start dacht ik nog. Hij belde naar de kantine voor een kan koffie en thee tijdens het wachten bestudeerde hij ‘mijn dossier’. Op mijn vragen/opmerkingen om een gesprek op gang te krijgen reageerde hij niet of nauwelijks. “Michiel….noem eens drie sterke dingen van jezelf en drie minder sterke dingen van jezelf”. Ik slaakte een diepe zucht. Hij keek even op van het dossier dat voor hem lag en keek me over zijn leesbril heen aan. “Dat klinkt niet hoopgevend” zei hij. “Tja dit zijn vragen die ik nog niet zo direct gehad heb, dit wordt eigenlijk niet meer gevraagd dus daarom zucht ik zo. Niet verkeerd bedoeld hoor. En als je echt een antwoord wilt dan krijg je een antwoord… Oh jeetje dat klonk wel heel verrot zeg dacht ik nog bij mijzelf. “Nou werkelijk ik word er gewoon zenuwachtig van” stamelde ik. Ik ging weer recht zitten in de stoel en schraapte mijn keel. “Drie sterke punten. Ik ben creatief, ben een absolute doorzetter en  ben makkelijk benaderbaar en verbaal sterk. Mijn mindere of verbeterpunten zijn dat ik af en toe geremd moet worden in mijn creativiteit omdat ik anders van het ene in het andere spring. Met doorzettingsvermogen steekt ook een beetje koppigheid de kop op” ik hoopte iets van een glimlach te krijgen maar hij bleef mij strak aankijken “en omdat ik makkelijk benaderbaar ben laat ik mij ook vaak verleiden tot gesprekken terwijl ik eigenlijk geen tijd heb. Geeft dit een beeld?” vroeg ik. Hij bleef me aankijken “En waarom word je zenuwachtig van deze vraag?” “Nou ja….zenuwachtig….het is niet meer van deze tijd…ofzo”. Ik kom mezelf wel voor de kop slaan. Zulke gekke, domme antwoorden had ik nog nooit gegeven en het leek wel of ik kortsluiting had tussen wat ik wilde zeggen en wat ik uitkraamde.  Op dat moment werd op de deur geklopt en de koffie en thee werden gebracht. Ze zette de kopjes voor ons neer en schonk een kopje koffie in. “Wilt u melk en suiker” en ik drink al sinds mijn jeugdjaren koffie zwart, niets erin maar deze ochtend was het “Ja graag”. En hoe het kwam, geen idee. Ze gaf me een lepeltje, melkcup en suikerstaafje. Hij pakte een zoetje en roerde rustig in zijn kopje. Terwijl de kantine dame weer naar buiten liep probeerde ik een handmixer te imiteren met een koffielepeltje in de koffie. “Sorry meneer Grudaliovosza. Ik wil zo graag een goede indruk maken maar het lukt me echt niet. Ik heb het gevoel alsof ik voor het eerst kennismaak met mijn schoonvader en voel me zo’n hulpeloze puber”. Voor het eerst zag ik een glimlach op zijn gezicht. “Dat zeggen mijn dochters ook als ze weer hun nieuwe partner komen voorstellen, dus ik ben getraind ja’. Nu moest ik lachen. “Weet je Michiel, alle gesprekken zijn goed verlopen en ze willen graag dat wij dit vandaag met elkaar gaan tekenen”. En hij wees naar de arbeidsovereenkomst. “Ik ga je nu een gouden tip geven. Je bent nog jong en heel, heel, heel impulsief. Daarom ga ik je ook wat leren. Van mij ga je leren om eerst goed na te denken voordat je iets doms gaat zeggen.

En inderdaad…ik heb veel van hem opgestoken. Vooral om mijn mond te houden en niet altijd te willen reageren. En als hij vond dat ik iets te enthousiast werd in gesprekken of bijeenkomsten dan pakte hij zijn lepeltje en roerde extra snel door het kopje…dan wist ik genoeg…ons geheimpje….nu gedeeld in deze spreuk…maar ondertussen ben ik ook wel een stuk wijzer (en minder impulsief) geworden…en ik drink mijn koffie nog steeds zwart!

 

 

Spreuk van de week (week 41, 2017)

 

Jij zult de vriendelijke woorden die je hebt gezegd misschien vergeten maar de ontvanger onthoudt ze een leven lang!! (Oprah Winfrey)

 

Aardig zijn. Het kan zo eenvoudig zijn en je dag ook nog eens een boost geven. Ik was afgelopen week op een tankstation. Het regende en het was echt (herfst)guur weer. Dus mijn jas hoog dicht geritst en ik wilde zo snel mogelijk tanken en weer door. Dus snel naar binnen om af te rekenen. Een vriendelijke jongedame begroette alle klanten met een vriendelijke lach. Met nog een man die voor me stond wisselde ze een paar woorden en met een grijns op z’n gezicht draaide hij zich om nadat hij betaald had. Ik was aan de beurt. Ik noemde mijn pompnummer en liet mijn bankpas zien ter teken dat ik wilde pinnen. “En verloopt de reis voorspoedig”? vroeg ze. “Ja hoor” mompelde ik terwijl ik mijn pincode intoetste. “Daar ben ik blij om, niets zo vervelend dan dat je op de weg zit en dat het tegen zit, toch”? Ik knikte “Ja daar heb je gelijk in” Het pin apparaat piepte ter bevestiging van de betaling en met een tik op haar toetsenbord rolde de bon eruit. Ze reikte deze aan; “en voorzichtig rijden he”. Glimlachend nam ik de bon aan. Toen ik naar mijn auto liep stond die glimlach nog steeds op mijn gezicht. En ondanks het gejaag en gejekker in het verkeer en het frisse weer hadden haar woorden me toch wel (positief) geraakt. Zo eenvoudig maar zo effectief!

 Thuis gekomen vertelde ik mijn ervaring tijdens het avondeten. We kregen een discussie dat het tegenwoordig zo vaak gericht is op ik, mij en mijzelf. “Als je dadelijk de hond gaat uitlaten hoeveel mensen begroeten je dan” vroeg mijn vrouw. Ik had geen flauw benul want daar had ik nog nooit op gelet. Maar we vonden het wel een leuk experiment. We zouden de grote wandeling maken. Op het eerste gedeelte van de route zouden we niets zeggen en wachten of er iets gezegd zou worden. En in het tweede gedeelte zouden wij het begroetingsinitiatief nemen. We waren benieuwd of het echt een verschil zou uitmaken. In het eerste deel kwamen we meerdere bekenden tegen dus het experiment was niet representatief. We besloten het experiment te verleggen naar het nabijgelegen dorp. Aangezien we mogelijk iets te enthousiast onze eerste tegenligger aankeken of hij iets zou zeggen was ook dat niet representatief. We zouden gewoon gaan wandelen en proberen er minder op te letten.

Ons resultaat. Op dezelfde stoep lopend werden we door 9 van de 10 tegenliggers begroet. Aan de overkant van de straat was dit al beduidend minder en zaten we op ongeveer eenderde.

Zelf initiatief nemend was het resultaat aansprekend! Zowel op dezelfde stoep als aan de overkant werd het altijd beantwoord zelfs door een groepje scholieren die wat een bankje aan het ‘hangen’ waren. Dit leidde zelfs tot drie (korte) gesprekjes met buurtgenoten die het gewoon leuk vonden.

Op de terugweg vertelde ik mijn vrouw dat dit de volgende spreuk zou worden. En ik vertelde over een ervaring die ik ooit zelf had opgedaan. Ik liep destijds stage en een glazenwasser kwam het kantoor ingelopen. Hij vroeg of ik mijn bureau een beetje vrij kon maken zodat hij op het bureau kon staan om ook de bovenkant van de ramen goed te kunnen lappen. Ik pakte mijn spulletjes weg en vergrendelde mijn PC. De glazenwasser keek naar mijn scherm. “Ben jij Michiel Maassen, ik dacht al die kop die ken ik. Wij hebben samen op de Rijsvenne gezeten man! Weet je…op school”. Enthousiast pakte hij mij hand en schudde deze. “Oh wat leuk om je weer te zien, jij bent niet naar de reünie gekomen, toen dacht ik al dat je dat je verhuisd was want ik heb je allang niet meer in het dorp gezien. Dus jij werkt hier nu, gaaf man, dan ben je een echte bobo man. Jij hebt echt gestudeerd met een eigen kantoor, wow!” Ik kon hem alleen maar aankijken want ik had echt geen idee wie hij was. “Nou ik loop nu hier stage en dan moet ik nog mijn afstudeeropdracht schrijven en dan ben ik klaar maar euh…hoe is jouw naam….?” 

“Ken je mij niet meer. Maakt niet uit. Ik zal je over onze kennismaking zeggen en dan weet je het wel. We kwamen als brugpieper op onze eerste schooldag en zette onze fietsen naast elkaar in het rek. Toen vroeg je mij of ik ook nieuw was. En toen ik dat bevestigde toe zei jij ‘Fijn dan zijn we met z’n tweeën nieuw en dat is altijd minder eng’ dat was zo gaaf man. Je nam me gelijk op sleeptouw en dat zal ik nooit vergeten”. We hebben nog een tijdje met elkaar gesproken en ondanks verwoedde pogingen van mijn geheugen kon ik me hem en zijn naam niet herinneren. Aan de andere kant ben ik hem na deze ontmoeting (en dit verhaal) nooit meer vergeten!

 

 

Spreuk van de week (week 40, 2017)

 

Doing is the best kind of thinking

 

HOERA YouGrow 1 jaar!!!

 

Met de laptop open en een kop koffie voor mijn neus vier ik  het bereiken van de ondernemersleeftijd van 1 jaar. Zijn ondernemersjaren gelijk aan de telling van hondenjaren?? Want dan heb ik er nu 7 leeftijdsjaren bij gekregen. Is het nu al tijd om terug te kijken of toch wachten op een lustrum van 5 of meer jaren? Omdat het jaar voorbij gevlogen is wil ik eigenlijk mijn ervaringsjaar met u delen en bovenal iedereen bedanken. Bedanken voor de geweldige kennismakingen. Voor het vertrouwen van klanten. Voor de kandidaten die hun loopbaan in mijn handen hebben gelegd. Voor de HRM’ers en directeuren die mijn verhaal hebben aangehoord en bovenal mij hebben aangespoord om verder te gaan met YouGrow.

 

Elke dag was een nieuwe kans. Trial en error. Heeft iemand een handboek hoe je aan tafel moet komen….met een dienstverlening…als start-up…die algemeen bekend is…?? Hoeveel organisatie adviseurs, change managers en recruitment agencies kent u niet…? Ik denk velen. Dus eigenlijk zijn we een pot nat…of toch niet?? We zeggen allemaal dat we uniek zijn. En wie ben ik dan, de volgende in het rijtje… En toch mocht ik aan tafel komen en vertellen over mezelf want YouGrow is Michiel Maassen. En dan apetrots naar buiten lopen met een vraagstuk en/of opdracht. Maar een opdracht krijgen is een maar de opdracht invullen is iets anders. Wat een ongelofelijke ervaring heb ik mogen opdoen. Van succes tot ergernis en van teleurstelling naar overwinning. En wat ben ik trots op mijn netwerk dat mij op alle mogelijke manieren heeft gesteund. Soms met een appje, een mailtje of telefoontje. Zonder dit netwerk had ik dit nooit kunnen bereiken. En blijkbaar wordt me dit gegund en dat is een prachtig geschenk dat ik dankbaar omarm en koester.

 

In de zomer sprak ik iemand die me vroeg hoe het was om ondernemer te zijn. Zij vroeg me hoe ik de start-up had ervaren en ze was vooral benieuwd naar wat tips en tricks. Het enige dat ik kon aangeven is dat ik denk dat ondernemen geen kunstje is. Ondernemen is authenticiteit. Ondernemen is het loslaten van zekerheden en stappen in het onbekende. Ondernemen is hard op je bek gaan, teleurgesteld worden en dan de drive hebben om door te gaan. Ondernemen is het tot in de je diepste vezel voelen als je gefaald hebt. Maar andersom ook. Wat een euforisch gevoel als je een succes boekt. Ondernemen is vooral doen…doen….doen en nog eens doen. En bij het opstellen van deze spreuk van de week moest ik denken aan een filmpje dat ik nog niet zo lang geleden had gezien. Zoals ik het met haar heb gedeeld zo deel ik het nu ook hier. Want al mijn lezers van deze spreuk van de week, de luisteraars van de radio en alle (oud) collega’s, vrienden en bekenden. Door jullie is YouGrow gegroeid en dat heeft mij het mooiste gegeven dat ik me als ondernemer kon wensen. Een drive om door te gaan. Jullie hebben de grond geboden waarop het zaadje YouGrow heeft kunnen ontkiemen. En ik hoop hier nog vele ondernemersjaren van te mogen genieten!

 

En om even terug te komen op de belangrijkste les ondernemerschap voor mij…. Dat is vooral weer afleren en met een open blik kijken naar alle kansen die zich voordoen! Dit filmpje spreekt voor zich. Veel kijkplezier: https://www.youtube.com/watch?v=DVTr5F5irK8

 

 

Spreuk van de week (week 39, 2017)

 

Van olifantenhuid….….naar kippenvel…

Strategische personeelsplanning of zoals het vakjargon het noemt workforce management. Een thema dat door vele HRM’ers op de jaarkalender geplaatst wordt. Want ‘we’ vinden het belangrijk dat we het optimale halen uit ons personeel. Maar hoe geven we daar nu handen en voeten aan…?

 

Met veel egards werd ik geïntroduceerd en daar stond ik in de bedrijfskantine tegenover een ongeveer 75 werknemers in een blauwe werkoverall. De lunch trommels op tafels, telefoons werden veelvuldig bekeken en er werd wat gelachen. Gelukkig had ik last-minute besloten om niet in pak de toelichting te geven want dit zou de eerste drempel zijn. Het was een echte hands-on organisatie die niet zaten te wachten op een ‘kantoorpikkie’ die hun even ging vertellen hoe ‘we’ samen het optimale zouden halen.

 

De personeelsmanager, die de introductie had verzorgd, gaf het woord (en podium) aan mij. We hadden in de afgelopen dagen hard gewerkt aan de presentatie. De beamer zoemde evenals de medewerkers in de kantine. De meeste keken verveeld en ongeïnteresseerd. Ik keek even naar de personeelsmanager en weer terug naar de groep. Ik pakte de afstandsbediening van de beamer en drukte tweemaal op de uit knop. Ondertussen liep ik naar het midden van de kantine. “Goed” en ik liet een stilte vallen, het geroezemoes nam snel af en ze keken naar de personeelsmanager die deze onverwachte wijziging van het script overduidelijk niet prettig vond. “Wij” en ik draaide me om en wees naar de personeelsmanager en daarna naar mezelf “willen graag met jullie samenwerken. Niet door jullie een ‘standaard’ opleiding aan te bieden. Nee wat wij met jullie willen gaan doen is een verdieping van jullie ambities, competenties en die te koppelen naar de mogelijkheden binnen deze organisatie. We gaan ook kijken naar de factor tijd. Want zoals jullie zelf ook zien hebben we hier niet alleen te maken met jonge goden maar ook met collega’s die bezig zijn met hun carrière na hun loopbaan hier”. De aanwezigen joelden en wezen naar ‘opa Jan’ die over een paar maanden met pensioen zou gaan. En opa Jan ging maar even staan en zwaaide deftig naar zijn collega’s: “Jongens” zei hij “Ik laat deze polonaise lekker aan me voorbij gaan”. Nadat Jan weer ging zitten nam ik weer het woord. “Jan kom eens”. Jan keek me argwanend aan, ik wenkte nogmaals “Allee Jan, tijd voor een loopbaan polonaise want als je niet meer met ons meedoet kunnen we wel gebruik maken van jouw ervaring tot dusver”. Behoedzaam stond Jan op. “Kom eens hier Jan”en langzaam kwam hij mijn kant op geschuifeld. Ik ga achter Jan staan die enigszins verloren om zich heen kijkt. “Kijk als Jan niet meer meedoet met jullie dan verdienen jullie om Jan wel in de polonaise te zien” en ik pakte Jan bij zijn schouders en zachtjes duwde ik Jan naar voren. Langzaam kwam hij in beweging en zijn collega’s joelde en lachten hartelijk. We liepen zo gezamenlijk naar voren. Ik zal niet de gedetailleerde versie van het verdere verloop beschrijven maar ik heb Jan en een stagiaire op het podium gezet en hun loopbaan gevisualiseerd. Wat is/was de loopbaan wens en bovenal welke kansen zijn/worden er geboden. Door de theorie te visualiseren naar hun collega’s kwam de boodschap realistischer over. En voordat er vragen over komen. Ik heb beide heren (op de gang) uitgelegd wat mijn intentie was en wat ik van hun zou vragen. Beide vonden het eng maar ze wilde er graag aan meewerken.

 

Waarom dit verhaal? Omdat Jan ons allemaal muisstil kreeg. Toen ik bijna klaar was met mijn presentatie vroeg Jan het woord. “Ik snap hun verhaal en wat ze willen bereiken. Ik kan er nu niks meer mee. Ik ben nu een oude man en afgeschreven. Als ik oprecht terug kijk denk ik dat ik meer had kunnen betekenen voor dit bedrijf. Dat is altijd achteraf. Zij hebben altijd goed voor mij gezorgd….en ik heb geklaagd, gezeurd en deed wat er van me gevraagd werd. Maar deed ik een extra stap…echt niet! Ik weet dat jullie me altijd ‘grumpy’ noemen. En dat ben ik ook. Ik heb de kansen die ik heb gekregen weg gegooid. En sterker nog…ik heb altijd ontkend dat ze me geboden werden. Toen mijn kleindochter geboren was realiseerde ik me….te laat….dat ik verantwoordelijk was voor het pakken van kansen en dat ik er ook iets voor moest doen. Weten jullie dat ik analfabeet was…” De stilte in de zaal was sprekend “Samen met mijn kleindochter ben ik gestart met het leren lezen en schrijven. En zij was nog sneller dan ik. Maar ik heb volgehouden. Ben naar speciaal ouderen onderwijs gegaan en heb eigenlijk daar pas gezien wat ik in mijn leven heb gemist. Hier heb ik het nooit kunnen en willen vertellen. Heb me altijd verscholen en liet me instrueren door jullie. Jij” en hij wees naar zijn voorman “had me heel snel door. En je hebt me beloofd dat je het voor je zou houden. Dat heb je gedaan en daar ben ik je dankbaar voor. Maar wat deze man” en hij wees naar mij “vanmiddag heeft gezegd klopt wel. Ik ben blijven hangen omdat de organisatie niet aan mij vroeg en ik niet aan de organisatie. En als er een opleiding kwam dan altijd klassikaal omdat ik niet durfde te zeggen dat ik analfabeet was. Liever verbergen en wegstoppen dan ervoor uit durven te komen. Wat was ik graag leermeester of mentor van deze stagiaire geworden. Wat kan ik hem veel kneepjes van het vak bijbrengen. Maar omdat ik dan formulieren zou moeten lezen en tekenen viel de optie af. Wat heb ik mijzelf veel ontzegd door zo dom te zijn en niet mijn kansen te pakken. En zal ik jullie vertellen dat ik ondertussen zowel de cursus Engels en Duits aan het volgen ben. Ik vind leren heerlijk. Elke avond ga ik nu een uurtje studeren. Ik ben het levende bewijs wat zij zeggen. Je blijven ontwikkelen naar je vermogen is niet alleen leuk maar zelfs noodzakelijk”. Iedereen was stil en keek met bewondering naar Jan. Wat een ongelofelijk verhaal en een mooiere afsluiting kon ik me niet wensen! Dit was echt een ervaring met ‘goose bumps’.

 

(Jan werkt er nu nog steeds, hij is na zijn pensioen part-time in dienst getreden en werkt als stage begeleider, verzorgt de introducties voor nieuwe medewerkers en bovenal boegbeeld).

 

 

Spreuk van de week (week 38, 2017)

 

Op het einde komt het altijd goed, en als het niet goed komt, is het nog niet het einde…

Net als ik de auto heb geparkeerd op de bezoekersparkeerplaats bij mijn klant en mijn spullen wil pakken belt een ‘prive’ nummer. Ik neem op en de secretaresse van mijn afspraak meldt me dat hij wegens drukte de afspraak moet cancellen. Ik vertel haar dat ik al voor de deur sta. “Maar u heeft pas over ruim een uur een afspraak” zegt ze. “Euhm, nee hoor we hebben nu afgesproken”. De stilte is veelzeggend. “Ik ga even met hem overleggen, klein momentje”. Ik pak mijn spullen en loop alvast naar de receptie en geef bij de receptioniste aan dat ik al met zijn secretaresse aan het bellen ben. “Hallo meneer Maassen? Als u zich bij de receptie meldt dan kom ik u zo ophalen”. Ik geef aan dat ik er al sta en niet veel later komt ze aangelopen. “Met excuus voor de verwarring maar u had gelijk. Hij had de afspraak verkeerd in zijn agenda vermeld” zegt ze terwijl we door een doolhof van gangen en trappen lopen.

 

Bij zijn kantoor aangekomen loopt hij ijsberend door zijn kamer. Nadat we kloppen wuift hij met zijn hand dat we binnen kunnen komen. Met een opgewekte ‘goedemorgen’ begroet ik hem. “Nou laat dat goede maar weer weg, bah wat een start van de dag”. Aangezien ik niet reageer vervolgt hij. “Zojuist hebben 2 medewerkers van mijn team hun baan opgezegd. Nog meer goede medewerkers die weggaan. Echt dit kan zo niet verder. Deze hele organisatie gaat kapot zo. Dit is al de zoveelste. Hoe moet ik dit nu uitleggen aan mijn  algemeen directeur. Gisteren onze financieel directeur en operationeel directeur hun baan opgezegd. De technisch manager is vorige maand opgestapt en een paar medewerkers van het bedrijfsbureau. En weet wat ik dan te horen krijg. Jij bent toch van personeel! Zorg dan dat ze blijven. Doe je werk eens!!! En wat kan ik eraan doen?? Een puinzooi is het!!” Ik kijk en luister geduldig naar hem. “Ga maar zitten maar maximaal een halfuur want ik moet iets bedenken. “Wie weet kan ik je adviseren” zeg ik.

 

Met een kop koffie op tafel vertelt hij dat de overname niet geleid heeft tot de beoogde groei. Juist het tegenovergestelde. ‘We zijn geen speler meer maar staan buitenspel. Er worden beslissingen voor ons genomen en dat betekent dat ons leidinggevend management en staf volgers moeten worden in plaats van richting gevend. We mogen helemaal niets meer. Als we een doosje paperclips willen bestellen moeten we in drievoud een verzoek indienen. Als ik naar de supermarkt ga en ik koop het is het nog altijd goedkoper dan die stomme 5 minuten om het in het systeem te zetten en te wachten op validatie. Absurd is het’. Ik knik, “Maar waarom nemen je collega’s dan ontslag”? vraag ik. “Ik neem aan dat ik je dat niet hoef uit te leggen, dat heb ik toch al gezegd”.

“Je hebt me verteld dat het beleid is gewijzigd maar ik neem aan dat jij de achterliggende gedachte hiervan kent en dit hebt gecommuniceerd. Als iedereen maar via via allerlei procedures in de schoot geworpen krijgt dan leidt dat inderdaad tot frustratie en ergernis, toch”?

“Ik kan toch niet bij elke wijziging een memo opstellen want die wijzigen om de haverklap. Dan weer dit en dan weer dat”.

“Dat klopt maar dat is ook niet wat ik zeg. Je moet het proces gaan stroomlijnen. Dit betekent aangeven wanneer de procedure geëffectueerd wordt, het voltallige personeel of sleutelfunctionarissen informeren en het lijkt me verstandig om dit mondeling te doen. Zorg ervoor dat je de leiding neemt in plaats van geleid worden. Nu is het paniekvoetbal en is het niet vreemd dat je collega’s afhaken”. Het gesprek werd abrupt onderbroken toen de algemeen directeur zijn kantoor binnen stapte. Ik zag de paniek in zijn ogen toen de directeur hem vroeg of ik een sollicitant was want anders verwachtte hij hem over 1 minuut op zijn kantoor. Toen de directeur naar buiten liep zat ik tegenover een verslagen HR Manager. “He, alles komt goed! Pak de leiding, bespreek je aktie- en recruitmentplan en intensiveer je communicatie. Jullie zijn een geweldige organisatie met enorme kansen en dat moet jij en de organisatie gaan uitstralen. Wees trots en maak sollicitanten trots dat ze voor jullie mogen werken. Denk eraan dat het einde in zicht is van alle negativiteit en dan kan het alleen beter worden. Even doorbijten nog”! De blik van mijn gesprekspartner was er geen van vertrouwen maar ik zag wel weer iets van vechtlust in zijn ogen. Na hem een hand te hebben gegeven liep ik met wat buikpijn naar buiten. Als dit maar goed afloopt was mijn gedachte in mijn rit naar mijn volgende afspraak.

 

Een kleine week later kreeg ik een mail van hem. Of we nog een keer konden afspreken maar dan niet op kantoor maar ergens anders. Zo gezegd, zo gedaan. We spraken af in de brasserie van een hotel. Bij binnenkomst zat hij al te wachten en enthousiast begroette hij me. “En hoe gaat het?” vroeg ik. “Geweldig, echt geweldig. Nadat jij was gegaan ben ik naar mijn directeur gelopen. Ik heb hem verteld dat hij en ik debet zijn aan het vertrek aan personeel doordat we in een slachtofferrol terecht waren gekomen, in plaats van te leiden werden we geleid. Dus hij kon luisteren naar mijn plan van aanpak om het vanaf nu anders te gaan doen of hij kon op zoek naar een nieuwe HR manager”. Hij liet bewust een stilte vallen en keek me strak aan. “Ja….en toen”

“En toen wees hij me de deur. Ik was te laat, het had volgens hem geen zin meer. Dus ik heb hem gevraagd om mij een aanbod te doen. Ik ben naar kantoor gelopen heb hem een mail gestuurd waarin ik bevestig dat ik in afwachting van een regeling vrijgesteld ben van werk en mijn afwezigheidassistent aanzet. Toen ben ik weer naar zijn kantoor gelopen en gevraagd om even op mijn mail te reageren…om misverstanden te voorkomen. Met het woord akkoord dat hij me stuurde was het voor mij goed. Ik ben naar huis gegaan, heb mijn vrouw gebeld en ben in de tuin gaan zitten. Ik heb nog veel gedacht aan ons gesprek’.

“En nu?”

“Nou het is nog niet klaar. Ik zat te wachten op een regeling toen mijn functionele HR baas me belde. Hij had mijn afwezigheidassistent gezien en gebeld met de directeur. Hij had zijn verhaal aangehoord en hij wilde mijn versie horen. Nou dat heb ik hem zonder wroeging verteld. Kreeg ik ineens de vraag of ik alsjeblieft mijn functie weer wilde oppakken. Ze hadden de algemeen directeur per direct op non-aktief gezet en er was behoefte aan functionarissen die met visie het tij zouden keren. En ze wilde mij graag terug in mijn oude functie. Gaaf toch”. Nou dit was wel een heel verrassend einde en die had ik niet zien aankomen maar ik feliciteerde hem hartelijk met zijn nieuwe oude baan. En de kop koffie hebben we gedronken op deze verrassende wending! Want op het einde komt het altijd goed…

 

 

Spreuk van de week (week 37, 2017)

 

Als je dicht bij jezelf blijft weet je wat je waard bent!!!

Over een aantal weken bestaat YouGrow 1 jaar. Wat is de tijd voorbij gevlogen. Startend met niets behalve een idee in mijn hoofd. Ambities genoeg en fantaserend over de successen die ik zou behalen. Natuurlijk wist ik dat ondernemen niet achterover leunen was en wachten op succes. Ondernemen is hard werken. Continu anticiperen en alle signalen in de markt (positief) oppikken en er naar handelen. Nieuwe contacten leggen en onderhouden. Niet afwachten op een order maar erom durven te vragen. En wat een voldoening als je een succes boekt.

 

Zo terugkijkend heb ik in het afgelopen jaar veel nieuwe functionarissen gesproken. Wat heb ik me vaak ‘rijk’ gevoeld dat ze open stonden voor een kennismaking en een gesprek. Maar één nieuwe kennismaking is me toch wel bij gebleven.

 

We hadden afgesproken in de brasserie bij een hotel. Het contact was gelegd via een bekende van ons beide en via de mail werd een kennismakingsgesprek ingepland. Hij was al een tijdje zoekende naar een vervolgstap in zijn loopbaan. Bij zijn huidige werkgever kwam hij niet verder dus het werd tijd voor een oriëntatie. Na de algemene introductie en koetjes en kalfjes wilde ik inzoomen op zijn achtergrond en zijn wensen. Dus met een open uitnodiging en vraag verlegde ik het gesprek naar hem.

 

“Nou Michiel. Je kent mijn financiële achtergrond. Ik ben nuchter, zakelijk en een aanpakker”. Ik keek hem aan en humde om hem te stimuleren meer te vertellen. Toen er geen reactie kwam vroeg ik maar “En?”. “Wat en?” Ik was echt even verbaasd. Speelde hij nou een spelletje of wat was hier aan de hand. “Vertel eens meer. Wat heb je gedaan. Op welk resultaat staat jouw handtekening, waar ben je echt trots op? Kortom wie ben je en waarom moeten andere organisaties voor jou in de rij staan.”

“Dat vind ik niet belangrijk dus daar vertel ik niets over”. Ik keek echt om me heen of ik geen camera’s zag. Dit moest toch een grap zijn. Ik lachte even “Tuurlijk, je zoekt een andere baan en je vertelt niet wat je hebt gedaan en wat je zoekt. Klinkt logisch”. Nou was ik wel benieuwd wat hij hierop zou zeggen. “In het kader van privacy wil ik niet dat overal mijn CV ligt en dat iedereen weet dat ik zoekende ben.” Ik vertelde nogmaals mijn werk- en handelswijze. Daarna vroeg ik hem of hij dit goed had begrepen en dat zijn ‘verhaal’ voor mij belangrijk is om hem te kunnen introduceren. “Ik snap het wel maar dit is geen sollicitatie. Bij een sollicitatie vertel ik het wel.” Hij vertelde het met zo’n stalen gezicht dat ik niet wist of hij het nu meende of dat onze gezamenlijke kennis een grap met me aan het uithalen was. Maar ik had hier niet zoveel zin in dus ik vertelde hem dat ik hem serieus nam en als hij dat niet bij mij deed dan was het gesprek wat mij betreft hier klaar. Hij keek oprecht verbaasd, hij zei: “Ik ben bloedserieus en dit gaat over mijn loopbaan en daar maak ik geen grappen over. Ik ben gewoon heel nuchter en sta met beide voeten stevig op de grond en ik heb geen zin in allerlei opgeblazen verhalen van een intermediair dus daar doe ik niet aan, punt”. En om zijn zin kracht bij te zetten priemde hij met zijn wijsvinger op de tafel. “Als je zo nuchter bent en met je voeten vast staat op de grond dan kom je ook geen stap verder dus zit je nu mijn en jouw tijd te verdoen.” Hij keek me doordringend aan. “Volgens mij ben jij echt anders”. En met die opmerking gaf hij een opening voor een gesprek. En dat intake gesprek hebben we daarna ook gehad maar het ging niet zozeer over een overstap maar juist over zijn huidige rol en invulling hiervan. Een kleine week daarna stuurde hij me een mail. Hij had besloten om bij zijn werkgever te blijven. Hij schreef in zijn mail: ‘soms heb je vreemde ogen om je te laten inzien dat je het eigenlijk best wel goed naar je zin hebt. Ik ben goed verankerd bij mijn huidige werkgever en ik kom daar goed tot mijn recht. Ons gesprek heeft me dat laten inzien.  Ik dankte hem ook voor het gesprek en ik was blij met zijn besluit. Een paar dagen daarna belde hij me op. Hij wilde graag een van zijn collega’s bij mij introduceren, of dat mocht? Op mijn vraag waarom gaf hij een inspirerend antwoord. “Weet je Michiel, sommige medewerkers moet je niet verplanten wil je ze laten groeien. Anderen moet je juist wel verplanten om ze te laten groeien en dat is de kracht van YouGrow. Jij kijkt naar de functionaris en de organisatie en cultuur die daarbij past. Daarom wil ik hem graag bij jou introduceren”. Ik voelde me vereerd en de zoektocht naar een nieuwe inspirerende (werk)omgeving voor zijn collega is gestart. En zo leidde een vreemd gesprek dat helemaal dreigde vast te lopen toch tot een nieuwe (groei)stap….YouGrow!

 

 

 

Spreuk van de week (week 36, 2017)

 

Grootste angst ontslagen te worden…

Grootste droom nooit meer te hoeven werken! (Loesje)

 

Elke ochtend kwam de campingbeheerder over het terrein gelopen. Hij begroette diverse  camping gasten en met sommige maakte hij een praatje. Aangezien wij op een van de laatste campingplaatsen stonden voordat je van het terrein was ging ik al klaar zitten om zijn opmerking in ontvangst te nemen. En daar kwam hij naar me toe gelopen. Aangezien het droog weer was vroeg hij me of ik iets te drinken voor hem had want hij moest het vocht nivo op peil houden. “Doe maar een pint” zei hij. Ik zei hem dat hij zich geen zorgen hoefde te maken want het weer in Wales was zooo voorspelbaar dat er weer snel wat uit de lucht zou vallen. Zo kletste we en maakte wat grapjes. Op een gegeven moment vroeg hij me wat ik deed en ik vertelde dat ik als organisatie adviseur werkte en dat ik HR director was geweest. Bij het woord HR kneep hij met zijn ogen en dus vroeg ik hem gelijk naar zijn ervaring met HR.

 

“Er zijn niet veel goede HRM’ers” zei hij. Natuurlijk vroeg ik naar de reden van zijn opmerking. “Weet je” zo begon hij. “Dit is een lang verhaal. Kom vanavond naar het restaurant en dan vertel ik het onder genot van een lekkere maaltijd. Oja voor jullie Nederlanders…op mijn rekening”! En lachend liep hij verder.

’s Avonds hebben we samen met ze gegeten en ik heb ze gevraagd waar zijn HR ervaring vandaan kwam. Hij begon te vertellen. Hij en zijn 2 e vrouw hadden allebei als internationale consultants gewerkt en daar hadden ze elkaar leren kennen. Toen de liefde opbloeide wilde ze het eerst geheim houden. Dat hadden ze een tijd volgehouden maar natuurlijk werden ze een keer gespot en mochten ze zich bij hun leidinggevende melden. Omdat ze een succesvol (project)team waren werd er in eerste instantie niets aan gedaan en werd hun relatie gedoogd. Omdat ze beide ook een scheiding moesten afronden (en verwerken) kwam gaandeweg de scheidingsprocedure hun functioneren ter discussie te staan. Dus werden ze uitgenodigd voor een gesprek met hun baas en een HR functionaris. “Vooral die HRM’er was, met excuus voor je vakcollega’s, een ongelofelijke blaaskaak die geen idee had hoe hij dit gesprek moest aanpakken. We kregen te horen dat een relatie tussen collega’s niet werd getolereerd. En nou komt het ergste. Wij moesten maar bepalen wie van ons beide de organisatie, vrijwillig, zou verlaten. Dat gesprek verliep niet goed want ik werd kwaad en ben weggelopen. Zij is nog even gebleven’ en hij wees naar zijn vrouw ‘maar niet veel later kwam zij ook naar buiten gelopen. Je moet weten dat wij in Engeland ongeveer 300 mijl uit elkaar woonde. Dus doordeweeks bij elkaar in een hotel en in het weekend niet. Dat was een hele gekke ervaring. Maar we hebben die HR blaaskaak, via onze advocaat, laten weten dat wij niet vrijwillig ontslag zouden nemen en dat de teamprestatie (projectteam) er zeker niet onder geleden had. Dus ze moesten maar iets anders komen dan met dat smoesje. Toen zijn die ‘bastards’ gaan zoeken en graven. Naar alle mogelijke foutjes die we hadden gemaakt. We gingen bijvoorbeeld met het team nog wat drinken in de bar aan het einde van de werkdag na het diner en de volgende ochtend werden wij aangesproken dat we ons negatief hadden uitgelaten over onze werkgever. Ze vroegen onze mening en die krijg je dan. Weet je van dat soort zaken. Ik was aan het vechten tegen het onrecht maar zij’ en hij wees weer naar haar ‘kon het beter van zich afzetten. Ik niet. Alles wat ze zeiden bekeek ik met een vergrootglas. Alles wat ze me vroegen deed ik maar een extra stap durfde ik niet te zetten. Ik was bang om dan een reprimande te krijgen. Ik was eigenlijk bang gemaakt om gewoon mijn werk te doen uit angst om ontslagen te worden. Gek he. En dan kwam mister blaaskaak weer met zo’n prachtig vodje papier dat ik weer iets had gedaan. Verschrikkelijk. Mijn zelfvertrouwen daalde tot een dieptepunt en ik was zo blij met mijn rots in de branding”. Terwijl hij dit zei legde hij zijn hand op haar hand. Toen nam zij het woord. “We moesten door. De klant had niets door van onze interne perikelen maar de opdracht liep ten einde en we wisten dat we dan per direct op andere opdrachten gezet zouden worden. Dus niet meer samenwerken en bij elkaar zijn. We moesten een besluit nemen. Allebei de scheidingen waren afgewikkeld en wij konden ons gaan richten op onze gezamenlijke toekomst. We wilde graag gaan samenwonen en we gingen op huizenjacht. Een vriend van ons die in onze zoekregio woonde had ons uitgenodigd om dat weekend bij hem te komen logeren. Na een teleurstellende dag, er zat geen huis tussen dat ons aansprak, zaten we ’s avonds samen te eten. Onze gastheer vertelde dat hij niet meer aan de kust wilde wonen en voor zijn werk naar Londen zou verhuizen. De volgende ochtend werden we gewekt door kwetterende vogeltjes. De zon scheen en in de achtertuin met uitzicht op zee was de tafel gedekt voor het ontbijt. Hoe idyllisch kon het zijn? Toen hebben we het besluit genomen. We zagen ons al elke dag zo zitten. Dit was een droomkans en toen onze gastheer ons verwelkomende aan de ontbijttafel werd de koop nog voor de thee was ingeschonken beklonken. Dat weekend werden de plannen gesmeed om hier een B&B te starten’. En met een lach ‘Nee die is er nooit van gekomen toen we de bijbehorende grond in kaart hadden gebracht zijn we gestart met een aantal kampeerplaatsen bij het tuinhuis (nu sanitairgebouw) en jaar na jaar hebben we de camping uitgebouwd tot wat je vandaag ziet. We hebben het drukker dan ooit tevoren maar vinden het heerlijk. In september zitten we hier 15 jaar. En het allerleukste is toch wel dat we met het hele team keihard werken maar toch elke dag weer een vakantiegevoel hebben. En nu mijn zoon met zijn gezin ook is ingestapt komt zijn droom steeds vaker uit’. Ze wijst naar hem en vervolgt: ‘In zijn ligstoel met een biertje in de achtertuin over zijn koninkrijk uitkijkend. En met een proost en een lach werd de avond zo afgesloten. Toen wij ‘s avonds in onze caravan in bed stapte zei mijn vrouw: “Je mag dromen maar voorlopig reikt jouw koninkrijkje niet verder dan deze caravan en daar moet jij het mee doen”. En dat is prima want ik was weer verrijkt met een inspirerend verhaal.

 

 

Spreuk van de week (week 35, 2017)

 

You’ve lost that lovin’ feelin’ (The Righteous Brothers)

 

Employer branding. Het nieuwe sleutelwoord om de aantrekkingskracht van een organisatie te versterken. Het creëren van het merk ‘top werkgever’ zodat kandidaten in de rij staan om voor een organisatie te werken. Ja maar dan…. hieronder het verhaal van een kandidaat die zich bij mij had gemeld want zijn verliefdheid was (al snel) over.

 

Hij vertelde me dat hij het prima naar zijn zin had bij zijn voormalige werkgever. Natuurlijk waren er onvolkomenheden en ergernissen maar waar niet….??!! Toen een consultant contact met hem opnam over een mogelijke andere opportuniteit deed hij wat hij wel vaker deed. Hij vroeg de consultant om wat gegevens op de mail te zetten en dan kon hij ‘op zijn gemak’ nadenken. En niet veel later ontving hij de mail. Nieuwsgierig naar de inhoud las hij deze verticaal door. Bij het kopje arbeidsvoorwaarden hield hij toch wel even zijn adem in. Bonus, auto, premievrij pensioen, meer verlof en bovenal een beduidend hoger salaris (plafond). Natuurlijk was de functie ook wel zwaarder maar dit was ook wel een mooie carrièrestap. Het plaatje bleef maar in zijn hoofd draaien en dit betekende dat de interesse wel degelijk gewekt was.

 

De afspraak met de consultant was snel gemaakt en deze wist hem te vertellen dat zijn opdrachtgever een koerswijziging had doorgevoerd. Er waren nieuwe directieleden aangesteld en deze hadden een nieuw beleid uitgerold. De afdeling HR had fors geïnvesteerd in haar medewerkers en management. Zeer succesvol want ze hadden in twee jaar tijd het management versterkt in een ‘gezonde’ mix van eigen medewerkers en externen. En deze vacature was geen kans maar een hoofdprijs uit de loterij. En hij paste perfect in het plaatje. Er werd nauwelijks over zijn drijfveren gesproken maar enkel over de groei.

 

In dezelfde week zat hij bij de recruiter en HR manager van de organisatie. Ze vertelde enthousiast over de groei van de organisatie en de uitdagingen die voor hen lagen. Hij zou een persoonlijk ontwikkelplan krijgen maar ook een persoonlijk budget om zich te kunnen ontwikkelen. De gevoelens van verliefdheid kwamen op. Wat een geweldige werkgever. Het volgende gesprek werd gepland met het directielid aan wie hij zou gaan rapporteren. Wederom een bevestiging van zijn gevoel. Wat moet het een geweldige organisatie zijn om voor te werken. Twee kandidaten werden op assessment gestuurd want ze waren gelijkwaardig (dat werd hem verteld maar bleek achteraf niet correct) en wat voelde hij spanning toen de consultant hem belde. Hij sprong letterlijk een gat in de lucht toen hij gefeliciteerd werd met zijn nieuwe droombaan.

 

Voor aanvang kreeg hij te horen dat de door hem gekozen lease auto helaas niet besteld kon worden en er zou een lease auto doorgeschoven worden. Een lagere categorie maar zeker ook representatief. Twee dagen voor aanvang belde hij naar de afdeling HR om te vragen hoe laat hij verwacht werd en naar wie hij kon vragen. ’s Middags kreeg hij een mail met bijlage van zijn introductie. Duidelijk geknipt en geplakt want er stond een andere naam boven en met een smiley beantwoorde hij de mail dat hij het verkeerde programma had ontvangen. De mail die hij terug kreeg bezorgde hem de eerste bedenking over zijn keuze. Naam was niet relevant het ging om het programma, punt. Ze hadden het al druk genoeg en de naam was een detail…

 

Gedurende zijn introductie kreeg hij veel negativiteit over zich heen. Hij was alweer de volgende in de rij. Er kwam maar geen rust in de organisatie. Altijd maar weer nieuwelingen. Bij zijn eigen leidinggevende, die hij ook had gesproken in de werving, kreeg hij duidelijk te horen dat hij niet teveel tijd van hem moest vragen. Zelfstartend en zelfsturend en daar was hij ook op geselecteerd. Hij was al duur genoeg en dit drukte aardig op het afdelingsbudget. En zijn lease auto. Hij moest maar een goedkopere lease auto uitzoeken om de kosten te drukken. Waar was die enerverende organisatie gebleven met aandacht voor haar medewerkers en geweldige arbeidsvoorwaarden?

Hij had nog een gesprek staan met de HR manager aan het einde van zijn introductieprogramma. Voordat ze goed en wel van start gingen wist deze hem te vertellen dat hij zijn baan had opgezegd en ergens anders ging werken maar hij wilde nog wel met hem evalueren. Dit kwam de ‘objectieve’ evaluatie niet ten goede. Hij besloot om even alles aan de kant te schuiven en er met een positief gevoel in te stappen. Ze waren niet voor niets een aantrekkelijk werkgever, toch?

 

De daarop volgende maanden kwamen steeds meer zaken aan het daglicht die ze aan de voorkant niet hadden verteld. De consultant die hem had benaderd belde hem om te evalueren en hij spuwde zijn gal. Dit kwam hem gelijk op een reprimande te staan want de consultant had dit doorgegeven aan zijn manager. Hij moest maar eens gaan werken en iets opleveren in plaats van diva gedrag.

Na een paar maanden aanmodderen besloot hij om het heft in eigen hand te nemen en zodoende nam hij contact met me op. Ik heb zijn verhaal met verbazing aangehoord. Het was bijna te absurd om te geloven. Na mijn intake vroeg ik of hij terug wilde naar zijn oude werkgever. Hij kreeg bijna tranen in zijn ogen toen ik het vroeg, hij wilde zo graag terug. De drempel om te bellen was voor hem te hoog en daarom nam ik het initiatief.  En die was ook blij met dit telefoontje. Volgens mij komt het snel weer goed tussen die twee. En de kandidaat heeft ervaren dat verliefdheid heel snel over kan gaan en dat andere aspecten in een relatie veel belangrijker zijn voor een duurzame werkrelatie.

 

Toen ik hem informeerde dat ik zijn verhaal wilde gebruiken was hij eerst terughoudend uit angst voor zijn huidige werkgever. Vanochtend heeft hij zijn oude werkgever nogmaals gebeld en vanmiddag gaan ze zijn arbeidsovereenkomst tekenen. Daarom deze week zijn verhaal en ik vond de songtitel van The Righteous Brothers passend. Hij beantwoorde mijn mail met: “Michiel dank je wel, je bent een echte ‘love’ doctor” en de lachende smiley was duidelijk dat hij weer helemaal in z’n nopjes is. Thumbs up!

 

 

 

Spreuk van de week (week 34, 2017)

 

KEEP CALM and MANAGE MURPHY

 

De wet van Murphy betekent dat als je eenmaal pech hebt er altijd nog meer pech komt. En soms heb je dan iemand nodig die je weer even ‘op weg helpt’…

Op het moment dat we vertelde dat onze vakantie naar Engeland zou gaan en dan ook nog eens naar Zuid en Noord Wales waren de blikken vaak sprekend. “Oh, ook leuk’ heb ik veelvuldig gehoord. En als ik dan vertelde over onze reisplannen dan kwam standaard de opmerking: ‘Maar het weer dan’. Tja dat is inderdaad een bepaald risico maar aan de andere kant je zoekt een vakantie die bij je past, toch?

 

De middag voor vertrek wilde we de caravan koppelen aan de auto. De afstandsbediening van de mover begon al na een paar meter te piepen. En ja hoor halverwege de oprit viel alles stil. Nog net de mover (electrisch) van de banden gekregen en met de hand enigszins weer ‘normaal’ geparkeerd op de oprit. Snel naar autospeciaalzaak gereden voor een nieuwe accu (3 minuten voor sluitingstijd…pff). Gelukkig hadden ze een gelijkwaardige accu op voorraad dus dit ‘luxe probleem’ hadden we snel getackeld. Accu geplaatst in de caravan en de vakantiereis kon beginnen. Dacht ik.

De auto aan de caravan gekoppeld en een kleine controle. Nee he. De lampen brandde aan een zijde van de caravan zonder dat ik mijn lichten had ontstoken. En geen remlicht en knipperlicht. We hadden de boot geboekt om 10.10 uur (flexticket plus/min 2 uur) en we wilden rond 05.00 uur thuis vertrekken. Snel een aantal techneuten gebeld die mogelijk de gouden tip zouden hebben. Allerlei adviezen stroomde binnen en dat gold ondertussen ook voor de regen die in bakken uit de lucht viel. Een vriend van me kwam nog snel naar me toe en we draaide alle beschermkappen van de lampen om te controleren of er toevallig water in was gekomen (die kortsluiting zou veroorzaken). Maar dat was niet het euvel. We koppelde de caravan aan zijn auto en hij had hetzelfde. Dus het moest ergens anders aan liggen. Dan maar de pechhulp inschakelen. De pechhulp (garantie) van mijn auto vertelde me al snel dat het waarschijnlijk niet aan mijn auto lag dus dit viel niet onder de garantiebepaling (want de auto van mijn vriend had hetzelfde euvel). Dan maar de wegenwacht. Natuurlijk hadden we geen woonplaats service dus of we ons abonnement maar even wilde oversluiten met bijkomende kosten. Zucht…tja wat moet je. De tijd kroop voorbij, ik was doorweekt en moe… Eigenlijk zag ik de vakantie al gecancelled worden. Maar goed, dan toch maar het abonnement uitbreiden en al snel kreeg ik bericht dat de monteur onderweg was en een paar minuten later verscheen de welbekende gele auto in onze straat. De monteur doorliep een aantal controles en pakte toen de stekker. Ja hoor hij had het gevonden, het was een losgeschoten pinnetje in de stekker, die veroorzaakte kortsluiting. Kundig loste hij het op en we controleerden de verlichting. Geen remlicht op caravan of auto. Ook een zekering was kapot en met een grote dank aan de monteur kon de vakantie toch beginnen. Snel naar bed en een paar uurtjes slapen.

 

Na een voorspoedig verlopen reis naar onze camping werden we hartelijk ontvangen door de camping beheerders. Het regende die dag echt pijpestelen. Het hield maar niet op en we waren blij met onze (droge) caravan. Na ons plekje te hebben gekozen besloten we om de voortent pas de volgende (droge) dag op te gaan zetten. De ‘klik-klik-klak klaar luifel’ moest ons maar enige bescherming bieden tegen de regen. Helaas gooide een plotselinge windvlaag roet in onze opzet. Voordat we de luifel hadden kunnen zekeren vloog deze uit onze handen en klapte op het dak van de caravan. Ik moet zeggen dat regen toch wel van grote invloed kan zijn op je humeur. Na dit voorval met de luifel verschenen er toch wel hele donkere wolken in mijn vakantiehumeur. Met de nodige voorzichtigheid trokken we de luifel van het dak van de caravan en bekeken we de schade. Een scharnier aan een van de poten was afgebroken dus een 2 e poging was uitgesloten. Alsof de natuur ons uitlachte veranderde de regen in een hoosbui. Daar stonden we. Ondanks regenjassen waren we van top tot teen kletsnat. De kinderen hadden zich al verschanst in de caravan en lagen heerlijk op bed te ‘Netflixen’ en wij stonden als verzopen katten naar onze schade te kijken. Ik zou alles gaan aansluiten en mijn vrouw de caravan binnen verder klaar maken. Na de watertank te hebben gevuld kon ik eindelijk in de droge caravan stappen. Eindelijk uit de stromende regen en droge kleding aantrekken. Ik wilde wat water pakken en…..geen water. Gelukkig hadden we nog een 2 e kraantje in ons kleine badkamertje en die werkte vreemd genoeg wel. Maarja om daar al het water te tappen was ook niet prettig. Met al een bedompt humeur kon dit er ook nog wel bij. Vakantiestemming, humeur en stemming onder het vriespunt.

 

Mijn vrouw besloot om naar het toiletgebouw te gaan om te douchen en de irritaties over en weer te ontlopen. En ik ging in de hoosbui weer naar buiten. In mezelf vloekend zat ik naast de caravan de bedrading en de pomp te controleren. Plots hoorde ik achter me een stem: “Hi how are you doing? Can I help?” Achter me stond de campingbeheerder in zijn regenjas. Hij had een brede grijns op zijn gezicht. Toen ik vertelde dat ik geen water in de keuken kon tappen vroeg hij me om een stapje opzij te doen. Hij had altijd in de Jaguar fabriek gewerkt dus wist wel wat van techniek. Hij bekeek mijn pompje en de bedrading en haalde uit zijn zak een tasje met daarom wat gereedschap. Ondertussen floot hij een vrolijk deuntje en draaide hij wat aan de pomp en bekeek de electrische aansluitingen. “Kijk” zei hij “Dit zal het zijn” en hij liet mij een half losgeschoten draadje zien. Met de nodige handigheid had hij het zo verholpen. Ik draaide het kraantje in de caravan open en al snel stroomde het water in de bak. Ik dankte hem hartelijk voor zijn support en ik vertelde over de luifel die kapot was gegaan door de windvlaag. Hij wenkte me naar buiten. “Je hebt nu vakantie. Je kunt alles somber inzien en vertellen over de pech die je hebt gehad maar ik ga je een gouden tip geven. Weet je wat moet gaan doen. Je moet Murphy gaan managen”  

“Murphy managen?” vroeg ik.

“Ja gewoon Murphy managen. Dat ken je toch wel Murphy’s law”. Ik knikte bevestigend. “Nou  dan ga dadelijk lekker hier in de pub wat eten en drinken. Je gaat genieten van jullie tijd hier in Engeland. Maak plezier en los de issues gewoon een voor een op, zo simpel is het: keep calm and manage Murphy”. En met een olijke armzwaai ter afscheid liep hij fluitend het kampeerterrein op.

Zo gezegd, zo gedaan en het gekke was dat de regen die daarna nog viel ons minder deerde. En telkens als erin de vakantie  weer wat voorviel dan zeiden we tegen elkaar ‘KEEP CALM and MANAGE MURPHY!’

 

 

 

Spreuk van de week (week 30, 2017)

 

TIJDELIJK GESLOTEN, wegens behoefte aan nieuwe inspiratiedrang (oftewel vakantie)

Vakantietijd. Hosanna de snelweg is weer begaanbaar en ziet er weer uit zoals ik me deze herinner uit mijn jeugd. Geen bumperklevers en gejakker maar grote ruimtes tussen de voertuigen. Natuurlijk is het tijdelijk zoals onze vakanties dat ook zijn. Ik zie wel een nieuwe invulling aan vakanties. We zijn niet bezig met bereikbaarheid maar met rust, ontspanning en vakantie!

 

Balans dat is zijn sleutelwoord. Hij, als zelfstandig ondernemer, werkte zich in slag in rondte. Elke ochtend begon hij (heel vroeg) met sporten en na zijn werkdag deed hij nog een klein rondje sporten. Zo kon hij lekker afschakelen van zijn werkzaamheden. Als hij een opdracht ‘in het land had’ dan huurde hij voorkeur een appartement ‘in the middle of nowhere’ zodat hij ’s ochtends en ’s avonds een lekker stukje kon fietsen. Zijn vrouw, advocate en kunstenares, ging vaak mee op lokatie. Ze ging dan wandelen en deed inspiratie op voor haar kunstwerken. En als ik hem sprak dan vertelde hij altijd over zijn ‘vakantiewerk’ want zo noemde hij het dan.

 

In de zomerperiode gingen ze steevast op fietsvakantie. Hun fietsen werden vol gehangen met allerlei tassen en met minimale middelen (gewicht) werden allerlei toertochten ondernomen. Hun bestemming werd meestal de avond van tevoren bepaald. En het kon echt alle kanten opgaan. De duur was altijd drie weken dus daar hielden ze natuurlijk rekening mee. En als ik ze dan weer na de vakantie sprak dan vertelde ze enthousiast over hun avonturen. Ongelofelijk hoe zij zich telkens weer aanpaste aan de omstandigheden. Maar waar ze ook zaten ze waren wel altijd bereikbaar. Belde een klant of moest er iets nagekeken worden dan werd dit netjes ingepland en afgestemd.

 

Vorige week belde ik hem en vroeg hem of ze al wisten waar hun reis dit jaar naar toe zou gaan. “Jazaker. We zijn net terug van onze kleine zeiltocht van 2 weken. En dit weekend vertrekken we en gaan we op eilandentocht in de Noorse fjorden. We gaan met het vliegtuig en we nemen alleen onze kleding mee en zijn 6 weken niet bereikbaar”. Hij liet (bewust) een stilte vallen. “Euhm, euhm….euhm” was het enige dat ik uitbrengen. Ik ben al een beetje gewend om niet al te verrast te worden over hun plannen maar deze zag ik niet aankomen. “Niet bereikbaar…..jullie???” zei ik. “Weet je Michiel, we zijn altijd bezig geweest met onze opdrachten, altijd maar doorgaan. Begrijp me goed dit past bij ons. Maar we merkten dat we iets anders moesten doen omdat we eigenlijk altijd maar doorgingen. Van echt afschakelen kwam het vaak niet dus ondanks onze goede lichamelijke en geestelijke gesteldheid blokkeerde we allebei. Op onze zeiltocht merkte we dat we weer gesprekken gingen voeren die ergens over gingen. En in het begin rende we naar de telefoon of tablet bij een ‘ping’ maar hoe langer we aan het varen waren hoe beter we ons voelde. En de telefoon ging in stiltemodus en de mail werd incidenteel gelezen. Dus gedurende die zeiltocht besloten we om te gaan voor kwaliteitstijd met elkaar. Geen bereikbaarheid en afleiding maar samen in een inspirerende omgeving”.

In ons telefoongesprek spraken hier nog verder over en natuurlijk is de ‘angst’ aanwezig dat je iets mist maar er bekroop me ook gevoel van respect dat ze een dergelijk (rigoureus??) besluit hadden genomen. Voor mij een kleine stimulans om YouGrow tijdelijk te sluiten/op een lager pitje te zetten. Ik ga voor al mijn bestaande en nieuwe klanten weer inspiratie opdoen om straks weer voor de volle 100% YouGrow dienstverlening te kunnen aanbieden. Ik wens iedereen een hele fijne, inspirerende en ontspannen vakantie toe.

Cheers!

(maandag 21 augustus verschijnt de volgende spreuk van de week weer)

 

 

Spreuk van de week (week 29, 2017)

 

Als het weer slecht is, zorg dan zelf voor een goede bui!!

 

Deze spreuk kreeg ik van een relatie doorgestuurd toen ik hem vertelde dat onze vakantieplannen gericht zijn op Engeland. Waar wij enorm genieten van de rijke cultuur en de wonderschone natuur zal zo’n vakantie niet voor iedereen evenveel gewaardeerd worden. De stranden aan de (zon gegarandeerde) kusten worden rijkelijk gevuld door vele vakantiegangers. Maar het ‘weer’ ingrediënt vinden wij allemaal belangrijk. Koud en regenachtig drukt toch een bepaalde stempel op ons humeur. En dan komt het neer op onze eigen weerbaarheid en instelling en is de parallel met werken snel gemaakt!

 

Vele discussies heb ik gevoerd over sfeer op de werkvloer. Want hoe beter men zich voelt hoe beter de prestaties zijn. Het is belangrijk dat er gelachen wordt en dat medewerkers het gevoel hebben dat ze zelf richting geven aan hun werkzaamheden. Natuurlijk liggen daar prestatienormen onder en ook die moeten met elkaar gedeeld worden.

Het filiaal zou gesloten worden en zij werd aangesteld om de operatie in de lucht te houden. Zo gezegd zo gedaan. De medewerkers werden meegenomen in haar enthousiasme om niet met een hangend hoofd maar met opgeheven hoofd het filiaal te sluiten.

De eerste kwartaalcijfers werden gepubliceerd en in plaats van de zwaar verliesgevende cijfers te moeten presenteren was het verlies beduidend lager dan verwacht. Het werd nog afgedaan als ‘lucky’. Maar ze bleef haar enthousiasme overdragen naar haar personeel en ze zorgde ervoor dat er met plezier gewerkt werd. Een van haar teamleden sloeg zelfs een andere baan af omdat hij ‘dagelijks nog zoveel van haar leerde’. Natuurlijk werd er niet meer in haar filiaal geïnvesteerd maar met de beschikbare middelen wist ze wel het maximale eruit te halen. Klanten die al eerder waren afgehaakt en een alternatief hadden gezocht kwamen terug. De mond-op-mond reclame had een positief effect op haar omzet die week op week verbeterde. De directie werd voor een dilemma gesteld want het was niet alleen de omzet die groeide maar het rendement verbeterde ook week op week. En bij de volgende kwartaalmeeting stond het filiaal zelfs in de top 3 van de filialen met het hoogste rendement. Het team had plezier in het werk en ze genoten van de stijgende lijn die ze gezamenlijk lieten zien.

 

De directie liet haar op het hoofdkantoor komen aangezien ze eigenlijk wat roet in het eten gooide van hun plannen. In plaats van het compliment, wat ze eigenlijk had verwacht, werd het vuur redelijk aan haar schenen gelegd waarom ze in hemelsnaam haar taak niet vervulde. Ze moest het filiaal sluiten en geen succes ervan maken. Haar antwoord sprak voor zich: “Weet je wat het is. Ik heb een vraag gekregen om een filiaal te sluiten. Dat kun je doen met alle bedomptheid en triestheid. Wat ik het team heb gegeven is geen valse verwachting maar trots. Trots op hun werk en hun taak. Ik heb ze hun motivatie terug gegeven.  En niet benadrukt hoe slecht ze ervoor stonden maar met positivisme hun datgene laten doen waar ze invloed op hadden. Dat was en is hun werk en daarin hebben ze geëxcelleerd. Daar mogen jullie ook trots op zijn dat jullie dergelijke medewerkers hebben die met hart en ziel voor het ‘merk’ staan. Want als jullie dat niet doen dan doen wij dat lekker zelf wel.” En met die woorden sloot ze af. En toen ik deze spreuk kreeg moest ik aan haar denken. Ik wens iedereen alvast een hele fijne vakantie toe en mocht het weer tegenzitten dan zorg zelf voor de goede bui!!!  

 

 

 

Spreuk van de week (week 28, 2017)

 

Mensenwerk….. is en blijft werken met mensen

 

Op een verjaardagsfeestje kwam ik met hem in contact. Hij was nieuw in onze kring. Hij had een relatie gekregen met een vriendin uit onze vriendenclub. Na maanden op en neer reizen rezen de plannen om samen te gaan wonen. En aangezien ik in HR zat werden wij al snel aan elkaar voorgesteld want ik kon hem ‘vast en zeker helpen aan een baan in het Zuiden’. Hij was woonachtig in de Randstad en had verschillende sollicitaties in het zuiden lopen. Aangezien de wens om samen te wonen sterk aanwezig was wilde hij best een stapje terug doen.

Een paar maanden later was het zover, hij had een baan en de verhuizing werd gepland. Onze club werd ingeschakeld om als handjes te dienen bij zijn verhuizing. Het inladen was zo gepiept. Het uitladen ook maar van twee naar één brengen was complexer dan vooraf ingeschat. Want zijn spulletjes waaronder zijn favoriete stoel paste niet in hun(haar) interieur. Maar het was wel zijn favoriete stoel. Aangezien we moe werden van spullen verplaatsen (van boven naar beneden naar de bergruimte) en de fysieke verhuizing ook afgerond was lieten wij het nieuwbakken samenwonend stel lekker alleen.

Op hun house warming party waren ze toch in staat geweest om een grote mate van homogeniteit te realiseren in hun interieur. Behalve zijn favoriete stoel. Die viel echt op in de inrichting maar het is en blijft geven en nemen.

 

Zijn nieuwe baan was geweldig, zijn werklokatie eveneens want hij werkte in een prachtig authentiek pand maar het was te klein geworden. “Een beetje te knus” zei hij met een knipoog en ze zouden gaan verhuizen naar een nieuw pand. Meerder afdelingen werden samengevoegd wat de communicatie zou verbeteren maar met een groot nadeel, ze kregen een echte kantoortuin. Dat gold ook voor hem als manager. Geen eigen kantoortje meer maar een werkplek kiezen in hun ‘sectie’. De organisatie pakte de fysieke verhuizing aan om het nieuwe werken te introduceren. De medewerkers werden ‘getraind’ door de specialisten van het nieuwe werken. Instructies werden uitgevaardigd over de wijze van invulling over wat wel en niet mocht. De nieuwe huisregels werden uitgeschreven en gepubliceerd. Moedeloos werden ze er van want elke week kregen ze een nieuwe huisregel. Om het concept te ondersteunen zou ook het directieteam aanschuiven in de nieuwe kantooromgeving.

 

Bij ons volgende feestje was ik erg benieuwd naar het vervolg. “Nou het was wel erg wennen” zo begon hij. De prachtige plannen over flexibiliteit kwamen niet helemaal uit de verf. Het was zelfs zo erg dat collega’s ‘onbewust’ een trui of vest aan de stoel lieten hangen om zo hun plek te claimen. Het handdoekje aan het zwembad idee. De cleaning service had de opdracht gekregen om alle kledingstukken en andere snuisterijen op te hangen of op de tafel in de garderobe te leggen. Zo gezegd, zo gedaan. Dat leidde er weer toe dat een groot gedeelte al om 07.00 uur op kantoor aanwezig was om hun vaste stekje in te nemen. Nadeel was dat de personele bezetting aan het einde van de middag onder nivo was wat leidde tot slechte bereikbaarheid en dienstverlening. Dus opnieuw werden regels uitgevaardigd over aanvangstijden en aanwezigheid. “Nog meer regeltjes” verzuchtte hij. “Het is een en al tegenstrijdigheid, is er weer iets krijgen we weer een regeltje. Wij willen gewoon werken en laat ons, de sectiemanagers, onze afdelingen nou gewoonweg managen.

 

Het feestje erna kwam hij gelijk naar me toe. “Ik weet dat je het wil weten en hij leidde me naar een tafeltje waar we even ongestoord konden praten”. Het bellen en bovenal het continu elkaar horen resulteerde in headsets zodat de spraak automatisch wat gedempt werd. Ook schotten werden geplaatst en er werden semi-vaste werkplekken geïntroduceerd. Het directieteam zat bijna elke dag in de vergaderruimte bij elkaar waardoor er eigenlijk dagelijks een krapte was van vergaderruimtes. Het verzuim nam toe en te pas en te onpas werd er ‘thuis gewerkt’. “Dit gaat echt knallen Michiel. Volgende week komt de volgende evaluatie maar ik denk eerder aan een opstand. Ik sta nu niet graag in de schoenen van de directie verantwoordelijke voor dit plan. Want alle aanpassingen hebben klauwen met geld gekost en de werk efficiency is volgens mij gedaald in plaats van gestegen”.

Ik vroeg hem wat hij eraan deed als sectiemanager. De blik die hij me gaf was sprekend maar ik vervolgde “Jij bent hun manager. Jij bent degene die de vertaling moet geven van de onmogelijkheden maar ook de mogelijkheden. Het zijn jouw mensen die aan jou rapporteren. Als je mee gaat huilen met de wolven wat is dan toegevoegde waarde als manager want je regelt dan niks….!” Het vervolg van het gesprek was gericht op het vinden van alternatieven want er waren wel degelijk organisaties waar het wel werkte. Het werd tijd om het echte veldwerk te doen en inspiratie op te doen. We besloten om een middag te gebruiken om diverse lokaties samen te bezoeken. Onder andere de bibliotheek van Maastricht hadden we bezocht waar stiltehokjes, open ruimtes en kleine werktafeltjes beschikbaar waren naast kunst en cultuur. Mogelijkheden om te zitten, te lezen, te hangen  en te werken! Ook een nabij gelegen koffiehuis werd bekeken alwaar om onder het genot van een kop koffie werd gewerkt in een totaal andere sfeer. Zo bezochten we meerdere werkplekken en hebben we inspiratie opgedaan waarin we zagen hoe kleur, kunst, sfeer maar ook hoekjes efficiënt werden ingezet. Voor ieder wat wils in een zakelijke omgeving. De een floreert in een strak witte omgeving en de ander wil graag enige huiselijkheid om goed te presteren. Geef en creëer ruimte was onze gezamenlijke conclusie want ‘mensenwerk is en blijft werken met mensen’! Hij ging ermee aan de slag.

De laatste update is dat de evaluatie wel in een iets andere sfeer is verlopen. Er werd geconcludeerd dat er projectmedewerkers (uit eigen secties) moesten komen om ‘sfeer’ te brengen in de eigen sectie en een overall projectmanager (en dat werd zijn taak) voor de overige inspiratieplekken. Het budget was minimaal en dat maakte dat er met de nodige creativiteit en in overleg met de afdeling allerlei initiatieven werden gestart. De regeltjes werden afgeschaft en richtlijnen met een positieve impuls werden geïntroduceerd. En de grootste verrassing kwam wel toen ik door hun algemeen directeur werd gebeld met de vraag of ik geen inspiratiemiddag voor hun wilde organiseren en hun management wilde 'inspireren' want ze hadden vernomen dat hun nieuwe slogan ‘mensenwerk is en blijft werken met mensen’ door mij geïntroduceerd was. Gaaf toch!

 

 

 

Spreuk van de week (week 27, 2017)

Best man for the job….

Best job for the man….

Te vaak hoor ik de (horror) verhalen over schifting die gemaakt wordt als er weer een besparingsplan wordt uitgerold. Vaak is HR dan de boodschapper van het nieuws. En er zijn vele goede functionarissen maar helaas, zoals in elke beroepsgroep, lopen er ook functionarissen rond waarvan je afvraagt hoe ze in hemelsnaam in het vak zijn gerold en bevoegd zijn om dergelijke gesprekken te voeren.

 

De crisis ligt nog niet zover achter ons. Ik was in de crisis samen met andere directieleden onderweg naar een klant. Eigenlijk wisten we al wat we zouden horen. Deze klant zou voor een andere dienstverlener gaan kiezen en we bespraken onze aanpak in de auto. Bij binnenkomst werden we joviaal begroet door de vertegenwoordiger van de klant. En in de spreekkamer waren we de koffie nog aan het inschenken toen gelijk de boodschap op tafel werd gegooid. Of we even met de nieuwe dienstverlener aan tafel wilde gaan om de vervolgstappen te bespreken. Natuurlijk wilde we meer achtergrond van hun besluitvormingsproces maar daar werd wat schimmig over gedaan. Alsof het idee spontaan ontstond wist hij ons te vertellen dat de nieuwe dienstverlener over een halfuur met een delegatie zou komen. Of dat geen goed moment was om kennis te maken met elkaar en het overdrachtsplan te bespreken. Nou dat spontane idee was voor ons te spontaan dus we dronken onze koffie op en vertrokken. In de auto werd de discussie op een iets andere toon voortgezet en ik kreeg vele processen toebedeeld waarin ik de voortrekker moest zijn.

 

Een paar weken later zat ik samen met een afvaardiging van de nieuwe dienstverlener. Ze hanteerden het principe ‘best man for the job’ dus geen enkele functionaris was zeker van zijn of haar rol. Iedereen moest solliciteren. Aangezien het duidelijk was dat het een overgang van onderneming was (mens volgt werk) vond ik dit verwerpelijk en zeker niet in het belang om operationele rust te bewaren gedurende de transitie. Maar nee hoor de HR directeur hield vast aan zijn principes. Hij was de vernieuwer in zijn organisatie en dit principe gold voor alle medewerkers. Zo zorgde hij ervoor dat medewerkers en management zich bleef ontwikkelen. En ze deden dit van hoog tot laag. Op mijn sneer ‘hoe vaak hij dit al succesvol had uitgerold of dat hij zelf vaak als een no-match werd beschouwd’ werd me niet in dank afgenomen. Onze werkrelatie verliep vanaf dat moment nog stroever maar ik kon het echt niet laten. En zijn afvaardiging gniffelde stiekem mee.

 

Gelukkig kende zijn team wel de spelregels en we zochten naar oplossingen. De medewerkers die over zouden gaan werden, zoals voorspeld, onrustig. Dat was ook niet gek omdat wij als overdragende partij een andere boodschap afgaven dan de ontvangende partij. Met enige regelmaat gaf ik weer een update maar gaf ook aan dat mijn handen enigszins gebonden waren. Natuurlijk zou ik hun vragen meenemen in ons overleg. En natuurlijk probeerde ik de gemoederen te bedaren en hun te attenderen dat de nieuwe dienstverlener ook dezelfde dienstverlening moest uitvoeren. Toen zelfs hun OR en vakbondsbestuurders mij begonnen te bellen over deze transitie vond ik dat het tijd werd om ook de bel te luiden. Ik arrangeerde een call met de klant en hoofddirectie van de nieuwe dienstverlener. Hierbij heb ik aangegeven dat rust nu essentieel is en dat hun principe prima over een paar jaar uitgerold kon worden maar niet in deze overgangsfase. Zeker niet als er sprake is van een verplichte overgang. Er werd zelfs een stakingsdreiging uitgesproken en dat wilde ik voorkomen maar daarvoor moest er wel een gelijkluidende boodschap uitgedragen worden tussen ons als organisaties. Gelukkig werd mijn aanpak gewaardeerd en kreeg ik vanaf dat moment ook alle medewerking. Een projectteamlid werd de volgende dag benoemd als projectleider en de beoogde rust werd al snel bereikt. De verdere transitie verliep zoals gepland en een paar weken na officiële overdracht heb ik met de projectleider nog getoost op onze samenwerking en (uiteindelijk) geslaagde transitie.

 

Recentelijk liep ik de vernieuwer, de voormalige HR directeur tegen het lijf. In eerste instantie wilde hij me ontlopen maar mijn uitgestoken hand ter begroeting was hem voor. Ja ik had een bekend gezicht maar wie ik ook alweer was dat was hem ontschoten. Met mijn opmerking dat ik veel van hem had geleerd en dat ik zijn principe ‘best man for the job’ tegenwoordig ook toepas verfriste zijn geheugen heel voorspoedig. “Oja”? zei hij. “Ja, daar heb ik zelfs mijn beroep van gemaakt” zei ik. “Ik zoek echt naar de beste functionaris maar dan wel in de factor mens. Sterker nog…daar heb ik mijn organisatie op gebouwd, ziehier mijn visitekaartje en ik nodig je van harte uit om mijn website te bekijken. Wat doe jij tegenwoordig?” vroeg ik hem. “Ik ben iets heel anders gaan doen, ik ben een B&B begonnen” en hij gaf mij zijn kaartje “en ik nodig je van harte uit om mijn website te bekijken”. Hij liet een korte stilte vallen, ik keek hem aan en wist dat er geen aanleiding meer was voor ‘negativiteit’. We hebben nog een aangenaam gesprek gehad en het was goed zo. We namen afscheid met de opmerking dat het niet meer ‘best man for the job’ is maar ‘best job for the man’. Een kleine wijziging met een grote impact!

 

 

Spreuk van de week (week 26, 2017)

 

Werken….ik durf het nauwelijks nog te zeggen maar werken kan ook heel leuk zijn…

Ik was op een bijeenkomst en kwam met iemand in gesprek over haar werk. Naast de reeds normale ‘druk, druk, druk’ opmerking sprak ze lovend over haar werk. Haar passie over de organisatie en haar werk was verlichtend. Maar voordat ik kon vragen wat haar organisatie precies deed (de organisatie was mij niet bekend) en haar rol kwam een bekende haar de hand schudden. Na een kort voorstelrondje en wat koetjes en kalfjes vroeg hij me wat ik deed. Al snel vertelde ik enthousiast over de activiteiten van YouGrow. De verschillende diensten die ik lever en waar ik voor sta. Toen ik vertelde over mijn organisatie advies humde en knikte hij maar toen het woord (preventief) recruitment viel zag ik zijn interesse groeien. Hij vroeg me hoe ik daar invulling aan gaf en bovenal wie mijn doelgroep was voor preventief recruitment. We besloten om het gesprek op een ander moment te vervolgen want we werden naar binnen geroepen voor de workshop.

 

Ik was ingedeeld in het groepje met de dame die ik die middag al eerder had gesproken. Het thema ‘talent management, the next generation’ werd aan tafel uitvoerig besproken. Allerlei ideeën werden gedeeld en besproken.  Ongelofelijk om telkens weer te vernemen hoe een cultuur van een organisatie innovatie- en denkkracht kan ontnemen maar ook bevorderen. Sommige hele inspirerende ideeën werden door andere tafelgenoten als ‘onmogelijk bij mijn organisatie’ betiteld.

In de plenaire sessie werden alle groepen gevraagd om hun bevindingen te delen met de andere deelnemers. Onze dame wierp zich op als vertegenwoordigster van onze groep en niemand van ons sputterde tegen. Het was leuk om haar voor de zaal te zien spreken en de wijze waarop ze onze ervaring/conclusies toetste bij de andere deelnemers. De voorzitter van de bijeenkomst moest enige moeite doen om de discussie te stoppen om de anderen ook gelegenheid te geven om hun terugkoppeling te geven.

 

Een korte break was gepland voordat de 2e sessie zou starten. Alle groepen zouden de stelling uitdiepen: ‘organisaties verliezen hun identiteit na een overname’. Als ervaringsdeskundige als overnemende partij maar ook zelf overgenomen te zijn had ik voldoende gespreksstof. En toen zij de groepsindeling bekeek moest ze even lachen toen we weer bij elkaar in het groepje zaten. “We zitten wel op een lijn vandaag” zei ze hartelijk toen ze naast me ging zitten. Ik vroeg haar wat haar organisatie deed waarvoor ze nu werkzaam was. “Wij begeleiden overname trajecten maar dan vanuit een positieve insteek. Niet zozeer spreken wij over besparing maar over toegevoegde waarde. Alle medewerkers hebben toegevoegde waarde en bij samenvoeging zijn er overlappingen maar er zijn altijd kansen en dat is het unieke aan ons concept. Wij kijken naar de mogelijkheden voor een organisatie”. Het klonk nog wat theoretisch maar was heel benieuwd naar haar inbreng.

Nadat de groep compleet was, degene die ik samen met haar had gesproken kwam ook in onze groep, begonnen we te stoeien met het thema. Het werd een behoorlijk verhitte discussie waarbij de spiegel naar eigen ervaring regelmatig op tafel werd gelegd. Ook de man vertelde dat hij nu ‘slachtoffer’ was geworden van het grote geld. Een aantal medestanders schaarde zich achter hem en vooral de incompetente HRM’ers werden niet gespaard in onze sessie. Zoals zo vaak bij goede discussies gaat de tijd te snel voor het onderwerp. Onze groep besloot om mij aan te stellen voor de plenaire terugkoppeling.

 

Natuurlijk was er een mix van positieve en negatieve ervaringen. Er is geen handleiding wat je precies bij welke organisatie, afdeling of medewerker moet zeggen. Maar er was een nogal negatieve trend in deze workshop zichtbaar. Ook de terugkoppelingen van de andere groepen was over het algemeen negatief. Ik besloot mijn terugkoppeling met een persoonlijke noot: “Ondanks alle negatieve aspecten die ik al heb vernomen wil ik nog wel iets zeggen. Werken…ik durf het nauwelijks te zeggen maar werken kan ook heel leuk zijn”! Eerst was er een stilte en toen stond mijn buurvrouw aan tafel op en applaudisseerde en de rest van de zaal volgde haar voorbeeld. Aan het einde van de sessie nam de voorzitter het woord en concludeerde dat werken ook gewoon heel leuk kan zijn ondanks de keuzes die gemaakt worden. En aansluitend hebben we tijdens de netwerkborrel maar geproost op ‘het werk’.

 

 

Spreuk van de week (week 25, 2017)

Have an off day….

Have a day off….

 

Stel je eens voor. Je hebt een belangrijke afspraak en plant ruim de tijd in om in ieder geval op tijd te zijn. Je bent ervaren in het verkeer en kent ondertussen de meeste knelpunten en bijbehorende sluiproutes. Omdat je op deze afspraak niet te laat wilt komen gun je jezelf nog wat extra speelruimte om ruim op tijd te zijn. Wat denk je. De wet van Murphy slaat bikkelhard toe en de tijd kruipt vooruit maar je auto staat stil…file, file en nog eens file. Je kunt geen kant op behalve wachten. De adrenaline spiegel overstijgt alle normen. Het huilen staat je naderbij dan het lachen. Eindelijk komt er beweging en je navigatie geeft aan dat je precies op de tijd van de afspraak zult aankomen. Met de voet wat meer op de rechterpedaal probeer je nog secondes te winnen maar ook dat is je niet gegund. Dus met alle voorbereidingen en goede voornemens vandien sta je eindelijk, exact op tijd, bij je afspraak. Met alle verontschuldigingen en nog vol de spanning sta je daar. Het enige wat je afspraak te melden heeft is….

 

“Wil je dit nooit meer doen. Je komt toch niet bewust te laat dus als je dit gebeurt dan ben je gewoon wat later. Ga je even verfrissen, kom tot rust en dan leid ik je rond. En oja lees onze bedrijfsregels even door die op je buro liggen”.

Ik was laatst bij een relatie van mij op bezoek en dit is hem overkomen op zijn eerste werkdag bij zijn nieuwe werkgever. Ik heb met open mond naar hem geluisterd. Wat een genot om bij zo’n bedrijf te werken. Natuurlijk gelden ook hier afspraken maar doordat ze sturen op jouw verantwoordelijkheid(sgevoel) komt gek genoeg bijna nooit iemand te laat. Afspraken die worden gemaakt worden opgevolgd. Maar bovenal wordt er ruimte geboden om fouten te maken. Niet bestraffend en belerend toespreken maar bewust makend van het feit dat fouten maken menselijk is. Ik mocht hun bedrijfsregels lezen en ik moet zeggen dat zijn organisatie (mede) voorop loopt in klantgerichtheid. Dit wil zeggen naar eigen medewerkers als haar eigen klanten.

Eigenlijk zou ik hun hele bedrijfsreglement willen opnoemen want ik denk dat vele organisaties hier nog veel van kunnen leren maar wat ik zeker een goede vond is de titel van deze spreuk. “Have an off day….and have a day off”. Heerlijk toch als je leidinggevende je aangeeft dat het ons allemaal wel eens overkomt dat we onze dag niet hebben. En dat het belangrijk is om een dag vrij te nemen om af te schakelen van het werk. Gewoon weten dat je dit vertrouwen krijgt. En dit  leidt over het algemeen tot loyale en betrokken medewerkers. Blijkt maar weer dat belonen altijd beter werkt dan bestraffen.

 

Vorige week had ik een aantal nieuwe (potentiele) klantbezoeken gepland. Goed voorbereid en klaar om de filosofie en dienstenpakket van YouGrow toe te lichten zat ik te wachten op mijn gastheer. De receptioniste bood me een kopje koffie aan ze had vernomen dat “het  nog eventjes kon duren”. Mooi de gelegenheid om even mijn mail bij te werken. Met wat korte berichtjes beantwoordde ik de binnen gekomen mailtjes. Maar je zit niet echt op je gemakt in de veronderstelling dat je afspraak elk moment voor je neus staat. Zo verstreek minuut na minuut tot 25 minuten later mijn gastheer ‘opgefokt’ de trap afkwam en zich duizendmaal verexcuseerde. Het was niet zijn dag, alles ging mis…hij had een echte off-day

Toen we op zijn kantoor zaten vertelde ik spontaan het verhaal over de huisregels van de organisatie waar ik was geweest. Over de bedrijfscultuur die daar heerste en niet alleen op papier aanwezig was maar door alle managers werd uitgedragen. We hebben eigenlijk alleen maar gesproken over voorwaarden, bedrijfsculturen en mogelijkheden om medewerkers een optimale bedrijfssituatie te kunnen bieden zodat iedereen kan floreren. Onze gezamenlijke conclusie was dat niemand van ons een toverstafje heeft maar de stijl van leidinggeven is zo belangrijk voor een optimale bedrijfscultuur en sfeer. En dat betaalt zich uit in performance! En dat heeft weer een positieve aantrekkingskracht op de arbeidsmarkt/’talenten’. Bij de afsluiting zei mijn gastheer: “Michiel we hebben het eigenlijk niet gehad over jouw dienstverlening maar volgens mij ben ik, ondanks mijn off-day, ongemerkt toch gegroeid”. En met een hartelijke lach en ferme handdruk werd dit bevestigd, YouGrow! Ik sloot af met: ‘niet alles wat telt kan geteld worden en niet alles wat geteld kan worden telt!’ Maar wat ben ik blij met mijn bedrijfsnaam die eigenlijk voor zich spreekt!  

 

 

Spreuk van de week (week 24, 2017)

Een goede manager…houd het simpel…

In de spreuk van vorige week was het onderwerp dat managers net als water zijn, ze zoeken de weg van de minste weerstand. Het klinkt allemaal zo vanzelfsprekend en simpel. Vaak is dat waar we aan voorbij gaan. We willen dat anderen denken dat ‘de manager’ het zo zwaar heeft. En bovenal hoe belangrijk een manager is….poeh.

Begrijp me goed. Elke organisatie heeft managers nodig. Iemand die richting en sturing geeft…maar soms gaat het meer om de titel dan om de taak… Daarover deze spreuk.

 

Mijn manager kwam met geweldig nieuws. Ik was geselecteerd om deel te nemen aan het ‘talent program’ van mijn werkgever. Een absolute eer om in deze internationale setting geselecteerd te zijn. Zo voelde het ook en ja ook ik ging naast mijn schoenen lopen. Een paar dagen later kreeg ik via de mail een persoonlijke uitnodiging en ‘mijn huiswerk’. Mijn reis om ‘volwaardig manager’ te worden zou vanaf nu geconcretiseerd worden. Ik was er klaar voor. Een van de taken van het huiswerk was een 360 feedback. Ik nodigde diverse collega’s uit om mijn aandachtsgebieden te duiden. De resultaten zouden in onze eerste studieweek met ons besproken worden. Dus vol verwachting begon ik aan deze ontdekkingsreis naar ‘manager’.

 

Het 360 feedback gesprek werd op een avond gepland. De voertaal was Engels maar de eventuele opmerkingen (vrije invul velden) waren soms in het Engels maar ook in het Nederlands ingevuld. Mijn coach was een Engelse dame en voor de Nederlandse teksten mocht ik deze vertalen. Ik kreeg een hele rapportage mee maar ze wilde één specifieke opmerking wat nader met me bespreken. Ze had de opmerking opgeschreven en ze vroeg me of de betekenis klopte wat ze dacht ‘keep it simple’ met zijn naam eronder. Nadat ik dit had bevestigd vroeg ze me of ik deze persoon goed kende. Deze opmerking kwam van de HR manager Benelux en ja die kende ik heel goed. “Dan wil ik dat jij het gesprek met hem aangaat wat hij hiermee voor jou bedoelt.” En om het te benadrukken prikte ze met haar wijsvinger op mijn borst. “En ik wil dat je mij in de volgende studieweek een terugkoppeling geeft.” Zo werd het afgesproken.

Weer terug op het werk waren vele collega’s benieuwd naar mijn ervaring en honderduit vertelde ik hierover. De lokatie, mijn mede (internationale) collega’s, de onderwerpen die we hadden behandeld en de opdrachten. Na een paar dagen stond de HR manager Benelux in de deuropening. Hij vroeg me hoe het was gegaan en ik vertelde opnieuw mijn ervaring. “Heb je nog wat geleerd?’ vroeg hij. “Natuurlijk” zei ik “En ik wil nog graag een gesprek met je inplannen omdat je hebt geschreven dat ik het simpel moet houden. Mijn coach wil graag weten waarom je dat geschreven hebt. Heb je daar tijd voor?” vroeg ik. “Dat ligt eraan Michiel. Maak ik er tijd voor…absoluut. Als jij wilt weten waarom ik dat heb geschreven dan maak ik daar tijd voor. Als je coach dat wil weten dan heb ik andere prioriteiten. Dan verzin je maar wat. Dat is de keuze die ik aan jou laat.” Bam! die had ik te pakken. En dezelfde middag zaten we samen.

Hij vroeg me wat ik echt had geleerd en ik vertelde dat het eigenlijk wel logisch was. Doelen bepalen, organisatie informeren en dan uitvoering geven aan de plannen en bijsturen. “Eigenlijk heel simpel” zei ik. “En dat is precies wat ik bedoelde met mijn opmerking Michiel. Natuurlijk doen we wel meer dan dat maar dat hoef je niet te laten zien. Weet je ik kijk graag naar tennis. En als ik kijk lijkt het altijd zo simpel. En als ik op de baan sta dan ervaar ik weer dat het vanaf de buitenkant zo simpel lijkt maar als ik zelf op de baan sta is het veel moeilijker. Dat is hetzelfde met managen. Het lijkt zo simpel en iedereen heeft er een oordeel over maar doe het maar eens. En dan is de beste tip, laat het vooral simpel lijken. Maak het niet moeilijker dan het is. Zorg dat het logisch lijkt en als je dan een fout maakt dan is het domme pech. Maak je jezelf belangrijk dan staat iedereen te wachten tot je een fout maakt. De beste managers zijn degene die op de baan doen alsof het eigenlijk heel logisch is wat ze doen en met een bepaalde mate van eenvoud in de wedstrijd staan. En nog winnen ook! Ga niet zitten pronken met deze training maar houd het simpel. Als je het simpel houdt dan wil iedereen je helpen. Als je een houding aanneemt van ‘manager op titel’ zul je geen hulp krijgen”. We hebben hierover nog een tijd gesproken maar zijn drie woorden zijn de belangrijkste les geweest die ik heb gehad met betrekking tot ‘managen’; houd het simpel!

 

Spreuk van de week (week 23, 2017)

 

Managen is als water, je zoekt de weg van de minste weerstand

Nog niet zo lang geleden mocht ik mijn verhaal vertellen voor een groep (aankomende) managers. Heerlijk om die ambitie te zien in hun ogen en overtuigd dat zij wel de juiste koers zullen bepalen (wat al die managers voor hun niet hebben gedaan). Aan het begin van de sessie heb ik gevraagd wat hun drijfveren zijn om manager te worden. We hebben gezamenlijk geconcludeerd dat het voornamelijk om zeggenschap gaat. De koers willen bepalen. Op voorhand van de sessie had ik alle deelnemers gevraagd (per mail) wat ze mij wilde weten zodat ik dit kon meenemen in mijn verhaal. Vooral het tijdsaspect (time management) kwam als belangrijk thema naar voren.

 

Degene die mij kennen weten dat ik visueel ben ingesteld en graag met beeldspraken en metaforen werk. Maar voor deze sessie had ik een leuk voorbeeld meegenomen. Na de algemene introductie namen we het thema “wie is een goede manager” ter hand. Met allerlei voorbeelden werden grootse managers aangehaald. De IQ manager, de EQ manager en SQ manager en alle mogelijke combinaties werden hierin aangehaald. Waarom adoreert de ene Steve Jobs met zijn (barbaarse) managementstijl en de ander verafschuwt hem. Persoonlijke voorkeurstijlen op het vlak van managen komen hierin naar voren. Velen deelnemers zagen Steve Jobs als een zeer vakbekwaam manager. Toen ik vroeg in hoeverre te rijmen was met hun ambitie, zeggenschap, in combinatie met de directieve managementstijl van Steve Jobs kwam vooral zijn charismatische uitstraling naar voren. Tja charisma dat is iets dat je hebt (en kunt gebruiken) of je moet het van andere kwaliteiten hebben.

Hierna kregen we het over het managen van tijd. Wij kunnen heel veel dingen managen behalve tijd. We kunnen niet zorgdragen dat 5 minuten sneller of langzamer gaan. Dit is een aspect waar we geen invloed op hebben. We moeten er mee omgaan, de tijd zo optimaal mogelijk gebruiken. ‘Heb je even tijd’ zijn killers op je agenda. Want dit zijn geen gesprekjes van één minuut maar meestal duren deze langer. En dat betekent dat je daarna de draad weer moet oppakken (dubbel werk). Maar als je niet flexibel bent in je agenda en geen tijd maakt voor je medewerkers word je nooit gezien als een charismatisch manager. Kortom het zoeken van een evenwicht tussen geplande en ongeplande afspraken. Met een aantal eenvoudige tips heb ik ze meegenomen op welke wijze je hieraan invulling kunt geven. Maar de grootse eye-opener die ik ze had gegeven was het voorbeeld met de buis (tijd). Ik had verschillende ballen meegenomen, tennisballen, tafeltennisballen, knikkers. Alle aanwezigen mochten issues opwerpen die ze met hun ‘manager’ wilde bespreken. Van gewichtig tot must/nice to know. Afhankelijk van de importantie (en benodigde tijd) maakte we de categorie tennisbal, tafeltennisbal en knikker. Nadat we de tafel bezaaid lag met issues hebben we deze in de koker gedaan tot deze vol was en nog steeds lagen er volop issues op tafel. We hebben diverse pogingen ondernomen door de issues in andere volgorde in de buis te doen en de lege ruimtes optimaal in te zetten om zoveel mogelijk bespreekbaar te maken. Maar enerzijds was dit een overkill voor de manager want die wil graag hoofd- en bijzaken gescheiden houden (en waaraan tijd wordt gespendeerd). Anderzijds zijn er natuurlijk ook nog taken van en issues van de organisatie, zijn directe collega’s en van zijn leidinggevende.

Omdat dit allemaal te verwerken maakt een manager keuzes en handelt als water. Een manager zoekt de makkelijkste weg om issues op te lossen. Dit wil zeggen de oplossing met de minste weerstand (niet de makkelijkste!!) want een manager weet dat er altijd issues en obstakels blijven komen. En die koker die kun je niet managen, je kunt enkel die issues zo groot of klein maken als je zelf wilt…

Na afloop heb ik alle aanwezigen een flesje water gegeven als aandenken en we hebben gezamenlijk geproost op hun persoonlijke groei…YouGrow!

 

 

 

Spreuk van de week (week 22, 2017)

 

Het kan niet fout gaan, hooguit anders dan verwacht…

 

Plannen maken. We doen het allemaal en sterker nog we leggen het allemaal vast in schema’s, flowcharts, projectplannen. Want dat is ons houvast. We stellen onze plannen op en plannen dan vooral de weg erna toe middels een Plan van Aanpak. Want dat is de lijn die we moeten volgen. En hoe werkt dat in de praktijk? Een planning loopt bijna nooit conform planning. Dit vraagt flexibiliteit en prioriteiten stellen.

Met veel genoegen volg ik de discussie rondom de vorming van het nieuwe kabinet. Het doel is helder en alle ‘eisen’ zijn op tafel gelegd. Dan komt de moeilijkste periode. Waar en wanneer doe je water bij de wijn om het beoogde doel te bereiken. In de politiek zijn er dan ook nog andere belangen die meespelen, het partijbelang en het landsbelang. De kiezer heeft op een partij gestemd vanuit een politieke voorkeur en dat wil die kiezer ook graag terugzien in het nieuwe kabinet. Hoe meer partijen hoe moeilijker het wordt om een consensus te bereiken. Maar naar goed Amerikaans voorbeeld kan een vertegenwoordiger van een politieke partij ook geen ijzer met handen breken. De uitspraken en aktieplannen van Donald Trump worden regelmatig bekritiseerd en ook hij is erachter gekomen dat er meerdere krachtvelden zijn die van invloed zijn bij de uitrol van zijn plannen. Of dat zijn plannen weer worden terug  gedraaid.

 

In mijn loopbaan heb ik ervaren dat er geen goed of fout is in een aanpak alleen anders. En soms loopt een projectplanning heel anders dan verwacht…..

 

Vandaag neem ik u mee in de voorbereiding (presentatie) van een integratieproject. Wij zouden een presentatie geven voor de klant. Met het kernteam hadden we in een hotel afgesproken om de presentatie voor te bereiden. Met alle bijhorende stress werkte we met z’n vieren aan de diverse workstreams. Door allerlei oorzaken liep de planning behoorlijk uit en in plaats van gezamenlijk te gaan dineren werden broodjes besteld om door te kunnen werken aan de presentatie. Ondanks dat de airconditioning volop draaide werden er behoorlijke peentjes gezweet om het allemaal vloeiend op elkaar te laten aansluiten. Rond 22.00 uur en na de laatste generale repetitie waren we tevreden over het eindresultaat. We waren er klaar voor. De laatste broodjes werden opgegeten en vermoeid gingen we allemaal naar de hotelkamer om de volgende dag fris voor de presentatie te zijn.

Midden in de nacht werd ik badend in het zweet wakker. Mijn maag draaide en ik voelde me behoorlijk misselijk. En niet veel later zat ik op de badkamer. Nee he, niet nu dacht ik nog. Dat laatste broodje had ik dus niet moeten pakken. Nog in de veronderstelling dat het vervelend was maar niet onoverkomelijk en dat het ergste voorbij was ging ik weer terug naar bed. Helaas sputterde mijn lichaam tegen. En buikkrampen en buikloop waren het gevolg. Uur na uur ging voorbij en mijn klachten werden nauwelijks minder. Ik durfde de andere nog niet te informeren maar een presentatie geven om 09.00 uur met deze klachten…onmogelijk. Ik kon niet eens 5 minuten van de wc wegblijven. Ik zou de anderen om 07.00 uur informeren. Om kwart over zes kreeg ik een appje van mijn collega. Hij had iets verkeerds gegeten en zat al de hele nacht op de wc. Hij kon echt niet bij de presentatie zijn. Of iemand anders zijn deel kon overnemen. Met een grimlach beantwoordde ik hem dat ik dezelfde klacht had. En nummer drie meldde zich met dezelfde klachten. Dit was toch onmogelijk. Onze projectmanager belde met onze collega maar die had heerlijk geslapen (en ook nog de meeste broodjes gegeten). Dit had geen zin en we zouden onze klant bellen om met hun te overleggen.

Uiteindelijk werd in overleg met de contactpersoon van de klant besloten dat we de presentatie via een conference call zouden toelichten. Zo gezegd zo niet gedaan. Om half negen werden we gebeld dat een gedeelte van de klant afvaardiging eveneens was getroffen door buikgriep waardoor de meeting verplaatst zou worden. Het was dus niet het broodje geweest maar een (buikgriep)virus dat ondertussen meerdere slachtoffers had gemaakt. We hadden met vele scenario’s rekening gehouden behalve met deze…

 

 

Spreuk van de week (week 21, 2017)

 

Voor ontevreden mensen bestaan er geen gemakkelijke stoelen…

 

En hoe zit u erbij terwijl u dit leest? Gaat u regelmatig verzitten of draaien aan de stoel omdat u klachten krijgt of is het zo dat uw omgeving u moet uitnodigen voor een korte koffie break. Ach ik moet bekennen dat ik goed zitvlees heb en dat ik af en toe achter de laptop getrokken moet worden omdat ik anders maar door blijf gaan. Gelukkig moet ik regelmatig bellen en dan ga ik door mijn kantoortje lopen. Lang leve de mobiele telefoon!

Laatst hoorde ik een verhaal over de houding tijdens gesprekken en wat hieruit afgeleid kan worden. Natuurlijk zaten er een paar ‘logische’ conclusies tussen maar ook een aantal verrassingen. Gaat u maar eens lekker voor deze spreuk zitten.

 

Sollicitatiegesprekken. Vaak worden ze aan het eind van de dag gepland. Voor de interviewers een stress moment want ze hebben nog een en ander op hun bordje (dat ze eigenlijk nog af willen maken). Maar dat geldt ook voor de sollicitant die vaak met een excuus eerder weg is gegaan en zijn telefoon voelt trillen bij elke mail en telefoontje. Kortom er zou eigenlijk sereniteit moeten zijn maar de realiteit is vaak dat de adrenaline door het lichaam stroomt  en ‘stress’ factoren duidelijk zichtbaar zijn bij alle gesprekspartners.

 

Wij hadden een gesprek gepland om half vijf. Dus waar de vroege vogels van kantoor al hun spullen hadden gepakt en huiswaarts keerde kwam een grote SUV de parkeerplaats opgereden. Aangezien mijn kantoor uitzicht had op de parkeerplaats bekeken we het tafereel van uitstappen, jasje aan en schrijfmap pakken. Ik liep alvast richting receptie om hem daar op te wachten. Mijn collega zorgde voor de koffie. Bij de receptie begroette ik onze sollicitant hartelijk. Zijn handdruk was stevig en ‘zakelijk’ maar zijn gelaatsuitdrukking was wat ‘zurig’. Ik vroeg hem of de reis goed was verlopen waarop hij enkel aangaf dat het aardig druk was op de weg. Onze recruiter had ons van tevoren gewaarschuwd. Hij kwam over als een zuurpruim maar zijn werkgever was lyrisch over hem dus we moesten ‘erdoor kijken’.

 

We begonnen het gesprek met een algemene introductie en waarna we het woord gaven aan onze sollicitant. Daar waar hij gedurende de introductie stoïcijns voor zich uit bleef kijken ging hij bij zijn eigen verhaal met de nodige frequentie van zithouding veranderen. Het was zo opvallend dat mijn collega hem onderbrak in zijn toelichting om te vragen of er iets mis was met de stoel. Zijn bevestiging was voldoende om van stoel te wisselen. Na wederom even rustig te zitten begon hij na een paar minuten opnieuw wat te draaien en telkens te verzitten. “Dit zijn geen gemakkelijke stoelen” zei hij op een gegeven moment. Aangezien wij al vele (lange) vergaderingen en andere gesprekken hadden gevoerd aan die tafel herkende wij zijn opmerking totaal niet. Dus we glimlachte vriendelijk en stimuleerde hem om door te gaan met zijn verhaal. Op een gegeven moment merkte ik dat ik afhaakte en dat ik geen energie kreeg van zijn ‘succes verhalen’. Ja hij wist heel goed hoe hij invulling moest geven aan zijn vakgebied maar hij was nooit tevreden. Niet over zijn team, zijn organisatie, zijn managers maar ook niet over zijn privé leven. Deze kandidaat was hartgrondig ontevreden over zijn leven en loopbaan. Als je goed naar zijn verhaal luisterde had hij op alles kritiek. Dus op een gegeven moment vroeg ik hem waarom hij in hemelsnaam voor een organisatie wilde werken waar je op dergelijke slechte stoelen moest zitten. Als dat al slecht was hoe zou de rest dan wel niet zijn….? Ook dit gesprek zou natuurlijk nooit aan zijn verwachting voldoen en wij als functionarissen….stel je voor dat je met dergelijke ondermaatse managers moest werken….een verschrikking. “Meneer Maassen” zei hij “U neemt me in de maling. U stelt goede vragen en geeft me feedback en daar wil ik iets mee doen”.

“Heel goed” beantwoordde ik “En als u daarmee klaar bent dan meldt u zich maar nogmaals maar voor nu vind ik u niet geschikt voor deze organisatie en dat heeft met uw houding te maken. Als u een verkeerd beeld heeft geschetst van uzelf dan is dat uw verkeerde inschatting geweest want u weet hoe sollicitaties werken, u heeft één kans om te laten zien wat u in uw mars heeft. Dus met dank voor uw komst maar ik beëindig hiermee dit gesprek.” Ongemakkelijk schoof hij nogmaals op z’n stoel en keek naar mijn collega. Die ging ook staan en stak zijn hand uit: “Ik ben het eens met mij collega en dank u hartelijk voor uw komst”. Mijn collega liep samen met hem naar de receptie en even later kwam hij met een glimlach op zijn gezicht mijn kantoor opgelopen. “Wat is er?” vroeg ik.

“Nou hij vroeg of jij altijd zo direct reageerde of dat je op hete kolen zat want voor een HRM’er was je niet uitnodigend. Doordat je zo dicht op z’n huid had gezeten in het gesprek kwam hij niet goed uit de verf. Dus ik heb maar aangegeven dat je altijd op zoek bent naar authenticiteit, de echte persoon, en daarom wel eens heel direct uit de hoek kunt komen. En als je merkt dat er geen klik is dan zit je er wel bovenop”. Hij begon te lachen “En toen zei ik, dan weet je ook gelijk waarom je zo ongemakkelijk zat in die stoel, Michiel zat bovenop je en dan zit niet echt makkelijk” en schaterend van het lachen liep hij mijn kamer uit. Tja sommige collega’s moeten altijd het hardste om hun eigen grappen lachen…..(en ik ook wel een beetje…).

 

 


Spreuk van de week (week 20, 2017)

 

Voetbalgekte…was iedereen altijd maar zo optimistisch…

Afgelopen weekend was de grote ontknoping van het clubkampioenschap in Nederland. Feyenoord kampioen 2016-2017. Maar vorige week toen Feyenoord ‘eventjes’ kampioen zou worden ging verdriet, kwaadheid en frustratie hand in hand met ongeloof. Want hoeveel beelden heb ik niet voorbij zien komen van Feyenoord fans die het kampioenschap al hadden laten vastleggen op hun lichaam…. Wat voetbal niet voor emoties kan oproepen maar bovenal optimisme.

 

Oranjegek. Ja dat is wat ik ben. Niets gaat, mijn inziens, boven het Nederlands voetbalelftal en wat is het heerlijk/veilig om de wedstrijd vanaf de zijkant te bekijken en te bekritiseren, op het moment dat het mis gaat, of te feesten als ‘wij’ hebben gewonnen. Dit kan zowel in het stadion zijn als voor de buis. Het mooiste is om dan met oranjevrienden samen de wedstrijd te beleven. Voetbal is emotie en oranje is (gezonde??)gekte.

Gedurende het WK 2014 waren we met onze oranjevrienden bij elkaar. De garage bij onze gastheer was omgebouwd tot onze VIP-tribune. Met alle luxe en meerdere schermen aanwezig en zelfs geïsoleerd om onze oergeluiden enigszins te dempen. En de 3 B’s waren ruim aanwezig bij de aftrap tegen Spanje. Dertig minuten later een teneurstemming want Spanje was via een penalty op 1:0 gekomen. Wegwerp gebaren, een verhoogde hartslag en bloeddruk was ruim aanwezig in deze testosteron arena. Maar wat er daarna gebeurde kunnen velen zich nog herinneren. Het Nederlands elftal herpakte zich en vlak voor de rust scoorde van Persie. De verdiende 1:1 stond op het scorebord. Wat er in de 2 e helft gebeurde wakkerde de oranjegekte en vertrouwen in een potentiële wereldkampioen in ons aan. Na 90 minuten stond op het scorebord SPA-NED 1:5 op het scorebord. Wij wisten het zeker. Nederland zou voor het eerst in haar bestaan wereldkampioen worden. Het optimisme overheerste… helaas bleek deze vooruitziende blik toch teveel gebaseerd te zijn op chauvinisme…

 

Waarom dit voetbalverhaal? Omdat optimisme goed is maar zoals altijd zijn er ook gevallen waarbij getemperd optimisme  beter is. Ik ben van nature ook een optimist. Ja mijn glas is altijd half vol. Daar voel ik mij het prettigste bij. Gelukkig ben ik ook een realist. Het is belangrijk om optimisme en realisme in evenwicht te hebben. Bij mijn toenmalige werkgever  waren we op zoek naar een salesmanager. Wetende dat het een moeilijk vervulbare functie zou zijn werden meerdere kanalen ingeschakeld. Na een kleine week een behoorlijke campagne te hebben gevoerd werd ik onderweg naar huis gebeld. Het was een geïnteresseerde kandidaat die graag wat meer wilde weten. Ik vertelde over de organisatie en achtergrond van de functie. Hierna vertelde hij over zijn achtergrond en het klonk interessant maar verwees hem naar de reguliere procedure zodat we hem daarin konden meenemen. De volgende dag kwam iemand van mijn team naar me toe. Ze was die ochtend al twee keer gebeld door een sollicitant die al met me had gesproken en graag een vervolggesprek wilde inplannen. Ik vertelde haar over ons gesprek en dat ik hem had verwezen naar onze reguliere procedure dwz CV mailen en motivatie en na de aangegeven reactietermijn zouden wij selectie maken van kandidaten voor de 1 e ronde. Deze kandidaat leek me een goede kandidaat in het telefoongesprek maar zo’n twist eraan geven…ik wist het niet.

Nadat we alle reacties hadden beoordeeld besloten we om vier kandidaten uit te nodigen. Ja hij zat erbij. Goede brief maar twijfel over zijn CV qua relevante werkervaring. Op het moment dat we met hem aan tafel zaten wist hij een goed beeld van zichzelf te schetsen, enorm gedreven en wil om te winnen. Aan einde van het gesprek vertelde ik over de procedure. Hij keek me met grote verbazing aan. “Waarom willen jullie nog een ronde inplannen. Ik heb al met Michiel gesproken en nu weer met jullie beide, ik dacht dat we genoeg tijd in elkaar geïnvesteerd hadden en dat we nu kunnen afronden” zei hij. Ik herpakte me net iets sneller dan mijn mede interviewer.  “Ik bewonder je gedrevenheid en zelfvertrouwen en je opmerking vraagt om feedback en een directe terugkoppeling. Je maakt makkelijk contact maar wij zijn geen markt koopmannen. Wij verkopen een dienst. En dat betekent dat je ook sensitiviteit moet hebben voor je gesprekspartners en dat ontbreekt bij jou. Jij denkt alleen vanuit jouw kader en slaat veel te veel stappen over om hier succesvol te zijn”.

Na nog wat pingpongen viel het kwartje dat hij de functie niet zou krijgen, “Oh dan moet ik wel mijn LinkedIn profiel gaan aanpassen”  zei hij. “Hoezo?” vroegen wij. “Nou ik heb al aangegeven dat ik volgende maand bij jullie start”. Met onze onderkaak op tafel van verbazing namen we afscheid. Optimisme is goed maar er is altijd een overtreffende trap, dat bleek nu ook weer….

 

 

Spreuk van de week (week 19, 2017)

 

De shit uit je verleden is de mest van je toekomst…

De vuile was buiten hangen…nou liever niet, toch? Nee wij zijn mensen. Wij vinden het prettig om vooral de leuke verhalen te delen. Zielige verhalen of mislukkingen horen we liever niet. Maar gelijk wordt hiermee de kern geraakt van deze spreuk. Ondanks tegenslagen lukt het ons vaak om er bovenop te komen en zelfs sterker terug te komen. Dit laat zien hoe veerkrachtig we zijn en hoezeer mislukkingen vaak het fundament vormen voor succes. Ik wil u meenemen in een voor mij aangrijpend verhaal.

 

Ze was een getalenteerde advocaat met een razend drukke praktijk. Op het moment dat ik haar leerde kennen was ze gefocust op haar carrière. Geen zaak was haar te veel. En in een grote reorganisatie besloot ik haar als advocaat aan te stellen. We stelde het plan van aanpak op en al snel werden de ‘zaken’ gestart. Op gepaste en ongepaste tijdstippen kreeg ik mailtjes van haar om (individuele) procedures af te wikkelen. Op mijn vraag hoeveel uur ze werkte antwoordde ze steevast ‘genoeg om alle klanten te kunnen bedienen’.  En gaandeweg de procedures liet ze steeds meer van zichzelf zien. Ze was perfectionistisch en een enorme control freak. Dus dingen loslaten en delegeren zat niet in haar aard. Als haar opdrachtgever was ik blij met haar gedrevenheid maar als HRM’er en als persoon niet. Dus op mijn ritten naar huis of naar kantoor belde we om zaken door te spreken en sloot ik af met de opmerking “en let goed op jezelf”. In het begin vond ze het vreemd maar het opende vaak wel gelegenheid om het gesprek een persoonlijke wending te geven. En ik merkte dat ze mijn luisterend oor en feedback prettig vond. We vonden het bijna jammer toen het merendeel van de zaken waren afgerond en er minder behoefte was om af te stemmen. En nadat de laatste zaak was afgehandeld en ook ik op weg was naar een nieuwe opdracht besloten we om gewoon één of twee keer per jaar te bellen om bij te praten.

 

Niets menselijks is ons vreemd en na een paar keer bellen werd het contact leggen moeilijker. Door drukte (aanname) spraken we elkaar niet meer live maar voornamelijk via voicemail.  Na een tijd radiostilte belde ik haar weer maar hoorde een andere voicemail. Ik drukte weg voordat ik de voicemail kon inspreken (dacht verkeerde contactpersoon gekozen te hebben) en binnen een paar seconde belde ze terug. “He wat leuk om je weer eens te spreken, ben je al uitgerust van je vakantie want je stem klinkt heel anders…” zei ik lachend toen ik opnam. Een enigszins verbaasde mannenstem vroeg waarmee hij mij kon helpen. Hakkelend vertelde ik dat ik iemand anders had verwacht. “Als u, en hij noemde haar naam, zoekt, zij is niet meer werkzaam bij ons. Kan ik u wellicht helpen?”. Ik gaf aan dat dit niet nodig was en beëindigde het gesprek. Na een paar weken belde ik haar voormalige secretaresse op kantoor want het bericht  had me overvallen. Gelukkig was die bereikbaar en het was leuk om elkaars stem weer te horen. Na wat koetjes en kalfjes vroeg ik wat er was gebeurd. Ze vertelde dat het allemaal nogal heftig was gegaan. Want van de ene dag op de andere was ze gestopt. Ze hadden een tumor in haar hoofd ontdekt. Het was niet operabel en ze had ontslag genomen, dat was alweer een klein jaar geleden. Ze had geen contact meer opgenomen met haar partners omdat ze dat niet aankon. Ze had haar nog wel een mailtje gestuurd maar daar was het bij gebleven. Ze had rücksichtslos een streep gezet onder haar werkzame bestaan. Wat ze via via nog had vernomen was dat ze een pand met haar partner had gekocht en ze wilde of was een hospice gestart. Maar ook zij had haar ook al lang niet meer gesproken. Geschrokken van haar verhaal vroeg ik of ze haar nieuwe contactgegevens had. Die mailde ze me en we sloten het telefoongesprek af.

 

We zijn nu alweer jaren verder. Pas geleden heb ik haar bezocht. Ja ze was beheerder maar ook een patient in haar eigen hospice. Ze was ook moeder geworden, ze hadden een zoon. De tumor in haar hoofd had haar wat ongemakken bezorgd waardoor ze nu gebruik moest maken van een rolstoel of krukken. Wel een klein wonder want de tumor groeide nog wel maar niet zo snel als voorheen dus elke dag was een kadootje. Wat was ze veranderd in haar doen en laten maar aan de andere kant ook weer niet. Het hospice werd strak geleid door haar en haar partner en ze genoot van het leven. Sterke behoefte aan control had ze niet meer en ook niet meer nodig. Ze vertelde dat ze na de definitieve diagnose van haar artsen naar huis was gegaan. Ze had gejankt, geschreeuwd haar partner uitgescholden en weg gestuurd. Ze zag al haar doelen die ze had gesteld als een ballon in haar gezicht knappen. Ja ze had zelfs overwogen om zichzelf van het leven te beroven en had er zelfs heel dichtbij gestaan. Op dat moment dat ze pillen wilde nemen belde een client. Waarom wist ze niet maar ze nam op. Die vertelde haar huilend aan de telefoon dat hun dochter weer een nieuwe baan en toekomst had. En dat dankzij haar, want zij had hun geholpen bij de rechtzaak (en gewonnen). Op dat moment keek ze me heel indringend aan: “Weet je Michiel, op dat moment zat ik op het dieptepunt van mijn leven. Ik wist dat het eindig was en dat telefoontje heeft mijn leven verlengd. Ik had tegen zijn dochter gezegd dat de shit waar ze op dat moment in zat de mest van haar toekomst zou zijn. En die zin herhaalde hij en die woorden kwamen zo hard en duidelijk binnen dat ik niet anders kon dan het leven vast te pakken en de shit waarin ik zat te gebruiken als mijn mest voor mijn toekomst. En waar die ligt…ach de tijd zal het zeggen”. Toen ik naar huis reed kon ik alleen maar stil zijn. Dit bezoek en verhaal had er behoorlijk ingehakt. Wat was ze een sterke vrouw en moeder. En dat geldt ook voor haar partner. Ze hebben het niet makkelijk maar ze genieten. Normaal gesproken neem ik u mee in wat luchtigere spreuken maar ik wilde u deelgenoot maken van, in ieder geval voor mij, een zeer inspirerend en persoonlijk verhaal.

 

 

Spreuk van de week (week 17, 2017)

 

Vakantie….ik neem altijd een lege koffer mee voor de mooie verhalen…

 

Meivakantie. Voor ons gezin de fase dat het schooljaar weer richting einde gaat. Maar ook de aanloop naar de grote vakantie. Aan de vooravond van deze meivakantie hebben we velen een fijne vakantie gewenst want er wordt wat afgereisd in deze periode. Van New York, Japan, Spanje, Italië en niet te vergeten Frankrijk. En ook in mijn gezin werd de vraag gesteld of we niet eventjes ertussen uit zouden gaan…..naar Frankrijk. Even nieuwe energie en nieuwe ideeën opdoen. Vooral dat laatste is lekker. Hoofd vrijmaken voor nieuwe ideeën door een wandeling langs de kust of slenteren door (pittoreske) dorpjes. Ik wil u in deze spreuk meenemen naar een memorabele vakantietrip.

 

Met onze tent achterin de kofferbak reden we bestemming onbekend tegemoet. We wisten dat we in Frankrijk wilde blijven maar net startend op de arbeidsmarkt was het budget gelimiteerd. Dus niet de tolwegen werden genomen maar de Route National zodat we in ieder geval geen tolkosten zouden hebben. Zo reden we richting Zuid Frankrijk. Niet naar de Cote D’Azur maar richting de Pyreneeën. We daalden af op de wegen tussen Bordeaux en Bergerac.  Destijds nog zonder navigatie maar met een zeer gedetailleerde wegenkaart en de ANWB campinggids. Ons eigenlijke doel was om aan de voet van de Pyreneeën de richting van de Alpen op te rijden zo weer richting Nederland te gaan. Echter dat het ook anders kan  lopen hebben we ervaren.

 

Nadat we een camping hadden gevonden in de gids reden we naar een typisch Frans gehucht. In ons beste Frans spraken we een lokale bewoner aan om de weg te vragen. Het resultaat was een waterval van woorden. En wat we ervan begrepen is dat de eigenaar een paar maanden geleden was overleden. De camping stond te koop, het was een drama. Voor ons de reden om eigenlijk onze reis te vervolgen naar een volgende camping maar de man had een geweldig alternatief voor ons. We moesten hem volgen. Dus stapvoets rijdend volgde we onze nieuwe gids. Bij de lokale slagerij liep hij naar binnen en net toen ik wilde uitstappen om ook een kijkje te nemen kwam een slager (met bebloed schort) onze kant opgelopen. En voordat ik eigenlijk kon handelen deed hij mijn deur open. In gebroken Nederlands sprak hij ons aan en stak zijn hand naar me uit. “Ik Francois, heb ooit vriendin Nederlands, welkom. Jullie gast bij mij, geen probleem, kom”. En daarmee was het beklonken, althans voor hun want wij voelde ons niet helemaal prettig. Francois zou zijn auto pakken en ons meenemen naar zijn huis. En wij moesten het besluit nemen, volgen we Francois of pakken we een andere afslag. We besloten om Francois te volgen. Net buiten het dorp reden we een oprijlaan op met een overweldigend landhuis. Francois dirigeerde ons naar zijn achtertuin. “Zet tent neer, tot straks” en voordat we eigenlijk konden reageren liep Francois weer naar zijn auto en reed weg. Daar stonden we midden in een mega tuin in een godvergeten plaats in Frankrijk. We zagen wat kippen scharrelen en verderop in de wei wat geiten en runderen. Ook een mega schuur. We besloten om eerst de boel te verkennen voordat we de auto zouden uitpakken. We liepen naar de mega schuur. Wat we daar zagen was onbeschrijfelijk. Een mega zaal met (voor die tijd) meerdere hypermoderne kookeilanden. Het was een soort kookschool. Volledig verrast en verbaasd van wat we zagen besloten we, uit nieuwsgierigheid, om onze tent op te zetten. Want hier wilde we meer van weten. We zochten een leuk plekje uit in de buurt van de barbecue kuil en zette onze tent op. Als ervaren kampeerders zaten we al snel op onze stoeltjes voor de tent. De waterkruik gevuld en we waren begonnen om ons eten te bereiden op ons gasflesje tot Francois wild gebarend aan kwam lopen. Hij maakte al heel snel duidelijk dat dit niet de bedoeling was. Francois ging voor ons koken. Weg gasfles en welkom in de leefkeuken van Francois. Onder het koken vertelde hij over zijn leven. Het slagersvak zat in de familie maar Francois wilde meer. Hij wilde nieuwe gerechten ontwikkelen met zijn biologische produkten. Niks kas, niks sproeien. Als groente het niet overleefde in de natuur dan was het gewoon niet sterk genoeg. Sterke groente geeft een krachtigere smaak. Kromme groente niet gebruiken? Waanzin. Het gaat om de smaak. Francois nam ons mee naar de puurheid van koken (en ik spreek over midden jaren negentig). Elke maand nodigde Francois allerlei koks uit om samen gerechten te proeven en te ontwikkelen. Het was een genot om naar deze gepassioneerde slager/kok te luisteren. En natuurlijk zijn kunsten te mogen proeven. Vooral zijn creativiteit in de gerechten die hij maakte. Door vallen en opstaan en door zijn eigen weg te blijven volgen.

Francois heeft zijn kookconcept weten te vertalen naar managerstrainingen. Gebruik creativiteit om medewerkers te inspireren. Verras met verschillende smaken en DURF vooral te koken. Houd controle door (tussentijds) te proeven. Waarom dit verhaal? Omdat Francois zijn kookschort aan de wilgen heeft gehangen. Omdat Francois ook mij heeft geïnspireerd om creatief te zijn in mijn werk. Door niet bang te zijn om te vallen (en weer op te staan). Door te gaan voor kwaliteit en puurheid van smaken in plaats van opsmuk. Ik herinner de reis nog goed, dat is de herinnering maar het is bovenal een inspiratiebron waar ik nog elke dag uit put. Een onvergetelijke kennismaking en het zal u niet verbazen dat wij langer in zijn prachtige streek zijn gebleven want onze gids die ons in eerste instantie leidde naar Francois was zijn vader. En zijn vader nam ons elke dag mee naar idyllische plekjes in hun omgeving, geweldig!

 

Maar ik werd nog het meest verrast door het bericht dat Francois onze ontmoeting koesterde. Nu hij zijn kookschort aan de wilgen had gehangen maakte hij zich klaar voor de volgende stap in zijn leven. Hij zou met een tent in de achterbak van z’n auto en met een kaart in de hand een reis maken. Een reis naar Nederland tot aan de Waddenzee en dan richting het Oosten. Hij had wel een bepaalde planning maar laat zich ook leiden door zijn omgeving. Ik wens hem dan ook een oprechte bon voyage!

 

En voor de goede orde. Wegens de meivakantie zal er geen spreuk van de week gepubliceerd worden op maandag 1 mei. Degene die op vakantie gaat wens ik goede vakantie toe en natuurlijk wens ik iedereen een gezellige meivakantie met volop nieuwe inspirerende herinneringen (voor in die ‘lege’ koffer!).

 

 

Spreuk van de week (week 16, 2017)

 

Zeggen wat je denkt kan ook iets aardigs zijn…

 

In mijn vorige spreuk heb ik al geschreven over communicatie. Hoe intelligent we ook zijn we ervaren dagelijks dat meerdere factoren onze communicatie beïnvloeden. Hoe goed we ons best ook doen, er zijn soms van die dagen… Afgelopen week had ik erg veel zin in mijn werkdag. Een dag met meerdere interessante gesprekken. Mijn vrouw maakte een ochtendwandeling met onze hond en de kinderen maakte zich klaar voor hun dagje school. Even alles nalopen want we zouden allemaal rond het zelfde tijdstip vertrekken. Nog een kopje koffie drinken voordat ik in de auto zou stappen. Ik stond voor de vaatwasser met mijn kopje koffie om na het netjes op te bergen toen mijn vrouw en onze over enthousiaste hond binnen kwamen. Waarom weet ik niet maar deze laatste besloot om even haar blijdschap te delen en sprong tegen me op. Een onverwachte sprong die resulteerde dat mijn bodempje koffie vol op mijn blouse terecht kwam. Toen daarna onze dochter ook vrolijk de hond wilde begroeten, die kwispelend achter me aanliep terwijl ik naar boven stormde, sprak mijn blik boekdelen. Toen ze vroeg wat er aan de hand was maakte ik met een wegwerpgebaar duidelijk dat ik die vraag niet zou beantwoorden. Het overduidelijke bewijs dat emotie van grote invloed is op onze communicatie. Zowel verbaal als non-verbaal.

 

Laat ik u in deze spreuk meenemen naar een andere praktijksituatie. Ik had mijn team gevraagd om de HR dag voor alle functionarissen in mijn team voor te bereiden en uit te werken. Met veel enthousiasme kreeg ik bijna wekelijks een korte update dat ze geweldige plannen hadden en dat de uitwerking hiervan conform planning vorderde. Echter ze wilde me niets laten zien voordat ze zelf 100% tevreden waren. Natuurlijk probeerde ik te achterhalen wat de opbouw zou zijn want het hoofdthema hadden we gezamenlijk al bepaald. Echter het dagprogramma en de invulling hiervan kreeg ik nog niet te horen/zien. Voor mij een ‘leer’ aangezien ik graag een vinger in de pap wil hebben. Zeker als ik een bepaalde rol moet invullen. Dus ik kreeg steeds meer onrust in mijn hoofd en wilde nu toch wel eens de plannen zien en lezen. Na wat aandringen werd een datum geprikt en er was nog tijd genoeg om, indien gewenst, het programma aan te passen.

 

De dag van onze voorbereidende meeting was aangebroken. Ik ging tegenover het projectteam zitten zodat ik gemakkelijk het scherm van de beamer kon bekijken. We waren er allemaal klaar voor. Ik kreeg vooraf de instructie om niet per slide te reageren maar de gehele presentatie te doorlopen en daarna kon ik mijn op- of aanmerkingen plaatsen. Ja ik zal het opbiechten. Ik ben kritisch en wil graag een bepaalde logica in opbouw zien. Dit geldt zeker voor (team)presentaties waarbij er gerefereerd wordt naar bepaalde werkprocessen. Die moeten klip en klaar zijn en daar mag geen onduidelijkheid of open eindje over bestaan. Dus ik zat er klaar voor en werd door mijn projectteam door de presentatie geleid. Natuurlijk zou er op de HR dag bij bepaalde slides een discussie gevoerd gaan worden. En er was een workshop ingepland dus werd ik met een bepaalde voortvarendheid door de presentatie geleid. Aan het einde van de presentatie zat het projectteam mij verwachtingsvol aan te kijken. “Zo wat vind je ervan….. Je bent zo stil, wat denk je?” Ik staarde naar het scherm en doorliep de presentatie in mijn gedachte nogmaals. Mijn team probeerde mijn gedachte te lezen, vindt hij het nu goed of helemaal niets. Ik haalde diep adem “Mijn complimenten, dit is gewoon goed. Opbouw klopt, afwisseling tussen informatie overbrengen en interactie met de groep. Humor en luchtigheid ingebouwd. Dit is gewoon heel goed en zoals een presentatie moet zijn!” De stralende gezichten en de positieve energie die je dan met elkaar voelt dat het een gave en inspirerende dag gaat worden is heerlijk. Tja als manager moet je kritisch zijn en dat kunnen bespreken zodat er de volgende keer verbetering en groei gerealiseerd wordt. Dat geldt voor elk individu maar zeker voor het team. En als je als team dan letterlijk je doel hebt behaald dan is dat een heerlijk positief gevoel. En ook dat mag je dan spontaan zeggen!!!

 

 

Spreuk van de week (week 15, 2017) 

 

Overeenkomst tussen “snookeren” en coachen: via de band spelen levert meer punten op…

 

Communicatie. Hoeveel (werk)relaties zijn niet gesneuveld door een gebrek aan communicatie. Communicatie kent vele vormen. Non verbale communicatie versterkt of verzwakt datgene dat we verbaal uitdragen. En als ik voor mezelf spreek is mijn non verbale communicatie vaak ‘veelzeggend’. Een blik, frons of handgebaar geeft meestal een reactie bij de zender. Ik weet het meestal goed te verwoorden en ook schriftelijk sta ik wel mijn mannetje maar mijn lichaamstaal spreekt boekdelen. Maar communicatie is ook een vak en vele managers zijn overtuigd dat zij ‘goed’ kunnen communiceren. De praktijk is soms schrikbarend….

 

Na mijn introductie bij een organisatie mocht ik zelf op pad gaan. Mijn taak was om het middle management van een naar een hoger plan te tillen. Het MT had het gevoel dat de afdeling Techniek vastliep en nauwelijks meer vooruitgang boekte. Het leek wel of de passie voor het vak weggeëbd was. Ik kreeg de vrijheid om met het management de afspraken in te plannen en mijn agenda werd al snel gevuld. In bloktijden van 2 uur werden de gesprekken gepland. Natuurlijk werd ik met argusogen bekeken want wat zou ik komen doen en vooral wat zou ik brengen. De kennismaking/introductie verliep dan vaak dat ik uitgebreid begon te vertellen over mijn gezin en mijn twee linkerhanden wat tot hilarische situaties kan leiden. Een ijsbreker om vooral te laten zien dat ik menselijk ben. En dat ik er ben om hun verder te helpen zodat ze nog beter uit de verf komen. Verbazingwekkend was iedereen heel meegaand en stond open voor de paar kleine en praktische tips die ik ze gaf. Hun teams waren over het algemeen tevreden dus zoveel was er eigenlijk niet te halen (behalve wat licht schaafwerk). Maar de echte noot die moeilijk te kraken was die zat niet zozeer in het middle management maar was juist hun manager. In alle gesprekken kwam zijn naam met de nodige frequentie naar voren en elke keer hetzelfde thema. Met hem was het altijd een monoloog. Geen ruimte voor discussie en als je bij hem op kantoor kwam dan zuchtte hij veelvuldig en keek hij je zijn kantoor uit.  Een ongelofelijke stugge man die vooral prat ging op zijn eigen management kwaliteiten en zijn team. Diverse certificaten pronkte op zijn kantoor en stuk voor stuk werden ze toegelicht als je als nieuweling een kennismaking met hem had. Ook ik had de eer om zijn achievements te mogen aanschouwen en de bijbehorende achtergrond aan te horen. Hij was erg benieuwd naar mijn bevindingen en aanbevelingen. Toen ik aangaf dat het nog te prematuur was om nu met aanbevelingen te komen was hij teleurgesteld. Hij had van mij goede verhalen gehoord maar dit viel hem tegen. Ik kaatste de bal door me te conformeren aan het plan om mijn Plan van Aanpak zoals besproken in het MT.

De week erop zat ik bij de Algemeen Directeur. Ik vertelde over mijn gesprekken en dat, mijn inziens, het probleem niet zozeer zat bij het middle management maar bij zijn manager. Natuurlijk was dit niet nieuw voor hem. Hij had al diverse medewerkers van zijn team gesproken en ze terug verwezen naar de desbetreffende manager maar ze drongen niet echt tot hem door. En als hij, als Algemeen Directeur, de stap zou zetten dan werd dat gelijk als bedreigend opgepakt. “Dus wat is nu je advies?” vroeg hij.

Ik vroeg wat bedenktijd. Een paar dagen later zat ik wederom met de manager aan tafel. Nu wel om de resultaten te bespreken. En ik had besloten om alles op tafel te leggen. Dus geen zalvende woorden maar de feedback van zijn team.

 

Ik zal geen beschrijving geven van het gesprek maar het was een ‘war zone’. Ontkenning tot aanval tot onkundigheid van mijn zijde alle (negatieve) verdedigende acties passeerde de revue. Ik heb zelden zo moeten vechten om enkel een dialoog op gang te krijgen. Maar ineens bood hij de opening. In zijn monoloog benoemde hij een collega met wie hij gelijktijdig was gestart. Beide in de operatie maar hij had carrière gemaakt. Ik had een haakje gevonden. We besloten om even ons gesprek te parkeren gezien (mijn vijandige) houding en een afkoelingsmiddag in te lassen. Met mijn papieren onder mijn arm ging ik op zoek naar zijn ‘buddy’ van vroeger. Ik vroeg hem of hij even wat tijd kon vrijmaken om die middag bij mij te komen. Dat ging hij regelen en toen ik wegliep zag ik de manager de productiehal inlopen. Toen hij mij zag draaide hij zich om maar ik wist genoeg. Ze hadden nog steeds contact. Bingo!

 

Niet veel later zat hij bij me. Een grote glimlach op zijn gezicht. “Zo meneer de veranderaar wat kan ik voor u doen”. Ik realiseerde me dat hij geen idee had van mijn opdracht dus ik nam een diepe ademteug en nam even afstand. Ik was een buitenstaander, een vreemde. Snel nadenkend hoe ik hier het vertrouwen en medewerking kon krijgen moest niet ik het verhaal doen maar het middle management. Dus weer aanpassen aan het speelveld en zo trommelde ik het middle management bij elkaar. Als voorzitter gaf ik de aftrap en vertelde over het doel van de bijeenkomst en de rol van onze nieuwe toehoorder. Ik positioneerde hem als de buddy van onze manager en naast buddy mocht hij hem een beetje coachen. Met als bijkomend voordeel…naar hem luisterde hij wel. Het werd een gave sessie en met en met werd ook ons geheim wapen enthousiaster over zijn ‘informele’ rol. Ook de algemeen directeur werd geïnformeerd. Natuurlijk waren er ook enkele sceptici. En terecht!! Want wat was precies de rol van onze ‘buddy’ en wat was zijn zeggenschap. Ik nam alle aanwezigen mee in de stappen om te komen van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam. En de taak van onze ‘buddy’ was erop gericht om te klankborden met onze manager (wat hij toch al deed). Maar nu kon het middle management ook gebruik maken van de buddy. Geen klaagzang maar effectief en constructief. De echte coach zou de directeur worden maar die kon dan ook zijn input ‘via de band’ spelen. Want de belangrijkste conclusie was dat iedereen echt wilde dat het team in de samenstelling behouden zou blijven. Alleen voor de interne communicatie was er veel ruimte voor verbetering. En waar bereidheid is om stappen te zetten worden ze ook daadwerkelijk gezet! En onze manager….het heeft even geduurd maar hij vond het steeds prettiger om over zijn ontwikkelpotentieel te praten en het volledige vertrouwen te krijgen van zijn team. Dat had hij niet gedacht en hij was van mening dat zijn team altijd klaagde om hem te ondermijnen. Tja communicatie is een vak, al moet je soms gebruik maken van de band…

 

 

Spreuk van de week (week 14, 2017) 

 

Stilstaan bij je handelen is vooruitgang (Loesje)

De maand april is aangebroken. Zes maanden aktief als ZZP’er. Met een paar mooie (losse) opdrachten op zak aan de slag gegaan en de concurrentieslag aangegaan op het vlak van HR support en recruitment. En het resultaat is eigenlijk verbluffend. Zonder nu een enorm track record te hebben ben ik wel met vele grote organisaties in gesprek dan wel gestart met de invulling van een (search)opdracht. Erg leuk maar ik had ook weer behoefte om in een organisatie bezig te zijn met een lekkere hands-on opdracht. Een bericht uitgestuurd in mijn netwerk. Dank voor de vele tips en ook de nieuwe mogelijkheden/leads die aan me werden voorgelegd. Het netwerk werkt aan de andere kant heeft het nog niet geresulteerd tot die interim opdracht. Tijd voor reflectie en even stil te staan om na te denken om uiteindelijk weer vooruit te gaan. Want ik beschouw deze zes maanden als de eerste mijlpaal van YouGrow!

 

Ik beschouw mijn werk elke dag opnieuw als topsport. Inzet is belangrijk naast training. En training is dan niet twee keer per week maar elke dag. Trainen om beter te worden en om handelingen om te buigen naar automatisme oftewel van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam.

Laat ik u even meenemen naar mijn jeugdjaren waarin sport een hele belangrijke rol speelde. Hockey en tennis. In het hockeyteam speelde ik op het middenveld (ook toen al wilde ik graag midden in de organisatie staan). De aangever voor de spitsen zijn zodat zij kunnen scoren en de buffer voor de verdediging om de aanval van de tegenpartij te onderbreken. Een belangrijke eigenschap van een middenvelder is het speelveld kunnen overzien en snel kunnen schakelen. Een echte middenvelder is ook niet bang om hard te werken en ervoor te zorgen dat de medespelers groeien in hun spel.

 

Natuurlijk waren de wedstrijden het moment om te toetsen of de trainingsinspanningen haar vruchten afwierpen. En zeker aan het begin van een seizoen, als de selectie nog niet op elkaar was ingespeeld, was het middenveld belangrijk om de speellijnen uit te zetten. Maar ik kan u verzekeren dat ook wij wel eens als kippen zonder kop over het veld rende zoekende naar een opening.

Wat me eigenlijk altijd het meeste is bijgebleven was het moment dat wij een nieuwe trainer kregen. Een ervaren speler die mij uitnodigde om in hun seniorenteam mee te komen spelen en hij zou de positie in de verdediging nemen achter mij. Ondanks ons leeftijdsverschil en dat ik conditioneel veel beter was werd ik in de eerste wedstrijd weggespeeld. Ik liep puffend en kreunend van het veld en hij flierefluitend. In de kleedkamer vroeg hij hoe ik de wedstrijd ervaren had. Ik had maar een vraag en dat was waarom hij niet ‘leeg’ was terwijl ik hem ook op vele posities in het veld had gezien. ‘Dat is nou ervaring Michiel. We spelen hetzelfde spel maar ik anticipeer op het spel en jij laat je leiden door het spel’. In de wedstrijden die we daarna samen speelde liepen we vaak samen en hij liet me (in)zien dat je het spel kunt lezen. Met een kleine knik of woord coachte hij me. Natuurlijk ging het niet van een leien dakje. Ik moest het ontbreken van spelinzicht compenseren door extra hard te werken maar hij leerde me om niet alleen naar de bal te kijken maar juist naar alle spelers. En steeds vaker vroeg hij mij, bij de dode spelmomenten, om het team te positioneren. In deze periode heb ik het meeste geleerd. En nog voor de winterstop werd ik gevraagd om mijn leerplek in te ruilen voor een andere speler uit mijn team. Ik vond het erg jammer maar begreep ook wel dat deze persoonlijke coaching ons hele team naar een hoger plan kon tillen.

 

Deze positie van middenvelder maar ook de aanpak van mijn trainer destijds is iets wat ik omarm met YouGrow. Ik sta het liefste midden in de organisatie en laat anderen excelleren in hun werk. Gewoon lekker werken en genieten van de resultaten die we behalen. En als ik, als interimmer, meekijk over de schouder dan geef ik de medewerkers een tip op het moment dat ik wat zie. Want stilstaan bij je handelen is echt vooruitgang = YouGrow!!

 

 

Spreuk van de week (week 13, 2017)

 

Het is vaak gemakkelijker om te vechten voor principes dan ze na te leven…

 

Deze spreuk is gedaan door Adlai Stevenson II een befaamd politicus en redevoerder. En ik ben van mening dat iedereen wel een voorbeeld kent waarin regeltjes voor iedereen geldt behalve voor….. Dan is enkel de vraag hoe cruciaal is het onderwerp om het gevecht aan te gaan want meestal slaat het op iemand die in de hiërarchie hoger staat.

 

Aanvangstijden/kantoortijden. Bij indiensttreding worden dergelijke bedrijfsregels toegelicht. In mijn loopbaan heb ik al diverse kantoortijden meegemaakt. Van 08.00 uur aanwezig zijn tot flexibel tot 09.00 uur. In de start van mijn werkende bestaan (bijbaan) werd er ‘streng’ op toegezien dat alle werknemers tijdig aanwezig waren. Drie keer te laat komen in een kwartaal betekende ‘de totale minuten overschrijding plus 15 minuten in mindering op je verlofsaldo’. Het bedrijf was aktief in metaal en elke ochtend fietste ik naar het bedrijf. Na de omkleedruimte waren stonden de prikklokken bij de ingang van de hal voor het kantoor van de voorman. De regeling was om 07.50 uur inklokken en dan kop koffie in de kantine. De voorman zag er streng op toe dat iedereen ook om 08.00 uur aan de slag ging. Het was ten strengste verboden om in burgerkleding in te klokken, de werkkleding aan te trekken en aansluitend naar je werkplek lopen. Zolang als ik er werkte kwam het onderwerp met enige regelmaat terug in het werkoverleg. De ploeg vond het belachelijk want het waren 50 minuten onbetaald. Het voorstel was om 07.50 uur in te klokken en dan om te kleden en conform rooster om 08.00 uur met de werkzaamheden te starten. De voorman wuifde het weg. Dit waren de regels en iedereen in het bedrijf hield zich aan deze principes.

 

In de vakantieperiode werkte ik er fulltime en in deze periode ging onze voorman op vakantie. Zijn honeurs werden waargenomen door de produktiechef. Deze produktiechef woonde wat verder weg en in de eerste week kwam hij twee dagen na acht uur binnen. De week erop waren het al vier dagen. De ploeg hield zich morrend aan de regeling. Maarja het ging mis toen de zoon van de produktiechef ook vakantiewerk kwam doen. Hij reed met zijn vader mee  en ja hoor hij kwam doodleuk in zijn eerste week vier dagen te laat. De voorzitter van de ondernemingsraad zat op de administratie en de secretaris werkte in onze ploeg. Elke week werden de uren gecontroleerd, aangepast (na akkoord door leidinggevende) en aan de salarisadministratie doorgegeven. In de derde week van de vakantie van onze voorman kwamen de eerste geruchten dat de uren van zijn zoon waren gecorrigeerd maar dan in positieve zin. Geen tijdaftrek dus. In de daarop volgende week kwam onze voorman terug maar wederom waren de uren van zijn zoon gecorrigeerd. Er ontstond wrevel tussen de ploeg en zijn zoon. En sterker nog ineens werden wij, de vaste bij- en vakantiebaan medewerkers, het onderwerp van gesprek. Hoe konden wij het verkroppen dat de zoon van de baas zich niet aan de regels hoefde te houden en dat wij beboet werden voor het minste of het geringste.

 

Na terugkomst van onze voorman, en aanvang van de vakantie van de produktiechef, werd een spoed werkoverleg aangevraagd ondanks de vakantieperiode waren diverse collega’s aanwezig om wel hun zegje te kunnen doen. Een halfuur klaagzang en de tijdsoverschrijdingen werden steeds groter tot uren (overdrijven is ook een vak). De voorman hoorde het stoïcijns aan. Nadat iedereen uitgeraasd was vertelde hij dat er niets veranderd was in de regeling en dat het principe nog steeds van toepassing was. Geen uitzondering werd geduld en daarmee was het verhaal klaar.

 

Na de vakantieperiode werd het onderwerp door de OR geagendeerd. De bestuurder was duidelijk dat er geen individuele casuïstiek besproken zou worden en het bedrijfsbeleid niet werd aangepast. Het werd al decennia op deze wijze toegepast en zo zou het ook nog decennia gaan. Via de secretaris (en de beroemde kantinepraat) hoorde ik dat de voorzitter het woord nam en zei: “Ik snap wat de bestuurder bedoelt. Er wordt niets gewijzigd in het beleid. Dit betekent dat zij zich volledig conformeert aan de gemaakte afspraken die ook gelden voor het management. Voorbeeld gedrag is cruciaal en dat verwachten onze medewerkers van haar management. Laten we dan ook weg blijven van het gevoel dat het  gemakkelijker is om te vechten voor principes dan ze na te leven…”. Ondanks dat het eigenlijk geen agendapunt was, was het punt wel (heel duidelijk) gemaakt.

 

 

Spreuk van de week (week 12, 2017)

Het gevaar van halve waarheden is dat men de verkeerde helft gelooft…

 

Werkzaam als HR Manager kwam de algemeen directeur aan mijn buro zitten. Normaal gesproken kwam gelijk het onderwerp op tafel maar nu draalde hij wat. Hij vroeg het ging en of de projecten liepen. Omdat dit gedraai me niet zo beviel vroeg ik hem op de man of hij of zijn vraag wilde stellen of dat we een afspraak zouden maken om ‘iets’ te bespreken. “Nou je hebt gelijk Michiel. Ik kom vertellen dat ik mijn baan heb opgezegd”. Enkele seconden (gevoelsmatig minuten) heb ik niets kunnen uitbrengen en enkel naar hem gestaard. Natuurlijk rijzen er dan miljoenen vragen die je op dat moment wilt stellen maar zijn geheven hand weerhield me hiervan. “Ik heb mijn ontslag ingediend en ik heb mijn redenen bekend gemaakt bij de CEO en de VP HR en daar blijft het bij. Je kunt vragen wat je wilt maar het is een persoonlijke overweging die ik niet met het team zal delen”. Daarmee moest ik het doen. Natuurlijk ondernam ik een poging maar zijn blik was toereikend. Hij zou vandaag alle MT leden informeren en maandeinde de rest van de organisatie.

 

Mijn collega van operations belde me dezelfde middag op. Hij had een overleg gehad op het hoofdkantoor en werd uit de meeting gehaald om het ontslag te bespreken. Mede omdat ze hem wilde aanwijzen als algemeen directeur a.i.. Ze hadden hem verteld dat onze directeur om persoonlijke redenen zijn ontslag had ingediend maar suggereerden dat er meer achter zat. Het nadeel van een HR functionaris is dat ‘men’ altijd denkt dat wij alles weten want het nieuws ging als een lopend vuurtje door de organisatie en iedereen wilde het verifiëren bij mij.  Wij bleven maar herhalen dat zijn ontslag zijn persoonlijke omstandigheden waren.  Maar ‘men’ wilde meer weten en al snel gingen er allerlei verhalen rond wat die persoonlijke omstandigheden wel niet zouden zijn. Tot één verhaal de kop opstak. Er zou een getuigen zijn geweest die bij de PA van de CEO stond op het moment dat onze directeur briesend de deur van het kantoor had open gegooid. Hij zag hoe allerlei papieren op de grond en tafel dwarrelden. De CEO wreef met zijn hand over zijn wang want onze directeur had hem geslagen. Dat was wel duidelijk volgens de onbekende kroongetuige. En toen onze directeur het kantoor passeerde van de PA greep hij in zijn binnenzak en smeet een envelop op de grond “Daar mijn ontslagbrief”.

 

Wij, als MT, werden door velen bevraagd over ‘het voorval’ en zelfs de ondernemingsraad stuurde mij een mail om de communicatie op te starten om de rust terug te brengen. Ik sms’te onze directiesecretaresse dat ik maandagochtend een afspraak wilde inplannen om de ontstane consternatie te bespreken. Vijf minuten later kwam de bevestiging, geregeld.

 

Toch wel met een gek gevoel in mijn buik zaten we maandag aan tafel. Mijn directeur keek me aan en nodigde mij uit om te beginnen. Ik vertelde over de verhalen die de ronde gingen. Zijn gezichtsuitdrukking veranderde toen ik vertelde over de getuige die alles had gezien. Na een paar keer diep te hebben adem gehaald keek hij me aan. “En jij gelooft dat?”

“Nee natuurlijk niet maar ik wil wel dat jij dit weet. Als jij niets zegt of ruimte geeft om zelf invulling te geven dan krijg je dit en dit beschadigt alles wat je hebt opgebouwd”. Bedenkelijk keek hij me aan. Toen pakte hij de telefoon en belde de CEO. Hij vertelde wat hij van mij had gehoord en dat deze wild west verhalen snel de kop ingedrukt moesten worden. Ze spraken af dat ze dezelfde dag nog een memo zouden uitsturen. En daarmee werd het gesprek beëindigd. Hij vertelde me dat over een diagnose die was gesteld bij zijn vrouw waarbij de vooruitzichten niet goed waren. Hij wilde er zijn voor zijn vrouw en zijn gezin dus na 23 jaar dienstverband wilde hij geen last zijn voor de werkgever maar alle vrijheid hebben. “Ik wil optimaal kunnen functioneren en geen medelijden hebben vanwege mijn omstandigheden, daarom mijn ontslag Michiel. Ik had het er moeilijk mee toen ik het vertelde aan onze CEO, sterker nog we hadden allemaal tranen in onze ogen. Om dit te onderdrukken ben ik naar buiten gelopen en heb ik mijn ontslagbrief op het buro van de PA gelegd maar haar niet aangekeken. En toen ik in de lift wilde stappen stapte iemand van administratie uit. Hij zag mijn tranen en vroeg me of er iets was. Ik heb gezegd dat mijn loopbaan nu voorbij is en ben in de lift gestapt. De rest kan ik niet invullen maar blijkbaar is er weer naar eigen inzicht een verhaal verzonnen dat nergens op slaat” en hij slaakt een diepe zucht.

“Mag ik het echte verhaal vertellen als men erom vraagt in plaats van er om heen te draaien?” vroeg ik hem. “Nou, de les die ik er weer uit trek is dat de waarheid nog altijd het beste is”. Hij leunde achterover in zijn stoel en staarde naar het plafond “Het gevaar van halve waarheden is dat men de verkeerde helft gelooft. Knoop dat goed in je oren Michiel”. En dat heb ik gedaan.  

 

 

Spreuk van de week (week 11, 2017)

 

Hetzelfde T-shirt maakt nog geen team…

Wat is er de laatste tijd niet in het nieuws over overnames. De ene nog groter (financieel) dan de andere. Allerlei bedragen circuleren in de markt en natuurlijk probeert iedereen z’n slag te slaan nu we in de naweeën van de crisis  zitten. Want, volgens de financiële adviseurs, gaat de verkoopwaarde snel crescendo dus nu is de tijd aangebroken om te kopen. En ondernemers zijn niet voor niets ondernemers en kansen moet je pakken als ze er zijn. Een overname is leuk maar dan begint het echte werk want medewerkers hebben voor een bepaalde werkgever gekozen en de overgenomen partij ervaart vaak dat er toch wel (grote) verschillen zijn tussen de organisaties en dan moet bruggen gebouwd worden.

 

In de pauze bij een netwerkbijeenkomst sprak ik met een ondernemer. Hij vertelde dat het ondernemerschap hij nu toch wel zwaar viel. Hij had een begin dit jaar een ander bedrijfje overgenomen. Hij had een plan opgesteld voor zijn leidinggevenden en zich goed laten informeren door adviseurs. Conform zijn draaiboek was hij veelvuldig aanwezig op de hoofdlokatie van het bedrijf dat hij had overgenomen. Eind december had hij een grote kick-off meeting gehouden en met enige regelmaat riep hij alle medewerkers bijeen om een update te geven. Tot slot had hij een feestavond georganiseerd waarbij iedereen een T-shirt had ontvangen. Een leuk aandenken voor de feestavond en vanaf januari hadden alle (uitvoerende) medewerkers nieuwe bedrijfskleding ontvangen (de nieuwe start). Alle lichten zouden op groen moeten staan want er was veel communicatie, openheid over de integratie, geen banenverlies, een makkie volgens het draaiboek. Toch was de sfeer, als hij op de andere vestiging was, bedompt. Een aantal medewerkers hadden al aangegeven dat ze op zoek waren naar een andere baan. Hij wilde eigenlijk de vestigingen samenvoegen, het was maar een paar kilometer uit elkaar, maar dat plan stuitte op heel veel weerstand. Dus dat plan ging (voorlopig) in de ijskast. Zijn eigen team die voortvarend de werkwijzes en procedures probeerde uit te leggen aan de nieuwe collega’s kregen zoveel negativiteit over zich heen dat ze amper contact durfde op te nemen. De beoogde uniformiteit was ver te zoeken. En tot zijn ontsteltenis namen het aantal klachten van zijn klanten schrikbarend toe. De ondernemer werkte zich in de slag in de rondte om iedereen aan boord te houden en te wijzen op zijn of haar takenpakket. Hij had het gevoel dat hij er alleen voor stond en het was des te frustrerend dat het negativisme oversloeg op zijn eigen vertouwde team. Van vriendelijk vragen tot en met boos uitvallen en het effect…… nul komma nul.

 

“Wat vind jij er nu van?” vroeg hij aan mij, “Jij bent toch organisatie adviseur” het cynisme droop van zijn opmerking. De drie anderen die ook aan de tafel stonden stopten even hun gesprek en keken mij aan.

“Eerlijkheidshalve snap ik het wel. Je zegt dat er niets veranderd maar je spreekt over samenvoeging van vestigingen. Je wilt jouw administratieve processen doorvoeren dus het klopt niet met wat je uitspreekt. En beide bedrijven liggen een paar kilometer uit elkaar en  ze verrichten gelijkwaardige werkzaamheden. Waarom hebben deze medewerkers voor die andere werkgever gekozen en niet voor jou? Dat moet je zien te achterhalen want dan weet je waar je aandacht aan moet geven. En als ik je echt een tip mag geven. Realiseer en accepteer dat medewerkers toch de keuze maken om een overstap te maken. Geef ze focus door de issues met de klanten, ga het gesprek aan of ze voor de klant willen vechten of dat het ze niet interesseert. Maar breng het positief dat de klant voor de organisatie heeft gekozen maar vooral voor de medewerkers die het werk doen, de service en de correcte administratieve afhandeling. Zij hebben altijd hun best gedaan om die klanten te winnen en maak het nu hun taak om de klant te behouden”. Het gesprek kabbelde nog wat voort en toen we gevraagd werden om weer naar de zaal te gaan stak hij zijn hand uit. “Eindelijk iemand die me concrete adviezen geeft”. Uitgebreid schudde hij mijn hand “Dank je wel, jij komt er wel” zei hij “Als organisatie adviseur”.

“Dank je wel. En als je het goed vindt dan stuur ik je een mail die aansluit op wat we hebben besproken”. En de inhoud van mijn mail:

“Hetzelfde T-shirt maakt nog geen team!!!”

 

 

Spreuk van de week (week 10, 2017)

Je bent nooit een verliezer zolang je blijft volhouden

 

Ondertussen ben ik vijf maanden verder, als ondernemer. Wat zijn nou vijf maanden in een (ondernemers)leven. Nieuwe contacten worden gelegd en nieuwe netwerken worden inzichtelijk. Ondernemen is ook kansen zien, geloof hebben in een concept en vooral volhardend zijn. En over volhouden deze spreuk.

 

In gesprek met een andere ondernemer vertelde hij me dat hij na zijn start een aantal succesvolle jaren had gekend. Hij had personeel aangenomen en hij leerde zijn nieuwe medewerkers de kneepjes van het vak. Een echte vakman en het was leuk om zijn ogen te zien twinkelen bij zijn verhaal. Alleen bij de factor personeel en groei keek hij enigszins bedrukt. We besloten om op een andere moment een afspraak te maken.

 

Op de dag van de afspraak kwam ik in zijn kantoor, werkkamer, achterkamer. Zijn werkplaats was achter het huis en daar zag ik zijn personeel druk doende met allerlei machines. Na de eerste kop koffie kwamen we ter zake en ik vroeg hem wat hem dwars zat. Hij vertelde dat hij gevraagd was om aan een groot project te gaan werken maar dan moest hij gaan voldoen aan allerlei normeringen en daar zag hij als een berg tegenop. En een van zijn beste personeelsleden had bewust de overstap gemaakt om voor een kleine ondernemer te werken omdat hij gek werd van al die regeltjes bij zijn oude werkgever. De opdracht en marge was goed en het bood hem de ruimte om te gaan investeren in een andere werkplaats. Kortom te goed om te laten lopen maar hij wilde niet gaan werken volgens alle regeltjes. Hij had het zelf ook meegemaakt en het betekende nog meer papierwerk maar het leverde niets op (behalve een grote opdracht dan….).

 

Ik luisterde aandachtig naar zijn verhaal en vroeg hem wat hij wilde maar dan ook echt wilde. Dat het een man was die graag met z’n handen werkte was makkelijk in te vullen. De hele papierkraam behoorde iets minder tot zijn talenten. Maar in zijn relaas vertelde hij dat zijn zoon ook al voor hem aan het werk was en dat hij ooit zijn bedrijf wilde overdragen aan zijn zoon. Ik vroeg hem of zijn zoon ook al een partner had en hij beaamde dat. Ze studeerde maar hoe dat schoolstelsel allemaal werkte hij snapte er helemaal niks meer van. Niets van schoolbanken maar veel vrije tijd enzo.

 

Niet veel later zaten we samen op een blaadje een aantal opties door te nemen. We betrokken zijn zoon bij het gesprek want ook hij moest achter de keuze staan. De keuze om voor de opdracht te gaan was al snel gemaakt. Dan volhardend zijn in het doorvoeren van de noodzakelijke maatregelen om te voldoen aan de normeringen zoals gevraagd. Er was geen keuze dit was een must en daar moesten zij achter staan. Gelukkig was het zijn zoon die volmondig bevestigde dat dit de enige weg was. Bij het vraagstuk om inzichtelijk te maken hoe en op welke wijze de regelingen opgesteld en geïmplementeerd moesten worden werd in eerste instantie naar mij gekeken. Ik wuifde dit weg en keek naar zijn zoon. “Kan jouw vriendin, als bijbaantje, dit part-time doen?” vroeg ik hem. In eerste instantie keek hij bedenkelijk maar nu steunde zijn vader mijn voorstel. “Da’s een goeie, dan leert ze ook eens wat wij doen”. En zo waren alle hobbels genomen en de weg (op papier) vrij om te gaan voor de grote opdracht.

 

Afgelopen week kreeg ik een berichtje van zijn zoon. Ze hadden alle procedures inzichtelijk en werkinstructies opgesteld. Het team hadden ze meegenomen in het vooruitzicht van het grote project en doordat er werkinstructies kwamen liepen een aantal processen veel beter (bestellingen op tijd binnen om te kunnen produceren ed). Zijn vriendin vond het heerlijk om mee te werken en ook wat te verdienen. En in zijn ps schreef hij dat ik in het gesprek had gezegd dat hij vooral moest volhouden en niet afwijken van zijn ingezette koers. Ze hadden een tegeltje gekocht van een waakhond met de tekst ‘beware of the dog’ en daaronder de tekst ‘ je bent nooit een verliezer zolang je blijft volhouden en Michiel komt binnenkort controleren….dus houd je aan de afspraak’. Met een dikke duim omhoog en een smiley reply ga ik inderdaad binnenkort eens een bezoekje brengen!

 

 

Spreuk van de week (week 8, 2017)

Wie niet openstaat voor nieuwe remedies, kan nieuwe kwalen verwachten…

In de afgelopen week hadden mijn vrouw en ik besloten om de bergruimte op onze zolder eens na te lopen en op te ruimen. Startend met 1 vuilniszak naar boven maar al snel werd dit een rol. En vele rollen volgde. Enigszins verbaasd over onze eigen bewaardrift bekeken we het geschoonde resultaat. We hebben ons verbaasd over de historie welke we hebben ‘opgeborgen’. Een garantiebewijs van 20 jaar oude huistelefoon die al meermaals is vervangen door nieuwere versies. Maar ook oude tijdschriften en (management)artikelen met geel gemarkeerd tekstgedeeltes met wat gekriebel van mijn hand. Maar het meest heb ik geschaterd om een oude klapper, netjes in het hoekje verstopt, met daarin mijn sollicitatiebrieven toen ik, net afgestudeerd, mijn stap wilde zetten in het beroepsleven.

 

Een mailadres was er destijds niet dus alles ging nog per reguliere post. De vacatures werden gepubliceerd in een krant. Uitgeknipte advertenties en volgens de sollicitatierichtlijnen van weleer de brief en het CV opstellen. Dat mijn schrijfstijl zich wel moest ontwikkelen was duidelijk zichtbaar maar ook sommige bevestigingsbrieven en bovenal de afwijzingsbrieven zijn niet meer in deze tijd te plaatsen. Een leeftijdsgrens die hard werd gesteld, niet relevante bijbanen??? in mijn studietijd (echt waar) en te populistisch taalgebruik toepast en te amicaal had geschreven. Tegenwoordig zouden dergelijke berichten onmiddellijk via social media gedeeld gaan worden. Natuurlijk waren deze brieven uit de tijd dat er meer aanbod dan vraag was. Oftewel de werkgevers konden kiezen en de werkzoekenden stonden in de rij.

 

Hoe anders is het nu. Er zijn volledige campus recruiters die enkel en alleen scholen nalopen om studenten te binden aan een werkgever. Werkgevers richten speciale ontspannings- en inspiratieruimtes in voor haar medewerkers om het beste uit zichzelf te halen. Vaste kantoortijden kennen we niet meer. Sabbatical is geen vies woord meer. Ouderschapsverlof voor vaders de normaalste zaak. Solliciteren gebeurt tegenwoordig via LinkedIn profielen en vacatures staan op Facebook en twitter.

 

Openstaan voor nieuwe remedies is niet makkelijk. Ik was op bedrijfsbezoek bij een organisatie waar veel fysiek werk gedaan werd. Arm- schouder en rugklachten waren een veelvoorkomend probleem en de arbodienst en leidinggevenden lagen regelmatig met elkaar overhoop. Het verzuim was ‘absurd’ hoog maar een oplossing kwam er niet. Alles hadden ze geprobeerd. Niet-verzuimbonussen, vervangende werkzaamheden, dagelijkse controles, fysiotherapeut op lokatie etc etc. Tot het management besloot om eens anders tegen het werk aan te kijken en met de medewerkers naar een werkbare oplossing te zoeken. Een indrukwekkend traject waar werkbare en minder werkbare suggesties werden gedeeld. Het voorstel om voor aanvang van de dienst een warming-up te verzorgen werd in eerste instantie weg gewuifd. Een kwartier voor aanvang ochtendgymnastiek doen was voor zotten niet voor hardwerkende werknemers. Toch besloot het management om het aan te bieden en te stimuleren want op dezelfde voet doorgaan was onmogelijk. Een klein groepje pakte de aangereikte oplossing aan en namen deel aan de warming-up. Het verzuim nam binnen 1 maand bij de deelnemers af. En ze voelde zich ook nog eens beter. Het positieve effect op de deelnemers werd ook weer gedeeld met de collega’s en het aantal deelnemers nam week na week toe. Het heeft zich nu zodanig ontwikkeld dat het merendeel van de ploegmedewerkers deelnemen aan de warming-up. En het verzuim….met tweederde gedaald.  Dit was een praktijkvoorbeeld dat openstaan voor nieuwe remedie echt werkt!

 

 

 

Spreuk van de week (week 7, 2017)

 

Working hard for something we don’t care about is called STRESS;

Working hard for something we love is called PASSION…

 

Dit is zo’n herkenbaar onderwerp voor velen. Stress en passie…en het ligt zo dicht bij elkaar, net zoals haat en liefde. Wij zijn zodanig getraind dat wij (enkel) reageren op negatieve prikkels. Goede punten halen op school is ‘goed gedaan’. Bij slechte cijfers worden hele verbeterplannen opgesteld=stress. Een compliment krijgen wordt tegenwoordig steeds meer ervaren als iets unieks. Kijk maar op social media. Hoeveel positieve berichtjes ‘posten’ we op onze profielen. En wederom stress als we te weinig likes krijgen…ach ja. 

Een week voordat ik zou gaan starten bij mijn nieuwe werkgever kreeg ik toegang tot mijn zakelijke mail waarin diverse afspraken en documenten in mijn mailbox zaten. Ik bestudeerde deze op m’n gemak maar sommigen wierpen nog teveel vragen op dus ik probeerde een schifting te maken tussen ter kennisgeving, tbv overleg en aktie. In het weekend voor mijn start kreeg ik een nieuwe mail. Deze kwam van een medewerker van het bedrijfsbureau. Het heette mij welkom bij het bedrijf en hij wilde graag op korte termijn een afspraak om een aantal belangrijke zaken rondom zijn loopbaan te bespreken. Ik archiveerde deze tbv overleg en sloot mijn mailbox.

Op mijn 1 e werkdag werd ik warm ontvangen en ontmoette heel veel medewerkers. Zoveel nieuwe namen en nieuwe gezichten, hoe zou ik die allemaal gaan onthouden…??!! Aan het einde van de week zat ik samen met mijn manager om mijn eerste indruk te geven. Ik voelde me echt als een vis in het water en de week voelde alsof ik er al veel langer werkte, zo vertrouwd voelde het. Ook hij was tevreden en had positieve feedback gekregen. Zo liepen we door een paar punten en aandachtsgebieden en ik haalde de mail aan van de medewerker bedrijfsbureau. Zijn houding en gezichtsuitdrukking veranderde onmiddellijk “die negatieve mislukkeling, heeft hij jou een mail gestuurd. Laat maar liggen ik ga persoonlijk het gesprek wel met hem aan. Ik ben klaar met zijn gestook in deze organisatie”. Ik suste zijn opkomende ergernis en wist te voorkomen dat hij het gesprek aan zou gaan door aan te geven dat ik onbevangen het gesprek kon aangaan en te luisteren waar het knelpunt zat. De daarop volgende minuten werden gevuld met een relaas over deze desbetreffende medewerker en mijn beeld werd gevormd.

Een paar weken later zat ik samen met de desbetreffende medewerker. Hij was blij dat ik een afspraak met hem had ingepland. Omdat ik een beetje een beeld had gekregen van de interne organisatie kon ik bepaalde (organisatie eigen)  zaken sneller plaatsen. Hij was een medewerker die de afgelopen jaren altijd in de top 3 van ziekteverzuim had gezeten en bijna op alle management vacatures gesolliciteerd. Toen ik hem uitnodigde om zijn verhaal te doen was zijn verzuim het eerste punt wat hij aanhaalde. Hij had zoveel stress van zijn werk en deze organisatie. Hij vond dat hij altijd werd tegen gewerkt. Er dreigde een hele bak ergernis over mij uitgestort te worden dus ik stopte zijn relaas. “Dus je zoekt wat anders begrijp ik en wat kan ik voor je doen?”

“Euhm niets, gewoon ik wil dat je mijn situatie kent”

“Dus je wilt klagen, verzuimen wegens stress en je verwacht dat ik niets doe, dat is vreemd nietwaar?” Na een paar keer heen-en-weer pingpongen gingen we samen op zoek naar ‘mogelijkheden’. Hij wilde van de binnendienst functie naar een buitendienst functie. Dat deze promotie bijna een mission impossible zou zijn bij zijn huidige werkgever had hij zich ook wel gerealiseerd.

Met zijn ambitie, buitendienstfunctie zijn we gezamenlijk aan de slag gegaan. Hij vond het te gek dat hij een luisterend oor had gevonden en ik stimuleerde hem in het realiseren van zijn ambitie. Ik tipte hem op bepaalde (externe) functies, bracht hem in contact met werving&selectie buro’s en attendeerde mijn netwerk. Natuurlijk had ik zijn afdelingshoofd meegenomen in deze aanpak. Ondanks dat hij regelmatig afwijzingen kreeg bloeide hij als mens en als functionaris helemaal op. Zijn nieuwe doel werd steeds tastbaarder en hij realiseerde zich dat goed afsluiten ook hoort bij het kunnen maken van een nieuwe start. Het aantal (interne) klachten nam af, zijn verzuim was gedaald naar nul en hij kreeg intern steeds meer positieve pers. Elke twee weken hadden wij een koffiemomentje om even bij te praten. Letterlijk 5 tot 10 minuten samen koffie drinken en tegen elkaar aanpraten wat lukte wel en wat niet. Het was heerlijk om hem met zoveel passie en gedrevenheid te zien. Natuurlijk kwam het onvermijdelijke, zijn ontslagbrief. Glunderend kwam hij ‘m overhandigen “Ik heb  het geflikt Michiel, ik word commercieel buitendienstmedewerker bij een grote werkgever”. Ik heb hem hartelijk gefeliciteerd. En het leuke was dat bij zijn afscheid vele collega’s refereerden naar zijn houding en gedrag; van stress en vervelende collega naar passie en enthousiaste collega die ze OPRECHT zouden gaan missen.

En uiteindelijk kreeg ik weer stress want ik moest op zoek naar een goede, enthousiaste en  gedreven medewerker bedrijfsbureau…

  

 

 

 

Spreuk van de week (week 6, 2017) 

Leiderschap gaat niet over de baas zijn.
Leiderschap gaat over zorgen voor je mensen over wie je de baas bent…
 

Dit is een uitspraak van Simon Sinek. En, gelukkig, wordt er sinds een aantal jaren weer gesproken over de factor mens. De medewerker staat centraal. Maar dit betekent dat de rol van leidinggevende ook verandert. En wie helpt hen daarbij…??

Toen ik deze spreuk zag moest ik aan een bepaalde situatie denken waarbij mijn advies werd gevraagd.

Werkzaam als intercedent had ik diverse klanten. Een van deze contactpersonen trof ik jaren later op een workshop en onze (hernieuwde) contactgegevens werden uitgewisseld. Hij was zelfstandig ondernemer geworden en had ondertussen een organisatie opgebouwd. In de crisisjaren kreeg ik een mail van hem of ik een keer met hem kon sparren over zijn organisatie want hij maakte zich zorgen. Door alle laatste jurisprudentie over afslanken, (deeltijd)ontslag door te nemen en voor te bereiden kwam ik, mijn inziens goed beslagen ten ijs, naar de afspraak.

Het eerste uur werd voornamelijk gebruikt voor de uitwisseling van alle loopbaanstappen en persoonlijke ontwikkelingen waarna we langzaam bij het onderwerp kwamen. Ik pakte mijn paperassen uit mijn tas en toen hij deze zag reageerde hij direct: “Ik wil niemand ontslaan. Ik wil juist dat iedereen blijft maar ik maak me zorgen”. Enigszins beschaamd stopte ik mijn papieren weer in mijn tas en nodigde hem uit om zijn verhaal te doen.

Hij vertelde over zijn sales manager. Een goede en fijne vent. Maar hij had thuis nogal wat trammelant. Hierdoor waren ze nu aan de vooravond van een vechtscheiding althans daar leek het op uit te draaien. Op het werk werd hij telefonisch door haar lastig gevallen en dit was vorige week nog ontaard in een telefonische scheldpartij op kantoor! Hij was verhuisd naar een klein appartement maar ook dit deed hem geen goed. De man met de fles was nu zijn beste maatje geworden en zijn collega’s twijfelde of ook nog eens of hij de toevlucht had gezocht in drugs. Een paar dagen geleden had hij, midden in de nacht, een emotionele mail gestuurd met verzoek voor een voorschot op zijn bonus en vakantiegeld. Ze hadden een afspraak gepland om de situatie te bespreken. “Wat vind jij dat ik moet doen?” was zijn vraag en daar zat ik.

Ik wees hem op de gekleurdheid van het verhaal want hij had maar één kant van het verhaal gehoord (versie van zijn sales manager). En om als werkgever op te treden als financiële instelling voor werknemers vind ik altijd gevaarlijk (hoe moeilijk dat ook is). Daar zijn banken voor.  Na wat tips en adviezen te hebben uitgewisseld vroeg hij me of ik bij het gesprek wilde zijn. Zo gezegd zo gedaan.

De afspraak was op zaterdag om de privacy te kunnen waarborgen (en kwam mij beter uit) en na een korte introductie werden de piketpaaltjes geslagen. We maakte ons zorgen maar hij moest weer grip krijgen op de situatie en daarvoor kon hulp ingeschakeld worden waarin wij hem op alle mogelijke manieren zouden ondersteunen. Een financieel adviseur, een advocaat, een coach en/of psycholoog voor hem persoonlijk. We zaten heel strak in het gesprek en boden hem nauwelijks ruimte om uit te weiden. Als hij niet voor zichzelf ging zorgen dan zouden we ook niet nalaten om andere maatregelen te treffen.

Ik zal u niet lastig vallen met alle vervolgstappen maar we bleven herhalen dat we handelde uit zorg. Zijn zelfmedelijden moest omgezet worden naar positieve energie en gelukkig was de externe hulp in staat geweest om hem, na enige tijd, dat inzicht te geven. De vechtscheiding werd een echtscheiding, zijn financiële zorgen werden zorgen voor financiën. En zijn ongezonde levensstijl werd inderdaad omgebogen naar een gezondere levensstijl.

Afgelopen maand had ik weer afspraak met  mijn contactpersoon. Hij vertelde me dat hij zo trots was op zijn organisatie en zijn team. Ze hadden een geweldig jaar gedraaid. Ze groeide gestaag in omzet als in personele aantallen en zijn sales manager was gepromoveerd tot adjunct directeur. Vol trots vertelde hij dat ze zelfs een part-time HRM’er hadden aangenomen om alle personele aangelegenheden in goede banen te leiden. “Weet je Michiel” zei hij toen we afscheid namen “Je hebt me destijds geholpen met onze sales manager maar de belangrijkste les die ik heb geleerd is dat als ik goed zorg voor mijn medewerkers dat zij ook goed voor hun werk zorgen. Maar zorg betekent soms ook niet toegeven en ingaan op sommige verzoeken van medewerkers. Helder en duidelijk zijn, grenzen stellen. Zorg is ook iedereen bewust maken dat we een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben en een gezamenlijk doel. Elkaar helpen bij problemen zonder  ‘slachtoffer’ te spelen.

“Maar jij bepaalt de kaders, toch?” was mijn vraag. Zijn blik sprak boekdelen, dat zat wel snor, hij was de leider….met zorg voor zijn mensen.

 

   

E-mail:

michiel.maassen@yougrow.nl 

 

7169